Zaterdag 29 november 2003

De wekker ging al om 6.00 uur en om 6.10 uur kregen we een wake up call. Voor de zekerheid hadden we de receptie hierom gevraagd. We pakten de rugzakken in en liepen daarna naar het kantoor van Green Hill Tours, dat op 5 minuten lopen van het hotel ligt. Het was nog erg rustig op straat en slechts een enkel winkeltje was geopend.
We kochten broodjes als ontbijt bij een bakkertje nabij het kantoor van Green Hill Tours. De andere reisgenoten kwamen binnenwandelen en rond 7.30 uur vertrok de minibus naar het vliegveld. In de straten was het nog steeds erg rustig en het duurde daarom maar 15 minuten naar het vliegveld.
Op het vliegveld moesten we eerst 1.100 rupees per persoon luchthavenbelasting betalen. Vervolgens konden de rugzakken door een enorm groot röntgenapparaat en werd de rugzak 'beveiligd' door er een plastic strip omheen te bevestigen. Pas toen konden we naar de incheckbalie om in te checken. We wisten nog altijd niet met wat voor 'n type toestel we zouden vliegen. Vandaar dat we enige 'haast' hadden met inchecken, zodat we een raamplaats konden bemachtigen.
Toen we hadden ingecheckt liepen we naar de douane. Voordat we daar doorheen konden, moesten we eerst een uitreisformulier invullen. De formaliteiten verliepen erg langzaam (de employee wist niet goed waar hij het 'visum ongeldig'-stickertje ging plakken), maar dat maakte ons niet uit, omdat we zeeën van tijd hadden.
Nadat we door de douane waren, hebben we een uur gewacht in het taxfree gedeelte van de luchthaven. Hier kun je je toch zeker wel een vijftal minuten vermaken. Er zijn welgeteld twee winkeltjes en één 'supermarktje'. Maar als je de prijzen ziet, dan vergaat de zin om te winkelen snel. De prijzen liggen twee tot drie keer hoger dan in Kathmandu zelf.
Na een uur wachten in de taxfree area, werden we opgeroepen om ons in de rij voor de 'persoonlijke controle' te vervoegen. Mannen en vrouwen apart in een rij. Eerst moesten de spullen (handbagage) door het röntgenapparaat en moesten wij door de metaaldetector. Vervolgens werden we gefouilleerd. Als derde moest de handbagage worden geopend voor een visuele check. Pas daarna mochten we doorlopen.
In een enorme wachtruimte moesten we nog ruim één uur wachten tot het vertrek van het vliegtuig. Door vertraging werd dit echter twee uur.
Vanuit de wachtruimte liepen we naar het vliegtuig waar we eerst onze bagage moesten identificeren voordat dit het vliegtuig in mocht. Een plezierige gedachte, want dan zijn we er zeker van dat de bagage ook echt mee komt.
Voordat we het vliegtuig in mochten werden we weer gefouilleerd. Dus weer de mannen van de vrouwen gescheiden en weer een controle.
In het vliegtuig, een Boeing 757 van China Southwest Airlines bleek deze maar halfvol te zitten. We vroegen of we achter in het vliegtuig een raamplaats mochten nemen en dat was geen probleem. We namen plaats aan de linkerzijde van het vliegtuig en hadden gedurende de vlucht prachtig zicht op de Himalaya en de Mount Everest. Nadat we de Mount Everest waren gepasseerd, draaide het vliegtuig naar links en vlogen we Tibet in. Van drie kanten hadden we zicht op de Everest.

Klik op foto voor vergroting

We landden om 14.40 uur op Lhasa Airport. Er was sprake van een tijdsverschil van 2 ¼ uur, dus de tijd vloog om.
Op de luchthaven stikte het van de groene geüniformeerde jongens en meisjes. Het waren Chinese militairen. Onze temperatuur werd opgenomen door middel van een op een pistool lijkend apparaat dat met iets van een lichtstraaltje de temperatuur van het voorhoofd opnam. Daarna door de immigratie en de rugzakken pakken en naar buiten. Het was heel wat frisser dan in Kathmandu en heel wat zonniger. De hemel was strak blauw en de temperatuur bedroeg zes graden (in Kathmandu was dat gisteren nog 22 graden).
De gids stond al klaar en pikte ons al snel uit de passagiers. Met een achtpersoons jeep werden we naar Lhasa gebracht. De weg was goed (geasfalteerd). Toen we Lhasa binnenreden en het Potala Paleis zagen waren we allemaal een beetje opgewonden. We werden gebracht naar het Kailash-hotel; echt zo'n hotel wat we zelf nooit zouden uitkiezen. Een beetje groezelig. De rest van de dag (het was inmiddels 17.30 uur) was vrij te besteden. We liepen naar de Jokhang-tempel en we liepen het pelgrimsrondje. Ongeveer halverwege was het restaurantje Makye Amye Restaurant. Vanachter het raam hadden we prachtig zicht op alle pelgrims die we in het gezicht konden kijken. We dronken een cola totdat het rond 19.30 uur donker werd. Daarna liepen we naar Restaurant Tashi I, maar eenmaal daar besloot ik om door te lopen naar het hotel omdat ik doodmoe was, lichte hoofdpijn en geen honger had. De eerste symptomen van hoogteziekte. Marjolijn ging wel wat eten in Tashi I en zij vond het eten uitstekend.
Op de kamer braakte ik de cola er weer uit en lag ik te rillen in de slaapzak.


Zondag 30 november 2003

Na een onrustig nachtje vanwege de vele 'drink-breaks' (je moet tenslotte veel water drinken en dat is niet eenvoudig als je misselijk bent) op weg naar het restaurant van het hotel. Daarvoor moesten we een kleine binnenplaats oversteken, waar ik liters water eruit kotste.
In het restaurant toch maar één toastje met jam gegeten en een kop thee gedronken.
Rond 10.00 uur vertrokken we met de jeep naar het Potala Paleis. Gelukkig werden we met de jeep naar de achteringang van het paleis gebracht. Die achteringang ligt een fors aantal meters boven straatniveau en we waren al lang blij dat we geen trappen hoefden te lopen.
Hordes jonge militairen gingen voor ons het Potala Paleis binnen; onderdeel van het verplichte culturele uitstapje waarschijnlijk, want de meeste waren niet of nauwelijks geïnteresseerd en liepen in marstempo door het paleis. Onze gids nam ons mee het Paleis in en wat direct opviel waren de pelgrims en de yakboterlucht.

Klik op foto voor vergroting

In de vele kamers van het paleis stonden enorm veel buddha's en stupa's. De kamers waren erg donken, wat jammer was. Vrijwel nergens mocht gefotografeerd worden en daar waar dat wel mocht werd exorbitante bedragen voor gevraagd (zo'n € 5,- per kamer).
Voor 10 yuan mochten we het dak van het paleis op. Hoge muren blokkeerde grotendeels het zicht op de omgeving. Op een drietal plaatsen was een hekwerk geplaatst, waardoor je een beetje over de stad kon uitkijken. Vanaf het dak hadden we zicht op een aantal gouden daken.

Klik op foto voor vergroting

Na het bezoek aan het Potala Paleis lunchten we bij restaurant 'Lhasa Kitchen'. Het eten was redelijk, de loempia's waren erg goed. Na de lunch hadden we de rest van de middag voor onszelf. We struinden wat rond door de straatjes in het Tibetaanse deel van Lhasa rond de Jonkhang tempel. We fotografeerden vele mensen. Heel leuk is dat de meeste mensen zich redelijk eenvoudig laten fotograferen. Het kwam één keer voor dat een meisje zich door 7 of 8 toeristen tegelijkertijd op de gevoelige plaat liet vastleggen. Het fotograferen van de mensen is zo leuk omdat er zoveel verschillende stammen rondlopen in Lhasa en iedere stam heeft z'n eigen kledendracht.
Veel Tibetanen staren je aan. Ze komen in de winter van overal in Tibet naar Lhasa voor hun pelgrimsreis en velen hebben nog nooit toeristen gezien. Soms worden we begroet door Tibetanen die hun tong tegen ons uitsteken. Dit is wel degelijk een positief signaal, want door hun tong uit te steken laten ze zien dat ze van goede wil zijn. Duivels hebben een groene tong en zij laten zien dat ze geen duivel zijn.
We liepen weer naar het Makye Amye Restaurant, waar we nu, in het zonnetje op het dakterras, genoten van de pelgrims. We dronken een grote pot thee en daarna liepen we nog wat door het centrum en gingen daarna eten.
We lagen pas rond 22.30 uur op bed.

Klik op foto voor vergroting

Klik op foto voor vergroting

Klik op foto voor vergroting



Maandag 1 december 2003

De tweede achtereenvolgende nacht maar matig geslapen. De lucht is ijl en kurkdroog, zodat je om de paar uur wakker wordt met een gortdroge keel. Dat is meteen weer het moment om het vochtgehalte weer op peil te brengen.
Dus, na een slechte nacht weer een nieuwe dag. Vandaag stond een bezoek aan een tweetal klooster even buiten Lhasa op het programma; het Deprung klooster gevolgd door het Sera klooster.
Het Deprung-klooster was het grootst en het indrukwekkendst. Het is ooit het grootste klooster ter wereld geweest met wel 10.000 monniken. Vandaag de dag leven er nog zo'n 600 monniken. Natuurlijk bezochten we weer een groot aantal vertrekken met vele buddha's, maar het indrukwekkendste was wel de middaggebedsdienst. Om 12.00 uur komen vele monniken samen in de gebedsruimte. Ze zitten in kleermakerszit op kussens in hele lange rijen en zitten te murmelen. We schoten vele foto's (20 yuan) en plots leek er paniek of zoiets te zijn. Een aantal monniken rende in hoog tempo naar de deuren van de gebedsruimte. Even later kwamen ze terug met kleine houten tonnen. Daarin bleek yakboterthee te zitten dat aan alle monniken werd uitgedeeld. Als het tonnetje leeg was werd weer een sprintje getrokken naar de keuken om een nieuwe voorraad te halen.

Klik op foto voor vergroting

Na de lunch bezochten we het Sera-klooster. Dit klooster is veel kleiner en minder imposant, maar weer een enorm hoogtepunt was het discussie-uurtje van de monniken in een binnentuin. In een ommuurde, stoffige binnentuin zit een groot aantal monniken en voor iedere zittende monnik staat een monnik met hem te discuseren. De manier waarop dar gebeurt, met veel handgeklap en bewegingen, is erg leuk om te zien.
De rest van de middag was vrij te besteden. We namen een riksja naar het plein voor het Potala Paleis, want we wilden graag enkele overzichtsfoto's maken. Daarna liepen we terug richting de Jokhang-tempel. Onderweg shopten we wat. Er is een groot aantal souvenirstalletjes om en nabij het plein, de Bakhor, voor de Jokhang-tempel. Een aantal

Klik op foto voor vergroting

stalletjes wordt gerund door Chinezen en een aantal door Tibetanen. Aangezien de Chinezen de Tibetanen onderdrukken, hadden we besloten om zo min mogelijk van Chinezen te kopen en zoveel mogelijk de Tibetanen te steunen. We kochten gebedssjaaltjes, gebedsrolletjes en dat soort typisch Tibetaanse souveniers.
Rond 18.30 uur slopen we de Jokhang-tempel binnen. Normaal is de toegangsprijs 70 yuan per persoon, maar rond 18.30 uur gaan de meeste monniken in avondgebed en is de controle aan de deur minimaal en zijn de monniken soms bereid je gratis door te laten. Wij hadden dus geluk.
Binnen was het een drukte van belang met pelgrims. Het heiligste der heiligen van het Tibetaanse geloof is de kapel van de Jowo Sakyamuni en daar willen alle pelgrims naar toe. Er stond een enorme rij voor de kapel.
In eerste instantie keken wij naar de biddende monniken en kochten we een gebedspapiertje dat normaal gesproken verbrand wordt. Op het papiertje staat in goeden letters een gebed en monniken schreven voor 2 yuan per papiertje je naam erbij. Wij vonden dit het ultieme souvenir en verbrandde het niet.

Klik op foto voor vergroting

We liepen een rondje door de tempel en kwamen ook langs de kapel van de Jowo Sakyamuni. Het was ge-woon gênant om te zien hoe respectloos de Chinezen omgingen met de pelgrims. Hardhandig werden ze vooruit geduwd en gesommeerd door te lopen en dat terwijl de meesten ongelofelijke afstanden hebben afgelegd om de tempel te kunnen bezoeken.
Na het bezoek liepen we terug in de richting van het hotel en aten we in een restaurantje aan de Dekyi Shar Lam (een hoofdstraat in Lhasa). We namen

Klik op foto voor vergroting

plaats aan een tafeltje bij het raam. Achteraf gezien niet zo'n verstandig idee, want hetwemelde er van de bedelende kinderen die voor het raam bleven staan. We aten beide een yak-pepersteak, die erg lekker was.
Na het eten liepen we terug naar het hotel.


Dinsdag 2 december 2003

Vandaag zouden we Lhasa verlaten en op weg gaan naar Gyantse. We vertrokken om 9.30 uur en na een uur rijden stuitten we op een politiecontrole. De lulhannes van een Chinese agent twijfelde aan de echtheid van het rijbewijs van de chauffeur en dit zorgde ervoor dat we twee uur langs de kant van de weg stonden. De echtheid van het rijbewijs zou moeten worden geverifieerd. Gelukkig was het zonnig en warm. We ergerden ons allemaal aan het feit dat de gids ons volledig in het ongewisse liet over wat er aan de hand was, zelf na een aantal keren aandringen. Pas veel later zouden we via via horen dat de keuze bestond uit een tijd wachten of 2000 yuan boete betalen (beide een vorm van machtsvertoon van de Chinese overheid).

Klik op foto voor vergroting

Na twee uur konden we dus verder rijden. Nadat we de brug (er is er maar één rondom Lhasa) waren overgestoken, sloegen we rechtsaf en ging het goede asfalt over in onverharde weg. We begonnen aan onze eerste bergpas en het uitzicht vanaf de top op 4.794 meter over de omgeving en het Yamdrok Tso-meer was fantastisch! De weg naar de top werd gekenmerkt door vele truck die puin vervoerden. Op vele plekken langs de route werden stenen afgegraven en die werden door de trucks vervoerd.
Na het hoogste punt daalden we af en reden we lange tijd langs Yamdrok Tso. In een klein plaatsje onderweg lunchten we (rond 14.30 uur) en daarna stegen we weer naar zo'n 5.045 meter (Karo-la Pas).
Hier stonden we aan de voet van de gletsjer van de Noijn Kangstan-berg. Daarna vervolgden we onze weg naar Gyantse. Het laatste stuk van de reis werd ik overmeesterd door vermoeidheid en toen we in Gyantse aankwamen ging ik direct naar bed. Marjolijn ging samen met de anderen iets eten.


Woensdag 3 december 2003

Gisteravond heb ik een eerste tablet van Diamox geslikt en dat lijkt ertoe bij te hebben gedragen dat ik vannacht voor het eerst redelijk heb geslapen. Zeker van 21.0 uur tot 23.30 uur heb ik geslapen en zeker van 4.00 -9.00 uur.
Om 10.00 uur vertrokken we naar het Pelkor Chode Klooster in Gyantse. Gyantse maakte een hele positieve indruk. We hebben er niet veel van gezien, maar het zag er allemaal erg Tibetaans uit. Weinig Chinese invloed. Het lokale transport bestond nog uit ezelkarren of tractor met aanhanger en dat soort eenvoudige vervoersmiddelen. Weinig auto's.
Op de trottoirs stonden vele pooltafels.
Het klooster zag er mooi uit, maar de kloosters beginnen zo langzamerhand wel een beetje op elkaar te lijken.
Na het bezoek aan het klooster reden we verder naar Shigatze. Een rit van twee uur over een goede, geasfalteerde weg. We arriveerden vroeg in de middag in Shigatze en de gids liet ons de keuze of we diezelfde middag nog naar het klooster van Shigatze wilden of dat we dat morgenochtend zouden doen. Een meerderheid van de groep was voorstander van de volgende ochtend en dus stond ons de rest van de middag vrij te besteden.
Shigatze is heel wat minder leuk dan bijvoorbeeld Gyantse of Lhasa. De Chinese invloed is overal in het straatbeeld zichtbaar. Slechts een klein deel van Shigatze is nog 'Tibetaans' en daar liepen we dan ook heen. Onderweg lunchten we bij Great Joey's Restaurant. We namen fried potatoes en vegetable soup. Het eten was redelijk en in ieder geval vers bereid.
De Tibetaanse markt was leuk, maar ook wel een beetje schokkend. Er lag een aantal geitenkarkassen en een hele stapel geitenkoppen en yakkoppen. Verder werd op de markt veelal dezelfde waar aangeboden, zoals namaakjuwelen, gebedsvlaggetjes en ander spullen die je overal tegenkomt.

Klik op foto voor vergroting

Na een bezoek aan de Tibetaanse markt liepen we via de kleding- en tapijtenmarkt terug. Dat viel wel wat tegen. Een groot aantal stalletjes was niet open en veel tapijten hebben we niet gezien. De kledingstalletjes werden gedomineerd door kleine plastic megafoontjes die een ontzettend (chinees) gekrijs voortbrachten.
We liepen terug naar het hotel om even wat te rusten en het dagboek bij te werken. Rond 19.00 uur vroegen we Ed en Nathalie en Julie of ze meegingen iets eten en op datzelfde moment kwam Ed met de mededeling dat er warm water uit hun douche kwam. Aangezien het nog vrij warm was in de kamer (de zon had de hele dag de kans gehad de kamer te verwarmen) besloten we om eerst te gaan douchen en daarna te gaan eten. Ongelofelijk dat je zo kunt genieten van een warme douche in zo'n oude, ranzige badkamer.
Na de douche namen we een taxi naar het centrum, maar de restaurants waarvoor we de taxi naar het centrum namen, waren niet te vinden. We liepen maar weer terug in de richting van het hotel. Onderweg passeerden we een restaurantje dat er wel gezellig uitzag. Het was er binnen zelfs verwarmd! Dat wil niet zeggen dat het er 20 graden Celsius was, maar dat niet erg koud was.
De vegetarische spring rolls waren redelijk en na het eten liepen we rustig terug naar het hotel waar de kamer nog altijd aangenaam van temperatuur was. Vannacht dus niet onder een dikke deken!


Donderdag 4 december 2003

We ontbeten in het restaurantje naast het hotel. Door het personeel van de hotels en restaurants wordt nauwelijks engels gesproken en probeer vooral niet van het standaard ontbijt af te wijken als je het bedienend personeel niet volstrekt gek wil maken. Wil je geen ei bij het ontbijt, laat het ei dan gewoon komen en neem het niet. Probeer niet een ontbijt zonder ei te bestellen, want dan duurt het alleen maar nog langer.
Het ontbijt van vanochtend was zo slecht nog niet. We hadden cake, witte bolletjes met jam (dit keer zowaar geen slap, geroosterd brood), een schaaltje pinda's en thee.
Na het ontbijt werden de rugzakken op het dak van de jeep vastgebonden en goed onder een plastic zeil verpakt. Dit houdt voor een groot deel wel de stof tegen, maar we waren erg content met de beschermzakken om onze rugzakken.
Met de jeep reden we naar het klooster. Dit klooster is zwaar beschadigd tijdens de culturele revolutie en de meeste gebouwen zijn daarom van een recente datum. We bezochten een aantal vertrekken, waaronder vier vertrekken waar de stupa's van vier Panchen Lama's staan. Slechts één van de vier vertrekken had de culturele revolutie overleefd en was erg oud. De stupa van de 10e Panchen Lama dateert uit 1992. Hijzelf is overleden in 1989.
Na het bezoek aan het klooster hadden we nog 2 ½ uur vrij te besteden in Shigatze en we besloten nog even te gaan kijken op de Tibetaanse markt. Daar zagen we een klein winkeltje waar de kleden worden gemaakt die je vrijwel overal voor de deuren ziet hangen. We kochten twee doeken voor 150 yuan. De startprijs van 95 yuan per doek viel ons reuze mee. Voor gebedsmolens wordt bijvoorbeeld ongegeneerd gestart met 250 yuan.

Klik op foto voor vergroting

We liepen via de Tibetaanse wijk terug en hoewel het pad steeds smaller werd en het eruit zag dat we niet goed zaten, bleven we doorlopen en kwamen we precies uit op de plek zoals die in de Lonely Planet staat. We kochten nog wat frisdrank voordat we ons vervoegden bij de jeep.
Om 14.30 uur vertrokken we uit Shigatse voor een drie uur durende rit naar Lhatse. Het was onze beurt om achterin te zitten en dat hebben we geweten. Grotendeels was de weg onverhard en de stukken geasfalteerde weg waren in slechtere conditie dan de niet geasfalteerde stukken.
Tegen 18.00 uur kwamen we aan in Lhatse. Er is hier helemaaaal niiiieeeets te doen. Het guest house was 'real basic'. In de kamer stonden alleen twee bedden en een kastje en het gedeelde toilet bestond uit een 'frans toilet'. Stromend water was er niet. Het was behoorlijk koud en er stond behoorlijk wat wind. We liepen door de enige straat die het 'stadje' rijk is en we kwamen uit bij een restaurantje op een pleintje. Het gebouw zag er wel aardig uit. Er was een klein zithoekje waar een meisje op een draagbaar keybord aan het spelen was.
Direct werd plaats voor ons gemaakt en werd een papieren bekertje jasmijnthee ingeschonken. Nu is Chinese jasmijnthee niet echt bijzonder. Het is niets meer dan heet water met daarin een aantal groene blaadjes. We bestelden een blikje Sprite, maar ze begrepen ons niet. We hadden de blikjes achter de toonbank zien staan en ik liep naar de toonbank en bediende onszelf. Een tiental - geen engels sprekende - Chinezen stond om ons heen. Marjolijn ging in haar boek lezen en ik werkte het dagboek bij. Ik had drie dagen in te halen, dus dat zou wel een lamme hand veroorzaken. Eén chinees meisje probeerde me te controleren. Ze kwam naast me zitten op de bank en las met me mee. Ik zei de zinnen in het Nederlands op en ze sprak me na, zonder er ook maar iets van te begrijpen. Van een andere chinees moest ik een kijkje in de keuken nemen. Dat wekte m'n eetlust niet echt op. Het was wel het enige warme plekje in het restaurant.
Na een tijdje rekenden we af en liepen we naar restaurant Cheng Du. Daar stond de voordeur wijd open en het was dus lekker fris in het restaurant. We sloten de deuren nadat we waren binnengelopen en bestelden fried potato chips, fried rice en fried noodles. Na de bestelling liep ik naar de keuken en maakte in enkele foto's, tot grote hilariteit van de twee kokinnen. Ik had in ieder geval gezien dat het eten vers bereid werd. De fried potato chips waren echt goed. Het was net chips, zo dun waren de plakjes aardappel gesneden. De fried rice was een beetje flauw, maar de fried noodles waren wel weer goed. Het eten was gloeiend heet, want de stoom kwam ervan af, maar dat heb je natuurlijk al gauw bij deze temperaturen.
Na het eten kochten we nog wat water en chocola bij het naastgelegen 'supermarktje' en daarna liepen we terug naar het guest house.
Snel uitgekleed en de slaapzak in.


Vrijdag 5 december 2003

Het standaard ontbijt sloegen we maar over en in plaats daarvan bestelden we een pannenkoek met honing, yoghurt met honing en we hadden onze eigen instant espressokoffie bij ons.
Na het ontbijt vertrokken we voor de acht uur durende rit naar Nyalam. Het landschap was schitterend; de weg wat minder.
We lunchten in Tingri. Bij Green Hill Tours hadden ze ons aangeraden om in Tingri te overnachten en op die manier te kunnen genieten van de zonsondergang en -opgang boven de Mount Everest. Tingri is echter om depressief van te geraken. Gelukkig was door de groep min of meer unaniem in Shigatse al besloten om niet in Tingri te overnachten. In Tingri leek het wel of iedere bewoner bedelaar was. Zoveel mensen stonden met hun neuzen tegen de ramen zodra de jeep tot stilstand was gekomen. Zelfs toen we in het restaurant zaten, stonden er de hele tijd bedelende kindertjes bij het raam.

Klik op foto voor vergroting

Klik op foto voor vergroting

Klik op foto voor vergroting

De lunch was zeker niet slecht en we konden er naar het toilet. Nadat de dames van het toilet gebruik hadden gemaakt en daar 'ontstemd' over waren, besloten Ed en ik om polshoogte te nemen. Het was echt een Tibetaans toilet. Het gebouw was gebouwd boven een rivierbedding en door een langwerpig gat in de grond stond je twee tot drie meter naar beneden te plassen en de honden en varkens liepen daar te ….. tsja, waar zijn die nu naar op zoek? Groot voordeel van dit toilet was dat het er niet stonk.
Na de lunch klommen we heel geleidelijk tot een hoogte van 5.220 meter. Zonder haarspeldbochten! Het landschap was kaal en dor. Op de top genoten we van het zicht op de besneeuwde bergtoppen. De Mount Everest was niet meer te zien, maar die hadden we vanochtend al gezien toen we even buiten Tingri halt hielden.
We reden verder naar Nyalam. Dit was wederom een bedroevende plaats, waar we onze entree namen in het 'hotel'. Erg basic, gedeeld toilet en geen stromend water. Maar het franse toilet was schoon en stonk niet. De muren waren van hard board, dus lekker gehorig. Nu waren wij de enige gasten die nacht, dus met geluidsoverlast viel het wel mee.
We zochten onze toevlucht in het 'Snowland Restaurant', dat zowaar verwarmd was. Een met yakvlaaien gestookte kachel hield het vertrek warm. Met z'n zessen vierden we onze laatste avond in Tibet met bier, nep-pringles en zoete, gezouten pinda's die ik in een supermarktje tegen geïnfiltreerde prijzen had gekocht.
Rond 21.30 uur namen we plaats in onze slaapzakken voor een 11 uur durende rit door dromenland.


Zaterdag 6 december 2003

Wederom lang en goed geslapen. Alleen het 's-avonds in een slaapzak stappen en '-ochtends er weer uit is even onprettig, maar tijdens het slapen is het heerlijk warm. Overal zijn dikke dekens beschikbaar en koud hoef je het 's-nachts niet te hebben.
Nadat we waren opgestaan in dit godvergeten oord zouden we ontbijten. Er was alleen chinees ontbijt beschikbaar en hier waagde zelf de gids zich niet aan. Dus dat sloegen we maar over. De gids regelde in plaats van de noodle soep enkele gestoomde broodjes, maar daarvan wordt je ook niet vrolijk. Gelukkig was er wel gewone zwarte thee.

Klik op foto voor vergroting

Om 10.00 uur vertrokken we met de jeep. Het plaatsje ligt in een dal waar 's-ochtends in ieder geval geen zon komt. De jeep was daardoor ijskoud en de ramen waren bevroren. Alle dagen daarvoor waren de ramen al lang ontdooid voordat we vertrokken.
Het was anderhalf uur afdalen naar de grens. Het is ongelofelijk hoe hoog de bergen boven je zijn en hoe diep de rivier in het ravijn beneden je stroomt als je hier rijdt.
Als we bij de Chinese grensplaats zijn valt direct op hoeveel trucks er staan. De plaats lijkt wel kilometers lang en op een aantal plaatsen wordt aan de weg gewerkt. Het verkeer zit volledig vast. Niemand gunt een ander ook maar één centimeter ruimte, zodat uiteindelijk niemand in beweging komt. We besluiten maar om de laatste honderden meters te gaan lopen. Bij de grens verliepen de formaliteiten hoegenaamd zonder problemen, maar op een communistisch
tempo. Nadat een stempel in het paspoort was geplaatst, mochten we doorlopen naar het volgende loket waar, inderdaad!, onze temperatuur werd opgenomen. We huurden met z'n zessen een jeep die ons de laatste kilometers door het niemandsland naar de Nepalese grens zou brengen voor 10 yuan per persoon.
De jeep kwam niet helemaal tot de grens vanwege de enorme file met vrachtwagens voor de grens en dus moesten we weer een paar honderd meter lopen. Bij de daadwerkelijke grens tussen Tibet en Nepal verliepen de formaliteiten soepel. We staken de brug over en meldden ons bij de Nepalese immigratie. Al snel hadden we weer toegang gekregen tot Nepal en we konden één visum nog betalen met de yuans die we nog over hadden (300 yuan) en het andere visum lieten we door Ed betalen. Zo raakte hij ook van zijn yuans af. Wij betaalden hem de visakosten terug in dollars (30 dollar). Nadat we door de immigratie waren, lunchten we op een dakterras van een restaurantje. Ed betaalde ons eten met zijn yuans en zo raakte hij echt door alle yuans heen.
In een tienpersoons minibusje (wat een luxe!) werden we teruggebracht naar Kathmandu. De reis duurde 3 ½ uur en de wegen waren, zeker in het begin, van zeer dubieuze kwaliteit, waardoor de snelheid laag lag.
Wat direct opvoel aan de Nepalese zijde van de grens, was de drukte, de andere soort mensen en de chaos. Dat hadden we in de acht dagen daarvoor toch wel anders gezien.
In Kathmandu werden we voor Hotel Tradition afgezet. Hier hadden we een kamer gereserveerd en hoewel we niet dezelfde kamer kregen, hadden we wel weer een kamer waarvan het nummer eindigde op een zeven. Die kamers liggen aan de westkant van het gebouw en hebben de middagzon (dus lekker warm). Er was een hele groep 'djoserianen' (zo noemden ze zichzelf), die gelukkig uitcheckten.
We hadden een fantastisch diner bij het Thaise restaurant Ying Yang.


Het reisverhaal gaat verder in Nepal of bekijk de Slideshow.



=============================================================================================
Genoten van ons reisverhaal? Laat ons weten wat je ervan vond. Stuur een mailtje naar Marrem's reispagina of schrijf een berichtje in ons gastenboek. Je reactie wordt zeer op prijs gesteld!



Indonesië | Thailand | Mexico | Vietnam | SyriŽ | Jordanië | MaleisiŽ | Egypte | AndalusiŽ | Zuid Afrika