Dinsdag 25 november 2003

Gisteravond werden we door onze vrienden Friso en Manuela met de auto naar Schiphol gebracht. Twee-en-een-half uur voor vertrek waren we ingecheckt, als één van de eersten. Het vroege inchecken bleek geheel overbodig te zijn geweest, aangezien de stoelen waren gereserveerd.
We dronken met z'n vieren nog iets in één van de café-tjes op Schiphol, alvorens we ons om 23.00 uur naar de douane begaven. Om 23.20 uur stonden we aan de gate en om 0.00 uur taxi-de het vliegtuig naar de nieuwe Polderbaan.
De vlucht naar Kathmandu met het vliegende fossiel van Martinair (hun enige Boeing 757) verliep soepel, maar het toestel maakte een achterlijke hoeveelheid lawaai. Er werd een tussenstop van ongeveer een uur gemaakt in Sharjah in de Verenigde Arabische Emiraten. Er waren enorm veel moskeeen te zien we bij het landen en bij het opstijgen. Op Sharjah vermaakten we ons door even door de taxfree shop te lopen.
Het tweede deel van de vlucht duurde evenals het eerste deel zo'n zes uur. De service aan boord was van charterkwaliteit en de stoelbreedte en de been(gebrek aan)ruimte was ook wat je een chartermaatschappij kunt verwachten. We hadden voor de vlucht met Martinair gekozen omdat deze de beste vliegtijden en slechts 1 tussenstop had. Rond 16.20 uur landden we in Kathmandu, nadat we kort daarvoor een tiental minuten langs de Himalaya waren gevlogen. Hoewel we in het vliegtuig al een entry card hadden ingevuld, kregen we in de arrival hall een nieuw formulier uitgedeeld dat we moesten invullen. € 26,50 en een pasfoto lichter, mochten we Nepal binnen.
Buiten het luchthavengebouw stond een bus klaar om ons naar het Summit Hotel in Patan te brengen. Een aantal jongens wilden zonodig onze kar duwen, maar daartegen protesteerden wij hevig. We hadden nog geen rupees, dus we konden ze niet tippen. Dit is wat we vaker op luchthavens hebben meegemaakt. Het is een trukje, want veel toeristen laten hun bagage dragen en geven dan bij gebrek aan kleingeld een groot biljet of een dollar.
Het was ondertussen donker geworden, maar toen we bij het hotel aankwamen was het direct duidelijk dat dit een perfect hotel betrof. Na een welkomsdrankje en het inchecken dat allemaal op het terras gebeurde, werden onze rugzakken naar de kamer gedragen. De kamer zag er verzorgd uit, maar was wat klein. We hadden uitzicht op de fantastich onderhouden tuin met zwembad.
's Avonds aten we in het restaurant van het hotel. Er was een India's buffet voor 350 rupees per persoon (excl. drankjes). Na het eten namen we nog een biertje op het terras.
We douchten alvorens we rond 21.30 uur naar bed gingen.


Woensdag 26 november 2003

Vanacht hebben we redelijk goed geslapen. Soms werden we even wakker van hondengeblaf achter het hotel.
We ontbeten in het restaurant van het hotel en daarna liepen we naar het centrum van Patan. We volgden de wandelroute door het centrum zoals die in de Lonely Planet staat, langs talloze tempels. De eerste indruk van Patan was dat de hoofdstraten enorm druk zijn en dat de straten erachter tamelijk rustig. Verkopers zijn niet opdringerig en op straat is het redelijk schoon.
Tijdens de wandeling kwamen we uit bij de Gouden Tempel. De toegang tot de tempel bedroeg 25 ruppees per persoon. Leren producten zijn verboden en er werd ons door twee verschillende personen gevraagd naar onze schoenen. We gaven aan dat ze dat niet waren en we mochten doorlopen. De tempel zag er goed uit. Er was een groot aantal gebedsrollen bevestigd langs de kant. De poort tot de tempel was prachtig gedecoreerd met houtsnijwerk.
We liepen verder en kwamen uit bij de Kumbehswar-tempel. Deze tempel is bijzonder omdat het één van de weinige tempels in de vallei is met vijf daken.
Nabij de ingang van de tempel was een badplaats, waar mannen en vrouwen zich stonden te wassen. Ook was er een wasplaats voor de wasgoed. Hier was een aantal vrouwen bezig met de was. Het schijnt dat het water heilig is. Het komt uit een meer even buiten Kathmandu.
We liepen verder naar het Durbar Square; een indrukwekkend plein met vele tempels. We zagen een café-tje (café "The Tempel") met een dakterras aan het plein en we besloten om er een kop thee te drinken. We namen een pot lemon thee, maar die was naar onze smaak te zuur.
Ze hadden in een pot zwarte thee waarschijnlijk een hele citroen uitgeperst.
Het uitzicht over het Durbar Square was schitterend. Het houtsnijwerk van de tempels is erg bijzonder. Na de thee brachten we een bezoek aan het Patan Museum. Het museum was wel aardig. De collectie bestond vrijwel volledig uit buddhabeeldjes. Alle verschijningsvormen en houdingen kwamen aan bod en het was leerzaam.
Na het bezoek aan het Durbar Square liepen we door de drukke winkelstraat ten zuiden ervan. We stonden verbaasd van wat er allemaal aangeboden werd.
We dronken een cola op het dakterras van het Taleju-restaurant&bar. Dat dakterras lag hoger dan het terras van café The Tempel en bood een nog veel beter uitzicht over Durbar Square en Patan.
Het weer zat goed mee; het was licht bewolkt en een beetje heiig (smog) in de verte, waardoor het zicht op de omliggende heuvels werd beperkt. Grote vogels, zowel kraaien als ook roofvogels vlogen boven Patan.
Na de cola namen we een taxi naar Thamel. Leuk contrast met de luxe Nederlandse taxi's is dat de taxi's hier voornamelijk bestaan uit witte Suzuki Alto's, hier Namuti genoemd.
We stapen uit voor de Standard Chartered Bank in de Kantipath Road en we pinden 40.000 rupees, het maximale dat de automaat gaf. We kregen 40 biljetten van 1.000 rupees en aangezien onze ervaring in Azie is dat kleinere coupures veel handiger zijn dan grote coupures (om mee te betalen. Niet om met je mee te dragen!!), liepen we de bank binnen met het verzoek om te wisselen.
In de bank stond een rij voor ons van een stuk of acht mensen, maar er werd een loket extra geopend en de bewaker gaf aan dat ik vooraan in de 'nieuwe rij' mocht gaan staan. Ik verzocht de kassiere om 19.000 rupees te wisselen en ze zocht de mooiste biljetten bij elkaar. We kregen stapels geld! 8 biljetten van 500; 100 biljetten van 100 en 100 van 50 rupees. We probeerde de stapels geld onopvallend weg te stoppen op verschillende plaatsen.
Daarna liepen we naar het kantoor van Green Hill Tours, waar we onze Tibet-tour hadden geboekt vanuit Nederland via de e-mail en waar we het grootste deel van onze pintransactie weer konden afstaan.
Toen we binnen kwamen lopen was het net of ze ons herkenden. Ze vroegen direct of we voor de Tibet reis kwamen en konden direct plaatsnemen (misschien herkenden ze ons van de pasfoto's uit de opgestuurde kopieen van de paspoorten). Het voelde in ieder geval goed en gastvrij aan.
We moesten nog een formulier invullen en betalen. Alle valuta werd geaccepteerd, maar ze waren zo eerlijk te zeggen dat het verstandigste was om in Nepalese Rupees te betalen. We wilden eigenlijk in Euro's betalen, maar besloten om de zojuist gepinde rupees te gebruiken. We hadden ze dus net zo goed niet om hoeven te wisselen. We hadden niet voldoende rupees om de hele reis te betalen en stelden voor de volgende dag de rest te betalen. Dat was geen probleem.
Klik op foto voor vergroting Bij Green Hill Tours wisten ze ook nog wel een aardig hotelletje, waar ze naar eigen zeggen altijd de gasten naar toe brachten. Eén van de medewerkers liep met ons mee naar het Tradition hotel, dat er verzorgd en schoon uitzag. De normale prijs per kamer was 40 dollar (staat ook in de Lonely Planet), maar wij kregen een discount van maar liefst 25 dollar, waardoor de kamer uitkwam op 15 dollar per nacht.
We kregen een welkomsdrankje op het dakterras en darna reserveerden we kamer 507 voor de volgende dag.
We liepen door Thamel naar New Road (nabij Durbar Square). Onderweg keken we in een aantal winkels naar (donzen) bodywarmers van het merk 'The North Face' en kwamen we erachter dat er nogal sprake was van
grote prijsverschillen (dus onderhandelingsruimte) tussen winkels voor dezelfde bodywarmer (tussen de 2.200 rupees en 1.500 rupees).
In een mutsenwinkel kocht Marjolijn een 'echte' yakwollen muts. Staat erg charmant!
Op een klein pleintje aan de New Road zit een Kodak fotocentrale op een hoek. Hier brachten we een testrolletje van 12 opnamen, met het verzoek deze te ontwikkelen en af te drukken. Ze zouden de volgende avond rond 18.00 uur klaar zijn.
Toen het rond 17.30 uur donker was namen we vanaf New Road een taxi terug naar het hotel, waar we douchten en daarna maakten we gebruik van het Thaise buffet in het restaurant van het hotel.


Donderdag 27 november 2003

Nadat we waren opgestaan, maakten we een kop koffie op de kamer en pakten we de rugzakken in. We checkten uit en betaalden de rekening voor het diner en het ontbijt. Daarna namen we rond 9.00 uur een taxi naar Hotel Tradition in de levendige wijk Thamel in Kathmandu. De taxi vanaf het hotel was 33% duurder dan wanneer we een taxi op straat hadden aangehouden, maar we hadden weinig zin om met de rugzakken van ruim 15 kilo per stuk te gaan lopen. Op Schiphol waren we geschrokken van het feit dat de weegschaal voor de rugzakken 30,7 kilo (tezamen) aangaf. Normaal reizen we met rugzakken van maximaal 10 kilogram per stuk. We hadden echt veel en veel te veel meegenomen én veel zware dingen, zoals een slaapzak (1.250 gram), een waterkoker, oplader voor de videocamera en winterkleding.
We werden door de taxi voor de deur afgezet, nadat we zelf de route moesten uitleggen en sjouwden de rugzakken naar de 5e etage van het hotel. Daarna liepen we naar de Pumpernickel backery, waar we ontbeten. Het ontbijt was uit-ste-kend en overvloedig. Iknam een sandwich met smeerkaas, een chocoladecroissant een verse jus d'orange en een kop koffie en Marjolijn nam een groente pie en een kaasbroodje en een kop koffie. De sandwich was gemaakt van knapperig brood en leek meer op een broodje gezond dan op een broodje met smeerkaas. Er zat sla op, tomaten, komkommer en natuurlijk smeerkaas. De jus d'orange bestond uit manderijntjes die eerst met een keukenmachine waren verpulverd en daarna gezeefd. Heerlijk! En de koffie was ook grote klasse.
Na het ontbijt liepen we naar de Swayambhunath (of apen-)tempel boven op de heuvel. Het was een wandeling van ongeveer 2 kilometer vanuit Thamel en die ging door niet-toeristisch Kathmandu. Toen het onduidelijk werd hoe het pad verder ging, vroegen we aan twee passerende meisjes naar de juiste weg. Ze waren zelf ook op weg naar de tempel en we konden hen volgen.
Na het bestijgen van de trappen en na het betalen van 50 rupees per persoon entree, mochten we het terrein betreden. De grote stupa met de talloze gebedsvlaggen was erg indrukwekkend en de apen waren zowaar niet aggressief of vervelend.
Het uitzicht vanaf de heuvel over Kathmandu viel behoorlijk tegen als gevolg van de smog. Een groot aantal roofvogels maakte gebruik van de thermiek rondom de heuvel en zweefde in de lucht. Een aantal monniken zat te bidden evenals een aantal 'gewone' mensen. We liepen kloksgewijs om de stupa en besloten op een klein terrasje een cola te drinken.
Na het bezoek aan de tempel namen we een taxi naar de Pashupatinath tempel. De taxi reed eerst naar de ring om Kathmandu. Bij de ring kwamen we uit bij de Golden Buddha-tempel. We zagen vanuit de auto een enorm hoog 'gouden', zittende buddha en we vroegen de taxichauffeur even te stoppen. We stapten uit en zeiden de chauffeur dat we zo terug kwamen. We bezochten kort de tempel en namen enkele foto's.
Daarna reed de taxi ons naar Pashupatinath. Volgens mij moet het mogelijk zijn de route grotendeels over de ring te volgen, maar de taxi gaf de voorkeur aan een binnendoorweggetje door het drukke centrum van Kathmandu. Vonden we ook goed, hoor. Het verkeer was enorm hectisch en bumper kleven is een nationale sport. Iedereen toetert maar raak en het maakt niets uit. Auto's passeren elkaar rakelings en van relaxed rijden is geen sprake. Toch gaat alles goed, maar de snelheid ligt laag.
Bij de Pashupatinath-tempel betaalden we de chauffeur de overeengekomen 250 rupees en liepen we naar de tempel. De toegang bedroeg 250 rupees per persoon.
We liepen de tempel binnen en staken de rivier over. Een aantal gidsen hadden we al van ons afgeschud en toen we aan de overkant van de rivier de omgeving gade sloegen, begon iemand vriendelijk tegen ons aan te praten en dat bleek natuurlijk ook weer een gids te zijn. Zijn benadering was anders; hij was vriendelijk en had een prettigere benadering. Voor slechts 100 rupees zou hij ons een uurtje rond willen leiden. We gingen op het aanbod in om twee redenen:
- hij nam ons mee naar plaatsen waar we anders echt niet waren gekomen en
- we waren ineens af van alle andere 'gidsen' die hun diensten aanboden.

Zo konden we de 'burning ghats' (de crematieplaatsen) tot op enkele meters naderen. Eén vuur brandde en bij een andere crematieplaats was juist een familie gearriveerd voor de crematieplechtigheid. Een niet al te oude man was overleden en zijn vrouw was niet te troosten; best een emotioneel tafereel. Hindoes cremeren hun doden binnen 24 uur na overlijden en daarna start het rouwproces pas. Voor ons was het interessant, maar aan de andere kant voel je je ook wel weer een beetje een gluurder naar het verdriet van anderen. En de gids maar zeggen 'you can make picture if you like'. Nou, dat deden we toch maar niet!
We liepen de brug weer over en liepen naar boven. Van een heuvel aan de andere kant van de rivier dan waar de tempel staat, heb je een goed overzicht over de burning ghats en kun je het leven gade slaan. Vanaf hier is het ook veel minder 'intiem' om foto's te maken dan van beneden. We hadden van deze kant ook goed zicht op de tempel, die voor niet-hindu's niet toegankelijk is.
We liepen langs het 'Welfare foundation' een opvanghuis voor ouderen en daarna liepen we naar de ingang van de tempel. We mochten alleen door de poort kijken en zagen alleen het achterwerk van een enorme, gouden stier. De stier was het vervoermiddel van de god Shiva en voor iedere Shivatempel is altijd een afbeelding van een stier met de kop naar de tempel gericht te zien.
Na afloop van de rondleiding dronken we samen met de gids een flesje cola en daarna betaalden we hem en namen we een taxi terug naar Thamel. Bij de Standard Chartered Bank pinden we wederom 40.000 rupees en wisselden we 4.000 rupees voor kleinere coupures.
We dronken een grote mok thee bij het Java Café (boven the Backery), dat tegenover de Three Godesses Tempel ligt in de Trivedi Marg (marg = straat). Het café staat niet in de Lonely Planet, maar de thee (en koffie) is er uitstekend, de luie stoelen zijn erg comfortabel en de sfeer is relaxed.
Na de thee liepen we naar de fotowinkel in de New Road. De foto's waren van goede kwaliteit. Nadat we de foto's hadden afgerekend, liepen we dezelfde weg weer terug naar Thamel en dineerden we bij het "Third Eye'- restaurant. We namen plaats aan een laag tafeltje en we moesten de schoenen uit doen. Naarmate het die avond drukker werd in het restaurant, nam de luchtkwaliteit verder af. Het eten was overigens uitstekend. Ik had tandoori kip en Marjolijn had kip curry. En natuurlijk een biertje.
Na het eten dronken we ergens anders nog een flesje frisdrank om vervolgens terug te gaan naar het hotel voor een frisse douche en te gaan slapen.


Vrijdag 28 november 2003

De wekker ging om 8.00 uur en we begaven ons weer naar de Pumpernickel backery voor het ontbijt. Wederom een stevig en heerlijk ontbijt. Na het ontbijt liepen we in de richting van het Durbar Square. Onderweg kwamen we er echter achter dat in de Lonely Planet meerdere wandelroutes door Kathmandu stonden en we besloten wandelroute 3 te volgen. De route volgde langs tempels, tempels en nog eens tempels. We liepen langs de Kantipath, een drukke hoofdweg door Kathmandu en we staken de loopbrug diagonaal over een kruispunt over. Vanaf de loopbrug hadden we een mooi zicht op drie grote straten en al het verkeer. Het kruispunt lag in een zone waarin het verboden was te claxo- neren, maar daar hield niet iedereen zich aan. Dragers met enorme lasten op de rug staken de brug over naar de andere zijde van de weg.
We vervolgden de route langs de Shiva-tempel in de vijver en kwamen uiteindelijk uit op het Durbar Square. Talloze 'gidsen' boden hun diensten aan, terwijl onze aandacht uitging naar een koe die bij een tempel die offerandes aan het consumeren was en naar de gelovigen bij de tempels. We betaalden 200 rupees per persoon toegang tot het plein en werden door de kassier gewezen op de mogelijkheid van een ticket met de geldigheidsduur van meerdere dagen. We moesten ons dan met een pasfoto en het paspoort vervoegen bij het administratiekantoor op het Durbarplein.
Durbarplein was erg indrukwekkend en mooi. Veel tempels die overigens lang niet allemaal zo oud zijn. Een groot deel is vernield tijdens de aardbeving van 1934 en daarna herbouwd. Het houtsnijwerk is echter onverminderd schitterend. Op het Durbarplein staat ook het Kumari-huis, maar Kumari zelf liet zich niet zien. Vrijwel naast het Kumarihuis was het administratiekantoor, waar we binnen de kortste keren een toegangskaart met een geldigheid tot ons vertrek uit Nepal konden krijgen.
We dronken een flesje frisdrank op het dakterras van een café-tje. Vanaf het dak hadden we mooi zicht op het Durbarplein, het koninklijk paleis en de souveniermarkt beneden. De Swayambhunath-tempel op de heuvel in de verte was goed te zien.
We trokken voor de derde achtereenvolgende dag 40.000 rupees uit de muur en daarna kochten we een body warmer bij een winkeltje waar we gisteravond al hadden gekeken en waar de laagste prijs voor het kledingstuk werd gevraagd. We waren namelijk gewaarschuwd dat het erg koud kon zijn in Tibet. We brachten de bodywarmer, alsmede de luxe stofmaskers die we op aanraden van Green Hill (ook voor onze Tibet-tour) hadden gekocht naar de hotelkamer en daarna liepen we naar de taxistandplaats in de Trivedi Marg om stevig over de taxiprijs naar Baktapur te onderhandelen. De vraagprijs lag tussen de 750 en de 350 rupees, maar toen een gloednieuwe Suzuki Alto kwam voorrijden en 'slechts' 250 rupees (de juiste prijs) vroeg, had hij direct een ritje te pakken en lieten we alle sukkels achter op de taxistandplaats. Onderweg naar Baktapur passeerden we twee gebotste voertuigen. Een pick up truckje was tegen een vrachtwagen gebotst en dat zag er voor de pick up niet goed uit.
We werden letterlijk voor de poort in Baktapur afgezet en we kochten ons extreem dure toegangsbewijs. De toegang bedraagt 750 rupees, wat neerkomt op 10 dollar per persoon. Vervolgens liepen we door de poort, waar al snel weer een gids zich aan ons presenteerde. Ook hij leidde ons ruim een uur rond voor 100 rupees en nam ons ook mee naar plaatsen en straatjes waar we anders niet zouden zijn gekomen.
Baktapur is erg leuk en levendig. Vele vrouwen deden op straat in teiltjes of bij één van de vele waterpompen de was. Kinderen -en er waren er behoorlijk veel- speelden met een oude fietsband en een stok, tolden met een tol en touwtje of sprongen touwtje. Vele oude mannetjes zaten op een muurtje op het Durbarplein en lieten zich zonder problemen fotograferen.
De bezienswaardigheden van Baktapur zijn natuurlijk de tempels op het Bakhor en de vele ambachtswinkeltjes. In Baktapur staat (evenals in Patan) een tempel met vijf daken. De gids gaf aan dat het de hoogste tempel in Nepal was. Dat zullen we even nagaan als we weer thuis zijn.
Het weer zat mee, dus we konden de tempels fotograferen met een blauwe hemel op de achtergrond.
Met de taxi weer terug. We reden langs een brandweerkazerne, maar de chauffeur wilde er niet stoppen voor een foto. Op weg naar Kathmandu kwamen we in de file terecht; een drukte (en smog) van belang. We moesten weer langs de gebotste auto's waar het verkeer nu door een agent werd geregeld. Even later was er weer wat oponthoud toen een defecte truck op de rijbaan stond.
Terug in Thamel rond 18.00 uur, schreven we een e-mail naar huis en haalden we onze paspoorten weer op bij Green Hill en daarna dronken we samen met Chantal, een Zwitserse die ook mee gaat naar Tibet, een biertje bij het New Orleance jazzcafé.
We aten pizza bij 'La Dolce Vita', maar in tegenstelling tot wat de Lonely planet zegt, was de pizza niet zo goed. Na het eten liepen we terug naar het hotel on de rugzak te pakken, te douchen en te gaan slapen (21.30 uur).


Zaterdag 29 november 2003 tot en met zaterdag 6 december 2003

Acht dagen verblijven we in Tibet. Lees verder op de Tibet pagina.


Zondag 7 december 2003

Kathmandu 7.00 am. Het is lawaaierig in het hotel en het is al licht buiten. Acht dagen is dit wel anders geweest. Toen was het rustig en donker tot 8.30 uur. We ontbeten in de Pumpernickel backery. Weer een goddelijk ontbijt, bestaande uit een knapperige sandwich met yakboterkaas (meer een broodje gezond met onder andere sla, tomaat, komkommer), een chocolade-croissant, vers geperste mandarijnensap en een heerlijke kop goede koffie.
Na het ontbijt liepen we richting Durbar Square, want in de buurt daarvan zijn veel fotowinkels en de zoomlens had raar gedaan in Tibet. Waarschijnlijk door de kou. Onderweg passeerden we horlogebandjesverkopers op straat en aangezien we beide toe waren aan nieuwe, zochten we enkele bandjes uit. In vergelijking tot Nederland zijn de bandjes zo goed als gratis. Het laatste horlogebandje dat ik in Nederland had gekocht was ongeveer € 12,-. Hier kostte hetzelfde soort bandje (ook leder of is het tegenwoordig ook mogelijk om leergeur te immiteren) 165 rupees, dan neerkomt op € 2,- Ik kocht daarom maar meteen twee bandjes.
We volgden de 'Walking tour 3' zoals die in de Lonely Planet stond. We moesten daarvoor twee keer het Durbar Square oversteken en we waren blijj dat we een multiple entry ticket voor het Durbar Square hadden geregeld de vorige keer.
We liepen terug naar het hotel voor een toilet break en daarna liepen we naar het KEEP-kantoor. KEEP staat voor het Kathmandu Environmental Educating Project. Deze onafhankelijke instelling voorziet in trekking informatie en we konden hier ook een registratieformulier voor de Nederlandse ambassade invullen. We waren er rond 13.00 uur en er bleek een diapresentatie te zijn over de Jomson-trek om 15.00 uur. We liepen naar het kantoor van de Green line bus en we reserveerden twee plaatsen voor de bus naar Pokhara. De tickets zagen eruit als vliegtickets, inclusief de doordrukken.
Marjolijn ging terug naar het hotel en ik liep naar het Martinair-kantoor, maar dat bleek gesloten te zijn.
Om 15.00 uur startte de diavoorstelling (100 rupees per persoon inclusief een kopje thee). Een westerse (oudere) dame die al een tiental jaren in Nepal woonde verzorgde het commentaar. Hoewel af en toe een beetje langdradig, met name als er weer eens bekenden van haar op de dia stonden, was het een interessant verhaal. Na twee uur was de diavoorstelling ten einde en was het buiten al weer aan het schemeren. We gingen even internetten en we bekeken de op cd gebrandde foto's.
Na het internetten aten we bij het Ying Yang-restaurant. Een sfeervol restaurant met keurige bediening en fantastisch eten. Een tikkeltje prijziger dan andere restaurants, maar probeer in Nederland maar eens bij een Thais restaurant voor € 13,- met z'n tweeen te eten.


Maandag 8 december 2003

Vanochtend stonden we om 6.00 uur op en nadat de tassen waren gepakt, liepen we naar het kantoor van Green line. Onderweg kochten we bij een bakkertje enkele broodjes. Om 7.30 uur vertok de bus. We reden via de ring om Kathmandu en even buiten Kathmandu was de eerste grote politie check point. Een lange lint bussen en vrachtwagens vormde de file voor het check point. Aan de rest van de rit leek maar geen einde te komen. Onderweg werd getopt bij een klein 'wegrestaurantje' waar we wat frisdrank dronken. De volgende stop was bij het 'Riverside spring resort', waar we een uitstekende lunch aangeboden kregen. De lunch was bij de prijs inbegrepen. Na een korte lunchstop reden we verder er rond 15.00 uur kwamen we aan op het 'busstation' in Pokhara. De weg was erg bochtig en op vele plaatsen in embarmelijke toestand. Veel landslides, waar het asfalt was weggespoeld en de weg bestond uit puin. Het verkeer is ronduit chaotisch. Stelregel één in het Nepalese verkeer lijkt wel te zijn 'gun de ander geen centimeter ruimte' Dit uitte zich in enorme oponthouden en veel getoeter. Als men een beetje meer rekening met elkaar zou houden, zou het verkeer veel beter doorstromen. Er stonden veel defecte voertuigen op de weg, wat een hoop uitwijken en oponhoud betekende. Geen wonder dat vele van de oeroude trucks defect raken als je ziet wat voor zware last ermee wordt vervoerd.
Het busstation in Pokhara bestond uit niets meer dan een groot grasveld met daarop een grote groep taxichauffeurs. De chauffeurs beletten je om uit te stappen en allemaal schreeuwden ze om het hardst om een ritje te veroveren. Natuurlijk trok de hardst schreeuwende chauffeur onze aandacht, maar hij wilde ons meenemen in de oudste taxi die op het veld stond. We liepen naar de nieuwste taxi en laadden onze rugzakken in de achterbak. We gaven aan naar het hotel "Nirvana" te willen en we werden daar zowaar ook afgezet. De kamer in hotel Nirvana was ruim en schoon en we besloten er te blijven voor 700 rupees per nacht. Toen we ons gingen inschrijven, bleek de eigenaar ook een geauthoriseerde reisagent te zijn en hij gaf aan voor ons de vliegtickets naar Jomson en een gids/drager te kunnen regelen. Binnen een paar minuten was dat geregeld. We regelden de gids via het hotel. Dit had als voordeel dat we altijd achteraf konden reclameren indien we niet tevreden waren. We hoefden de gids ook slechts vie van de acht dagen vooruit te betalen. We waren wel een beetje verbaasd over het verschil in prijs voor een vliegticket voor ons en een vliegticket voor de gids. Wij moesten USD 61 per persoon betalen en voor de gids betaalden we slechts USD 15.
Na het inschrijven en het regelen van de vliegtickets en de drager, liepen we langs de lakeside en dronken we een biertje in de aangename tuin van 'Bistro Caroline'. Eén tafeltje verder zat een ander stelletje en we raakten met elkaar aan de praat. We zaten zo van ongeveer 16.00 uur tot 19.00 uur in de tuin en daarna liepen we naar het 'Hungry Eyes'-restaurant. Iedere avond is hier live muziek en dans en dat was best leuk. De steaks waren bloedheet en werden geserveerd op een gietijzeren schaal (bord). Het eten kookte zeker nog een minuut na, ons verhullend in een enorme stoomwolk. Het eten was goed.
Na het eten liepen we (rond 20.30 uur) terug naar de kamer om te douchen en te gaan slapen.

 

Dinsdag 9 november 2003

Vandaag dezen we het rustig aan. We ontbeten in de tuin van de Pumpernickel backery met uitzicht op het meer. de kwaliteit van het ontbijt van deze Pumpernickel backery haalde het in de verste verte niet van z'n collega in Kathmandu en was gewoon ronduit teleurstellend.
De rest van de dag slenterden we wat rond in de Lakeside. We regelden de travel permit voor het Annapurna gebergte bij het ACAP (2.000 rupees per persoon) en checkten onze email tegen een tarief dat zes keer zo hoog lag als in Kathmandu (en dat bij een even trage verbinding). We bevestigden onze vlucht en onze drager in het hotel. De ons toegekende drager heet Kamal en is 48 jaar oud. Hij zou om 17.00 uur bij het hotel zijn en we konden hem dan ontmoeten. Volgens het hotel sprak hij niet al te veel Engels, maar was het een heel vriendelijke man en was hij erg informatief.
's-middags herschikten we de rugzakken. We mochten slechts één rugzak van ongeveer 15 kilo meenemen en dus moesten we één rugzak achterlaten. Rond 17.00 uur ontmoetten we Kamal en het bleek inderdaad een hele rustige, maar sympatieke man te zijn. Met z'n beheersing van de Engelse taal leek het erg mee te vallen.
We aten bij het "Once upon a time"-restaurant. Hoewell het oudste restaurany in de Lakeside was het zeker niet het beste restaurant. Niet aanbevelenswaardig.

 

Woensdag 10 december 2003

We stonden vandaag verdomd vroeg op; om 5.30 uur ging de wekker en om 6.00 uur stond de taxi al voor het hotel. De regen van gistermiddag had ervoor gezorgd dat het nu helder was. Toen we langs het meer reden zagen we de damp opstijgen uit het meer. Verder was het uitermate stil op straat op dit vroege uur. De taxichauffeur had nu al een slechte dag. Hij was behoorlijk chagarijnig.
Na 10 minuten rijden staan we op de luchthaven van Pokhara, waar we direct kunnen inchecken. Enkele minuten daarna wordt onze handbagage visueel gecontroleerd. Daarvoor moeten we in een klein hokje dat bestaat uit een, met gordijnen, afgesloten ruimte. De beambte groet me uiterst vriendelijk en vraagt op een even vriendelijke toon of hij even in de rugzak mag kijken. Aangezien daar geen bijzondere dingen inzitten (geen batterijen, lucifers of aanstekers), mag ik verder lopen.

Klik op foto voor vergroting

Precies op tijd, om 7.00 uur vertrekt het twee motorige toestel van Cosmic Air. Het is een klein vliegtuig, een 19-zitter. Alleen de laatste rij bestaat uit drie stoelen. Er zijn twee rijen van één stoel breed. De vleugels bevonden zich boven ons, dus we hadden goed zicht. De twintig minuten durende vlucht verliep vlekkeloos. Het was even raar om op een besneeuwde top af te vliegen en op het juiste moment naar rechts te draaien en door het dal naar Jomson te vliegen.
Het vliegveld van Jomson stelde zomogelijk nog minder voor dan het vliegveld van Pokhara. Binnen de kortste keren was onze rugzak gearriveerd en konden we op pad. Maar niet voordat we van de eerste bergzichten
hadden genoten. Bij het verlaten van het vliegveld hadden we gelukkig geen last van alle dragers die daar stonden, omdat wij al een drager hadden.
We ontbeten in een restaurantje in de hoofdstraat en na het ontbijt begonnen we aan onze achtdaagse trektocht. Maar voordat we daadwerkelijk op pad konden, moesten we ons eerst laten registreren bij het kantoor van ACAP en op het politiebureau. En na 5 minuten wandelen wilden enkele militaien bij een militair check point ook nog de papieren van Kamal zien. Daarna konden we daadwerkelijk beginnen aan de drie uur durende wandeltocht naar Kagbeni. We liepen door een enorm brede rivierbedding. Het pad was vlak, maar het wandelen over de losliggende keien was minder aangenaam. Tegen een uur of half elf begon het te waaien. Gelukkig hadden we de wind in de rug en hoefden we nog maar een klein stukje. De wind is niet een aangenaam briesje, maar een stevige wind. In de loop van de dag zaou die wind alleen nog maar in kracht toenemen.

Klik op foto voor vergroting

Rond 12.00 uur kwamen we aan in Kagbeni en checkten we in bij het "New Asia Trekker's home". De kamer was behoorlijk basic en bestond slechts uit twee bedden met daartussen in een tafeltje. Er was een groot restaurant op de eerste etage, waar je heerlijk in het zonnetje kon zitten, met uitzicht over de rivierbedding en de Nilgiri bergen. Samen met Kamal verkenden we het dorpje, iets dat ons gedurende 45 minuten bezig hield. Het klooster dat sinds kort is opengesteld voor publiek, bezochten we niet. Wel keken we vanaf de rand van Kagbeni naar Upper Mustang. Zonder een toegangsprijs te betalen van 70 USD per dag is het verboden om je daar te begeven. De rest van de middag brachten we door in het restaurant van het hotel in het zonnetje. We lazen onze boeken en dronken wat thee.

Klik op foto voor vergroting

's-Avonds was het gezellig in het restaurant beneden. Het eten was zeer redelijk en samen met enkele andere toeristen was het best gezellig. We zaten met drie Engelsen (twee jongens en één meisje) en één Nederlands meisje aan tafel én natuurlijk met de gidsen/dragers die ook gezellig aanschuiven. Het Nederlandse meisje, Renske, was op de terugweg van haar 'Round the Annapurna trekking'. Ze was gisteren de hoogste en had het erg mooi, maar ook erg zwaar gehad.
In het restaurant was het niet warm, maar onder onze tafel was het wel warm. We zaten aan een enorme grote vierkante tafel (drie personen aan één zijde). Over de tafel was een zwaar kleed gedrappeerd en onder tafel stond een pot met hete kolen. De beentjes waren dus lekker warm. Toch wist de warmte er niet voor te zorgen dat het een latertje werd. Rond 20.30 uur gingen we naar de kamer en niet veel later lagen we in onze lekkere warme slaapzakken.

Vrijdag 12 december 2003

Rond half zeven werden we wakker, maar we konden tot 7.00 uur blijven liggen. We stonden op en pakten de rugzakken en daarna ontbeten we beneden in het restaurant. We rekenden voor alles af (alles wordt op rekening gezet) en om ongeveer 8.15 uur begonnen we aan de klim naar Muktinath. In 4 uur tijd (inclusief de nodige (thee-)pauzes) zouden we exact 1000 meter hoogteverschil overbruggen.
Rond 12.30 uur kwamen we aan in Muktinath, waar we incheckten in het eenvoudige Royal Mustang Hotel. Weder- om weer erg basic, maar oké. Na de lunch vertrokken we rond 14.30 uur naar het klooster c.q. tempelcomplex van Muktinath. Wederom zo'n half uurtje bergopwaarts. De tempel vonden we beide erg tegenvallen. In de voorjaar en zomer zou het hier prachtig zijn vanwege alle bomen die hier groeien. Het moet dan een oase van groen zijn in de kale omgeving. Het buddhistische kloostergedeelte viel tegen, maar we zijn dan ook wel behoorlijk verwend in Tibet. Een vergelijking die misschien niet getrokken mag worden. Er was een kleine Tibetaanse groep mensen aanwezig.
De 'eeuwige vlam' was meer een eeuwig vlammetje (de vlam van een aansteker is even groot). Leuk waren de 108 fontijntjes in de muur. Kamal liep ze alle af en van ieder fontijntje sproeide hij wat water over het hoofd, dat hem een hoofd met natte haren opleverde in deze koude.

Klik op foto voor vergroting

Terug in het restaurant van het hotel was het heerlijk warm. De zon had de hele tijd door het raam geschenen en had z'n werk goed gedaan. Maar toen de zon achter de bergen verdween, was het ook gedaan met de aangename temperatuur. Zowel buiten als in het hotel. Maar al snel kwamen de hete kolen weer voor onder de tafel en werd het weer wat aangenamer. We aten in het restaurant en de macaroni was uit-ste-kend! We zaten aan tafel met de drie Engelsen en we hadden een gezellige avond.


Vrijdag 12 december 2003

Om 7.00 uur stonden we op en om 7.45 uur vertrokken we met een lege maag. De eerste drie uur wandelen waren bergafwaarts. Na een uurtje wandelen, stopten we voor ontbijt. De eerste zonnestralen waren net over de bergen heengekomen en we konden heerlijk op het terrasje in het zonnetje genieten van een pannenkoek en toast met ommelet. Na het ontbijt was het nog twee uurtjes wandelen totaan het oude dorp Kagbeni, waar we wat frisdrank dronken op een terrasje. Daarna staken we de rivier over. Een enorme lange hangbrug hing boven een iel stroompje, dat in het voorjaar en in de moessontijd ongetwijfeld een kolkende rivier is.
Eenmaal in het dal stak rond 10.30 uur de wind op. Gelukkig was het erg rustig in het dal, want anders zouden we behoorlijk last hebben gehad van rondvliegende stofdeeltjes. We kwamen in Jomson aan rond 13.45 uur en we lunchten in een restaurantje. De beentjes waren al behoorlijk vermoeid, maar we moesten nog zo'n 1 1/4 uur verder lopen tot aan Marpha. Het zicht op de pieken van de Nilgiri was schitterend. We liepen tussen Jom- son en Marpha grotendeels over een 'weg', maar kleine stukken waren toch ook weer door de rivierbedding, waar de rivier soms moest worden overgestoken. Er lagen dan twee boomstammen langs elkaar die de brug vormde. Het water stroomde snel, maar de riviertjes waren erg ondiep. Geen probleem dus.

Klik op foto voor vergroting

In Marpha checkten we in bij het Paradise Guest House en we vierden de overwinning met een biertje. Daarna namen we een korte, warme douche (het water werd verwarm door middel van een electrische boiler) en daarna aten we in het restaurant.


Zaterdag 13 december 2003

's-Ochtends voor het ontbijt, maar na een kopje thee, bezochten we het klooster van Marpha. Het was een klein klooster waar alles gesloten leek, totdat Kamal een monnik aansprak en de deur tot het klooster voor ons werd geopend. Het kleine klooster zag er Tibetaans uit. De wanden waren voorzien van Buddhatekeningen, er stond een aantal buddha's en er waren de 108 gebedsboeken. Klein, maar fijn. Na een donatie liepen we verder door Marpha, dat één straat lang is en daarna namen we ron 8.45 uur de spullen weer op de rug en liepen we naar Tukuche. De weg voer twee uur lang door de rivierbedding. Ezelkaravanen met zware lasten passeerden ons op weg naar boven, terwijl wij genoten van het uitzicht. De besneeuwde toppen van de Tukuche Peak voor ons en het brede rivierdal met de toppen van de Nilgiri achter ons. Na de rivierbedding leidde het pad door een bos. We moesten een heuvel over en we liepen heel hoog boven de rivier; die stroomde soms wel honderden meters onder ons.
In Tukuche is een Dutch Backery, welke wordt gerund door een Nederlandse jongen die met een Nepalese vrouw is getrouwd. Hier ontbeten we. Het ontbijt bleef echter beperkt tot een stuk appeltaart en warme chocolademelk. Het was echter zo lekker, dat we nog een ronde bestelden. De Nederlandse eigenaar kwam een praatje met ons maken en was verbaasd over het geringe aantal Nederlanders dat hij dat jaar had gezien. In tegenstelling tot andere jaren lieten de Nederlanders het dit jaar afweten.
Na het ontbijt in Tukuche, was het nog een forse wandeling naar Ghasa. Daar verbleven we in het National Guest House, waar een hete douche zou zijn. Echter als bij vrijwel alle guest houses en hotels langs de route, die allemaal 24 uur heet water beloven, was ook hier geen heet water.
We dineerden samen met een ander Nederlands stel, dat op weg naar Jomson was. We waren met z'n vieren in het hotel.
Na het eten gingen we naar bed (20.30 uur).


Zaterdag 14 december 2003

Na het ontbijt, dat uit toast en ommelet en een appelpannenkoek bestond, verlieten we Ghasa rond kwart over acht. De route was vreselijk om te lopen. Het was heuvel op en weer heuvel af en dat over vreselijke kei/rotspaden. We moesten veelvuldig aan de kant voor ezelkara- vanen. We passeerden een checkpost van de politie en staken daarna een 145 meter lange hangbrug over, hoog boven een kolkende rivier.
's-nachts was ons opgevallen dat er veel wind stond en vandaag hadden we de wind in de rug, maar op de hangbrug was het minder prettig. Daar hadden we last van sterke zijwind. Gelukkig zien de hangbruggen er goed verzorgd en stevig uit.
De lunchpauze in het Kabin Guest House in Dana was een teleurstelling. In eerste instantie hadden we appeltaart besteld, maar die was niet voorradig. De Chocoladetaart hadden ze wel. Toen we echter na ruim een half uur maar eens gingen informeren waar de taart bleef, bleek dat die op hetzelfde moment in de oven stond. De taart werd vers gebakken. De snelle lunch waar we een beetje op hadden gehoopt ging niet door en we moesten ruim vijf kwartier wachten op onze taart. Die smaakte helemaal niet zo goed als we hadden gehoopt. De taart zou eigenlijk eerst moeten afkoelen, maar werd heet geserveerd. Geen succes.
Na Dana was het nog anderhalf uur lopen naar Tatopani. Wederom soms met wat geklauter en vaak over een pad hoog boven de rivier. Het watervalletje onderweg en het zicht op de bergen was fantastisch.
Om ongeveer half drie kwamen we aan in Tatopani. We checkten in bij het Daulagiri Guest House, dat een erg leuke tuin heeft met allemaak citrusbomen. We pakten snel de zwemkleding en liepen samen met Kamal naar de hotspring. Voordat we plaats mochten nemen in het water moesten we ons even douchen onder warm water dat via twee pijpen uit de hotspring liep. Heerlijk warm water. Heerlijk om weer eer\ns te douchen.
Twee uur lang zaten we in het heerlijke warme water van de hotspring denkend aan het feit dat het wel een beetje raar is om half december op ruim 1000 meter hoogte in de schaduw in je zwembroek te zitten en te genieten van warm water en het zicht op de besneeuwde top van de Nilgiri! Dit is vakantie!


Maandag 15 december 2003


Het avondeten gisteravond was erg goed en na het eten, als dessert, namen we een heerlijk stuk appelgebak en verse jus d'orange gemaakt van sinaasappels uit de hoteltuin.
Vanochtend stonden we vroeg op. Om 6.00 uur ging de wekker en om 6.45 uur zaten we aan het ontbijt. Om 7.15 uur begonnen we aan de trektocht van vandaag. Het zou een behoorlijk zware dag worden, was ons door Kamal beloofd; 1.600 meter klimmen. We verlieten Tatopani en al snel passeerden we een hangbrug en kruisten we de rivier. Daarna begon het klimmen. Eerst over een bergkammetje (achteraf kunnen we spreken van een berg'kammetje'). Eenmaal over de top kwamen we in een schitterende, groene vallei. Groene terrassen, sinaasappelbomen (met rijpe sinaasappels erin) en goud-gele mosterdvelden.
We liepen uren door deze vallei om aan het einde van de vallei weer over een bergkam te lopen. De tocht was schitterend, maar vreselijk uitputtend. Met name de laatste anderhalf uur voor Ghorepani. Stap voor stap omhoog en zeker om de 500 meter rusten. Rond 15.30 uur kwamen we aan ij Ghorepani en we checkten in bij het Shikhar Lodge. We hadden een zeer eenvoudige kamer (net als alle andere overnachtingsplaatsen), maar in de badkamer was warm water. Sterker nog, er was heet water en de douche was heerlijk. Na het douchen namen we plaats in het heerlijk verwarmde restaurant. In het midden van het restaurant stond een oud olievat, waarin een vuurtje verd gestookt. Het rookgas werd door een pijp naar buiten afgevoerd. Ook zagen we twee andere pijpjes uit het olievat steken en al snel hadden we door waar het hete water uit de douche vandaan kwam. Het eerste hotel met echt verwarmd water, anders dan via de zon.
Na het avondeten, zaten we nog een poosje met een ander (Engels) stel om de warmtebron om vervolgens rond 20.30 uur naar bed te gaan. Morgen moeten we vroeg op om de zonsopgang boven de Himalaya te gaan bekijken.


Dinsdag 16 december 2003


Vanochtend ging om 5.00 uur de wekker. We trokken snel de kleding aan en dronken een kop thee. Gewapend met een zaklamp begonnen we in het donker aan een vijf-en-veertig minuten durende klim naar Poon Hill. Het lichaam had wat moeite met de zware inspanning, zo vanuit slaapstand. Eenmaal aangekomen op de top was het wachten op de zonsopkomst. We dronken ondertussen nog een kop warme chocomel dat we bij een (heel slim) verkooppunt op de top van Poon Hill kochten. Daarna probeerden we het statief in de juiste positie te plaatsen. Helaas was de zonsopkomst niet zo spectaculair, als gevolg van de lichte bewolking. Toch was het uitzicht de inspanning wel waard geweest. We zijn geen maoisten tegengekomen. Die schijnen hier nog wel eens rond te hangen en 'donaties' van toeristen te innen. Het toeristenseizoen loopt echter op het einde en het was voor de Maoisten waarschijnlijk niet lonend meer om zo vroeg op te staan.
Nadat we dezelfde weg terug waren gelopen (in het daglicht leek de route twee keer zo lang als in het donker), ontbeten we in het hotel. We namen een kaasomelet en een honingpannenkoek en warme chocolademelk. Na het ontbijt wenste de vriendelijke eigenaar, die een hazenlip had en nauwelijks verstaanbaar was, ons een goede tocht en gingen we weer op pad. Vandaag zouden we ongeveer 5 uur nodig hebben om dezelfde 1.600 meter die we gisteren bergopwaarts moesten, weer af te dalen aan de andere kant van de berg. Dit was een echte aanslag op de bovenbeentjes en de knietjes. Het eerste stuk ging door bosachtig gebied, waarbij het pad down hill was. De tweede helft was alleen maar dalen door echte traptreden af te gaan. We daalden van een hoogte van 3.193 meter tot 1.540 meter en we eindigden de trip in het plaatsje Tirkhedunga. Eenmaal beneden in het Laxmi Guest House, waren we de traptreden als weer snel vergeten. Het hotel was wederom erg eenvoudig. De wanden tussen de kamers bestonden uit hard board. Gelukkig waren we weer één van de weinigen in het hotel. Je moet er niet aan denken dat je hier moet overnachten in het hoogseizoen. Door de dunne wandjes zou je de buurman van vier kamers verder nog kunnen horen snurken. Oordopjes mee, dus!
Remco had nog wat energie over en ging de was doen bij één van de dorpspompjes, terwijl Marjolijn genoot van een heerlijk zonnetje op het terras.
's-avonds mochten we in de 'woonkamer' van de eigenaars van het guest house eten en tv kijken, terwijl de overige gasten in het restaurantgedeelte zaten. Dat was niet verwarmd en behoorlijk fris. Het 'woongedeelte' was ook niet verwarmd, maar grensde aan de keuken, waar het altijd warmer is dan buiten. In het 'woongedeelte' stond één bed, één tafel met een tweetal plastic stoeltjes en één vitrinekast. Daarnaast was er een klein altaartje, waar de dochter des huizes een ritueeltje uitvoerde. Ze sprenkelde enkele druppeltjes water over de kleine Shiva-beeldjes en riep met een belletje de goden aan. Leuk om dat te volgen.


Woensdag 17 december 2003

Er was gistermiddag sprake van een verkeerde verwachting ten aanzien van de wasgoed. We hadden verwacht dat de zon nog enkele uren op de wasgoed zou schijnen en zodoende de was zou drogen, maar binnen de kortste keren verdween de zon achter de berghelling en bleef onze was een beetje vochtig.
We stonden vanochtend om 7.00 uur op. We waren rond 5.00 uur even wakker, toen we waren gewekt door een ezelkaravaan die voorbijtrok met een hoop gerinkel van de belletjes om de nekken van de ezels. Daarna sliepen we dus verder tot 7.00 uur. Om 8.15 uur startten we met de korte wandeling van drie uur tot aan Naya Pull. Dit zou voor ons het eindpunt van de trektocht zijn en er zou een taxi voor ons klaar staan in Naya Pull. Onderweg werd het echter duidelijk dat er 'problemen' waren. Er was die dag een staking, waardoor er in het geheel geen transport zou zijn; geen bussen, geen taxi's en zelfs geen ander verkeer. De staking zou een reactie zijn op de arrestatie van een aantal studenten in Pokhara door de politie.

Klik op foto voor vergroting

De wandeling naar Naya Pull was eenvoudig, maar vanwege de zware beentjes als gevolg van de afdaling van gisteren was de wandeling toch wel een beetje vermoeiend. Naya Pull is een erg slecht einde (of begin) van de trekking. Het stadje is erg smerig. Overal ligt afval op straat en dat is toch wel een beetje zonde. We eindigden de trip bij de geasfalteerde weg in Naya Pull en daar was het inderdaad heel erg stil met verkeer. Er reed inderdaad helemaal niets. We moesten een beslissing nemen wat te doen. Aangezien de informatievoorziening over de staking erg onduidelijk en onvolledig was (de ene Nepalees die we spraken gaf aan dat de staking maar één dag zou duren en de andere persoon had het over een meerdaagse staking) besloten we maar richting
Pokhara te lopen. Als we dat zouden doen, zouden we in ieder geval de volgende dag in Pokhara zijn. Het alternatief was om te overnachten in het niet-aantrekkelijke Naya Pull en wellicht meerdere dagen daar te verblijven.
We gingen dus op weg in de richting van Pokhara. Onderweg bleek er toch iets te rijden; twee bussen en één personenauto reden ons tegemoet en gingen voor ons dus de verkeerde kant op. Het enige voertuig dat in de richting van Pokhara reed, was een ambulance. We hadden de hele weg (die is overigens niet veel meer dan anderhalve auto breed) voor ons alleen, maar we moesten die dag nog wel zo'n vijf uur extra lopen. We liepen door de landerijen, sneden haarspeldbochten af en kwamen rond 15.30 uur, na 24 kilometer extra te hebben gelopen, aan in Naudanda. De wandeltocht was allesbehalve vervelend. Het uitzicht was schitterend en het ontbreken van verkeer gaf een beetje het gevoel of de trektocht nog niet ten einde was.


Donderdag 18 december 2003


Voordeel van de overnachting in Naudanda was dat we vanochtend konden genieten van een schitterende zonsopgang boven het Annapurna-massief. Rond 6.45 uur zagen we vanaf het dakterras van het hotel de eerste zonnestralen schijnen op de bergen. Gisteravond hadden we vanaf hetzelfde dakterras al zo genoten van de sterrenhemel. Er was zo weinig vals licht, dat we miljoenen sterren konden zien.
Na het ontbijt was het wachten op de bus. We hadden 's-ochtends al verkeer gehoord, wat zou betekenen dat de staking ten einde was. Echter, al het verkeer ging bergopwaarts en wij moesten juist bergafwaarts naar Pokhara. De schaarse bussen die bergafwaarts reden zaten propvol. We waren dan ook erg blij toen een bus

Klik op foto voor vergroting

in Naudanda zijn dienstregeling. We zaten dus in een vrijwel lege bus. Het was nog wel even wachten totdat de bus wat voller werd, voordat we vertrokken. De bus vertrok uiteindelijk rond een uur of negen en driekwartier later waren we in Pokhara. We werden in het centrum afgezet en we namen een taxi naar het Nirvana Hotel, waar we weer hartelijk werden begroet. We kregen dezelfde kamer en we konden even heerlijk douchen en de tassen weer reorganiseren.
Nadat we waren opgefrist, gingen we even onze e-mail checken. Er was een aantal berichten binnengekomen en het is altijd weer erg leuk om iets van het thuisfront te horen. Na het internetten dronken we een Fanta lemon in de tuin van Bistro Caroline en aten we een 'soep van de dag'. Evenals vorige week was het tomatensoep en het lijkt er sterk op dat de 'soep van de dag' de 'soep van alle dagen' is.
In Pokhara kwamen we Renske tegen, het meisje dat we tijdens de trektocht al meerdere keren waren tegengekomen. Zij zou verder reizen naar Chitwan National Park en had bij enkele reisbureau-tjes geinformeerd maar een all-inclusive 'package deal'. Ze had berekend dat een package deal niet veel duurder was dan wanneer je het zelf zou regelen en het zou een hoop geregel wegnemen (regelen van bustickets etc.).
Wij besloten ook maar eens naar een package deal te informeren en na drie reisbureau-tjes te hebben geconsulteerd, kwamen we erachter dat er nogal wat marge op de 'deals' zat. Opvallend was dat alle drie de bureau-tjes met hetzelfde 'resort' aan kwamen zetten, namelijk het Jungle Safari Park' en het ene bureautje had nog een betere 'very good price for you, sir!' dan het andere. Uiteindelijk boekten we een twee nachten/drie dagen-tour voor USD 60 per persoon (hoogst gevraagde prijs was 75 USD per persoon). Bij de deal was inbegrepen het transport van Pokhara naar Chitwan National Park en vervolgens verder naar Kathmandu, twee overnachtingen op basis van volpension (ontbijt, lunch en diner), een jungle safari (wandeltocht door de jungle en een kanotocht), een rit op een olifant door het park, een ossenkar-tocht langs enkele dorpjes en een dansvoorstelling.
Aan het eind van de middag liepen we het winkeltje met trekkingspullen van de zus van Kamal binnen. Het winkeltje heet Ghore Pani Trekking Shop en bevindt zich tgenover het Hard Rock café in de Lakeside. Marjolijn werd door de zus van Kamal gevraagd of ze een trekking ging maken en toen Marjolijn aangaf net terug te zijn gekeerd van een trekking samen met Kamal, reageerde de vrouw verbaasd en enthousiast met 'oh, that is my brother!' Prompt liep Kamal binnen. We kregen thee aangeboden en we keken vervolgens nog even rond. Uiteindelijk kochten we twee binnenslaapzakken van fleece voor 450 rupees per stuk.
's-Avonds aten we bij het Gurka restaurant. Het restaurant zag er verzorgd uit en het eten was uit-ste-kend! Vooraf kregen we verse kroe- poek en toen we afrekenden kregen we 10% korting. Er is nauwelijks klandizie. Op straat zijn nauwelijks toeristen aanwezig en winkeltjes sluiten 's-avond voortijdig de luiken. Er zijn ook zoveel winkeltjes met hetzelfde aanbod, dat de concurrentie wel moordend moet zijn.
Op de terugweg naar het hotel kochten we nog twee fleece truien bij een winkeltje waar we vorige week ook al hadden gekeken. Toen hadden we gezegd dat we een week later nog terug zouden komen en daar hielden we ons aan. Kamal had tijdens de trekking al gezegd dat 400 rupees voor een dubbelzijdige fleecetrui (ook binnenstebuiten te dragen) een goede prijs was en we slaagden erin om twee truien voor 800 rupees te bemachtigen (vraagprijs 550 rupees per stuk).
Vervolgens liepen we terug naar het hotel. We passeerden een aantal militairen die patrouilleerden door de straten. Beetje minder leuk.


Vrijdag 19 december 2003

Om 6.00 uur ging de wekker en om 6.50 uur zaten we in een taxi naar het busstation. De chauffeur was met het verkeerde been uit bed gestapt, want die was bijzonder chagarijnig. Hij maakte zichzelf tot de eerste onvriendelijke Nepalees tijdens onze vakantie. Gelukkig duurde het ritje naar het busstation slechts enkele minuten. Op het busstation stond een tiental oude bussen en één mooie nieuwe bus. Wij hadden natuurlijk niet de nieuwe bus, maar een oude stadsbus die ons nu naar Chitwan zou brengen.
De bagage ging op het dak, terwijl wij bij andere toeristen checkten of zij ook naar Chitwan gingen. Dat bleek zo te zijn. De busrit was een ramp. Onderweg was het bijzonder mistig; voor de chauffeur reden om extra gas te geven. Doordat het mistig was en de zon er dus niet doorheen kwam, was het behoorlijk fris in de bus. Daar-naast zaten we bij de deur en had de bijrijder nogal eens de nijging om uit de deur te hangen. We verzochten hem vriendelijk de deur zoveel mogelijk dicht te houden.
Bij Mugling sloegen we af naar het zuiden. De eerste tig-kilometer van deze weg was in zeer slechte conditie. Erg veel landslides en erg stoffig. Zagen we de eerste helft van de rit vrijwel niets vanwege de mist, nu zagen we

Klik op foto voor vergroting

weinig vanwege de stof.
Bij de afslag naar Sauhara (Chitwan) werden we overvallen door 'hotellokkers'. De vele jongens kropen op en in de bus en reden het laatste stukje totaan het busstation mee. Daar stonden er nog meer, veelal met de folder van het hotel in de hand. Zodoende herkenden we de jongen die ons naar ons hotel zou brengen. De bagage werd van het dak gehaald en in de gereedstaande jeep gelegd en als één van de eersten waren we weg van het busstation.
Het Jungle Safari Park zag er goed uit. Een aantal geschakelde bungalowtjes stond in een halfronde cirkel in een keurig onderhouden tuin. Het was er erg rustig. Van de ongeveer 16 huisjes waren er vijf verhuurd aan vier buitenlandse en één Nepalese gast.
's-Middags stond een ossenkartocht op het programma. Langzaam tsjokten we naar een Tharo dorp waar een klein museum was (één kamer groot) met lokale gebruiksartikelen, zoals muziekinstrumenten en kookgerei. Daarna liepen we door het één straat tellende dorp. De hutjes bestonden uit rieten matten met daartegenaan gedrappeerd de bruine klei. De daken zijn ook van riet. De gids vertelde dat de bewoners ééns per jaar riet mochten oogsten in het Nationaal Park voor een bescheiden bijdrage en dat de huizen ééns per jaar werden 'vervangen'.
Met de ossenkar reden we dezelfde route terug en we stopten bij de 'Elephant stables'. We liepen langs een aantal olifanten die met de voorpoten aan een enorme dikke stam vastgebonden stonden. We liepen door de 'jungle' langs de rivier naar het informatiecentrum. Hier waren enkele foto's met bijschrift te zien van het wild dat in het park voorkomt. Verder was het niet echt opwindend.
We dronken een flesje frisdrank op een terrasje langs de rivier en we genoten van de schitterende kleuren die de zonsondergang creerde.
's-Avonds zou een culturele show op het programma staan, maar die schoven we vooruit naar de volgende dag.
Het avondeten bestond uit Dal Bath en was zeer redelijk te eten. Na het eten zaten we nog een klein uurtje om het houtvuur dat in de tuin van het hotel was aangestoken. Onder het genot van een biertje spraken we met de Nepalese gast in het hotel. Hij bleek een acteur te zijn die in Chitwan was voor filmopnames. Grappig.


Zaterdag 20 december 2003

Weer om 6.00 uur opgestaan. Is dit nu vakantie?
Om 6.30 uur ontbeten we. Het ontbijt bestond uit porridge (brinta pap) en ommelet met toast. Om 7.15 uur zaten we bovenop een olifant. We waggelden door de jungle en het enige wild dat we zagen waren twee herten, vele pauwen en één wegrennende neushoorn. Na drie onconfortabele uren konden we weer afstan\ppen van de olifant. De trip was wel heel leuk, maar niet comfortabel. De mist van vanochtend was geheel opgetrokken en de hemel was nu stralend blauw en de temperatuur erg aangenaam.
Om 11.00 uur werd een viertal olifanten gewassen in de rivier. We sloegen het tafereel gade vanuit een stoel op het terrasje langs de rivier. Het was leuk om te zien. Toeristen mochten ook het water in en op de rug van de olifanten gaan zitten of staan.
Om 12.00 uur lunchten we en om 13.00 uur stapten we in de kano. We zouden ongeveer drie kwartier stroomafwaarts kanoen en vervolgens door de jungle teruglopen naar het dorp. Tijdens de kanotocht zagen we vele mensen de kleding wassen in de rivier. Vele kinderen waren in de rivier aan het spelen en we zagen mensen de rivier doorwaden met sprokkelhout uit de jungle op hun hoofden. Twee krokodillen lagen te genieten van het zonnetje.
We stapten uit ter hoogte van het Elephant Breeding Center en we begonnen aan onze jungle wandeltocht. We werden vergezeld door twee gidsen, die goed in de gaten hielden of er geen neushoorns in de buurt waren. We wandelden afwisseleld door het meters hoge gras (het gras is zo'n drie à vier meter hoog) en dan weer door het bos. Het bos zou net zo goed een bos in Nederland kunnen zijn. Niet dicht begroeid en een kapmes is absoluut overbodig. We liepen over keurige paden en we waren zeker geen pioniers.
De spanning werd maximaal opgevoerd toen we over een keurig bospad liepen langs het metershoge gras. Er was geritsel te horen en één van de gidsen klom in een boom. Hij zag duidelijk het gras bewegen en het gevaarte kwam in de richting van het bospad waarop wij liepen. De gids was ervan overtuigd dat het om een neushoorn ging. We moesten ons zo klein mogelijk maken door op onze hurken te gaan zitten. We hadden de camera paraat toen het gras langs het bospad week voor het grote gevaarte. Het bleek echter geen neushoorn te zijn, maar een tamme olifant.
We volgden het pad en we kwamen uiteindelijk uit bij de rivier. Onderweg zagen we nog tijgersporen en sporen van territoriumafbakening van de tijger. De rivier staken we over in een kano en we genoten van de zonsondergang. We stonden nu aan de andere kant van de rivier en we hadden een schitterend zicht op de bergen. Eenmaal aan de andere kant van de rivier stond Renske ons toe te lachen. Zij was inmiddels ook in Chitwan gearriveerd en samen met haar dronken we iets op een terrasje langs de rivier.
's-Avonds hadden we de culturele dansshow. Dat was best wel vermakelijk en het duurde gelukkig niet zo lang. Na afloop van de dansvoorstelling werden we met de auto teruggebracht naar het Jungle Safari Park, waar we de rugzakken herschikten en vervolgens naar bed gingen.


Zondag 21 december 2003

We werden om 7.30 uur wakker en dit was één van de weinige ochtenden dat we lekker even konden 'uitslapen'. Om 8.00 uur ontbeten we. Het ontbijt bestond uit cornflakes met warme melk en toast met gebakken ei. Om 8.40 uur werden we met paard en wagen naar het 'busstation' gebracht. Op het busstation stonden drie bussen en een aantal toeristen. Om 9.00 uur vertrok de bus voor een slopende rit naar Kathmandu. De chauffeur nam dezelfde slechte weg via Mugling die we ook op de heenweg naar Chitwan hadden gereden. Het duurde 3 uur voordat we in Mugling waren en vervolgens nog 3 1/2 uur naar Kathmandu. In totaal dus ruim zes-en-een-half uur over een afstand van 150 kilometer. Slopend, dus!
Onderweg stopten we in een plaatsje voor de lunch. De chauffeur had gezegd dat we ongeveer 20 minuten zouden stoppen voor de lunch. De meeste toeristen kochten chips en frisdrank in een winkeltje. Daarna werd de reis voortgezet. In de rivierbeddingen zagen we regelmatig mensen aan het werk. Met een hamer waren deze mensen stenen aan het fijnhakken om zodoende kiezels te maken. Een tamelijk zinloze bezigheid, aangezien hiervoor ook machines zijn.
De afhandeling bij de politieposten onderweg verliep erg efficient. De bijrijder sprong uit de bus zodra we in de rij voor een politiepost stonden en hij liep naar de post. Tegen de tijd dat we de bij de politiepost zelf waren, bleken alle administratieve afhandelingen te zijn verricht en konden we doorrijden. Tot grote frustratie van de dames in de bus werden de plaspauzes gewoon langs de weg gehouden. Voor hen betekende dat dan klouteren naar een ietwat afgelegen plek.
In Kathmandu werden we niet, zoals beloofd, afgezet op de Kantipath, maar ergens langs de ring van Kathmandu. Een aantal taxichauffeurs stond al klaar en vroeg absurde bedragen voor een kort ritje naar Thamel. Voor een redelijk tarief (70 rupees) bracht een tuk-tuk ons naar het hotel. Tien minuten nadat we met de bus waren gedropt, waren we al weer in het hotel. We kregen een kamer op de derde etage (iedere keer dat we weer terugkomen in het hotel ligt de kamer die we toegewezen krijgen één etage lager). De kamer was even iets minder gunstig dan de kamers eindigend op een 7. Die kamers liggen op het westen en hebben de middagzon. Hierdoor zijn ze iets warmer.
We namen een heerlijke douche en dronken daarna een lekker biertje bij het Jazz café. 's-Avonds aten we in het Raod House café. Het eten was uitstekend.


Maandag 22 december 2003

We probeerden uit te slapen, maar het inmiddels gewende partoon van vroeg opstaan liet dat niet toe. We ontbeten bij de Pumpernickel Backery en na het ontbijt liepen we naar de New Road. Op een klein pleintje aan de New Road zit een Kodak ontwikkelcentrale. We hadden daar in eerste instantie een fotorolletje laten ontwikkelen en afdrukken en het resultaat was goed. Vandaar dat we nu de overige 7 rolletjes wegbrachten. We konden de foto's na 18.00 uur weer ophalen.
We dronken een cola op het dakterras van een restaurantje en daarna liepen we via het Durbar Square terug naar Thamel. Onderweg winkelden we wat. We kochten enkele sjaals, wollen mutsen en andere souvenirs.
's-Middags dronken we een heerlijke kop koffie bij het Java Café en vervolgens namen we een taxi naar Bouddnath. Het was al met al toch nog wel een stukje rijden door de buitenwijken van Kathmandu, waar het er niet minder hectisch aan toe ging dan in het centrum. Met name het verkeer is ongediciplineerd en ongeleid. Er zijn geen verkeersregels of als die er wel zijn, dan houdt niemand zich er aan.

Klik op foto voor vergroting

Rond 15.00 uur kwamen we aan bij de tempel, waar de toegang 50 rupees per persoon bedroeg. De stupa ziet er uit zoals de apentempel Swayambhunath, maar is mooier. Rondom de stupa staan huizen. We liepen twee maal rondom de stupa en beklommen 'm daarna.
Er was een aantal Tibetanen aanwezig. Bouddnath is een plaats waar veel Tibetanen wonen. Toch was het allemaal minder indrukwekkend dan bijvoorbeeld Lhasa. Op een terrasje met mooi zicht op de stupa dronken we een biertje. De namiddagzon scheen op de stupa en de omliggende huizen, wat mooie foto's opleverde.
We namen een taxi terug naar New Road, waar we bij een aantal fotowinkels informeerden naar de prijs van een Sigma 28-200 mm lens voor de fotocamera. Er waren vele fotowinkels en er was wel sprake van prijsverschil, maar die was niet echt groot. De prijs lag tussen de 11.500 (€ 130,-) en de 13.000 rupees (€ 145,-). We besloten er nog even over na te denken en we liepen verder naar de Kodak fotocentrale en haalden onze foto's op. De afdrukken zagen er goed uit.
Door de spits liepen we terug naar Thamel, waarbij we natuurlijk weer werden aangesproken met 'Tiger Balm, Sir?' en 'hashies, mariuana. Smoke, sir?' Negeren was de enige manier om van ze af te komen.
We aten bij onze favoriete Thaise restaurant Ying Yang. De vriendelijke ober die ons de vorige twee keer had bediend, herkende ons direct toen we het restaurant binnenliepen en kwam een praatje met ons maken. Het eten was weer uitstekend. Omdat het onze laatste avond was in Nepal, kregen we van het restaurant een korting van 10% op de rekening.
Na het eten gingen we internetten om de prijs van een lens voor de fotocamera in Nederland te achterhalen. Volgens tweakers.net lagen de prijzen in Nederland rond de € 230,-. In Nepal zou de lens dus € 100,- goedkoper zijn.
Na het internetten liepen we rond een uur of negen terug naar het hotel. De meeste winkeltjes waren al gesloten en het was stil op straat. De straten werden bevolkt door vrouwen met een kind die langs de kant van de weg zaten en natuurlijk de 'Hashies, mariuana? Smoke, sir?'-sukkels.


Dinsdag 23 december 2003

We werden rond 7.15 uur wakker en we namen een frisse, laatste douche in Nepal. Daarna pakten we voor de laatste keer de rugzakken in. We plaatsten de rugzakken (afgesloten en wel in de perfecte beschermtassen) in de lobby en liepen naar de Pumpernickel backery voor de laatste keer. Na het ontbijt liepen we naar het internetcafé waar we gisteravond ook hadden geinternet. Dit is het enige café met een high speed verbinding. We zochten verder op het internet naar de prijs van een lens voor de camera en we bleven steken bij € 230,- voor een 28-200 mm lens van Sigma voor onze Eos-camera. We besloten om de lens te kopen in Kathmandu en het lukte ons om bij een fotowinkel de lens voor 11.500 rupees te kopen (€ 128,-). Er zat een internationaal garantiebewijs en een handleiding in het Nederlands bij.
Voor een laatste keer liepen we terug naar Thamel, waar we lunchten bij het Road House café. Marjolijn had hier enkele dagen geleden een perfecte pizza gegeten en we besloten dat opnieuw te proberen. De pizza (quatro stragione en een kip tandoori pizza) was perfect. Verder kochten we nog een aantal boeken, onder andere twee boeken van een Nepalese schrijver (scheen een bestseller te zijn in Nepal) en het boek 'Return to Tibet' van Heinrich Harrer (inderdaad die van Seven Years in Tibet).
We spendeerden de laatste rupees in een supermarkt en daar gebeurde iets vreemds. Toen we stonden af te rekenen brak er ineens paniek uit onder het personeel. Mannen renden naar de deuren en sloten alle rolluiken. We hadden wel wat rumour gehoord, maar daaraan geen aandacht geschonken. Het bleek echter een studentenbetoging te zijn en die gaat schijnbaar gepaard met vernielingen en plunderingen, want toen de optocht voorbij was bleek dat vrijwel alle winkels de luiken hadden gesloten. Een aantal winkels bleef daarna ook gesloten.
Om 16.05 uur zaten we in een taxi naar het vliegveld, waar we zo'n 25 minuten later aankwamen. We betaalden eerst de luchthavenbelasting en daarna kon de bagage door het rontgenapparaat. We stonden voor de incheckbalie en natuurlijk weer in de verkeerde rij. Voor ons stond iemand uit Finland met ruim veertig kilo bagage. Dat wil zeggen dus ruim twintig kilo overgewicht. Hij moest daarvoor betalen en die procedure nam nogal wat tijd in beslag. Uiteindelijk checkten we in en konden we door de douane en vervolgens wachten en wachten.
Het vliegtuig landde rond 18.40 uur en we vertrokken met een kleine vertraging ongeveer anderhalf uur later. Het vliegtuig was dit keer een halfgevulde Boeing 767 (twee stoelen - gangpad - drie stoelen - gangpad - twee stoelen). Een moderner toestel dan het vliegende fossiel van de heenweg, maar even krap bemeten zitplaatsen en de gebruikelijke charter-service van Martinair.
Na een tussenlanding in Sharjah vlogen we verder naar Schiphol, waar we om 4.50 uur landden. Anneke kwam ons afhalen van Schiphol en rond 6.00 uur waren we weer thuis, waar we nog een paar uurtjes verder sliepen......



=============================================================================================
Genoten van ons reisverhaal? Laat ons weten wat je ervan vond. Stuur een mailtje naar Marrem's reispagina of schrijf een berichtje in ons gastenboek. Je reactie wordt zeer op prijs gesteld!



Indonesië | Thailand | Mexico | Vietnam | SyriŽ | Jordanië | MaleisiŽ | Egypte | AndalusiŽ | Zuid Afrika