Dinsdag 25 november 1997

We stonden om 8.30 uur op en pakten de laatste spulletjes in. Ik ging naar de bakker om een halfje brood te halen voor in het vliegtuig en voor 's-avonds in Cancun, zodat we niet na een vermoeiende reis nog op zoek naar een restaurant hoefden te gaan. Om 10.20 uur namen we de bus naar Schiphol en om twintig minuten later stonden we op Schiphol.
Om 12.40 uur vertrok het vliegtuig. We stegen op vanaf de Buitenveldertbaan en we hadden de eerste paar minuten mooi zicht op het Olympisch Station, het Vondelpark etc. De vlucht verliep verder zonder problemen. We kregen twee warme maaltijden en zo af en toe iets te drinken. We vlogen over Engeland, Ierland, Groenland, een stukje van Canada en langs de oostkust van Amerika naar Mexico.
Om ongeveer 17.00 uur (plaatselijke tijd) kwamen we in een nat Cancun aan. Toen de daling werd ingezet, zag ik een onmetelijke, groene vlakte en dat terwijl ik had verwacht een dor landschap aan te treffen. Ik maak eigenlijk noot voorstellingen van landen, maar dit keer had ik een dor landschap verwacht en vlogen we aan op een enorm groen tapijt.
De douaneformaliteiten verliepen vlot en ook de bagagecontrole leverde geen problemen op. Bij de bagagecontrole stond een vrouwelijke employée die je vroeg op een knopje te drukken dat in verbinding stond met een verkeerslicht: rood licht zou een bagagecontrole betekenen en groen licht betekent doorlopen. We hadden gelukkig groen licht. Stel je eens voor dat je vakantie met rood licht begint!
We meldden ons bij de balie van het autoverhuurbedrijf op de luchthaven. Het was slechts een balie en een werknemer nam ons al snel mee naar het kantoor van Hertz op het vliegveld. Daar kregen we snel een witte Volkswagen Kever tot onze beschikking. Het was al donker en het was niet eenvoudig de auto goed te controleren en dat is absoluut nodig in Mexico, zoals we aan het einde van de vakantoe bij het inleveren van de auto zouden merken. De medewerker die de auto voor ons ophaalde, sprak geen woord Engels en wij geen woord Spaans. Probleem in de conversatie dus!
Zonder de auto goed te hebben (kunnen) controleren, reden we via de hotelzône reden we naar ons hotel. De hotelzône zag er in het pikdonker vreselijk uit, laat staan bij licht. Er werd druk aan de weg gewerkt en voor we het wisten waren we aan het spookrijden. Snel herstellen dus. En we hadden pas 15 minuten de auto! Na een dramatisch lang stuk over de hotelzone te hebben gereden (de hotelzone is ongeveer 17 kilometer lang en bestaat alleen maar uit hoogbouw hotels), kwamen we aan bij het hotel. We checkten in en gingen naar onze kamer. De kamer lag aan de weg en was vrij onrustig. De kamer was niet bijzonder en rook muf. De badkamer was nog erger; de wc was verstopt (het water liet wel weg, maar de uitwerpselen niet) en het water uit de douche (één keiharde straal) was koud. We hadden het niet getroffen.


Woensdag 26 november 1997

Vanochtend stonden we op en ..... regen! En ook niet zo'n klein beetje! In het daglicht zag het hotel eruit alsof het in een week was gebouwd. Half afgewerkt (ramen zaten schuin in de kozijnen met kieren als gevolg) en rap geverfd. Overal, op de grond, op de ramen, op de struiken en zelfs op de bomen en in de kamer zelfs op de tv, zaten verfklodders. We ontbeten in het restaurant van het hotel (tegen betaling!) en zagen mensen met tweepersoons speedbootjes vertrekken voor een dagexcursie.... en dat terwijl de regen met bakken uit de hemel kwam.
De bediening in het restaurant was behoorlijk beroerd. De ober had het de hele tijd maar over 'propinas', maar omdat we geen Spaans spraken, schonken we er weinig aandacht aan. Later kwamen we erachter dat de ober het de hele tijd had over een fooitje dat íe graag wilde hebben.
We hadden het plan om rond 9.00 uur te vertrekken, maar dat werd 10.00 uur. Toen we de sleutel bij de receptie inleverden, kwamen we erachter dat ons horloge niet goed stond. Schijnbaar viel Cancun in een andere tijdszone dan de rest van Yucatan.
We reden het centrum van Cancun in en op de Avenida Tulum pinden bij Banamex. Daarna reden we naar la Carratera (de snelweg). Voordat we Cancun echter hadden verlaten, kwamen we langs een 'road block': drie militairen met automatische wapens controleerden visueel de inhoud van de auto en we mochten weer verder. Direct na de road block reden we op een splitsing af; rechtdoor was de gratis provinciale weg en links de highway. Per abuis namen we de tolweg en halverwege de afstand Cancun - Valladolid stond het tolhuisje. We moesten een niet geringe 95 pesos (€ 13,00) betalen. Zonde van het geld, maar we konden niet anders.
Bij de afslag Valladolid gingen we in de richting van Tizimin. Toen we onderweg een aantal gieren langs de kant van de weg zagen, waren we zo gefacineerd, dat we de auto keerden en even terugreden. Later zouden we erachter komen dat gieren in Mexico net zoiets is als duiven in Amsterdam.
In Tizimin aten we wat bij restaurant Los Portales aan het plein. Toen we een hamburger met een cola hadden besteld, las ik in de Lonely Planet dat het restaurant 'a simple place, good for a quick sandwich or burger and a cold drink' was. Geen leugen.
Na de lunch tankten we bij de benzinepomp die we pas na veel zoeken vonden en vervolgden we onze weg naar Rio Lagartos door een tamelijk saai gebied met allemaal ranches langs de weg. Naarmate we Rio Lagartos meer en meer naderden, bestond het langschap uit ondergelopen stukken land met allemaal dode bomen erin. Eenmaal in Rio Lagartos zagen we niet de beloofde flamingo's.
Gedesillusioneerd reden we terug over de doodsaaie kaarsrechte weg. We reden 110 km waar 80 km was toege-staan, maar de tweebaans weg was voor mij alleen. De kleine dorpjes langs de weg waren een welkome afwisse- ling. We moesten wel goed oppassen voor de onzichtbare drempels in de weg en soms moesten we zeer abrupt remmen om onzelf niet te lanceren.

Klik op foto voor vergroting

Om 17.00 uur schreven we ons in bij hotel Záci in Valladolid. De tweepersoonskamer met fan kost 130 pesos en zag er erg goed uit. De kamer lag aan een rustige binnentuin met zwembad. Alleen .... het zwembad werd gerenoveerd en er stond dus geen water in. Dus niet zwemmen.
Tegen 19.30 uur aten we bij restaurant De La Cruz (als ik het goed heb) aan het plaza. Het eten was goed, maar niet warm (gevaar loert voor 't maagje). Twee uur later lagen we uitgeput op bed.


Donderdag 27 november 1997

Vanochtend zou de wekker om half acht af gaan, maar toen ik bij de receptie om ontbijttickets ging vragen was het tien voor zeven. Ra ra, hoe kan dat? Het antwoord volgt later.
Na het ontbijt, drie toastjes+ scrambled eggs met bacon, Nescafé, en jus d'orange voor 22 pesos, reden we naar de cenote van Dzitnup, acht kilometer buiten Valladolid. De cenote (dit is een grote poel water op een, voor het water, ondoordringbare plaats) lag in een grot en het water was zeer helder. Er waren stalagtieten en vleermuizen.
Na het bezoek aan de cenote reden we verder naar Chitchen Itza. Toen we van de hoofdweg op de weg naar de hoofdingang reden, werden we tot twee maal toe staande gehouden door jongens die ons naar het restaurant wilden lokken waarvoor ze werkten.
De entree tot het park bedroeg 30 pesos per persoon. Het tempelcomplex was groot en de gerestaureerde Mayapiramide was indrukwekkend.

Klik op foto voor vergroting

De klim naar de top van deze piramide (91 treden en in totaal 25 meter hoog) was geen probleem, ondanks dat de trap in een hoek van 45 graden was gebouwd. Waarom is de pyramide 91 treden hoog?
De pyramide kent 4 zijden en aan iedere zijde was een trap van 91 treden hoog. 4 zijden x 91 trappen per zijde = 364 trappen. Die 364 treden + de tempel bovenop de pyramide (1 trede) vormt 365 treden en dat is weer gelijk aan het aantal dagen in het jaar!
Aan de hand van de 'Lonely Planet' konden we goed volgen waar alle gebouwen eens voor hebben gediend. Nadat we de grote Mayatempel El Castillo en de oude piramide naar de tijger met de jade ogen hadden beklommen, verlieten we het tempelterrein.
Dat was rond half twaalf. We waren al gewaarschuwd dat we Chitzen Itza vroeg in de ochtend moesten bezoeken, want rond elf uur kwamen de bussen met toeristen aan en vanaf dat moment zou het druk worden. Er was geen woord gelogen van deze goede raad. Inderdaad werd het rond elf uur onaangenaam druk.

Klik op foto voor vergroting

Eenmaal in de auto (we waren letterlijk nog geen minuut in de auto) begon het flink te regenen. Wij reden door naar Izamal. Het was intussen weer droog. In Izamal verwachtte ik een cenote, maar die vonden we niet. Wel vonden we een alleraardigst stadje waarvan het centrum uit gele huizen bestaat. We dronken een cola en weer begon het te hozen. Cola op.... regen voorbij.
We liepen door het stadje en reden daarna via Motul naar Mérida. Onverstandige keuze, want op de dorpjes na is deze route ronduit saai.

In Mérida was het even zoeken geblazen, ook vanwege de matige bewegwijzering. Toen we een straat inreden, werden we door twee tegemoetkomende automobilisten erop gewezen dat we tegen het verkeer in reden. Wij dus keren. Aan het einde van de straat werden we tot stilstand gedwongen door een geüniformeerde man. Wij zagen het bonnenboekje al voor ons, maar Oom agent vroeg ons vriendelijk waar we heen moesten en wees ons de weg. Hij ratelde wat in het Spaans, wat we eigenlijk niet echt konden volgen. maar uiteindelijk kwamen we toch aan bij hotel Mucuy. De kamer zag er redelijk uit, maar was zeker niet zo goed als het hotel in Valladolid.
De kamer rook erg muf. Dat kwam omdat de doucheruimte geen raam had. Zodoende blijft het vochtig in de kamer. Dus in vervolg op zoek gaan naar een kamer met een luchtmogelijkheid (raam) in de badkamer.
Na een frisse douche liepen we de stad in op zoek naar een eetgelegenheid. We belandden op een pleintje naast hotel Calibre. Ik nam een Yucataans gerecht, bestaande uit bruinebonensoep en gegrild varkensvlees. De naam van dit gerecht was Poc Chuc. Marjolijn had Huevos Motulenos, iets met ei.
Na het eten gingen we naar een openluchtvoorstelling. De voorstelling was echt slaapverwekkend. Eest was er een blaasorkest, daarna begon een presentator een minuut of 10 populair te doen. Vervolgens kwamen The Three Amigos met gitaar, vervolgens weer dat gelul van die presentator. Daarna kwam er een man die gedichten voordroeg (in het Spaans, dus niet te volgen) en tenslotte een folkloristische dansgroep. Dit laatste onderdeel was erg leuk.


Vrijdag 28 november 1997

Vanochtend werd ik weer om 6.00 uur wakker. Maar kon de slaap hervatten en werd vervolgens om 7.30 uur wakker. We ontbeten in het park, nadat we bij een bakker enkele broodjes hadden gehaald, alsmede twee flesjes fanta (wat een combinatie!).
Net als gisteravond waren we ook nu niet gevrijwaard van (opdringerige) verkopers. Op een gegeven moment kwamen er twee hangmat-verkopers bij ons leuren. Het hele verhaal werd verteld: handgemaakt, er zat 50 dagen werk in, ze waren lid van een coöperatie, dus geen commissie en belasting en dat z'n hele familie hangmatten maakte in een dorp 30 kilometer van Mérida. We moesten vooral een hangmat van sisal kopen, want dat was beter dan katoen. Natuurlijk werd de verkooppraat ondersteund met voor ons onbekende lidmaatschapkaarten en van foto's van de familie aan het werk.
Goed uitgangspunt van ons was: geen interesse. Dat hielp want de prijs daalde van 390 pesos in het begin tot 80 pesos (inderdaad 310 pesos minder). We hadden niet eens onderhandeld en waren ook echt niet geïnteresseerd.
We liepen naar een ander hotel, omdat we wilden verkassen. De prijs van de kamer bedroeg echter 180 pesos en dat vonden we toch wel iets te gortig. Terug naar ons eigen hotel en nog maar met een nacht verlengd.

Klik op foto voor vergroting

We reden naar Progresso. Onderweg bezochten we het tempelcomplex Dzibilchaltun. Het terrein was erg groot, maar veel was vervallen. Je krijgt wel een goede indruk hoe het er ooit moet hebben uitgezien. Aan het begin van het tempelcomplex was een museum en dat was zeer interessant. Voorts stonden in het park enkele tempels en was er een mooie cenote, met waterlelies erin. Prachtig helder water!
Vervolgens zijn we doorgereden naar Progresso. Het plaatsje stelt niet veel voor, maar het strand was mooi en breed. Aan het strand hebben we onder een afdakje (een soort tent zonder zijkanten) een beetje relaxed.
Daarna zijn we teruggereden naar Merida, waar we gingen shoppen.
Overal werd ons verzocht vooral een hangmattenwinkel in te gaan, maar wij wilden kijken in een door de Lonely Planet aanbevolen winkel. Daar werden we inderdaad netjes geholpen. Er werd van alles uitgelegd: hoe je de hangmat uit opgevouwen toestand moest opentrekken, hoe je hem aan touwen aan de muur moest bevestigen, hoe je er in moet stappen en er uit moet komen, hoe je hem moet wassen en weer opvouwen etc. Hier werd ons verteld dat half Yucatan in katoenen hangmatten slaapt (dus niet in sisal!). We kochten een eenpersoons hangmat voor 100 pesos en daarna liepen we naar de overdekte markt. Deze was zoals je ze ook in Azië aantreft en maakte niet veel nieuwe indruk. Het was er erg druk. Leuk was een bakkertje op de markt die druk bezig was om taco's te maken met behulp van een machine. De machine bestond uit een hete, draaiende schijf. Ergens werd een ronde deegplak op de hete plaat gelegd (machinaal) en bijna 360 graden later werd de gebakken 'pannenkoek' van de bakplaat gehaald.
Na het bezoek aan de markt liepen we naar een andere, door de Lonely Planet aanbevolen hangmattenwinkel. Onderweg werden we lastiggevallen door een mannetje dat ons graag naar het winkeltje waarvoor hij werkte wilde brengen. We probeerden hem af te schudden, maar hij bleef ons achtervolgen. Uiteindelijk bleek hij bij de winkel te horen waar wij ook heen gingen. Ook hier kostte een eenpersoonshangmat 100 pesos, maar na een paar te hebben gezien en nadat we een keuze hadden gemaakt bood ik 70 pesos. Daar wilde de verkoper niets van weten en hij zakte naar 90 pesos. Ik bood 80 en de deal werd gesloten.
Na de aankoop liepen we naar restaurant Café Express om iets te gaan eten, maar doordat dit café aan de drukste (?) straat van Mérida ligt en de voorkant van het restaurant helemaal open is stonk het enorm naar uitlaatgassen. We dronken er alleen een biertje. We aten in restaurant Amero, dat een stuk rustiger is gelegen in een kleine binnenplaats met enkele grote bomen. Goed eten, maar weer koud. Hebben de Mexicanen geen vuur?
Na het eten lekker naar bed.


Zaterdag 29 november 1997

Nadat we om 7.15 uur wakker werden, haalden we broodjes bij het bakkertje en reden vervolgens richting Celestun.

Klik op foto voor vergroting

Dit was best nog wel een pittig stukje rijden. De eerste 50 km kwamen we zo af en toe nog door een dorpje, maar de laatste 50 km was één saaie, lange weg. Onderweg ontbeten we op een dorpspleintje in een aardig dorpje. Na het ontbijt reden we verder. Vijftien kilometer voor Celestun was weer zo'n militaire post, maar we mochten zonder problemen doorrijden. In Celestun dronken we wat op het centrale pleintje. Vrijwel direct kwam een mannetje op ons af om ons te charteren voor een boottocht.

Klik op foto voor vergroting

Met een speedboat voeren we over zee om de landtong heen en zo kwamen we in het ondiepe binnenwater, waar het stikte van de flamingo's. Mooie dieren die we langzaamaan tot op enkele meters konden benaderen. Het water was zo ondiep dat de beesten met de poten op de bodem van het meer stonden. Op de terugweg voeren we door de mangroven. Een bijzondere ervaring, want dat hadden we nog nooit gedaan. Erg leuk!
Via de zee voeren we terug naar het dorp. Onderweg zagen we vele witte en grijze pelikanen. Sommige pelikanen waren op zoek naar voedsel. Wat een rare beesten.... ze vliegen eerst naar een grote hoogte om zich vervolgens klein te maken en zich vervolgens loodrecht in zee te storten. Mooi gezicht! De terugweg was hetzelfde als de heenweg en niet veel interessanter dan de heenweg.


Zondag 30 november 1997

Vanochtend vertrokken we al vroeg naar Uxmal. Het eerste stuk door Mérida verliep vlot, doordat er weinig verkeer op de weg was en omdat we de route de vorige dag al hadden gereden, namelijk de weg richting Celestun. We hoefden dus niet te zoeken.
In Uxmal aangekomen moesten we 5 pesos betalen voor de parkeerplaats. De entree tot de ruïnes was gratis. Daar kwamen we eigenlijk pas later achter, toen er niemand bij de tourniquet stond om de kaartjes ongeldig te maken. Toch een leuke besparing, want de entree zou anders 30 pesos per persoon zijn geweest. Later kwamen we erachter dat de entree tot veel pyramides op zondag gratis is.

Klik op foto voor vergroting

Direct tegenover de ingang van het park stond de 39 meter hoge 'piramide van de magiër'. Wat direct opviel was de ovale vorm waarin de piramide was gebouwd én de hoogte. Ik beklom de steile trap naar boven. Van boven had je een prachtig uitzicht over de omgeving en natuurlijk de overige ruïnes. Nadat ik weer naar beneden was geklauterd, bekeken we de rest van het park.
In Uxmal kwamen we weer de Duitsers uit de boot van gisteren tegen. Zij hadden in Uxmal overnacht en waren de vorige avond naar de licht en geluidshow geweest, maar ze vonden het nogal tegenvallen. Verder kregen we enkele tips om vanaf bepaalde plekken te fotograferen.
Zij zouden ook doorrijden naar Campeche, dus de kans was redelijk aanwezig dat we elkaar nog tegen zouden komen. Daarna namen we afscheid. We bekeken de overige ruïnes en reden daarna verder naar de ruines van Kabah, Sayil, Xlapak en Labna. Alle opgravingen waren minder indrukwekkend dan Uxmal, maar wel interessant. Alleen Xlapak vond ik niet de moeite van het stoppen waard.
Daarna reden we richting Campeche. Vrijwel direct na de Puucroute (route langs een groot aantal tempels) was weer een roadblock. Die hadden we al gezien toen we van Kabah naar Sayil reden, maar toen sloegen we net voor de road block af. Nu moesten we wel langs de road block en deze keer moesten we de kofferbak openen. De sukkelige militair kneed wat in de rugzak van Marjolijn en vroeg (nou ja, met handen-en-voeten werk) of er kleding in zat. Toen ik in m'n vloeiende Spaans met 'Si' antwoorde, mochten we doorrijden. Vervolgens was de weg naar Campeche lang (ongeveer 150 kilometer) en saai. Net als de andere wegen in Yucatan. Aan weerszijde van de weg is alleen maar jungle. Je rijdt continu lang twee groene wanden van drie à vier meter hoog en dat honderden kilometers lang. Echt saai dus.
Het eerste stukje door de stad Campeche was als iedere stad; rommelig, lelijke vierkante huizen en druk verkeer. Maar eenmaal in de koloniale binnenstad veranderde dat alles. Dit deel van de stad is heel aangenaam. Rustig, hele leuke straatjes met goede straatverlichting, prachtig geplaveide straten en leuke, in pastelkleuren geverfde huisjes.
We checkten in bij Hotel Colonial. Inderdaad een hotelletje dat uit de koloniale tijd zou kunnen stammen. De kamer lag op de eerste etage en was klein, maar zag er verzorgd uit en lag aan een leuke patio met een hoop planten.. Na ons even te hebben opgefrist, liepen we door de koloniale binnenstad en kwamen we erachter dat er eigenlijk helemaal niets te beleven viel in Campeche. We hadden zoiets al gelezen in de Lonely Planet. In Campeche zijn geen leuke restaurants, geen gezellige terrasjes en heel weinig toeristen, maar dat is juist wel weer gunstig.
We aten bij restaurant Campeche aan het centrale plein en dit restaurant is exact zoals de Lonely Planet beschrijft: 'The restaurant is very simple, bright with fluorecent light bulbs and loud with a blaring TV'. Na het eten gingen we in een gezelligere eetgelegenheid nog iets drinken. Daar zaten ook onze duitse 'vrienden' weer. We hebben toen nog tot 22.00 uur gezellig met elkaar gekletst en daarna namen we afscheid. We zouden elkaar niet meer tegenkomen, omdat vanaf hier onze reisroutes zich splitsten.


Maandag 1 december 1997

We werden vanochtend om 8.30 uur wakker. We hadden expres geen wekker gezet, want vandaag zouden we kalm aan doen. We ontbeten bij restaurant Del Parque. We hadden beide een (verschillend) eigerecht met brood en koffie en daarna namen we nog een cola om het vochtniveau weer op peil te brengen.

Klik op foto voor vergroting

Na het ontbijt reden we naar Edzna. Dit was een aardig ruïnecomplex, dat is ebouwd rondom een vierkant grasveld. Zoals gisteren in de Puuc-route, was ook Edzna zo goed als verlaten. Er was slechts een handje vol toeristen aanwezig. Wel waren er vele Guatemaltese vluchtelingen hier te werk gesteld. Zij waren bezig met restaureren. Nou ja bezig.... meer aanwezig.
Na Edzna reden we via wegnummer 188 naar de kust. Onderweg zagen we nog een slang de weg oversteken. Hij heeft geluk gehad. We hebben namelijk al meerdere slangen gezien die niet op tijd de overkant bereikten.
Bij de kust gingen we weer noordwaarts en hielden de gratis weg naar Campeche aan (de ander weg was een tolweg). Onderweg stopten we bij een bruggetje. Vanaf dit bruggetje kon je mooi over zee uitkijken én naar de pelikanen die daar zaten.
We vervolgden de weg naar Sebay Playa, dat helemaal niet zo fotogeniek was als de ANWB-gids had verteld. Aan die ANWB-gids heb je zowiezo al niets als rugzakreiziger. De informatie is veel te beknopt en ook nog op een populaire en niet-objectieve manier weergegeven. De mooie stranden hebben we echter ook niet gezien. Daarna reden we via Lerma weer terug naar Campeche, waar we rond 15.00 uur weer waren.
Vervolgens maakten we in Campeche de stadwandeling zoals die in de Lonely Planet stond beschreven. Deze wandeling leidde langs alle bolwerken die ooit deel uitmaakten van de vestigingsmuur. Dit was een korte, maar euke wandeltocht, die onder andere langs een waterpoort en een botanische tuin leidde. Bij de laatste poort, de 'landpoort' maakte de bewaker speciaal voor ons een hek open, waardoor we over een groot deel van de oude vestigingsmuur konden lopen. Boven de poort hing een bel en die moesten we maar luiden als we weer weg wilden. Hij zou het hek dan weer voor ons openen.

Klik op foto voor vergroting

's-Avonds aten we allebei een (ander soort) visje. Ik had een visje in een lekker sausje en Marjolijn had een gegrild visje. Nu zijn we allebei niet echt dol op vis, maar achteraf waren we beide van mening dat dit het beste diner tot nu toe was geweest. Het restaurant heet Marganzo en is volgens de Lonely Planet 'among the best eateries in town'. Zeg maar gerust het beste. Het restaurant is wel iets duurder dan de anderen, maar is die extra guldens (inmiddels €uro's) wel waard. Ons diner, inclusief vier drankjes, kostte 100 pesos (€ 10,-).


Dinsdag 2 december 1997

We haalden broodjes bij Panificadora Nueva Espana en ontbeten in het Parque Principal. In het park was al flink wat bedrijvigheid: schilders waren bezig met het verven van de hekken en schoenpoetsers poetsten de schoenen van enkele mannen.

Klik op foto voor vergroting

Na het ontbijt vertrokken we richting Villahermosa. De te overbruggen afstand zou ongeveer 450 kilometer zijn en de reis zou ongeveer zeven uur gaan duren. Via Lerma en Seybaplaya reden we naar Champoton. Dit stuk is erg bochtig en heuvelachtig en de gemiddelde snelheid lag laag.
In Champoton aangekomen, moesten we door het plaatsje en omdat nergens de weg stond aangegeven vroegen we naar de weg aan enkele vissers die hun netten aan het mazen waren. We zaten goed en reden verder langs het water, totdat we naar links afsloegen. Daarna volgde één lange en saaie weg naar Escarcega.
In Escarcega stopten we om iets te drinken. Omdat dit nietszeggende dorpje op een belangrijke kruising van twee grote wegen ligt, zie je er erg veel trucks. Het plaatsje biedt dan ook niet meer dan faciliteiten voor truckers (restaurants, hotels, openbare douches etc.).
Na wat te hebben gedronken vervolgden we onze weg. We hadden nog voldoende benzine, dus we tankten niet in Escarcega, maar bij de volgende tankstation was de tank iets minder dan half leeg. Het tankstation was niet echt één van de modernste en de pompbediende maakte me duidelijk dat er ook geen benzine meer was. Het eerstvolgende tankstation was 70 kilometer verder op. Wel lullig als je echt geen benzine meer zou hebben gehad.
In het plaatsje Chables (goed zoeken op de kaart), even voor de tolbrug, stopten we voor een tweede keer. Bij een klein restaurantje aten we toast met scrambled eggs, dronken we een cola en konden we mooi het dagelijkse leven in een traditioneel Mexicaans dorpje aanschouwen.
Na de break reden we over de tolbrug (11 pesos) en 30 kilometer na de tolbrug was dan eindelijk een tankstation. Er stonden vier pompen naast elkaar, maar de auto's stonden netjes achter elkaar in één rij. Er was namelijk maar één pomp die werkte en daarvan deed alleen de teller voor de liters het. Op de calculator werd het aantal liters vermenigvuldigd met 3,26 pesos per liter. Natuurlijk een mooie manier om een toerist eens flink af te zetten, maar dat gebeurde niet!. Overigens is het wel vreemd; Tabasco is dé oliestaat van Mexico, maar er is amper benzine te verkrijgen!

Klik op foto voor vergroting

Om 16.15 uur waren we in Villahermosa, ruim 7 uur nadat we waren vertrokken. Vertaald uit het Spaans betekent Villahermosa 'mooie stad', maar ik was het daar niet echt mee eens. Eigenlijk is Villahermosa net als andere steden; het verkeer is druk en het is er heet en vochtig.
We begonnen de zoektocht naar een overnachtingsmogelijkheid bij Hotel Posada Brondo. Waarschijnlijk een goed hotel, want het zat vol. Daarna liepen we naar hotel Palma de Mallorca, maar de bedden zakten te veel door en voor de rest was het hotel ook niet speciaal. Vervolgens naar hotel Oriente, schuin aan de overkant. Ook vol. Toen naar hotel San Michael, maar daar hadden de badkamers geen ramen en (dus) rook het er muf. Uiteindelijk belandde we bij hotel San Francisco, waar we voor N$ 115 per nacht een kamer met airconditioning hadden.
Nadat we hadden gedouched en wat kleding hadden uitgewassen, liepen we naar Cafetaria Rock & Roll om een biertje te gaan drinken. Daar werden we gek van de herrie; de televisie stond op één of andere muziekzender, er stond een muzikant met een mondharmonika en een trommel binnen te spelen, er stond een andere muzikant met een mondharmonika met versterker buiten te spelen, kinderen kwamen aan de tafels voor je zingen (soort Sint Maarten) en dan nog eens het door elkaar gekakel van alle aanwezige mensen.
We aten in restaurant Medam. Het eten was redelijk en de ruimte was air conditioned. Wel een tikkeltje een ouwe lullen tent.
Na het eten gingen we lekker slapen... en dat was al om 20.45 uur.


Woensdag 3 december 1997

Ik had gisteravond in restaurant Medam al gezien dat er ook een uitgebreide keus aan ontbijt was. Daarom ontbeten we vanochtend bij Medam. Naast twee langwerpige broodjes met ei en vooral veel kaas, kreeg ik een bordje met papaya en een kopje slappe koffie. Twee tafels voor me zat een donker meisje in d'r Lonely Planet te lezen.
Na het ontbijt reden we naar park La Venta, dat vanaf de weg goed staat aangegeven (in tegenstelling tot wat de Lonely Planet meldt).
We parkeerden de auto en liepen naar de kassa. Diverse gidsen boden hun diensten aan, maar wij gingen er niet op in. We kochten kaartjes en betraden het park. Net nadat we het park hadden betreden, zag ik het donkere meisje uit het restaurant het park binnenkomen, samen met een jongen. De jongen was ook een gids, maar hij maakte ons duidelijk dat hij niets voor de rondleiding vroeg. Een fooi achteraf mocht natuurlijk altijd. Het was hem erom te doen zijn Engels beter te leren beheersen.
Hij leidde ons drieën door het park en wist veel over de bezienswaardigheden te vertellen en z'n Engels was oké. We hadden mazzel, want zonder een gids zou je veel missen. Halverwege dronken we iets op een terrasje en met z'n allen wisselden we informatie uit over religie, politieke situaties alsmede persoonlijke dingen zoals werk, woonplaats en hobby's. De rondleiding eindigde waar park La Venta overging in de dierentuin. We namen afscheid van de gids en gaven hem 10 pesos per persoon fooi.
Nadat we door de dierentuin waren gelopen reden we met z'n drieën naar museum Cicion. De informatie bij de bezienswaardigheden was allemaal in het spaans en veel interesse kon het bij mij niet opwekken. Na het museumbezoek aten we een vegetarische hamburger en yoghurt in vegetarisch restaurant Aquarius Centro Vegetariano. Niet slecht.
Na de late lunch wisselden we contante dollars bij een bank. Op ieder biljet werd met een speciale pen een streepje gezet om de echtheid te bepalen.Uit eigen ervaring bij de bank weet ik dat echte en valse biljetten toch vrijwel niet van elkaar te onderscheiden zijn, maar wie weet hebben we er intussen iets op gevonden.
Tegen het einde van de middag liepen we nog wat door het voetgangersgebied. Op een gegeven moment zagen we een geldtransport en dat trok toch m'n aandacht, omdat het een bijzonder geldtransport was. Een man liep met een grote zak geld op z'n schouders gewoon door het winkelende publiek van de straat naar de bank. Achter hem liep een mannetje met een nietlullig geweertje in de aanslag. Dus toch maar niet overvallen!
Bij Cafe Cobana dronken we een cappucino. Dit is een echte koffieshop, waar je alleen koffie kunt drinken en de koffie is er perfect.
's-Avonds aten we in Chinees restaurant Hong Kong. We waren de enige in het restaurant. Marjolijn bestelde een groentesoep, maar kreeg een soep met een sterke visgeur en waar zeer veel vlees en garnalen in zat. Toen we de ober erop attendeerde dat dit geen groentesoep kon zijn en hij antwoorde dat het toch zo was, kwamen we met het excuus dat Marjolijn (die de soep helemaal niet wilde) vegetariër was. Zonder problemen werd de soep omgeruild voor een echt groentesoepje.
Ik had Fo Yong Hai. Echt alleen zo'n plak ei. Geen rijst of zo erbij. Dat moesten we dus even bestellen. Over het ei gooide ik de saus die we vooraf al bij de kroepoek hadden gekregen.
Na het eten gingen we wild stappen in deze bruisende stad. Nou, niet dus. Om 21.30 uur lagen we op bed.
Ongeveer een kwartier nadat we op bed lagen werd er op de deur geklopt. Marjolijn stootte me aan, maar ik had helemaal geen zin om de deur te openen. Het geklop hield aan en ik moest er toch maar uit. Toen ik de deur opende, stonden er twee mannen in gewone burgerkleding voor de deur. Eén van hen had een walkie talkie. "Passeporte, Passeporte" werd gezegd, maar ik was helemaal niet van plan m'n paspoort aan hen te overhandigen. Ik vroeg 'Que'? en er werd "Passeporte, Passeporte" gezegd. Marjolijn zei dat ik 'Por que?' moest zeggen. Toen ik dat deed werd gezegd dat ze van de immigratiedienst waren en er werd een legitimatiebewijs getoond. Toen ik m'n paspoort overhandigde, keken ze alleen op het visumbewijs naar het aantal dagen dat daarop vermeld stond. Ik kreeg m'n paspoort weer terug en de heren (inmiddels waren het er vier) gingen weer weg. Rare lui die Mexicanen!


Donderdag 4 december 1997

We haalden vanochtend broodjes bij een bakkertje in de voetgangerszone en ontbeten op het terras van Cafe Cobana onder het genot van echte koffie. Rond een uur of tien vertrokken we vanuit Villahermosa in de richting van Tuxtla. Op weg naar Tiepa reden we langs eindeloze bananenplantages. De trossen waren allen voorzien van plastic zakken. We stopten om een foto te maken. Ook maakte ik een foto van een tros (jonge) bananen waar de bloem nog aan hing.
Na Tiepa werd de weg bochtiger en slechter. We gingen nu de bergen in. Bovenop de berg reden we door de wolken. De weg was lang, maar het landschap was prachtig en eindelijk was er meer te zien dan alleen maar jungle.
Om 16.00 uur kwamen we aan in Tuxtla en we checkten in bij hotel San Antonio, waar de (zeer) ruime kamer slechts 70 pesos kostte. We hadden een kamer en een douche met warm water. Dat wil zeggen: er kwam water uit en je stelde je gewoon voor dat het warm was. In de Lonely Planet stond dat het een modern gebouw was, maar de eigenaar mag wat mij betreft wel effe naar de Gamma gaan voor wat verf.
We douchten dus met koud water en daarna liepen we wat door de hoofdstraat. Langs de hoofdstraat zijn allemaal winkeltjes, maar de hoofdstraat is tevens een drukke verkeersader. De temperatuur was erg behaaglijk, eigenlijk een beetje fris. Ik schat zo'n 20 tot 22 graden, maar schatten is moeilijk. 't kan ook best

Klik op foto voor vergroting

koeler zijn geweest.
Rond een uur of zeven begaven we ons naar een restaurantje. Het soepje van Marjolijn viel niet in de smaak. Ik had gemarineerd varkensvlees met rijst. Het eten was (wederom) koud, maar smaakvol. Ik vraag me toch af waarom alle gerechten hier in Mexico lauw of koud worden opgediend.
Marjolijn d'r hoofdgerecht bestond uit 6 enchillada's (zo groot als een groot toastje) en die waren wel warm. Tijdens het eten trok er een optocht met veel kabaal en vuurwerk langs.


Vrijdag 5 december 1997

Pakjesavond in Holland, maar hier is niets dat aan Sint of Piet doet denken en dat terwijl de grootouders van Sint zo'n 400 jaar geleden in Mexico toch flink huis hebben gehouden. Wel is Mexico al een tijd in de kerstsfeer. Overal op straat zie je kerststalletjes en de straten zijn versierd. Je kunt overal kunstkerstbomen kopen alsmede kerstverlichting. Verlichting met gekleurde lampjes die flikkeren en die kerstdeuntjes spelen. Vreselijk!
We ontbeten bij Cafe Plaza. Ik kreeg een vruchtenyoghurt met stukjes papaya, banaan en meloen. Marjolijn zat weer aan de eieren met ham. Na het ontbijt gooiden we de spullen in de kofferbak van de auto en reden naar Chiapa de Corzo. We waren er om ongeveer 10.45 uur en moesten een half uurtje wachten totdat er voldoende mensen waren voor de boottocht door de canyon. Die tijd doodden we door op een terrasje iets te drinken en te kijken naar alle mensen die voor het terras bezig waren met de aanleg van een nieuwe boulevard. De vrouwen waren druk bezig met het transporteren van met name zand. Dit zand werd door de mannen in grote emmers gedaan die de vrouwen vervolgens op het hoofd naar een andere plek droegen.
Na een half uur waren er tenminste 10 personen voor de boottocht en konden we vertrekken. Ik zat helemaal vooraan en Marjolijn zat op de tweede bank. Ik zat naast een jong Mexicaans (?) stel dat zich als mega tortelduifjes gedroeg. De boot ging met een noodvaart richting de canyon. Doordat we tegen de wind in voeren waren er toch wel wat kleine golfjes waren waardoor de boot nogal op het water beukte. Dat leidde tot wat onrust in de ingewanden. Ik had het gevoel dat die wat door elkaar werden geschud (geen misselijkheid overigens). Nogal een schokkende boottocht, dus.

Klik op foto voor vergroting

De tocht was indrukwekkend. De rotswanden bereikten op sommige plaatsen een hoogte van meer dan 1000 meter. Een mooi gezicht was dat je op sommige stukken de wolken over de bergtoppen de canyon in zag 'vallen'. Er werd gestopt bij een kapelletje in een rots (uitgehakt?), dat diende ter nagedachtenis aan de Indianen die zich van de hoogste top te pletter lieten vallen in plaats van zich over te geven aan de Spaanse overheersers bijna vijf eeuwen geleden. Ook werd gestopt bij een rotswand die de vorm had van een kerstboom. De rotsen lagen dakpansgewijs, met een behoorlijke ruimte tussen de 'pannen'. Vanwege de kalkafzetting als gevolg van het water dat naar beneden druppelde en het mos dat erop groeide, leek het net een kerstboom.
Op de terugweg vanaf de stuwdam werd nog gestopt bij een grote leguaan die z'n 'nest' in een boom langs het water had. Echt zo'n joekel met zo'n kam op z'n rug.
Weer terug in Chiapa de Corzo reden we via een weg naar diverse uitkijkpunten over de canyon, maar na het eerste uitkijkpunt werd het uitzicht al ontnomen door de mist c.q. wolken. Bij de poort die toegang verschafte tot deze weg werden we door iets van een portier vriendelijk toegesproken. We snapten niets van wat hij zei en we dachten dat hij zei dat het niet mogelijk was om met een kever die weg te bereiden. Maar we reden gewoon door en we hadden er absoluut geen problemen mee.
Terug in Tuxtla reden we naar de dierentuin (Zoologica). De entree is gratis. Eén lang pad leidde langs alle, zeer ruime hokken. Er waren alleen dieren te zien die in de provincie Chiapas voorkomen. Het is een mooie dierentuin, maar wij waren er te laat om foto's te kunnen maken. De dierentuin ligt volledig in het bos en het is er dus redelijk donker én koel. De beste bezoektijd is rond het middaguur. Dan is het 't lichtste.
's-Avonds checkten we in bij hotel Cathedral. De kamer was kleiner, maar zag er beter verzorgd uit. Na een warme(!) douche gingen we een pizza happen bij Trattoria San Marca; de tweede keer in Mexico dat het eten echt goed was (=lekker én op temperatuur).


Zaterdag 6 december 1997

Geen pakjes gekregen gisteren. Wel diaree en dat is een beetje uitzonderlijk voor mij. Ik weet niet waardoor het komt, maar ik verdenk de yoghurt van gisterochtend, alhoewel die erg goed smaakte.
Nadat we vanochtend om 8.30 uur wakker werden en de boel (weer) hadden ingepakt, ontbeten we bij San Marco. Marjolijn nam een kleine pizza en ik nam een dieetontbijt. Ik kan er niets aan doen, maar zo heet het nu eenmaal. Het bestond uit een fors bord met fruit (moet je net mij hebben); ananas, twee soorten meloen, papaya en banaan, alsmede een kommetje yoghurt en koffie.
Na het ontbijt reden we naar San Christobal. Voor ons reed een vrachtwagen, met een slakkegangetje. Er was een aantal adrenalineverhogende inhaalmanouvres voor nodig om op te kunnen schieen. En dat op tweebaans weggetjes in de bergen. Al snel werd het mistig en ging het regenen en reden w weer in de wolken.
Om 13.00 uur waren we in San Christobal en na een flink aantal hotel te hebben bekeken, checkten we in bij hotel Virginia. De kamer was ruim en schoon en de douche had warm water (!). De kamer was 90 pesos per nacht en dat was de goedkoopste die we hadden gezien.
's-Middags liepen we wat door het stadje. Er zijn veel juwelierswinkeltjes die jade en amber verkopen. Er werd veel amber verkocht met fossiele insekten erin. De insekten zijn al miljoenen jaren oud.
Ook stikt het van de bedelende straatverkopers. Tot vervelens toe blijven ze aandringen om iets te kopen. Ze negeren is de beste remedie om snel van ze af te komen en zelfs dan houden ze nog aardig lang vol. Interesse tonen of té vaak 'No gracias' zeggen is funest.
Wat opviel was dat de straatverkopers eigenlijk allemaal indianenvrouwen waren. De meeste zaten groepsge-wijs en dorpsgewijs bij elkaar en boden dezelfde dingen aan. Vaak zaten er ook kleine kinderen bij die gewoon de borst kregen op straat. Deze vrouwen verkochten met name geknoopte armbandjes en Marcopoppen (Marco was een verzetsheld).De prijzen die werden gevraagd konden nauwelijks kostendekkend zijn.

Klik op foto voor vergroting

Bij een éénuursservice lieten we een fotorolletje ontwikkelen en afdrukken, maar het resultaat was teleurstellend. De foto's waren veel te flets afgedrukt. Gelukkig dat we maar één rolletje hadden laten ontwikkelen.
We aten bij restaurant Paris Mexico. We hadden beide een goed 4 gangen menu, waarvan het hoofdgerecht warm was. Verder een soepje vooraf en een dessert en koffie na. Inclusief 4 drankjes vooraf (we zaten er nogal vroeg om de ansichtkaarten te schrijven) waren we nog geen 100 pesos kwijt.


Zondag 7 december 1997

Vannacht heb ik slecht geslapen. Marjolijn had namelijk een koudje gevat en lag de hele nacht te snotteren en te draaien in bed. Daarnaast was het nogal koud. Van het andere bed (in de kamer stonden twee tweepersoons bedden, zoals vrij gebruikelijk is in Yucatan) haalden we de deken die we op ons eigen bed legden. Nu lagen we in onze lakenzak onder een laken, een sprei en twee dekens.
We ontbeten bij restaurant Tuluc. Beiden namen we een Chiapaans gerecht en dat hadden we maar beter niet kunnen doen. Ik kreeg twee dingen op m'n bord. Het bleken deegballen gevuld met vlees die in een maisblad en een bananenblad waren gestoomd. Het was nogal ranzig. Na het ontbijt schreven we de overige ansichtkaarten op een terrasje op de Zócalo, het centrale plein, onder het 'genot' van een cola. De temperatuur was inmiddels weer aardig gestegen en de zon scheen aan een stralend blauwe hemel. Op de zócalo stonden vele Mexicanen. Ze gingen stemmen en we zagen de stembiljetten uitgedeeld worden en de diverse stemhokjes op het plein. De mensen die niet stemden (zo scheen het althans) waren aan het straatventen. Continu kwamen indianenvrouwen en meisjes aan onze tafel met hun koopwaar. Ook zie je (met name) jonge jongetjes (veel ouder dan een jaar of vijf zijn ze niet) die chicklets verkopen. Dat zijn die kleine kauwgommetjes die met z'n vijfen in een celofaantje zijn verpakt. Eén peso kostte ze.
Nadat de kaarten waren geschreven, liepen we naar het postkantoor. Volgens de Lonely Planet zou het postkantoor tot 13.00 uur open zijn op zondag, maar het postkantoor was gesloten. Wellicht vanwege de verkiezingen.
Toen begonnen we aan een wandeling door San Christobal. Allereerst liepen we naar de kerk boven op de heuvel en we moesten de nodige treden beklimmen. Toen we eenmaal boven waren, kwamen we daar een Belgisch stel tegen, waar we een tijdje mee praatten. Daarna liepen we naar de Santo Domingo kerk. Op het pleintje voor de kerk was een soort van markt waar Indiaanse vrouwen uit de omgeving hun koopwaar uitgestald hadden. Er lag van alles; van die mooie indiaanse kleden, lederwaren, blousjes, truien (mega goedkoop), geweven tafellakens, geweven placemats met bijhorende servetten, beddespreien (wel voor éénpersoonsbedden), poncho's en noem maar op.
Als eerste kocht ik een zwarte leren riem. Het vrouwtje vroeg 35 pesos, maar uiteindelijk ging ze niet lager dan 25 pesos (€ 3,00). Daar heb je in Nederland nog niet eens de gesp voor. Ook kochten we een vrolijk gekleurd beddesprei en placemats met bijhorende servetten.
Vervolgens liepen we verder naar de echte markt. Hier werd voornamelijk groente aangeboden, maar wat ook opviel waren de bloemenstalletjes. Leuk was een stalletje waar allemaal bonen waren uitgestald.

Klik op foto voor vergroting

We brachten onze koopwaar naar huis en daarna liepen we naar de Guadeloupekerk. Al continu zijn er kleine optochtjes die naar deze kerk gaan. Iedere optocht gaat vergezeld van muziek en een pickup truck waarop een jong meisje staat die verkleed is als Maria én van vuurwerk. Telkens hoorde je weer een vuurpijl de lucht in gaan, gevolgd door een knal (soort strijker). Ik had nooit iemand gezien met een fles of zo van waaruit de vuurpijl gelanceerd werd, dus ik lette goed op. Toen zag ik dat de vuurpijlen gewoon in de hand werden gehouden (tussen duim en wijsvinger) en los werden gelaten toen die opsteeg. Moet je in Nederland eens doen. De optochten zijn ter voorbereiding van het 'feest van de maagd Guadeloupe' dat van 10 tot en met 12
december wordt gevierd. 's-Avonds aten we bij Madre Tierra. De soep was goed, maar de champignons in de lasagne leken van gummie te zijn gemaakt. De bediening was nogal slecht. Hoewel het er vol zat vind ik het geen aanrader


Maandag 8 december 1997

Vanochtend ontbeten we wederom bij restaurant Tuluc. Daarna haalden we postzegels bij het postkantoor. De postzegels waren duurder dan de kaart zelf. We frankeerden de enveloppen (we hadden de kaarten in enveloppen gedaan om de bezorgsnelheid én de kans op bezorging te bevorderen/vergroten en lieten ze op het postkantoor achter.
Om 9.45 uur reden we richting de Lagos de Montebello. De weg is (zeker het eerste stuk) van uitstekende kwaliteit en de omgeving is echt prachtig. Onderweg viel ons één ding heel erg op; er was een estafetteloop aan de gang. Vanuit het niets liep daar ineens een jongen of een meisje met een fakkel in de hand naar de volgende persoon. Achter de rennende persoon reed de bezemwagen waar de renner instapte nadat 'ie de fakkel had overgedragen. Enkele honderden meters vooruit reed een wagen die de renners afzette. We kwamen niet één maar veel meer estafettes tegen. Op sommige stukken waren twee ploegen bezig met een estafette. Het leek erop of iedere club of ieder dorp of zo z'n eigen estafette hield.
Even voor Comitan stonden wat mensen aan weerszijde van de weg die een draad over de weg gespannen hielden. Voor dit soort dingen ben ik een beetje huiverig, omdat dit gebied toch een beetje een spanningsgebied is en 'overvalgevoeliger' dan de rest van Yucatan. Een onbeduidend mannetje liep op mijn raam af. Een tikkeltje draaide ik het raam naar beneden en het duurde even voordat we door hadden dat ze geld wilden hebben voor het Guadeloupefeest. Althans... hij noemde nogal vaak het woord Guadeloupe. Dus gaven we hem enkele pesos en we mochten weer verder rijden.

Klik op foto voor vergroting

We reden verder naar de Lagos de Montebello, waar we even na twaalven arriveerden. We reden door to de parkeerplaats bij het achterste meertje, waar een restaurantje was.We gingen het restaurant binnen en zagen tot onze verbazing dat daar enkele Canadezen zaten die we eerder hadden gezien bij Restaurant Paris Mexico in San Christobal. We dronken een cola en praatten wat met de Canadezen die bijzonder vriendelijk en open waren. Ze waren vanuit Canada met een camper onderweg en zouden verder trekken tot het zuiden van Chili. Ik was jaloers. In een brutale bui vroeg ik of ik een zaklamp mocht lenen om de grot te gaan bekijken en dat was absoluut geen probleem. Maar hoe zou ik de zaklamp teruggeven, want de Canadezen gingen hun eigen
weg. In plaats van de uitleenactie te staken, ging onze Canadese vriend op zoek naar een oplossing. Uiteindelijk zouden we de zaklamp afgeven aan een reisgenoot van hem die later zou arriveren en net was aangekomen toen we de zaklamp op de afgesproken plek wilden verbergen.
De grot hebben we niet gezien, want de weg naar de grot werd, naarmate de grot dichterbij kwam, steeds vochtiger en glibberiger. We zakten tot de enkels weg in de modder. We hadden gezelschap van een Duitse jongen, die na z'n lunch in het restaurant met ons meeliep. Hij moest uiteindelijk met de bus weer terug naar Comitan en wij boden aan om hem in Comitan af te zetten.
We reden nog langs de andere meertjes. De omgeving is werkelijk zeer mooi. Alle meertjes hadden een verschillende kleur, vanwege de verschillende ijzeroxyden in de bodem. Laguna de Canada (hoe toepasselijk) was de het mooiste meer. Nabij dit meer ging Marjolijn bijna op een slang staan. Oké slangetje (niet veel meer dan 10 centimeter), maar wel een échte slang.
Om 16.00 uur gingen we weer op huis aan. Het was nog ruim 40 kilometer naar Comitan. Hier had ik me op de heen-weg flink op verkeken. Ik dacht namelijk dat de meertjes direct na Comitan kwamen (10 kilometer of zo).
In Comitan zette we onze Duitse vriend af . Hij was al lang blij, want doordat hij met ons meereed, kon hij veel meer meertjes zien dan gepland. En voor ons was hij leuk gezelschap. De verdere terugweg over de Pan American Highway ging perfect. We werden niet eens staande gehouden bij de road block in Comitan. We reden door Las Vegas, maar ik heb geen casino gezien. En wat stel je je voor bij de plaatsnaam 'Laguna Larga'? Larga betekent 'groot', maar deze plaats bestond letterlijk uit twee drempels en niet veel meer huizen.
Om 18.00 uur waren we weer thuis. Marjolijn ging douchen en wat kleding uitwassen en toen was het warme water al weer op.

Klik op foto voor vergroting

We aten wederom bij Restaurant Paris Mexico, het enige restaurant dat nog een beetje klandizie trekt. Dat is ook niet zo verwonderlijk, want buiten hangt een bord waarop de namen van organisaties staan die het restaurant aanbevelen, waaronder de Lonely Planet.
Om 21.30 uur lagen we op bed.


Dinsdag 9 december 1997

Net als de voorgaande dagen was het koud en bewolkt toen we rond half negen opstonden, maar om een uur of tien was de hemel al weer wolkenloos en steeg de temperatuur.
We ontbeten bij restaurant La Casa del Pan. Een stevig ontbijt dat bestond uit een kom fruit met yoghurt en muesli. Daarnaast kregen we een croissant (een echte én een warme) en bruin brood dat ook nog warm was. We kregen verse jus d'orange en koffie. Het was het beste ontbijt dat we tot nu toe hebben gehad. Na afloop mochten we ons commentaar geven in een boek. Aan de data te zien, werd iedere dag één keer commentaar gegeven. Wij waren vandaag de gelukkigen. Het bijzondere van La Casa del Pan is dat getracht wordt om 'kanslozen' een baan te bieden.
Na het eten wisselden we enkele traveller's cheques in bij Banamex op de Zócalo (het centrale plein). De koers was echter slechter dan elders. Zelfs voor bankbiljetten kregen we in Villahermosa een betere prijs.
Om 10.30 uur gingen we op weg naar de indianendorpjes in de buurt. De afstanden tussen de dorpjes vielen me wat tegen. Ik had die korter verwacht dan ze waren. Het eerste dorpje was Zinacantan. De mensen droegen er prachtige kleding. Het hele dorp was op de been en het was een bonte pracht. De mensen droegen kleding die voornamelijk roze en rood van kleur was.
We dronken een cola in een klein huisje tegenover de kerk. In het huisje was een toonbank, met daaronder een glazen vitrinekast waarin enkele dingen lagen uitgestald. In de hoek stond een koelkast, die voor éénvierde was gevuld met colaflesjes. Zelf pakte ik twee flesjes en de eigenaresse, die in de deuropening stond, wees naar de opener. Daarna verdween ze met d'r kleine kindje op d'r arm achter de toonbank om twee rietjes te pakken. We dronken onze cola op aan één van de drie tafeltjes in 't huisje. Buiten speelden de kinderen in hun prachtige kleding.

Klik op foto voor vergroting

In het dorpje namen we enkele foto's na vooraf toestemming te hebben gevraagd. Voor enkele foto's moesten we betalen. We kochten een kaartje om de kerk te mogen bezoeken. De kerk was wel speciaal van binnen. Op de grond lag gras en de kerk zag er erg verzorgd uit. Binnen stonden enkele mensen te bidden. Even keken ze op, maar gingen daarna gewoon weer verder, zonder zich iets van ons aan te trekken.
Daarna reden we verder naar San Juan Chamula en parkeerden de auto op het plein. Kleine kinderen vroegen of ze op de auto mochten passen, maar dat aanbod sloegen we af. Op het plein was markt. We liepen naar de kerk, maar ook daarvoor moest je betalen.
Toen we binnen stonden werden toeristen voor ons erop aangesproken dat ze geen kaartje hadden. Toen hadden wij het interieur al gezien en liepen we weer naar buiten. De kerk in Zinacantan was mooier.
San Juan Chamula was al wat minder indrukwekkend, doordat de klederdracht veel minder uitbundig was. De vrouwen droegen donkergrijze, wollen rokken en hadden blauwe shirts aan. Op de markt kochten we een kleurige sjaal.
San Andrès was het volgende dorpje dat we bezochten. Het duurde nogal een lange tijd voordat we er waren. Maar in dit dorp kwamen veel minder toeristen en we waren er in siëstatijd, dus er was weinig te beleven.
Halverwege de middag reden we naar Tenejapa. In dit dorp liepen juist de mannen in klederdracht. Op het centrale plein werd door een groepje mannen gekaart en dat was voor ons bij uitstek de kans om de kleding te bewonderen. De klederdracht van de mannen was een mengelmoes van een kilt en lederhosen. De mannen droegen een rok en sokken tot over de knieën. Daarboven droegen ze kleding zoals een Beierse man aan zou kunnen hebben. Verder was er ook in dit dorp weinig te beleven.
'sAvonds lekker gegeten in restaurant La Casa del Pan.


Woensdag 10 december 1997

Gisteravond waarschijnlijk toch niet zo goed gegeten, want vandaag was een ziekdag. Ik voelde me vanochtend al niet lekker, maar Marjolijn wilde gewoon ontbijten en dus liepen we naar La Casa del Pan. Marjolijn nam weer zo'n stevig ontbijt en ik volstond met een kopje ontzettend gore kruidenthee. Na het ontbijt liepen we nog even over het marktje en kochten we nog twee truien. Deze typische indiaanse truien worden volop gedragen in San Christobal en zijn bijzonder populair bij toeristen, want bijna iedere toerist loopt er in rond. Ook kochten we nog placemats met bijbehorende servetten.
Op een gegeven moment wilde Marjolijn naar huis, want die werd niet lekker. Onderweg naar huis moest ze overgeven. In het hotel gingen we 'lekker' op bed liggen en afwisselend bevuilden we het toilet. Ik kon echt niets binnen houden.
'sAvonds niets gegeten.


Donderdag 11 december 1997

Vanochtend stonden we om 7.30 uur op. We waren nog maar half hersteld en dronken een kopje thee bij Restaurant Paris Mexico en daarna haalde ik een bekertje yoghurt bij het supermarktje. Op de kamer nam ik vijf hapjes van de yoghurt om vervolgens snel naar het toilet te sprinten om de yoghurt weer te lozen. Toch hield ik vol en at de yoghurt verder op. De tweede helft werd wel door het maagje geaccepteerd.
Om ongeveer 9.00 uur vertrokken we richting Palenque. Het landschap was werkelijk fantastisch. Jammer dat we weer richting Yucatan rijden.
Bij Ocosingo bezochten we de ruïnes van Tonina, maar eerst werden we staande gehouden bij een immigratiepost langs de weg. Ook dit is een road block, maar naast militairen zijn er ook mensen van de immigratiedienst. Met de paspoorten verdwenen ze in een huisje. Ik liep er achteraan, nadat ik de auto had geparkeerd. Er werd het een en ander genoteerd en we kregen een stempel op het immigratieformulier. Daarna gaven ze me onze paspoorten terug.
De ruïnes van Tonina waren niet echt bijzonder. Er was een hoge tempel, maar we hadden de puf niet om die te beklimmen. De weg naar de ruïne was erg slecht en lang (10 km heen en ook weer terug). Dat het niet echt een toeristische trekpleister was bleek wel uit het gastenboek, waarin iedere bezoeker de naam en de nationaliteit moet vermelden. Per dag stonden twee of drie namen (waaronder nu ook die van ons). Voor ons waren nog twee Belgen geweest.

Klik op foto voor vergroting

We vervolgden onze weg en de volgende stop was bij Aqua Azul. Deze watervallen zijn erg indrukwekkend. Het was er nogal druk met toeristen. Er stonden verscheidene touringcars. Je kon er zwemmen in een veilige poel en dat deden enkele toeristen. Het water was nogal koud en buiten de 'veilige' poel was het gevaarlijk om te zwemmen.
We liepen tegen de heuvels op om de diverse watervallen vanuit verschillende hoeken te bekijken. Daarna dronken we een cola op een terrasje. Het ging gelukkig al weer beter met onze maag.
We reden verder naar de volgende waterval, ongeveer 40 kilometer na Aqua Azul. De 'Misol Ha' waterval was 35 meter hoog en de mogelijkheid bestond om achter de waterval langs te lopen, wat we ook deden. De waterval was indrukwekkend en de omgeving was mooi en er waren slechts enkele toeristen.
De laatste 20 kilometer naar Palenque namen we een Duitse jongen mee die stond te liften.
's-Avonds aten we samen met Chris en Ilse, de twee Belgen die we in San Christobal tegengekomen waren op de trappen naar de kerk. Ze spraken ons aan op het moment dat wij uit de auto stapten voor hotel Sjalom. Toevalligerwijs zaten zij ook in hetzelfde hotel. Tijdens het diner viel het licht uit, maar dat was snel hersteld. We hebben een gezellige avond gehad met z'n vieren.


Vrijdag 12 december 1997

Vanochtend zijn we als eerste verhuisd naar een andere kamer. Eerst hadden we een kamer op de eerste verdieping, maar het raam van de kamer lag boven de keuken en het was dus al vroeg onrustig, alsmede reukerig.
Na de verhuizing aten we bij Restaurant Maya aan het park. De Lonely Planet schreef over dit restaurant: 'sooner or later you come to Restaurant Maya'. Een betere tekst zou zijn: 'you'd better stay away from Restaurant Maya'. Het ontbijt was niet lekker en ongelofelijk duur.
Na het ontbijt, om ongeveer 10.45 uur, reden we naar de ruines. We waren door andere toeristen al gewaarschuwd dat het 's-ochtends nogal druk kon zijn en dat een betere tijd om de ruïnes te bezoeken rond een uur of één 's-middags was, maar het was nogal bewolkt en het dreigde te gaan regenen. Daarom besloten we wat vroeger te gaan.

De ruïnes waren mooi, met name vanwege de ligging tegen het oerwoud aan. Het is er heel groen en er waren gelukkig niet zo erg veel mensen. Zelfs Marjolijn waagde het erop om de hoogste tempel te beklimmen, nadat ik d'r had verteld hoe je het eenvoudigste de treden kon bestijgen, namelijk door je volledig te concentreren op de eerstvolgende trede en in een continue klim door te gaan. Je ziet dan niet hoe ver je nog moet of hoe hoog je al bent. Voor je het weet sta je boven. Terug wilde ze niet, maar gelukkig kon je aan de achterzijde ook naar beneden en daar was het veel minder hoog, doordat de tempel tegen een berg op was gebouwd.
Nadat we zo'n beetje alle ruïnes hadden bekeken, liepen we naar een watervalletje. Daar waren drie jongeren aan het zwemmen in een poeltje onder de waterval. Zag er allemaal erg leuk uit. Eén van de meisjes vroeg me om een foto te maken. Daarvoor moest ik wel eerst het toestel uit hun tas pakken. Ze was wel goed van vertrouwen.

Klik op foto voor vergroting

Om een uur of twee hadden we het wel gezien en aten we een soepje in het restaurant naast de kassa. Geen aanrader. Zowel de soep als de bediening konden wel wat beter. Na een half kommetje soep reden we terug naar het museum. Dat was wel leuk en interessant, maar helaas zag het er nogal verwaarloosd uit (de letters van de informatieborden waren versleten, zodat de tekst niet meer te lezen was) en was het er tamelijk donker. De meeste vitrinekasten waren niet verlicht, zodat alleen silhouetten te zien waren.
Daarna reden we terug naar Palenque en liepen we nog wat door de hoofdstraat en dronken een blikje frisdrank op het pleintje in het park. De hoofdstraat stelt niet veel voor, maar in het parkje was het een levendige boel.
Toen we om 17.30 uur terugkwamen in het hotel, stonden Chris en Ilse net op het punt om weg te gaan. Ze zouden om 21.00 uur met de nachtbus naar Mérida gaan. We spraken af om een pizza te gaan eten in Pizzeria Palenque naast het hotel. Dat was lekker en weer even gezellig. Chris en Ilse zijn toch één van de weinige waarmee we leuk contact hadden. Grappig was dat hun ervaring ook was dat je vrij weinig contact met anderen legt in Mexico. Daarna dronken we nog iets op een terrasje. Op het terrasje zat nog een Nederlands stel dat ook met dezelfde bus naar Mérida gingen als onze Belgische vrienden. Met z'n zessen was het gezellig, alhoewel die andere Nederlanders wel de oren van je kop kletsten.
Om 21.30 uur lagen we op bed.


Zaterdag 13 december 1997

We werden vanochtend pas om half 9 wakker in plaats van om half acht. Ik had de wekker gezet, maar de wekker was onder m'n kussen terecht gekomen en daardoor had ik 'm niet af horen gaan.
We kochten broodjes en yoghurt bij een bakkertje en vertrokken daarna richting Chetumal. Het was zwaar bewolkt en we waren blij dat we gisteren naar de ruïnes waren geweest. Tussen Palenque en de afslag naar Escarcega riskeerde ik het om boven de maximum snelheid een politieauto in te halen, maar hij vond het allemaal wel oké. Hij gaf zelfs richting naar links aan als teken dat het veilig was om in te halen. Naarmate de reis vorderde ging het harder regenen.
In Chables, waar we op de heenreis ook al waren gestopt, hadden we onze eerste stop en aten we ons ontbijt. Daarna reden we door naar Escarcega. In Escarcega moest ik tanken en daar gebeurde het voor het eerst dat ik de pompbediende niet vertrouwde. Tijdens het pompen zag ik de teller de N$70 passeren, maar toen werd m'n aandacht afgeleid en voordat ik er erg in had stond de teller van de pomp al weer op nul en rekende hij N$105 af. Nu kan het best kloppen, maar ik de denk van niet. Maar goed.... dan zouden we voor enkele pesos belazerd zijn; voor ons niet zo veel en voor de pompbediende wellicht zijn dagloon.
Op hetzelfde terrasje als waar we op de heenreis zaten, dronken we een cola. Onder een afdakje gelukkig, want het regende nog altijd.
Tegen het einde van de middag kwamen we aan in Chetumal en reden eerst naar hotel Christal. We parkeerden de auto en liepen naar het hotel. Wat direct opviel waren de donkere mensen die op het balkon van het hotel stonden. We hadden namelijk in de rest van Mexico helemaal geen zwarte mensen gezien. Het hotel was vol en uiteindelijk belandden we bij hotel Maria Dolores. Het hotel was goedkoop, maar de kamer was er dan ook naar. Niets bijzonders.
Om 19.30 uur stapten we binnen bij Restaurant Pantajo, maar schijnbaar was het al bedtijd, want we werden weggestuurd en direct werden de rolluiken gesloten. Toen hebben we maar een visje gegeten bij restaurant Ucum. De rijst was koud en de bediening niet echt vriendelijk en na het eten dronken we nog een biertje op het terras van restaurant Los Cobos, in de hoofdstraat. Schijnbaar een goed restaurant, want het was er druk.
Plots hoorden we een doffe discodreun. Het gedreun werd steeds luider en bleek afkomstig van een aanhanger achter een auto. Op de aanhanger stond Señor Clos (de kerstman) en naast hem stonden grote boxen, waaruit de discodreun kwam. Geen gezellige kerstmuziek, maar bonk, bonk, bonk. De auto had er overigens flink de vaart in. Erg grappig.
Na het biertje liepen we rustig terug naar het hotel.


Zondag 14 december 1997

We zouden vandaag, althans zeker vanochtend, gaan winkelen in dit 'winkelparadijs' van Quantana Roo. Want zo typeert Chetumal zich. Maar gisteravond hadden we al gezien dat er geen mooie, grote winkelcentra zijn en we besloten maar om na het ontbijt naar Tulum te gaan.
We ontbeten in het restaurant van Hotel Los Cobos. Gisteravond zag het restaurant er erg verzorgd uit en het was er druk. Een goed teken.
Er was een ontbijtbuffet en die was flink duur: N$42 per ontbijt. Maar daar was een goede oplossing voor. Je neemt gewoon één buffet en neemt gewoon goed veel. Dan kun je van één ontbijt met z'n tweeën eten. Lekker en goedkoop! Zo gezegd, zo gedaan. We hadden lekkere warme broodjes, goede koffie, gebakken spek en een banaan voor elk. Het tweede kopje koffie was zelfs gratis. Alleen de thee van Marjolijn werd apart in rekening gebracht (logisch, want maakte geen deel uit van het ontbijt).
Na het ontbijt reden we dus naar Tulum, waar we in eerste instantie wilde overnachten in een simpel hutje aan het strand. Eenmaal in Tulum aangekomen, was het nogal een zoekpartij naar deze hutjes. Komende vanuit de richting van Escarcega, reden we eerst door het dorpje Tulum. Toen we het dorpje weer uit reden, gingen we naar rechts bij een groot bord 'hotelzône'. Aan het einde van de weg gingen we naar links en dan zijn de hutjes aan de rechterkant van de weg.

Klik op foto voor vergroting

De hutjes waren bijzonder primitief. Er stond letterlijk alleen een bed (frame + matras) in en er hingen haken aan de 'muur' waaraan je een hangmat aan op kon hangen. De hutjes waren gemaakt van dunne stammetjes en was absoluut niet geïsoleerd. Sterker nog; de wind waaide gewoon door het hutje. Omdat het nogal fris was overdag en koud 's-nachts, durfden we het niet aan om hier te overnachten. Daarom besloten we om de ruïnes te bekijken en vervolgens verder te rijden naar Playa del Carmen. De ruïnes waren 500 meter verderop. Niet echt indrukwekkend, maar de ligging zo aan de zee erg mooi. Prachtige blauwe zee! De toegang was weer gratis, omdat het zondag was.
Na Tulum reden we dus verder naar Playa del Carmen, maar voordat we daar waren, sloegen we af bij afslag 'Playacar'. We hadden gelezen dat Playacar een gebruikte afkorting was voor Playa del Carmen, maar het was iets anders. Er hing een slagboom over de weg en die werd door een portier geopend. Vervolgens reden we over een schitterend geplaveide weg. Plots stonden kleine bordjes langs de weg die de weg wezen. Toen we daar onder andere 'golf court' zagen staan, wisten we dat we verkeerd zaten. We zaten in een super de luxe resort. We reden terug naar de hoofdweg (weer werd de slagboom geopend) en reden nog enkele kilometers door naar Playa del Carmen.
We checkten in bij hotel Dos Hermanos. Het hotel ligt buiten het drukke centrum (10 minuutjes lopen), maar is het voordeligste hotel (zelfs het goedkoopste hotel is in Playa del Carmen erg duur). Het bed is super gammel en wiegt heen en weer als je je omdraait. wellicht inherent aan het kamernummer: 13
Nadat we hadden gedouched, liepen we naar het centrum. Daar waren veel toeristen. In het voetgangersgebied zijn bijna alleen maar restaurants en voor de restaurants staan mannetjes die je continu aanspreken ('Hello Amigo!') en die je naar binnen willen lokken. Daarnaast zijn er veel duikscholen en excursiebureaus. De meeste restaurants hadden een 'happy hour'. Dan krijg je twee drankjes voor de prijs van één. Het viel direct op dat 'hour' nogal ruim werd geïnterpreteerd. Vele restaurants hadden happy hour vanaf een uur of één 's-middags tot laat in de avond. Dat klonk erg gunstig.
Op een terrasje kwamen we erachter dat één biertje ten minste twee keer zo duur was dan elders in Mexico. Hier kostte één biertje N$20, terwijl we wel eens N$7 hebben betaald.
We aten bij Burger King. We moesten namelijk even acclimatiseren voor wat betreft de prijzen. Voor het bedrag waar we elders met z'n tweeën van aten, betaal je hier per persoon.
Na het 'eten' dronken we een biertje op een terrasje waar het bier 'always N$8' was. Dat was dan we exclusief de kosten van bediening van N$2 die bij de rekening werd geteld!
Nee, Playa del Carmen is niet echt mijn vakantieoord. Té veel toerisme en naast het strand is hier verder echt niets te beleven. Je moet dus wel geluk hebben dat het weer mee zit, want anders heb je echt een probleem.


Maandag 15 december 1997

Vanochtend lekker uitgeslapen. We werden pas om 10 uur wakker, toen de schoonmaakster voor de deur stond en aanklopte.
Nadat we ons hadden aangekleed, namen we geld op en daarna zorgden daarna voor het ontbijt; brood bij de Panaderia en iets te drinken in de supermarkt. Daarna reden we naar Punta Bete. Dit punt ligt even ten noorden van Playa del Carmen. De afslag stond pas op het laatste moment aangegeven. Vervolgens was nog een stuk rijden over een hobbelige, onverharde weg. Aan het einde van de weg was een camping aan het strand.
We parkeerden de auto en gingen aan het strand liggen. Ik spande m'n hangmat onder een hutje (vier palen + dakje) en al snel kwam iemand de huur innen. N$20 voor een dag. Mij best, kan ik lekker liggen.
We ontbeten en de rest van de dag lazen we in de boeken die we de 's-ochtends hadden gekocht. Het was heerlijk rustig aan het strand. Eigenlijk hadden we het strand voor ons alleen. Er lag niemand anders aan het strand. Zo af en toe passeerden mensen langs de waterlijn.
Tegen het einde van de middag keerden we huiswaarts en douchten we ons. Daarna gingen we eten in een restaurant met slechte bediening. Toen we binnen kwamen, kregen we de menukaart aangereikt door een supernicht en op het moment dat we wilden bestellen, liep 'ie weg om andere mensen binnen te halen. Hij nam de bestelling op en toen het eten werd geserveerd, moesten we hem er aan herinneren dat de drankjes nog

Klik op foto voor vergroting

altijd niet waren gebracht. Het eten was verder oké. Marjolijn had een gepanneerd visfilet en ik had een gegrild visfilet. Toen we klaar waren, duurde het ook weer een eeuwigheid voordat we konden afrekenen.
We dronken nog een biertje op een terrasje in de voetgangerszone. Het was het goedkoopste bier tot dan toe in Playa: N$ 7,50 per stuk
Om 22.00 uur lagen we op bed.


Dinsdag 16 december 1997

Vanochtend volgde hetzelfde ritueel als gisteren. We haalden broodjes bij de bakker en yoghurt(drank) en andere versnaperingen in de supermarkt en geld bij de bank.
Daarna reden we naar Puerto Morelos, waar we van 12.00 uur tot 14.00 uur aan het strand lagen en brunchten. Rond een uur of twee reden we verder naar Cancun, want we moesten vandaag de auto weer inleveren.
Maar voordat we dat deden, wilde ik eerst nog even over de hotelzônerijden. Ik wilde graag nog even bij daglicht zien of het terecht is dat Cancun inderdaad zo'n slechte indruk op me achter liet. Inderdaad zag het er nogal vreselijk uit. Aan de rechterkant van de weg was alleen maar hoogbouwhotels. Verder is er weinig te doen. Halverwege de hotelzone was een winkelparadijs, maar dat biedt dan ook het enige vertier.
We stopten op een parkeerplaats vanwaar we een mooi uitzicht hadden over het strand en de zee en ik moet toegeven... het strand en de zee zijn fantastisch. Daarna reden we verder over de hotelzone naar Cancun-Centrum en sloegen daar af naar de luchthaven.
Op het vliegveld leverden we de auto in. De auto werd grondig geïnspecteerd en er werd een barstje in het glas van de richtingaanwijzer rechtsvoor geconstateerd. Het vriendelijke vrouwtje achter de balie (ze sprak gelukkig zeer redelijk Engels) meldde ons de schade, maar zei dat ze met het hoofdkantoor zou bellen om te verifiëren of de schade al bekend was. Gelukkig was de schade al bekend en werd die niet in rekening gebracht. We moesten wel een schadeformulier invullen waar we op moesten zetten dat 'we niet wisten hoe de schade was ontstaan'. De reden van het invullen van het formulier ontging me.
Toen ik informeerde of er een bus naar Playa del Carmen reed, zei ze dat er alleen taxi's reden of dat we naar de hoofdweg (weg tussen Cancun en Playa del Carmen) moesten lopen en daar een bus aanhouden. Maar toen bood ze aan om de auto mee terug naar Playa del Carmen te nemen en de auto daar in te leveren. Dat mocht kosteloos. Ze zou dan zelf de formaliteiten afhandelen en een formulier invullen waarmee we de auto zonder problemen in Playa del Carmen konden inleveren. Ze raadde ons wel aan om de tank vol te gooien voordat we de auto zouden inleveren. Dit was voor ons goedkoper. Wij waren blij en zeer content met deze goede service.
In Playa del Carmen gooiden we de tank helemaal vol. Vervolgens reden we naar het kantoor van Hertz. Een werknemer vroeg ons naar het contract en controleerde de auto. Hij wees in de auto naar de benzinemeter en zei dat de tank niet vol was. Wij probeerde hem ervan te overtuigen dat we net de tank helemaal vol hadden gegooid, maar hij wilde er niet van weten. We moesten 'm helemaal vol gooien. Wij dus weer terug naar de pomp en opnieuw tanken. Oké, de medewerker had gelijk. De tank was nog niet helemaal vol. Er kon nog voor N$3 (nog geen liter) in.
Terug bij Hertz begon het gezeik. De auto werd opnieuw grondig gecontroleerd en er werd schade geconstateerd die in rekening zou worden gebracht. Het betrof een deuk aan de voorkant van de auto, op de grens van de voorkant en de onderplaat en achter de bumper. De schade was het gevolg van steenslag. Ik maakte de receptionist duidelijk dat de auto al gecontroleerd was op het vliegveld en daar accoord bevonden was en dat er gezegd was dat we de auto zonder problemen konden inleveren.
De werknemer wilde niets weten van wat ik vertelde en belde met de luchthaven. Nadat hij had opgelegd zei hij dat de kosten in rekening gebracht werden. In totaal N$200 (€ 20). Ik hield voet bij stuk dat ik niet zou betalen en zei hem wederom de luchthaven te bellen. Toen ik het vrouwtje van de luchthaven aan de lijn kreeg, vertelde ik dat de schade achter de bumper zat en het gevolg was van steenslag en dat de auto oké bevonden was op de luchthaven en dat de steenslag niet veroorzaakt kon zijn op het stukje tussen Cancun en Playa del Carmen.
Ze vroeg me om de hoorn nog even door te geven aan de receptionist. Vervolgens hadden ze het waarschijnlijk nog over koetjes en kalfjes, want het duurde even voordat de receptionist met een chagrijnige smoel ophing. De kosten werden niet in rekening gebracht. Vervolgens maakte hij de rekening op. Dat ging allemaal wel heel snel en ik moest 'daar tekenen!'. Toen ik hem zei dat hij de prijsopbouw maar eens even moest uitleggen (het was nu mijn beurt om het bloed onder zijn nagels te halen) deed 'ie weer moeilijk. Hij pakte de calculator en ramde op de toetsen. Vervolgens controleerde ik met de calculator of de bedragen en de optellingen klopten en dat was wel het geval. Pas toen ik overtuigd was, tekende ik de rekening en nam alle bewijzen mee. Vooral de sales slips die 'void' was gemaakt was belangrijk. Op het rekeningoverzicht stond ook op welke sales slip de kosten waren geboekt en welke 'void' was gemaakt. Daarna vertrokken we, terwijl we iedereen daar vervloekten.
Tip voor de volgende keer: controleer de auto echt grondig en noteer iedere schade, hoe lullig dan ook.
Nadat we de auto hadden ingeleverd, liepen we terug naar het hotel (gelukkig niet ver, want het kantoor van Hertz lag langs de hoofdweg en het hotel lag twee straten vanaf de hoofdweg) en gingen we lekker douchen.
's-Avonds aten we ergens in het voetgangersgedeelte. Weer een visfilet voor beiden en dit keer was zowel het eten als de bediening oké.


Woensdag 17 december 1997

9.30 uur.
Gelukkig.... de laatste, hele dag in Playa del Carmen vandaag. We hebben geen auto meer en het weer is minder goed dan gisteren; het is bewolkt en er staat een windje.
Vannacht heb ik toch nog redelijk geslapen op het gammele bed. Als de één zich omdraait, veert de andere mee. Ik heb wel last van m'n onderrug sinds we op dit bed slapen. Éen slecht bed dus.
We ontbeten op het strand onder de palmbomen en lazen in onze boeken tot een uur of vier. Toen begon het wel erg bewolkt te worden en net toen we aan het opruimen waren, begon het lichtjes te regenen.
We liepen nog wat door het stadje en vervolgens door naar het hotel om te douchen. Ik las nog wat verder in m'n boek, terwijl Marjolijn d'r tas inpakte (reorganiseerde).
's-Avonds aten we in restaurant Limones weer een visje en een schelpdiertje (echt een schelp). Marjolijn kreeg namelijk twee schelpen bij d'r eten geserveerd. Eén daarvan probeerde ik. Het was een nogal zout hapje.
In de Lonely Planet stond over het restaurant geschreven: 'the food is a bit more expensive, but well worth the extra money'. Het eten was inderdaad oké, maar de bediening niet (waar hebben we dat al meer meegemaakt?!). Ook was de rekening onjuist. Er was ten onrechte een voorgerecht in rekening gebracht à N$130.
Op hetzelfde terrasje als waar we de voorgaande twee avonden een biertje hadden gedronken, gingen we ook nu een biertje drinken. Dit keer bestelde ik één Sol en kreeg er twee. De tweede keer dat ik bestelde, vroeg ik weer om één Sol (aan een andere ober dan de eerste keer) en kreeg ik ook één Sol. En dus moest ik nog één Sol extra bestellen. Toen we de rekening kregen, bleek dat er een 'reken te veel'-virus was uitgebroken in Playa del Carmen. Ook hier was de rekening N$10 te hoog en ook hier moest de rekening met Tippex worden gecorrigeerd tot het juiste bedrag. Goede tip: controleer de rekening grondig in Playa del Carmen.

Klik op foto voor vergroting

Na de twee biertjes liepen we terug naar het hotel. Onderweg zagen we nog dat er een aanrijding plaatsvond. Een mannetje met een hot dog-karretje wilde een geparkeerde auto inhalen. Een vrachtauto die beide (de geparkeerde auto en het hot dog karretje) wilde inhalen, reed het karretje klem tussen zichzelf en de geparkeerde auto. De hot dog sales man lag op de grond en schijnbaar gewond. De politie was snel ter plaatse, omdat het ongeluk zich voltrok voor het politiebureau. Zelfs de ziekenauto rukte uit en het ziekenhuis was zo ongeveer naast het politiebureau gevestigd. Die Mexicanen vinden het prachtig om van een mug een olifant te maken.


Donderdag 18 december 1997

Het laatste nachtje heb ik toch nog wel goed geslapen. We douchten ons en trokken onze laatste schone kleding aan. Daarna liepen we naar het bakkertje verderop in de straat om te ontbijten en we namen geld op bij de geldautomaat bij de bank ernaast. We liepen terug naar de kamer om de spullen te pakken.
Eenmaal ingepakt liepen we naar de main plaza waar we nog een uurtje in onze boeken lazen op een bankje en rond half één stonden we bij het busstation bij de main plaza in de rij voor een busticket naar het vliegveld. Omdat er geen bussen naar het vliegveld zelf rijden, moesten we een bus naar Cancun nemen. We zouden dan gedropt worden bij de afslag naar het vliegveld. Eenmaal bij het loket werd ons verteld dat er geen bustickets voor die bus werden verkocht. Na wat bewakingsmedewerkers te hebben gevraagd welke bus we moesten hebben, zagen we plots een bus met gele strepen met in groene letters 'Oriente' op de zijkant het busstation inrijden. Nu hadden we al enkele keren het woord 'Oriente' gehoord en dus liepen we naar de bus en vroegen of 'ie naar het vliegveld ging. Dat klopte en we gooiden onze rukzakken in het ruim. Al snel reed de bus weer weg (hij stopt er dus maar heel kort). In de bus kochten we tickets.
De chauffeur stopte netjes bij de afslag opende netjes het ruim. We knoopten de rugzakken op en gingen op weg om de laatste twee kilometer naar het vliegveld te lopen. Echter, al na een meter of vijftig stopte een auto en stapte een zakenman uit. Hij was op weg naar het vliegveld en zei dat we wel mee konden rijden. Ik was niet zo wantrouwend, maar Marjolijn wel en dat merkte hij en hij zei dat we nergens bang voor hoefden te zijn. We stapten in en dat scheelde ons een behoorlijk stuk lopen. We werden keurig netjes voor de vertrekhal afgezet. De Franse zakenman, die in T-shirts handelde, zou ons (naar zijn zeggen) nog wel treffen in de vertrekhal, maar we hebben hem niet meer gezien.
Om twee uur waren we op de luchthaven en we moesten dus nog vier uur (!) wachten voordat het vliegtuig zou vertrekken. Om ongeveer drie uur sloten we achter in de rij aan voor de incheckbalie en daar werd ik herinnerd aan wat onze Belgische vriend ons in Palenque al had verteld. Hij had gezegd dat hij het altijd zo erg vond om met een chartermaatschappij terug te vliegen, omdat je dan altijd weer tussen van die mopperende landgenoten zat en dat hij juist dát zo'n abrupt einde aan de vakantie vond geven.
Inderdaad was het zo dat, eenmaal in de rij voor de incheckbalies, er al weer flink wat afgemopperd werd . Met name voordringen wekte bij sommigen irritatie. Ikzelf heb zoiets van.... het vliegtuig vertrekt toch niet voordat iedereen erin zit, dus of ik nu hier wacht of straks in het vliegtuig, je moet toch wachten.
Na het inchecken liepen we in de richting van de tax free winkels, maar voordat we naar de winkleltjes konden gaan, moesten we eerst langs de metaaldetector. Bij mij ging het alarm weer af (op Schiphol ook al), terwijl ik dacht dat ik niets van metaal meer in m'n zakken had. Toen bedacht ik dat ik nog een zakmes in m'n broekzak had. De douanebeambte sneed zich nog bijna in d'r vingers toen ze ging kijken hoe scherp het lemmet was. Het alarm ging niet meer af. Gelukkig kreeg ik het mes terug.
Daarna stonden we in het tax free gedeelte. We liepen de nodige winkels in en uit (tsja, je moet de tijd toch doorkomen) en kochten een fles Khalua (koffielikeur) in een leuke fles.
Om ongeveer half zes riep een Nederlandse stewardess om dat we konden 'boarden' en om exact 17.55 uur vertrokken we. Ik vond het wel vreemd dat er geen paspoortcontrole meer was, nadat we hadden ingecheckt.
De terugreis duurde 8,5 uur en verliep goed, alhoewel we niet al te beste plaatsen hadden. We hadden precies de twee middelste stoelen in de middelste rij. Zou dit de reden zijn geweest dat mensen altijd de neiging hebben tot voordringen?
We landden een kwartier vroeger op Schiphol dan verwacht. Dat kwam door de rugwind die het vliegtuig had. Dat was ook de reden dat het vliegtuig veel harder vloog dan het eigenlijk kon. De kruissnelheid van het vliegtuig bedroeg ongeveer 860 kilometer per uur, maar op sommige momenten vloog het vliegtuig ruim 1150 kilometer.
Eenmaal op Schiphol gebeurde er iets onverwachts. We liepen niet gewoon door de slurf naar de aankomsthal, maar moesten met de trap naar beneden om daar in een bus te stappen. En dat was leuk. Ik had me op Cancun al verbaasd over een aantal toeristen die met korte broek en t-shirt het vliegtuig in stapten. In het vliegtuig is het vaak al fris, maar in december in Nederland is het ook geen strandweer. Zij baalden want zij stonden in de ijzige kou te wachten op een volgende bus toen die van ons vol wegreed. We hadden wel een beetje last van leedvermaak, want het was toch wel grappig om te zien.
Eenmaal door langs de paspoortcontrole duurde het nog ruim een uur voordat we onze rugzakken hadden. De douane leverde geen problemen op en na de douane stonden m'n ouders te wachten met dikke jassen. We reden naar huis en hebben lekker koffie gedronken met gebak, dat we daarvoor bij de bakker hadden gehaald.

Lekker weer thuis!

=============================================================================================
Genoten van ons reisverhaal? Laat ons weten wat je ervan vond. Stuur een mailtje naar Marrem's reispagina of schrijf een berichtje in ons gastenboek. Je reactie wordt zeer op prijs gesteld!

Of geniet je liever van nog meer foto's van Mexico? Onze diavoorstelling speelt 20 foto's automatisch af.



Indonesië | Thailand | Mexico | Vietnam | Syrië | Jordanië | Maleisië | Egypte | Andalusië | Zuid Afrika