Zondag 10 en maandag 11 juni 2001

Om elf minuten over tien namen we de bus naar Schiphol, waar we een kwartiertje later aankwamen. We waren één van de laatsten met inchecken, maar dat maakte niets uit omdat Patricia bij het boeken van de tickets de stoelen voor de heen- én terugreis al had gereserveerd. Bij de incheckbalie waren we direct aan de beurt. Na ons moesten nog maar 10 mensen inchecken.
Wegens enorme drukte op Schiphol, was onze 'slottijd' op 12.40 uur gesteld en we hadden dus veertig minuten vertraging. De vlucht verliep verder soepel, met zo nu en dan wat turbulentie. Tijdens de vlucht probeerden we wat te slapen. De films die werden vertoond waren niet interessant en de videospelletjes ook niet. De enige bekende film was 'Chocolate' en die was zo saai, dat het toch nog lukte om een beetje te slapen. Om exact 6.45 uur landden we op Kuala Lumpur International Airport. Het onweerde toen de landing werd ingezet, maar op de luchthaven zelf was het droog. De gezagvoerder meldde dat het op dat moment al 27 graden Celsius was! De nieuwe luchthaven zag er wel even wat anders uit dan de oude luchthaven. Mooi, steriel en uitgestorven. Alles leek wel van marmer. Er was veel licht door de enorme glazen koepels en alles was zeer ruim van opzet. Maar er was weinig bedrijvigheid. De winkeltjes waren nog gesloten en het aantal passagiers was minimaal. We arriveerden bij de terminal met de C-pieren en met de monorail gingen we de andere terminal (A en B pieren), waar de immigratiedienst zich bevindt. Die monorail is echt een mooi systeem. Geheel geautomatiseerd!
Nadat we door de douane waren, ging-en we naar een transitbalie om in te checken voor de vlucht naar Johor Bharu. Die vlucht hadden we op zaterdag 9 juni, dus op het allerlaatste moment, toch nog gekocht. Bij het Holland International reisbureau in Gouda hadden we geïnformeerd naar een vlucht van Kuala Lumpur naar Singapore en daarna naar een vlucht van Kuala Lumpur naar Johor Bharu. Die laatste vlucht was bijna ƒ 100,- per persoon goedkoper en daarom kochten we voor ongeveer ƒ 65,- per persoon een vlucht naar Johor Bharu. Dat scheelde enorm veel reistijd en echt veel duurder dan de bus was het niet. Een alternatief was om met de bus naar Kuala Lumpur te gaan en vanuit KL met de bus naar Singapore, want we wilden daar beginnen met de reis.
Het vliegtuig vertrok om 8.00 uur en 50 minuten later waren we op het vliegveld van Johor Bharu. We moesten wel even wachten op de bagage, want op Schiphol was onze bagage op een vlucht later ingecheckt. Gelukkig kwam de volgende vlucht slechts een half uurtje later aan. Eenmaal langs de douane kochten we in de hal twee tickets voor de shuttlebus van Malaysia Airlines naar Singapore. Speciaal voor passagiers van Malaysia Airlines is deze shuttle service, die ons in twee uur tijd bracht naar de Dunearn Road in Singapore.
De douaneformaliteiten verliepen erg soepel en gingen op een grappige manier. De bus stopte eerst bij de immigratiedienst van Maleisië. We konden de bagage gewoon in de bus laten liggen. Bij de immigratiedienst werden onze paspoorten gestempeld met een uitreisstempel, terwijl de inkt van de inreisstempel nog maar nauwelijks droog was. Daarna moesten we weer terug in de bus, die vervolgens naar de andere kant van de brug reed. Daar bevindt zich de Singaporese immigratiedienst en dit keer moest de bagage wel mee. Voor de inreis moesten we een in- en uitreisformulier invullen. Bij de balie werden de paspoorten gescand en werd een stempel in het paspoort gezet. Bij de bagagecontrole was niemand aanwezig en we stonden al snel weer bij de bus. Die bracht ons dus naar het kantoor van Malaysia Airlines aan de Dunearn road.
Nadat we waren uitgestapt, liepen we in de richting van Little India. Ik had het idee om naar de eerste de beste geldwisselmogelijkheid (geldwisselkantoor / bank / ATM) te lopen en vervolgens met de bus of taxi verder te gaan. We kwamen echter niet verder dan de eerste bushalte. We moesten schuilen onder een afdakje bij de bushalte voor de eerste tropische regen- en onweersbui van de vakantie. Toen enkele bussen langskwamen, vroeg ik aan de chauffeur of het mogelijk was om met ringgit te betalen, maar dat was niet mogelijk. Ook wisselpogingen bij langslopende mensen had weinig resultaat. Gelukkig was een vrouwtje dat op een bus stond te wachten zo vriendelijk om een taxi te bellen. Toen die bij de halte stopte, maakte ze de chauffeur duidelijk dat hij eerst langs een geldwisselkantoortje moest rijden en ons daarna pas naar een hotel moest brengen. Dat ging perfect. Ik wisselde ƒ 100,- tegen Singapore Dollars en daarna bracht de chauffeur ons naar Middle Road. Toen we daar uitstapten was het droog geworden. We liepen naar hotel Sun Sun aan de Middle Road 260-262 en namen daar een kamer. De kamer stelde weinig voor, maar het bed was stevig en het matras perfect (in vergelijking tot eerdere vakantieervaringen).
We lieten de rugzakken achter op de kamer en gingen de stad in. Al snel waren we in een winkelgebied (gek hé in Singapore!) rondom metrostaion Bugis. We belandden in een shopping mall met alleen maar electronica. Niet één winkel, maar wel vijftig winkels verdeeld over wel vier of vijf etages en allemaal boden ze dezelfde waar aan.
Na het bezoek aan de shopping mall liepen we verder door de Arabische wijk en Little India. Alleen de geschiedenis van de wijk is Arabisch, want een arabier heb ik niet gezien. In Little India zag je aan de bevolking wel waarom die wijk zo heet. De bouwstijl van de huizen deed me sterk aan Georgetown op Penang denken.
Om 16.00 uur raakte Marjolijn in een energiedip en besloten we om terug naar het hotel te gaan om even wat te rusten. Alleen om 20.00 uur werden we wakker en stelden we ons de vraag te blijven liggen of de stad in te gaan. We bleven lekker liggen!

Dinsdag 12 juni 2001

Ondanks het rumoerige verkeer buiten (de ramen bevatten geen glas; er was alleen een louvredeurtje voor het raam) werden we pas om 8.00 uur wakker. Nadat we aangekleed waren, rekenden we de afgelopen en de komende nacht af bij de tandloze, Chinese eigenaar.
We liepen naar Singapura Plaza, een shopping mall aan de Orchard Road, waar we bij de DéliFrance ontbeten. De DéliFrance was als enige open in de grote shopping mall. Na het ontbijt namen we de metro naar de halte Ang Mo Kio. Die halte klonk ons Vietnamees in de oren. De metro was erg chique. Alles zag er keurig verzorgd uit. Vloer en wanden waren van marmer en glommen. We wisselden geld bij een
informatiehokje en kochten vervolgens tickets bij de automaat. Het hele traject en alle haltes staan op de automaat en je drukt op de knop bij je bestemming en werpt het bedrag in. Vervolgens krijg je een 'credit card'. Daarmee kun je door de tourniquets. Bij je bestemming moet je weer door de tourniquets en slikt het apparaat je 'credit card' in.
Aan de rand van de perrons zijn glazen wanden met automatische deuren geplaatst. De metro is computergestuurd en stopt zo dat de deuren van de metro precies aansluiten bij de deuren in de glazen wand. De metro zelf bestaat uit één lang rijtuig en is echt lang. Misschien wel 100 meter lang.
Bij Ang Mo Kio stapten we uit en liepen we naar het busstation, dat zich naast de metrohalte bevindt. Daar namen we bus 138 naar de dierentuin. Dat was wel even een overgang, want de bus was airconditioned. Een koelcel dus!
De entree van de dierentuin bedroeg S$ 12 per persoon en was het geld zeer de moeite waard. Van 10.30 uur tot 14.00 uur liepen we langs apen, witte tijgers, kamelen, leeuwen, komodovaranen etc. Op de hokken van de echt gevaarlijke dieren na, waren de hokken niet voorzien van hekken. Het geheel gaf dus een natuurlijke indruk.
Op de weg terug werd in de bus een film van Mr. Bean vertoond. We stapten uit bij Ang Mo Kio en liepen daar wat door de buurt. In deze buitenwijk staan hoge flats die er keurig verzorgd uitzagen. Aan de buitenkant van de flats hing de was te drogen aan lange stokken. Vier stokken per appartement. Het leken net vlaggen. Erg leuk gezicht! Hoewel de flats geen architectonische meesterwerkjes waren, was het wel duidelijk dat we ons niet in de Bijlmer bevonden. Alles zag er verzorgd uit.

Klik op foto voor vergroting

We namen de metro naar Marina Bay en dat bleek één halte te ver. Nu moesten we teruglopen naar Raffles Street. Een gelukje bij een ongelukje was dat we nu een prachtig zicht hadden op de sky line van Singapore. Het was wel een behoorlijk eind lopen naar de Raffles Street. Via Raffles Street wilden we namelijk naar de Boat Quai langs de Singapore River lopen. Maar omdat het begon te regenen, liepen we verder naar een weinig interessante shopping mall in de buurt.
Tegen 18.30 uur liepen we naar de cafés aan de Boat Quai en schrokken we ons rot van de prijzen die ze voor het bier vroegen. Een 'jar' bier kostte tussen de S$ 15 en S$ 23. Uiteindelijk namen we plaats op een terrasje

langs het water en bestelden we twee biertjes voor in totaal S$ 9. We aten bij een Indiaas restaurant dat Kinara heette. Redelijk gegeten. Daarna liepen we nog wat langs de rivier. Er was een 'vuurfestival' en langs de rivier waren optredens van 'vuuracrobaten'. We liepen door een straatje met allemaal hawker stalls en dronken nog wat frisdrank op een terrasje. Marjolijn nam een kokosnoot. Tenslotte liepen we terug naar het hotel om te gaan slapen.

Woensdag 13 juni 2001

Vanochtend namen we de airconbus naar de rivier. De airconbussen zijn hier echte koelcellen. De ijskristallen staan nog net niet op de ramen. Natuurlijk is dat wat overdreven, maar de overgang van warm naar koud en omgekeerd is niet echt fijn. De hemel was prachtig blauw en dus perfect voor wat mooie foto's van de huisjes langs de kade en de rivier. Maar in de verte was de bewolking al weer in aantocht. We liepen naar een McDonalds, waar we een kop koffie dronken. Ja sorry hoor, maar voor de rest was er nog niets geopend op Chinese eethuisjes na. De tweede beker koffie was overigens gratis.
Daarna liepen we lang de rivier naar de Padang, om daar ook nog enkele foto's te maken van de gebouwen langs de Padang, zoals het oude Cricket House, de Court Yard en de St. Andrew's Cathedral. Vervolgens liepen we naar Fort Canning. Dit fort ligt op een heuvel. Het park rondom het 'fort' is een nationaal park en het is er aangenaam vertoeven. Je kunt hier heerlijk rustig wandelen, zonder dat je het verkeer (hinderlijk) hoort. Het park is indrukwekkender dan het 'fort' en uitkijkpunten zijn er (helaas) weinig. Veelal wordt het uitzicht beperkt door de bladeren van de prachtige bomen. Aan de andere kant van de heuvel liepen we naar beneden en kwamen uit in Orchard Road. Deze straat telt tientallen oersaaie shopping malls. Het enige dat me werkelijk opviel was dat in de meeste winkels het personeel de enige aanwezige personen waren.

Klik op foto voor vergroting

Ondertussen was het tropisch gaan regenen en onweren en moesten we rennen van de ene shopping mall naar de andere. Overigens was de regenbui heerlijk verkoelend en was het helemaal niet zo vervelend om een beetje nat te worden.
Op een overdekt terras aan de Orchard Road dronken we wat fris en vervolgens namen we de bus naar Serangoon Road. We stapten uit bij de kruising met Lavender Street, want in die laatste straat bevindt zich het busstation voor de bussen naar Melakka. We waren nog net op tijd om tickets voor de volgende dag te kopen, want we hadden de laatste twee stoelen voor de bus van 10.30 uur. Dat betekende dat we rond 15.00 uur in Melakka zouden zijn. Via Little India liepen we terug naar het hotel om ons even op te frissen.
's-Avonds aten we bij het Vietnamese restaurant "Indochine" in de Bencoolen Street. Erg lekker en een sfeervolle ambiance. Een echte aanrader!


Donderdag 14 juni 2001

We ontbeten weer bij de DéliFrance in Singapura Plaza en daarna liepen we naar de supermarkt die zich schuin tegenover het hotel bevond. Daar kwamen we natuurlijk pas vanochtend (op de laatste dag) achter. Op de fruitafdeling troffen we drakenvruchten aan. We kochten er drie en daarnaast kochten we appels, frisdrank en biscuitjes voor de ergste honger.
We pakten de rugzakken in en rekenden de nacht af. Op de hoek van de straat hielden we een taxi aan, die ons naar het busstation bracht. Bij het kantoortje van de busmaatschappij (dit kantoortje bevindt zich in een metalen zeecontainer!) vroeg ik om immigratieformulieren voor Maleisië zodat we die alvast konden invullen. We moesten toch nog twintig minuten wachten.
Om 10.30 uur vertrok de bus en ik had natuurlijk weer een stoel waarvan de leuning kapot was. Dat betekende dus 4 ½ uur in ligstand.
De grensformaliteiten verliepen weer uiterst soepel. Het was net alsof de Singaporese douane blij was dat we weer vertrokken en in Maleisië schijnt men nooit moeilijk te doen. We reden verder door het troosteloze Johor Bharu en na Johor draaiden we de tolweg op. Onderweg werd gestopt bij een wegrestaurant voor een sanitaire stop. Ik had verwacht dat we er wel een half uur of zo zouden stoppen, maar dat was niet zo. De meeste mensen kochten snel iets en namen weer plaats in de bus. Na 15 minuten vertrok de bus weer en in de bus stonk het binnen de kortste keren naar de gedroogde vis. Vrijwel iedereen zat te eten. Wij hadden de pauze gebruikt om de drakenvrucht te proberen. Hoewel die niet echt bijzonder was, kwamen de herinneringen aan Vietnam wel weer boven.
De rit naar Melakka verliep verder zonder problemen. Het landschap was niet bijzonder en dat kwam met name doordat we over de tolweg reden en die gaan veelal niet door de pittoreske gebieden. We gebruikten de tijd, net als de andere passagiers, om wat te slapen. Het was dus niet erg gezellig in de bus.
In Melakka liepen we van het interlokale busstation naar het lokale busstation. Eerst moesten we ons nog wel een weg banen door de taxichauffeurs, die allemaal weer met 'aantrekkelijke' aanbiedingen kwamen. Bij het lokale busstation werden we weer even met de neus op de feiten gedrukt. Oude en smerige bussen! De bus die wij moesten hebben, stond al klaar. Toen we naar binnen liepen, raakte Marjolijn geschokt van een Chinees die zich zat af te trekken.
Na een korte rit kwamen we aan in de straat waar veel budgethostalletjes zaten. In de bus kwamen we al een jongen tegen die zei in 'Travelers Lodge' te werken, maar we gingen niet op z'n aanbod in om met ons mee te lopen. We liepen in eerste instantie naar een ander hostal. Bij de voordeur moesten we onze schoenen uitdoen en op onze sokken liepen we naar de kamer die we daar konden krijgen. De kamer lag aan een drukke weg waar ze ook nog eens aan de weg bezig waren. Uiteindelijk kwamen we toch uit bij Travellers Lodge. Toen we ons bij de receptie meldden, werden we hartelijk begroet door de jongen uit de bus. Op onze sokken bekeken we een kamer aan de voorkant van het gebouw, welke we ook namen. Ik vroeg nog uitdrukkelijk of de weg een drukke weg was, maar dat viel erg mee volgens de jongen. Nadat we hadden ingecheckt gingen we allereerst even douchen. We waren doorweekt van het zweet en even douchen was erg lekker.
Na het douchen liepen we naar de shopping mall die achter het guest house bevond. Bij de Maybank pinden we 1000 Ringgit. We keken verder wat rond in de keurig verzorgde shopping mall. We kochten een tasje voor de cd-walkman, een paraplu en twee verjaardagskaarten; één voor Erwin en één voor Nanda.
We liepen naar het centrum en dronken een biertje op het terras van café Iguana langs de rivier. Het was er niet zo gezellig. Op het personeel na, waren we er de enigen. Wat wel leuk was, was dat de vissersbootjes van zee terugkwamen en over de rivier voeren.
Om 19.00 uur gingen we op zoek naar een restaurant. Het was inmiddels donker geworden en de straatverlichting werkte niet. Er kwam ook weinig licht uit de huisjes en de winkels, want alles was gesloten en donker. Zo ook de restaurantjes waarnaar we op zoek waren. Uiteindelijk kwamen we uit bij Restaurant Madras. Dit Indiase restaurant zat ergens op een hoek in de Indische wijk. Het restaurant werd verlicht met tl-buizen en het was er niet erg gezellig. Het eten was er echter uitstekend. We bestelden beide iets anders en het eten werd vers bereid.
We liepen terug naar het hostal. Dit hostal ziet er erg verzorgd uit. Op de grond liggen keurige, witte plavuizen (niet gebarsten) en de gemeenschappelijke douche en toilet is schoon. Je moet wel je schoenen uitdoen bij de voordeur. Er is een gemeenschappelijke keuken waar je voor jezelf thee of koffie kunt zetten. De kamer beschikte over een leuk en breed balkon.


Vrijdag 15 juni 2001

We zijn vanochtend niet gewekt door een moskee en ook niet door lawaaierig verkeer van de weg. We zijn vannacht wél gewekt door een monotoon geplof van iets. Toen we om 2.30 uur gingen kijken waardoor dit geplof werd veroorzaakt, zagen we dat er een krantendistri-butiecentrum aan de overkant van de straat was.Een vrachtwagen met kranten werd uitgeladen en de pakken kranten werden op de weg gegooid. Vandaar het doffe geplof. We ontbeten bij de DéliFrance in de shopping mall. Alles was de helft goedkoper dan in Singapore. Na het ontbijt liepen we naar het People's Museum. Op de begane grond en eerste etage was weinig bijzonders te zien. Op de eerste etage was een kopie van de oudste koran van Maleisië Op de tweede etage was de people's beauty tentoonstelling. Er hingen talloze foto's van mensen die zich op welke manier dan ook hadden versierd of hadden geprobeerd er mooier uit te zien, dus foto's van tatoeages piercingen (stok door je neus), nekringen, korsetten hoofdvervormingen etc. Op de derde verdieping waren enkele kites (vliegers) te zien uit Aziatische landen en enkele uit andere landen / werelddelen.

Klik op foto voor vergroting

Daarna liepen we naar de Christ Church aan het Dutch Square. Gelukkig hadden we gistermiddag al foto's genomen van de kerk, want toen was de lucht blauw en was de lichtinval beter dan vandaag. Het was vandaag ook wat koeler dan gisteren, misschien als gevolg van het windje dat er stond De kerk was vanbinnen weinig bijzonder. Wat leuk was, waren de grafstenen op de vloer met Nederlandse inscriptie. Verder geen tierelantijn- tjes. We liepen verder naar de Dutch grave yard. Dit was een enorme teleurstelling. Vrijwel alle graven waren in zeer slechte staat en van de ruim 45 graven waren er slecht een stuk of tien van Nederlanders. Voor de rest lagen er Engelsen. Het nagebouwde sultanspaleis zag er wel mooi uit, evenals de tuin eromheen. Via trappen
kwamen we boven op de heuvel waar de ruines van de St. Paul Church staan. Vanaf de heuvel heb je een mooi uitzicht over Melakka.
De rest van de dag slenterden we door Melakka. Het is erg jammer van het drukke verkeer door de nauwe straatjes. Door een Maleier op de fiets werd ik erop geattendeerd dat ik m'n rugzak niet over m'n schouder aan de straatzijde moest hangen in verband met dieven op brommers. Ik hing de rugzak direct om de andere schouder.
's-Avonds was er in de Jalan Hong Jebat een nachtmarkt en dat was een behoorlijke tegenstelling tot gisteravond, toen er hier helemaal niets te doen was en er geen sterveling op straat was. We aten bij een restaurant langs de rivier. Goed gegeten en een zeer prettige ambiance, met live muziek!
Na het eten liepen we terug naar het hostal om te slapen.


Zaterdag 16 juni 2001

We zochten tevergeefs naar een plek om te ontbijten, want de shopping mall was nog gesloten om 8.30 uur en daarom namen we maar een taxi naar het 'ekspres' busstation. We kochten twee tickets voor de bus van 9.30 uur naar Kuala Lumpur. We konden nog met de bus van 9.00 uur mee, maar we wilden toch nog even iets eten. Bij het busstation was een bakkertje, waar ik enkele broodjes kocht. Om 9.40 uur vertrok de bus. We zaten helemaal Syarikat Bas Jebat voorin de bus en hadden goed zicht wat de chauffeur allemaal deed; veel zwaaien naar collegabuschauffeurs (die vervolgens niet terug zwaaiden), zakjes openknippen met een schaartje dat zich in een ladenblokje op het dashboard bevond, bus (vaak) corrigeren doordat die zich weer eens op de vluchtstrook reed, bellen met z'n mobieltje, airconblower boven z'n hoofd richten; trui aantrekken (ja, we zetten de airco lekker hard en vervolgens zelf een trui aantrekken), zeeer abrupt en op het allerlaatste moment inhalen enzovoort. Heb je een beetje een indruk? We waren dan ook blij toen we om ongeveer 12.00 uur in Kuala Lumpur waren. We liepen naar de Golden Triangle, dat zich echt op loopafstand van het busstation bevindt. Het hotelletje dat we in gedachten hadden, was vol en we liepen terug naar de DéliFrance die we onderweg hadden gezien. Ik liet Marjolijn achter en ging zelf op zoek naar een hotel. Uiteindelijk kwam ik uit bij Hotel Imperial. De airconkamer met douche en toilet was Rm 69 per nacht. Zoals de Lonely Planet al meldde was de ontvangst aan de receptie niet echt hartelijk, maar de kamers waren zeer redelijk (uitstekend dus voor die prijs).
Via de Jalan Sultan Ismail liepen we naar de Petronas Torens. In de torens is een enorme shopping mall en het was er ontzettend druk. Het was zaterdag en veel mensen waren aan het winkelen. In de kelder was een optreden van enkele leuke zangeresjes. We liepen door het winkelcentrum en kwamen erachter dat er op de derde etage een enorm food plaza is. Ik nam een bord rijst met vis en betaalde daar Rm 5 voor. Het was nog erg lekker ook. We liepen naar buiten aan de achterkant van de torens, waar zich een enorm en prachtig park bevindt. In de grote vijver waren fonteinen die een mooie show gaven. Ook in het park was het gezellig druk.

Klik op foto voor vergroting

We liepen terug naar het hotel (het was inmiddels al weer 18.00 uur) om even te douchen en te wassen. De douche was heerlijk warm en de kamer heerlijk koel. 's-Avonds aten we bij een eetstalletje langs de weg naast de BBB Plaza en na het eten liepen we naar de telekomtoren. Daar werden we met de lift in 1 minuut en 50 seconden naar een hoogte van ruim 250 meter gebracht (22 kilometer per uur). Het uitzicht over Kuala Lumpur en met name het uitzicht op de verlichte Petronastorens en de moskee was prachtig.


Zondag 17 juni 2001

Zo af en toe was het wat koel door de (niet regelbare) airconditioning, maar ik heb uitstekend geslapen. Om 8.30 uur werden we wakker. Er was een krantje, de New Straits Times, onder de deur naar binnen geschoven. Nadat we aangekleed waren, liepen we in de richting van China Town. Onderweg ontbeten we bij zoiets als een koffiewinkelketen. Voor Rm 5 per persoon kregen we een broodje, een grote mok echte koffie en een ochtendkrantje.
Na het ontbijt gingen we op zoek naar het busstation waarvan de bussen naar de Batu Caves zouden vertrekken. Onbewust kwamen we uit bij de oudste moskee van Kuala Lumpur. Die ligt op de plek waar twee riviertjes (nou ja, meer kanaaltjes) samenkomen. We werden aangesproken door een mannetje met weinig tanden. Het eerste dat hij vroeg was: 'Are you from Holland?'. Nu liepen wij natuurlijk niet op klompen en in kledendracht en dus vroegen wij ons af hoe hij dat wist. Zijn antwoord was dat Nederlanders vrijwel altijd goed voorbereid waren en stevige schoenen aan hebben in plaats van Jezus Nikes en afritsbroeken dragen. Ons nieuwe imago in het buitenland.
Hij begon spontaan het een en ander over de moskee te vertellen en vroeg ons wat onze plannen voor die dag waren. Toen wij zeiden naar de Batu caves te willen gaan, wist hij precies het juiste busnummer te noemen en hij wist ook waar de bus zou stoppen (dit, bleek later, had hij niét juist). Hij bracht ons naar een bushalte waar hij navraag deed bij enkele 'buscoördinatoren naar de juiste halte.
Naar zijn zeggen hielp hij al vijf jaar toeristen op hun weg door Kuala Lumpur. Hij had een stadsplatte-grond bij zich (zo één die je bij het toeristenbureau kunt halen), maar die had hij helemaal ingetekend met leuke wandelroutes, entreeprijzen van bezienswaardigheden, de openingstijden ervan en hij had aangegeven waarvan bussen vertrokken naar diverse bestemmingen. We kregen de kaart van hem mee.
Ik vroeg hem naar zijn achtergrond. Hij was christen, werkeloos en dakloos. Hij was erg bitter over het Maleise sociaal stelsel, waarin toch erg gediscrimineerd werd. Moslims zijn eerste rang burgers en krijgen de goede banen. Christenen, Indiërs en Chinezen zijn tweederang burgers en komen nauwelijks in aanmerking voor de betere banen. Een soortgelijke situatie dus als in Indonesië.
We gaven hem enkele ringgits voor de bewezen diensten. Daarvan kon hij in ieder geval (naar zijn eigen zeggen) een avondmaaltijd van kopen. Omdat hij zich niet echt aan ons opdrong, vond ik het een goed idee hem ook een beetje te helpen.
We stonden bij een bushalte waar de bus naar de Batu Caves zou stoppen. Dat bleek ook nog eens toen ik dat controleerde bij de mensen die bij de halte stonden te wachten. Maar toen onze bus er aankwam en doorreed, was het voor ons duidelijk zat: dit was niet de goede halte. Het zoeken naar de bushalte naar de Batu Caves is een ramp. Neem gewoon een taxi voor dat kleine beetje extra geld.

Klik op foto voor vergroting

We namen dus een taxi naar de Batu Caves en de verloren tijd haalde de chauffeur wel in. Wat een wegpiraat! De bochten nam de chauffeur erg scherp en z'n gas-geef-voet was loodzwaar.
Bij de Batu Caves moesten we trappenlopen voordat we bij de tempels waren en ik heb een hekel aan traplopen in de tropen. De grot en de tempels vond ik niet zo bijzonder.
Bij één van de twee tempeltjes was een ceremonie aan de gang. Er werd wat gezeuld met een kindje, dus het zou wel een doopprocessie zijn geweest. Dat was wel erg leuk om te zien. Er waren ook veel van die verwende apen. Ik houd er niet van, want ze zijn hondsbrutaal en agressief Enkele keren zagen we de apen etenswaren uit de handen van de mensen gerukt worden. Met de bus gingen we terug naar Kuala Lumpur. Dat ging erg efficiënt. Het zoeken
naar een bushalte bij de Batu Caves was geen probleem. We werden in Kuala Lumpur afgezet bij de Bangkok Bank in China Town.
We liepen naar het treinstation, wat een erg mooi gebouw is en vervolgens liepen we naar de nationale moskee, maar we mochten er niet in. Er zijn speciale bezoektijden en wij waren er niet op één van die tijden. Nu zijn moskeeën van binnen veelal niet bijzonder en daarom gingen we gewoon verder. Ook de buitenkant van de moskee was niet mooi. Een recht-toe recht-aan, modern gebouw.
We liepen verder naar en door het park en daarna namen we de bus terug naar China Town. Het was te warm om te lopen en we besloten te wachten op de bus. Dat was achteraf gezien niet zo'n beste beslissing, want we moesten lang wachten voor een zeer kort ritje. Lopen was toch sneller geweest.
We stapten uit bij de oude moskee en bezochten die. Marjolijn moest d'r pet op en zo d'r haren bedekken. Ook deze moskee is aan de buitenkant bijzonderder dan aan de binnenkant. Via enkele shopping malls liepen we naar het busstation. Langs de weg tegenover het busstation zijn ticketbureaus waar bustickets worden verkocht. We kochten twee tickets voor de busrit naar de Cameron Highlands voor de volgende dag.
In de hotelkamer douchten we en daarna liepen we naar de shopping malls om de hoek, het 'BBB Plaza' en de 'Lot 10'. Het was de laatste dag van de summer sale en wie weet konden we nog wat vinden, maar we konden niet echt slagen.


Maandag 18 juni 2001

Bij de '7 Eleven' supermarkt kocht ik ontbijt en kwam ik erachter dat het financieel niet de moeite loont om zelf voor ontbijt te zorgen. Ik liep terug naar de kamer, waar we ontbeten. We pakten de spullen en probeerden af te rekenen voor de kamer. Toen werd ik een beetje opstandig, want voordat ik kon afrekenen, moest de kamer eerst geïnspecteerd worden. Behoorlijk onvriendelijk en niet-klantgericht personeel.
We namen een taxi naar het busstation, want het regende een beetje en we waren ook een beetje aan de late kant. Het overdekte busstation was erg groot met wel 25 perrons in de kelder. Gelukkig was op het ticket duidelijk aangegeven op welk perron we moesten zijn en in het busstation waren de perrons ook duidelijk aangegeven. We hoefden dus niet te zoeken.
De bagageruimte was vol en dus moesten de rugzakken in het gangpad in de bus. Lekker prettig, want dan hebben we er goed zicht op en hebben we de rugzakken als eerste in Tanah Rata.
Rond 14.30 uur waren we in Tanah Rata. Het eerste stuk over de tolweg ging perfect, maar het minder prettige deel was het laatste stuk vanaf Tapah. Tussen Tapah en Tanah Rata duurde de rit ruim 1,5 uur en in die tijd gingen we door 653 (volgens de Lonely Planet) bochten. Het landschap was wel erg mooi en zo af en toe stond er een verlaten Orang Asli huisje langs de weg.
We checkten in bij Hillview Inn. De eigenaresse deed uiterste moeite om even te lachen, maar dat lukte helaas niet. De kamer zag er echter keurig uit, alsmede de badkamer en we besloten er te blijven.
Via de hoofdweg door Tanah Rata (er is maar één hoofdweg) liepen we naar Jungle Track No. 4. Volgens de Lonely Planet was dit een eenvoudige en korte wandeling door de jungle, met nogal veel troep langs de weg. Het was al 15.30 uur en het zou niet verstandig zijn geweest om aan een lange wandeling te beginnen. Jungle Track No. 4 was inderdaad een korte en eenvoudige wandeling. De route ging langs een riviertje en bleef zeer dicht bij de bebouwing. Altijd was het autoverkeer te horen. Het was dus niet een erg interessante tocht.
's-Avonds aten we bij het Bunga Suria restaurant. Lekker gegeten en goedkoop 'Tiger' bier! Rm 8,50 voor een halve liter.
Om 21.00 uur lagen we (al) op bed.


Dinsdag 19 juni 2001

We werden rond 9.30 uur wakker en ontbeten in de tuin van het hotel. Ik nam een bananenpannenkoek en Marjolijn had toast met gesmolten kaas. De instantkoffie was amper weg te werken.
Na het ontbijt begonnen we aan track 9 / 9a. Het eerste deel van de track (nummer 9) was betegeld, maar toen we bij een afrastering naar links afbogen en track 9a namen, werd het pad smaller en was het niet meer verhard. Het was erg leuk om door de jungle te lopen. Klauteren over omgevallen boomstammen of er juist onderdoor kruipen. Het bos was voor ons. Slechts één keer kwamen we een ander koppel tegen. We zagen heel erg veel beesten….. allemaal mieren! De omgeving was fantastisch.
Aan het einde van track 9a kwamen we uit bij de weg tussen Tanah Rata en BOH's theeplantage. Vanaf het einde van de track naar de theeplantage zou het twee kilometer lopen zijn en daar had ik weinig zin in en bij de eerste de beste auto die langskwam, stak ik m'n duim in de lucht. De eerste de beste auto stopte ook en we konden meerijden. Toen we eenmaal in de auto zaten werd het duidelijk dat dit een verstandige beslissing was geweest. Het was namelijk twee kilometer naar de poort van de theeplantage en vervolgens nog twee kilometer naar de theefabriek zelf.
Bij de theefabriek aangekomen, namen we eerst een kopje thee. Ik betaalde de thee en koekjes voor onze chauffeur en z'n vrouw. Het was een jong Maleis stel en later zouden we erachter komen dat ze pas een week getrouwd waren.
Na de thee bekeken we een video waarin het theeproces wordt uitgelegd. Met name aan het einde van de film leek de video wel op een grote reclamespot. Op de video werd verteld dat de blaadjes, nadat ze zijn geplukt, eerst worden vermalen en daarna gedurende 25 minuten, machinaal, worden gedoogd. Dan is de thee gereed voor verpakking. Indrukwekkend proces, hè!
Na 10 minuten was de rondleiding door de theefabriek ten einde en stonden we weer buiten. We liepen nog wat door de theeplantages. Helaas was niemand meer aan het werk. We namen enkele foto's en konden daarna met het Maleise stel terugrijden naar Tanah Rata. Daar namen we afscheid van elkaar, maar even later zaten we weer bij elkaar op een terrasje in de hoofdstraat. Hij, Desmond, kwam ons vragen of we geïnteresseerd waren in een jungle tocht onder begeleiding van een lokale gids. Zijn vrouw had daar weinig zin in, want zij was al eens in de Cameron Highlands geweest en had al eens een jungle tracking gemaakt.
Bij het toeristenbureau informeerden we naar de mogelijkheden. Er was een jungle walk met een Orang Asli gids. Onderweg zou een Orang Asli dorp worden bezocht. Het was niet het dorp dat in de Lonely Planet staat. Desmond onderhandelde over de prijs en wist die te reduceren van Rm 35 naar Rm 30 per persoon.
's-Middags mochten we met hen meerijden naar de attracties in de omgeving, zoals de bijentuin, de vlindertuin etc. Als dit de hoogtepunten van een bezoek aan de Cameron Highlands zouden moeten zijn, dan kun je wel thuis blijven. Op de terugweg deden we een Chinese tempel aan, waar op dat moment een processie aan de gang was.
Aan het einde van de middag dronken we met z'n vieren wat fris. Desmond bestelde voor ons alle saté en hij haalde een traditionele Maleise snack. Dat was iets van een krokante pannenkoek (een soort taco) met vulling.
We hadden een leuke tijd zo. Desmond en Alicia waren net een week getrouwd en woonden net drie weken samen in een nieuwbouw huis in Ipoh. Ze waren beide apothekers, met hun eigen zaak en hadden beide in Engeland gestudeerd.
We namen weer afscheid en gingen terug naar het hotel om even te douchen en daarna liepen we terug naar de hoofdstraat om te eten. We namen weer saté, maar dit keer smaakte die minder goed dan vanmiddag.


Woensdag 20 juni 2001

Vanochtend stonden we op tijd op, want er stond een jungle walk op het programma. Op een terrasje tegenover het kleine busstation ontbeten we. Niet echt een goed idee, want vanaf 8.30 uur vertrekken alle bussen en dan staat de straat blauw van de dieseldampen. We aten een bananenpannenkoek en toast met banaan en een kop smerige instantkoffie.
Om 8.45 uur kwam Desmond aanlopen. De groep waarmee we de jungle walk zouden gaan doen, zou uit 5 personen bestaan (exclusief de gids) en we moesten dus nog op twee mensen wachten. Dat waren Australische meiden. Toen die aan kwamen lopen, ondersteund door wandel- stokken, lachte Desmond en zei 'My god, are they coming with us?'
De jungle walk ging door de echte jungle. De Orang Asli (oorspronkelijke oerwoudbewoners) gids vroeg ons of we de begaanbare paden wilden nemen of de Orang Asli paden. We gingen natuurlijk voor de Orang Asli paden. Onderweg vertelde de gids over de eetbare planten in de jungle en we zagen de verscholen hutjes van de illegale Indonesische bouwvakkers en natuurlijk de flora. Veel beesten hebben we niet gezien. De Australische meiden spraken met zo'n volume, dat de dieren ons op een kilometer afstand hoorden aankomen. De tocht was behoorlijk vermoeiend, doordat het continue berg op - berg af was. Onderweg passeerden we twee Orang Asli dorpen. Het eerste dorp dat we aandeden, was het dorp waarin onze gids woonde. We

Klik op foto voor vergroting

kwamen tot aan de rand van het dorp. De gids had gezegd dat de bevolking niet op 'pottenkijkers' zat te wachten en daarom gingen we het dorp niet in. Maar we konden het dorp bekijken vanaf een heuvel en we kregen dus een zeer goede indruk van het dorp. Het tweede dorp lag temidden van de theeplantages en de dorpsbewoners waren dan ook theeplukkers. In de jungle kwamen we houtsprokkelende vrouwen tegen, met dikke sigaretten in hun monden en spelende kinderen.
De hele weg liep Susu met ons mee, een klein wit hondje. Dat was wel heel leuk. Het beestje wist het toch mooi vijf uur vol te houden. Af en toe kwamen we andere honden tegen en dan vloog de vriendelijk Susu ze al grommend aan en wilde ze gaan vechten. We eindigden bij de theeplantages van Cameronian. Helaas was er niemand meer aan het theeplukken en de theefabriek zelf was niet voor bezoekers toegankelijk. Om 13.30 uur waren we terug bij de hoofdweg tussen Tapah en Tanah Rata. Op de parkeerplaats stond een bus van OAD reizen en dus moesten we zachtjes praten om niet op te vallen. Op de parkeerplaats zat ook Alicia in de auto te wachten op Desmond. We konden ook instappen en werden door ze afgezet in Tanah Rata. Daar namen we opnieuw afscheid van elkaar. Zij zouden die middag nog terug gaan naar Ipoh, want ze moesten de volgende dag gewoon weer werken. Desmond gaf ons nog wel zijn telefoonnummer en e-mailadres en hij zei dat we hem moesten bellen als we in Ipoh zouden zijn. We kochten iets te drinken en daarna gingen we terug naar het hotel om even te douchen. Na het douchen ging ik op bed liggen om te lezen, maar al snel vielen de oogjes dicht.
Rond 17.00 uur liepen we naar het kantoortje waar de bustickets worden verkocht. De bus naar Ipoh voor de volgende ochtend (dit is de doorgaande bus naar Penang) zat al helemaal vol, maar een shared taxi was een alternatief. Het was zelfs een zeer goed alternatief, want de bus kostte Rm 16 per persoon en de shared taxi Rm 18 per persoon. Nu nog even tot morgenochtend wachten, want de rugzakken zouden wel te groot zijn of er verschijnen niet genoeg medepassagiers, zodat de prijs wel omhoog zou gaan.


Donderdag 21 juni 2001

Op het balkon van de kamer ontbeten we met sneetjes witbrood, Nutella en verse sinaasappelsap uit de koeling van de supermarkt. Daarna liepen we naar het bureautje van CS Travel & Tours, waarvandaan de taxi zou vertrekken. Die vertrok keurig op tijd. We zaten zowaar in een Mercedes. Hij was weliswaar tenminste 20 jaar oud, maar het was een Mercedes en hij zag er nog goed uit en reed ook goed.
Het duurde 1,5 uur over een weg met 653 bochten voordat we in Tapah waren. In Tapah moest de chauffeur nog wat post wegbrengen. Daarna ging het vervolg van de reis vlot. We reden over de tolweg en rond 10.30 uur waren we in Ipoh. We vroegen de chauffeur om ons bij een bepaald hostal af te zetten, maar nadat we de kamer hadden gezien, besloten we toch maar om op zoek te gaan naar een ander hostal. We namen een taxi naar Hotel P&D. Daar hadden we een redelijke airconditioned kamer voor Rm 62 per nacht.
Daarna liepen we naar het kantoor van Malaysia Airlines om te informeren naar een vlucht van Penang naar Kota Bharu. Er bestaat echter geen rechtstreekse vlucht meer. Er zijn nu alleen nog maar vluchten via Kuala Lumpur en die zijn meer dan twee keer zo duur geworden. De totale vluchtduur zou ongeveer 6 uur zijn. We besloten om dat maar niet te doen. Dan maar met de bus, die er acht uur over zou doen.
Het was even zoeken naar het Ekspres busstation, omdat het tussen de huizen is gebouwd en niet erg groot was. We kochten twee tickets met de busmaatschappij Transnasional voor de bus van 09.30 uur de volgende dag.
Nadat we de bustickets hadden gekocht, werden we aangesproken door een taxichauffeur die ons op uurbasis wel naar Kuala Kangsar wilde brengen. Hij vroeg Rm 25 per uur, maar wij waren alleen geïnteresseerd in een enkele reis naar Kuala Kangsar. Voor de prijs die wij wilden betalen, wilde hij niet rijden en dus liepen we naar het 'streekbusstation' vanwaar iedere 10 minuten een bus naar Kuala Kangsar vertrekt. De bus vertrok vrijwel direct nadat wij waren aangekomen op het busstation en 1,5 uur later waren we in Kuala Kangsar. Onderweg werd de lucht alsmaar grijzer en grijzer en ja hoor! … het begon tropisch te regenen.
Eenmaal in Kuala Kangsar was het weer droog. We dronken een cola op een terrasje en gingen daarna op zoek naar de moskee. Volgens de Lonely Planet staat in Kuala Kangsar de mooiste moskee van Maleisië en ze hebben weer geen ongelijk. Zoals altijd is de buitenkant van een moskee mooier dan de binnenkant (uitzon-dering geldt voor sji'itische moskeen). Het gastenboek maakte melding van drie bezoekers die dag en het waren alle Nederlanders. Nadat we de moskee hadden bezocht, liepen we naar het Sultans paleis. We bekeken het paleis vanaf de rivier. Het gebouw zelf was niet toegankelijk. We liepen verder langs het oude Sultans paleis. Dit paleis was, in tegenstelling tot het nieuwe paleis dat uit 1933 dateert, geheel van hout en zag er interessanter uit.
Omdat het erg warm was, besloten we een poging tot liften te wagen. De eerste auto die langs kwam lieten we doorgaan. Het was namelijk een lesauto. Maar de tweede auto stopte en we konden meerijden naar het centrum. Het was wel mazzel dat de tweede auto snel langskwam, want in Kuala Kangsar rijden lekker weinig auto's. Dat maakt het stadje tot een aangename plaats.
Met de bus gingen we terug naar Ipoh. Onderweg weer regen en we realiseerden ons dat we bijzonder veel geluk hadden gehad met het weer. In Ipoh was het weer droog. Vanaf het busstation liepen we terug naar het hotel. Weer kwamen we het mannetje tegen dat ons 's-ochtends had gevraagd om Nederlands geld. Hij zei dat hij buitenlandse muntjes spaarde en hij wilde graag Nederlands geld wisselen tegen Ringgit. Aangezien we altijd het Nederlandse geld in de rugzakken achterlaten, was het goed zoeken naar het verstopte dubbeltje dat nog in de portemonnee zat. Hij wilde er ringgits voor teruggeven. We hadden natuurlijk een goedkope vakantie kunnen hebben gehad als we het slim hadden gespeeld, maar het dubbeltje kreeg hij kado.
Op de hotelkamer probeerden we Desmond te bellen, maar dat lukte niet. Nadat we hadden gedoucht, vroeg ik de receptionist of hij het voor ons wilde proberen, maar ook hij had geen geluk. Daarop besloten we maar op zoek te gaan naar een restaurantje. Het was inmiddels rond 18.00 uur en we hadden inmiddels wel wat trek.

Klik op foto voor vergroting

We waren ongeveer 100 meter bij het hotel vandaan toen de receptionist achter ons aan kwam rennen. 'Sir, sir, telephone for you!'. We liepen terug naar de receptie en kregen Desmond aan de lijn. Hij had z'n telefoon uitgezet, maar hij had nummerherkenning en toen het hotel opgebeld. We spraken af dat hij ons rond 19.45 uur op zou komen halen.
We liepen naar het oude deel van Ipoh, maar het was als zoeken naar een speld in een hooiberg naar een restaurant dat open was. Eigenlijk überhaupt naar iets dat open was, want alles sluit hier erg vroeg (16.00 uur). Uiteindelijk kwamen we uit bij een groot restaurant waar we de enigen waren.
We bestelden een steak, maar die was zo taai dat ik besloot het terug te sturen en maar alleen een bordje patat te eten. Het eten was zo duur (Rm 25 voor een steak) dat ik het gerechtvaardigd vond om het eten terug te sturen.
Om 19.45 uur stonden Desmond en Alicia voor het hotel. Ze namen ons mee naar de heel andere kant van Ipoh. Een behoorlijk eind rijden. Daar was een nachtmarkt met allemaal eettentjes. Ze lieten ons plaatsnemen aan een tafeltje en bestelden allemaal lokale gerechten, die we konden proberen. Wat we precies hebben gegeten weet ik niet meer, maar in ieder geval rog, inktvis, groente, noedels (dé bekende Ipoh-noedels) en satay. Allemaal erg lekker.
Daarna gingen we naar een karaokebar. Ik zong een liedje samen met Desmond in het Engels en Alicia zong een Chinees liedje. Ik wist niet dat er ook goede Chinese popmuziek bestond.
Op de nachtmarkt kochten we enkele cd's. In de auto probeerde Desmond de cd's. Ze hadden zelf een Chinese cd met popmuziek gekocht en die vonden wij ook wel leuk. We kregen de cd van hen.
Na de karaokebar en de nachtmarkt reden we met ze mee naar hun huis en keken onze ogen uit. Ze wonen in een twee-onder-één kap, alles gloednieuw met vier slaapkamers, drie badkamers, prachtige plavuizen etc. Er was nog weinig ingericht, want ze hadden pas drie weken de beschikking over de nieuwbouwwoning.
Om 23.15 uur werden we teruggebracht naar het hotel en namen we afscheid van elkaar.


Vrijdag 22 juni 2001


Reisdag. Vanochtend vertrokken we met de bus van 09.30 uur naar Kota Bharu. De bus van Transnasional vertrok keurig op tijd, maar half leeg. De reis zou acht uur gaan duren. We hadden om een plekje voorin de bus gevraagd, om iets te kunnen zien van de omgeving. Rond 17.00 uur zouden we aankomen in Kota Bharu, maar niet met de chauffeur die wij hadden. Deze laagvliegpiloot wist het traject in 6,5 uur af te leggen. We hebben weinig door de voorruit gekeken en des te meer uit de ramen aan de zijkant van de bus, want de bus reed meer op de rechterhelft van de weg dan op de linkerhelft.
Om 12.00 uur stopten we voor de lunch. Het regende. Na de lunchstop werd van chauffeur gewisseld, maar dat veranderde weinig aan het rijgedrag; het tempo bleef hoog liggen.
"Kota Bharu kent een overdaad aan budgetovernachtingsmogelijkheden" meldt de Lonely Planet. Wat ze niet meldt is dat je je ergste vijand nog niet in die guest houses wil herbergen. Allemaal guest houses waarvan de wanden tussen de kamers uit triplex bestonden. Erg gehorig en nogal onprettig (brandgevaarlijk!). Dat hoeft van ons niet meer. Het alternatief was echter niet zomaar voor handen. Terwijl Marjolijn achterbleef met de bagage in een Aziatisch fastfood restaurant, ging ik op zoek naar een kamer. Na ruim een uur zoeken en diverse kamers te hebben gezien, checkte ik in bij Kencana Lodge (staat niet in de Lonely Planet). De kamer kostte Rm 42,50 per nacht en had airco en een badkamertje. Het zag er redelijk, doch niet goed onderhouden uit. Vergeleken met de rest van wat ik had gezien in Kota Bharu was dit 5 sterren waard (voor deze prijsklasse).

Klik op foto voor vergroting

Bij de receptie vroeg ik of het mogelijk was dat iemand ons op kwam halen in het centrum, want het regende weer pijpenstelen. Voor Rm 10 was dat wel mogelijk. Niet echt service, maar een taxi had hetzelfde gekost. Een 'bel boy' bracht mij terug naar het centrum, waar ik Marjolijn en de rugzakken haalde. Vervolgens met de auto terug naar het hotel. Op de kamer douchten we en daarna liepen we naar de nachtmarkt. Dit was ongeveer 10 minuten lopen. Het was inmiddels weer droog geworden.
We aten op de nachtmarkt en dat is wel heel erg leuk. Je koopt bij een eetstalletje iets te eten en je schuift vervolgens ergens aan een tafeltje aan en bestelt iets te drinken. De nachtmarkt is erg leuk en erg levendig.
De meeste gerechten worden vers bereid. Vele kookgeuren hingen in de lucht, alsmede veel rook dat uit de 'keukentjes' kwam.
Nadat we hadden gegeten checkten we onze e-mail. Bij het eerste e-mailcafé was de verbinding zo traag, dat we weer weggingen en ik m'n beklag deed bij de kassa. Ik wilde wel gewoon betalen (het kost toch allemaal bijna niets), maar dat hoefde niet. In een fotowinkel niet veel verder was ook de mogelijkheid van internetten. De verbinding daar was een stuk beter.
Nadat we de e-mail gecheckt hadden en een berichtje terug hadden geschreven, gingen we terug op huis aan.


Zaterdag 23 juni 2001

Vanochtend sliepen we uit. Pas rond kwart voor tien werden we wakker. We liepen naar het centrum, waar we bij een 'banket'bakkerij ontbeten. De broodjes waren niet echt lekker. Daarna liepen we naar de McDonalds voor een kop koffie. Overal waar je komt krijg je instantkoffie en bij de McDonalds is de koffie nog enigszins te drinken. Grappig is dat de moslimmeisjes zelfs een aangepast McDonalds sluier om hebben.
Na de koffie liepen we naar het cultureel centrum. Volgens de Lonely Planet zouden er culturele voorstellingen zijn op onder andere de zaterdagmiddag, maar de aanvangstijden varieerden. Vandaar dat we die even gingen checken. Toen we daar aankwamen, bleek er iets aan de gang te zijn, want het cultureel centrum was vol met mannen. Het leek er wel op of er verkiezingen waren, want bij een tafel kregen de mannen iets aangereikt en uit een deur van het cultureel centrum kwam een gestage stroom mannen. We kwamen erachter dat er om 15.30 uur een voorstelling zou zijn.
We liepen naar het postkantoor en kochten postzegels voor de verjaardagskaarten voor Nanda en Erwin en voor de ansichtkaarten. We waren direct aan de beurt en we kochten een aantal zegels. Daarna liepen we naar het museum Negiri kochten. We twee kaartjes. Het was voor de eerste keer dat we twee keer zo veel moesten betalen als de lokale bevolking. De prijslijst was echt in twee delen. Niet dat dit zo'n ramp was; nu kostte het museum 2 ringgit per persoon. Het museum was erg klein. Het bestond uit een kleine tentoonstelling op de begane grond en eerste etage. Op de begane grond waren mooie porseleinen voorwerpen te zien uit de Chinese Dynastie, alsmede enkele mooie schilderijen en op de eerste etage waren enkele Wayang Gulit-poppen, muziekinstrumenten en kites (vliegers) te zien.

Klik op foto voor vergroting

Het eerste deel van de middag slenterden we wat door het centrum van Kota Bharu en bezochten we twee shopping malls. Dit waren geen luxe shopping malls, zoals in Kuala Lumpur. Hier geen aircondition, maar veel authentieke, kleine winkeltjes die allemaal hetzelfde aanboden. Veel kleding en batik (met name Indonesische batik die er overigens beter uitziet dan de Maleise batik). Marjolijn kocht nog enkele batiklappen voor Mieke. Die is daar altijd erg blij mee.

Klik op foto voor vergroting

Om 15.00 uur charterden we twee becakrijders om ons naar het cultureel centrum te laten brengen. Het oude mannetje sprak geen engels. Hij wilde 6 ringgit hebben voor het ritje, ervan uitgaande dat we met z'n tweeën in één becak zouden plaatsnemen, maar wij wilden twee becaks. Na wat handen-en-voeten-werk, werd het duidelijk dat hij samen met z'n vriend op pad kon. In hun prachtige becaks brachten ze ons naar het cultureel centrum. De show begon om 15.30 uur met een muziekvoorstelling. Dat was wel leuk. De voorstellingen werden ingeleid door een mannetje dat volgens ons homo was; iets dat bijzonder is in dit streng islamitische deel van Maleisië. De muziekvoorstelling werd opgevolgd door een oersaaie dansvoorstelling en daarna was er een tol-voorstelling. Dat was wel weer leuk.


Zondag 24 juni 2001

Na het ontbijt namen we vanaf het centrale busstation bus 19 naar de 'Wat Kok Seraya', een Thaise tempel nabij het plaatsje Chabang Empat. De niet-airconditioned bus was bloedheet er deed er een half uurtje over. Nadat ik was uitgestapt was, was ik helemaal doorweekt. Ik werd uitgelachen door Marjolijn, want ik had een natte kont.
De Thaise tempel was erg kleurrijk en erg leuk om te zien. De tempels zelf waren allemaal gesloten. Sterker nog, er was weinig teken van leven bij de tempel. Alleen uit een gebouwtje hoorden we geluid van gebeden komen. Er stond een groot beeld van de Goddess of Mercy.
We dronken een blikje fris op een bankje onder een oude, mooie boom. Twee mannen, die uit een gebouwtje kwamen, passeerden ons. Toen ze terugliepen begonnen ze een praatje met ons te maken. We werden uiteindelijk uitgenodigd om bij een andere tempel iets te gaan drinken. Ze hadden gevraagd wat we van plan waren te gaan doen en toen we zeiden dat we lopend of met het openbaar vervoer de andere tempels in de omgeving wilden bekijken, alsmede de dorpjes aan het strand (Pantai Seri Tujuh), zeiden ze dat ze ons wel zouden brengen naar die plekken. En zo hadden we privé-gidsen voor de ochtend.

Klik op foto voor vergroting

We reden naar een tempelcomplex met een enorme gouden staande Boeddha, de Wat Phikulthong. Terwijl Marjolijn iets met onze gidsen dronk, keek ik wat rond op het terrein. Ik vond een gebouwtje met daarin allemaal kleine, gouden boeddhabeelden; een zittende boeddha, een liggende en een staande boeddha. Erg leuk.
We reden naar het plaatsje Tumpat waar thans niet veel meer te zien is dan het lokale leven. We waren nu zeer dicht bij de Thaise grens. De volgende tempel was bekend vanwege de grootste zittende boeddha van Zuid Oost Azië. Alweer zoiets vreemds. Waarom bevindt die zich niet in het boeddhistische Thailand? Volgens onze gidsen zou het daar mogelijk zijn om een boeddha te kopen, maar de prijzen lagen met RM 150 een beetje erg hoog.
We werden teruggebracht naar Kota Bharu en afgezet in het centrum. We besloten nog maar even te gaan winkelen.
's-Avonds liepen we over de nachtmarkt en kochten we enkele video-cd's voor Fred. Het was behoorlijk aan het weerlichten en er was beduidend minder bedrijvigheid op de markt. De stalletjes die aan het begin van de avond werden opgebouwd, werden na een uurtje weer afgebroken, waarschijnlijk uit vrees voor regen. We checkten onze e-mail en aten daarna in de Pizza hut een satay-pizza. Die tip hadden we van Henny gekregen.
Het bleef ondanks alles toch nog droog.


Maandag 25 juni 2001

Gistermiddag hadden we met een taxichauffeur afgesproken dat hij ons om 8.00 uur zou komen ophalen bij het hotel. Hij zou ons voor Rm 6 per persoon en naar Kuala Besut rijden, vanwaar de ferry naar de Perhentians zou vertrekken.
Wat ons hevig verbaasde toen we vanochtend om 7.50 uur naar beneden liepen in het hotel, was dat de chauffeur al keurig netjes klaar zat op de bank. Het is haast onmogelijk… een Aziaat die zich aan een afspraak houdt en dan ook nog eens op tijd is!
De chauffeur zou nog een passagier ophalen in het centrum en daarna vertrokken we. We zaten in een stokoude Mercedes welke een kapotte uitlaat had. Onderweg (tussen Kota Bharu en de ferry) stopte de chauffeur bij een klein winkeltje. Volgens hem was het verstandiger om hier het een en ander in te slaan dan te wachten op de Perhentians, want daar zou alles duurder zijn. We kochten water en wat snacks.
We werden afgezet op een vreemde plek. Ik voelde me er niet gerust op. Een hutje midden in de weilanden, zonder dat er een stadje of dorpje in de buurt was. Hoewel we niet met vier passagiers in de taxi zaten, maar met z'n drieën, rekende de chauffeur toch de afgesproken RM 6 per persoon af.
In een klein huisje kochten we twee enkeltjes naar Coral Bay op Perhentian Kecil. De tickets kostten Rm 25 per persoon. Om 9.30 uur vertrok de vissersboot (slow boat dus) met 9 toeristen. De taxichauffeur ging ook mee. Hij zou met dezelfde boot teruggaan. We hadden voordat we de boot opgingen nog een tros bananen van hem gekregen en lieten ons die goed smaken.
Rond 11.00 uur kwamen we aan bij Coral Bay op Perhentian Kecil. De vissersboot kwam niet tot aan het strand en we werden voor Rm 2 per persoon opgehaald door een klein speedbootje, die ons naar het strand bracht. We legden de rugzakken op het strand en terwijl ik bij de rugzakken bleef, ging Marjolijn op zoek naar een kamer. Dat was geen eenvoudige opgave, want vrijwel alle chaletjes zaten vol of waren piepklein of smerig. Uiteindelijk kwamen ze bij een 'resort' waar om 12.00 uur twee kamers vrij zouden komen. We waren als eersten en maakten dus de meeste kans. De kamer was van een enorme eenvoudigheid. Er lag alleen een matras op de grond en er hing een fan aan het plafond. Er was wel een badkamertje en er was alleen elektriciteit tussen 19.00 uur en 7.00 uur.

Klik op foto voor vergroting

Alles zag er keurig uit en er restte weinig andere keus dan deze kamer te nemen voor Rm 50 per nacht. Achteraf bleek dat we nog niet eens zo slecht af waren met de kamer. Het huisje stond in een kleine tuin en in de tuin stonden ook enkele strandstoelen onder een afdakje.
De enige angst die ik had was voor het geluid van de aggregator, maar na één nacht
kwam ik erachter dat die angst ongegrond was.
's-Middags hebben we lekker aan het strand gelegen en gezwommen in de zee. De zee was heerlijk van temperatuur. Het enige nadeel waren
de kleine kwalletjes. Als die je aanraken, lijkt het het of je kleine spelden prikjes krijgt.
's-Avonds aten we op het terras van Rajawali Resort


Dinsdag 26 juni 2001

We ontbeten bij het restaurantje naast onze kamer. Het was vloed en het strand voor het terrasje was niet meer dan 2 meter breed. We namen maar weer eens een bananenpannenkoek met honing en een 'BOH'-thee. Daarna pakten we de handdoeken en gingen we op het strand liggen. Het was toen al rond 11.30 uur. Hoewel de elektriciteit om 7.00 uur uit zou gaan, ging die vandaag pas om 10.00 uur uit. Toen werden we ook wakker, want het was niet meer om uit te houden op de kamer.
Op het strand deelden we de schaduw met een iets ouder (dan ons) Zweeds stel. Het waren overigens niet de enige Zweden op het eiland. Het stikte ervan. Ik zag dat er naast hem snorkelspullen lagen en vroeg hem of het leuk was om te snorkelen voor de kust, maar hij zei dat er weinig te zien was. Hij was niet echt enthousiast. Hij zei dat ik z'n snorkelspullen wel even mocht lenen als ik dat wilde. Zodoende ging ik even snorkelen, maar er was inderdaad weinig te zien. Ik had een overhemd aangedaan tegen het verbranden en het werkte ook perfect tegen de kleine kwalletjes, maar echt lang snorkelden we niet.
We gingen met z'n vieren iets drinken in ons 'ontbijtrestaurantje' en daarna stelden ze voor om een stuk langs de kust door de jungle in de richting van het enige dorp op het eiland te lopen. We gingen eerst even douchen en daarna begonnen we aan een afmattende tocht door de jungle. Na een uur waren we tot Mira's chalets gekomen en vonden we het wel welletjes en besloten we om een watertaxi verder te nemen naar het dorpje. Dat was een verstandig idee.

Klik op foto voor vergroting

Het vissersdorp stelde niet veel voor. Erg leuk waren de vissersbootjes in de baai voor het dorpje. Erg raar waren de loslopende schapen op het strand. Kinderen waren aan het touwtje springen en enkele toeristen zaten op de weinige terrasjes. We liepen wat door het dorpje om vervolgens net als de andere toeristen iets te gaan drinken op een terrasje.
We namen de taxiboot terug naar Coral Bay. We werden even flink afgezet; letterlijk en figuurlijk. We moesten nu Rm 10 per persoon betalen. Tommy en Ankie, de twee Zweden, hadden hun snorkelspullen achtergelaten bij het 'ontbijtrestaurantje' en moesten die weer even ophalen. Vandaar dat ze mee teruggingen naar Coral Bay.
We spraken af dat we elkaar om 19.30 uur zouden zien bij het Rajawali restaurant.
Op de afgesproken tijd waren ze weer fris en wel terug op Coral Bay. Het eten bij het Rajawali resort liet het flink afweten. Slecht dus! Tijdens het eten zagen we het weerlichten in de verte en nadat we hadden gegeten werd het onweer alleen maar heviger. Het begon ineens stevig te waaien en we besloten dat we niets meer gingen drinken. Ze moesten nog ten minste 10 minuten over een smal paadje door de pikdonkere jungle teruglopen naar Long Beach. Gelukkig hadden ze wel een zaklamp bij zich.


Woensdag 27 juni 2001

Vandaag zouden we met z'n vieren gaan snorkelen. We meldden ons om 11.00 uur bij Tommy en Ankie op het strand van Long Beach. Long Beach is in tegenstelling tot Coral Bay een prachtig strand met geleidelijk aflopende zee. Zowel strand als de zeebodem is van zand. Het grote nadeel van Long Beach, ten opzichte van Coral Bay, is dat er totaal geen schaduw is en je dus verrekte goed moet oppassen voor de zon.
Tommy had een kapitein en een boot gecharterd. We zouden naar vier snorkelplekken gaan. Bij de eerste snorkelstop was het direct bingo! De kapitein keek in het water en zei dat we hier moesten zijn. Toen we in het water sprongen werd het direct duidelijk wat hij bedoelde. Op de bodem zagen we de reuzenschildpadden grazen. Het water was niet dieper dan 10 meter en het zonlicht maakte een uitstekend zicht op de beesten mogelijk. Na een tijdje kwamen de schildpadden naar boven om lucht te happen en op die momenten kun je zeer dicht bij ze komen. Het was een prachtig gezicht om die beesten te zien zwemmen. Zo traag als ze zijn op het land, zo soepel en snel zijn ze in het water. Later zagen we er nog enkele zwemmen en in totaal hebben we er wel 5 of 6 gezien.
De tweede stop zou een 'haaienstop' zijn. Toen ik weer als eerste in het water lag, zag ik inderdaad een haai wegzwemmen. Het beest was toch nog behoorlijk groot. Ik denk zo'n 1 tot 1,5 meter lang (volgens mij lijkt alles in het water groter dan het in werkelijkheid is). Pas toen de 'kapitein' ook in het water dook, gingen we op zoek naar de haaien en zag ik nog een tweede exemplaar. Voor de rest hebben we erg veel mooie vissen gezien.
Op de derde snorkelplek was weinig te zien, maar bij de laatste plek waren honderden, zoniet duizenden vissen. De 'kapitein' had witbrood in het water gegooid en dat trok scholen vis aan. De vissen aten zelfs uit je hand. Erg prachtig om zo tussen de honderden, zoniet duizenden vissen te zwemmen. Marjolijn vond het echter minder prettig dat ze door een vis werd gebeten. Eenmaal terug in de boot bleek dat ze een klein bloedend wondje had.
Na de tweede stop gingen we naar het 'dorp' om te lunchen. We namen iets van nasi. Ik weet niet wat het was, maar het was in ieder geval iets echt Maleis, want de lokale bevolking at dit ook. Tommy had iets anders dan ik en toen hij vroeg wat het was, werd gezegd dat het kippenhart was. Eenmaal terug bij de kamer kwamen we erachter wat we fout hadden gedaan die dag. Onze kuiten waren behoorlijk verbrand en daaraan zou ik nog ten minste drie dagen worden herinnerd. Marjolijn had water in d'r oor gekregen en was half doof.
's-Avonds aten we in het restaurant van het resort waar Tommy en Ankie logeerden op Long Beach. Dat hield wel in dat wij nu in het donker door de jungle terug moesten lopen. Tommy had bij de kok gevraagd om een Maleise maaltijd en die kregen we ook.
We hadden een erg leuke dag gehad samen met Tommy en Ankie en we wisselden adressen uit voordat we afscheid van elkaar namen. Beiden zouden we de volgende dag vertrekken van Perhentian Island, maar de kans dat we op dezelfde boot zouden zitten zou klein zijn.
Teruglopen door de jungle ging zonder problemen, maar wel wat langzamer dan overdag. Marjolijn was wat angstig voor de 'monitor lizards' die in het bos rondlopen en zong de hele weg. We zijn dus geen beest tegengekomen.


Donderdag 28 juni 2001

We moesten vanochtend vroeg opstaan, want we zouden de boot van 8.00 uur terug naar het vaste land nemen. We ontbeten weer op onze 'vaste stek' en wat bleek… de eigenaar van het restaurant was ook de eigenaar van een boot die om 8.00 uur naar het vaste land zou vertrekken. We konden met hem mee. Ik was er niet erg gerust op dat dat goed zou gaan en ik informeerde bij enkele andere toeristen die op het strand op een veerboot zaten te wachten, of ze ook met ons meegingen.
Maar alle andere toeristen hadden een andere bestemming dan Kuala Besut (zij gingen naar de plek vanwaar wij naar het eiland zijn gegaan).
Zo kwam het dat we met z'n tweeën op een veerboot zaten met drie Maleiers. Ik vond dat niet prettig, want de Lonely Planet maakt melding van louche veerbooteigenaren die je eenmaal op zee een dubbel tarief vragen. Daarnaast zouden ze je op volle zee kunnen beroven. Allemaal dingen die zouden kunnen gebeuren. Maar alles ging oké en toen we in de haven van Kuala Besut van boord gingen, betaalden we keurig netjes de 20 ringgit per persoon; het juiste tarief. Wederom was ik ten onrechte achterdochtig.

Klik op foto voor vergroting

We liepen naar het 'busstation' annex taxistation en namen een taxi naar Jeteh. Van daaruit zou een bus naar Cherating (Kuantan) vertrekken. Rond 10.00 uur waren we in Jeteh en we kochten tickets voor de bus van 10.45 uur. Die kwam echter met vertraging aan, zodat we pas na 11.00 uur vertrokken. De chauffeur reed (zowaar) normaal. Geen achterlijke snelheden en geen gevaarlijke inhaalmanoeuvres. Onderweg werd twee keer gestopt en om een uur of vijf werden we langs de weg bij Cherating afgezet. We checkten in bij 'Renting Resort' en we hadden zowaar een vrijstaande bungalow. We keken uit op een leuk tuintje met een vijvertje. In het vijvertje groeiden prachtige lotusbloemen. Naast het 'resort' was een internetcafé c.q. boekingskantoortje voor trips in de omgeving. We informeerden naar een trip naar Tasek Chini voor de volgende dag. Dat zou Rm 160 kosten bij twee personen en Rm 50 per persoon bij 4 personen. Er waren nog geen andere gegadigden en we spraken af om op een later tijdstip nog eens te informeren naar het aantal deelnemers. Daarna checkten we onze e-mail, maar de verbinding was zo traag als een zeeschildpad op het strand.
We aten op het strand bij een Sea food restaurant. Het eten was er zeer redelijk en ze hadden er bier. Na het eten gingen we terug naar het restaurant dat bij ons 'resort' hoort. We bestelden wat te drinken en besloten om dan eindelijk maar eens de ansichtkaarten te gaan schrijven. Het was aan het weerlichten en plots was er een tropische bui. Snel terug naar het huisje, want de wasgoed hing buiten te drogen.
Ik informeerde nog even bij het boekingskantoor. Inmiddels waren er drie anderen die zich hadden aangemeld voor de trip, zodat die de volgende dag doorgang kon vinden tegen een redelijke prijs.


Vrijdag 29 juni 2001

We zochten ons suf naar een restaurantje waar we konden ontbijten en uiteindelijk vonden we, gevolgd door een zestal honden, een restaurantje dat net openging (8.00 uur). We konden een kop thee en muesli krijgen.
Om 8.30 uur meldden we ons met de rugzakken bij het boekingskantoortje. Ik had gisteravond gevraagd of het mogelijk was dat we onze bagage mee konden nemen en dat ze ons aan het einde van de dag in Kuantan af zouden zetten. Dat zou weer reistijd besparen. Dat was mogelijk en vandaar dat we ons bepakt en wel meldden.
Een forse man met een Aziatisch uiterlijk groette ons met 'goedemorgen', iets dat ik niet verwachtte. Hij was Nederlander, maar had Indonesische ouders. Met hem zouden we de hele dag optrekken. Het was een zeer vriendelijke en goedlachse man. Hij was (interim) manager en deed veel bij woningbouwverenigingen.

Klik op foto voor vergroting

De minibus deed twee uur over de rit Cherating - Tasek Chini. Onderweg werd bij een extreem druk wegrestaurant ontbeten en toen we door de enorme oliepalmplantages reden werd gestopt en vertelde de gids ons van alles over de oliepalm.
Om 12.00 uur zaten we in de boot, die eerst over het meer met de lotusbloemen en daarna over een riviertje door het oerwoud voer. Twee Orang Asli mannen waren aan het vissen. In hun uitgehakte boomstam, die als kano fungeerde, lagen enorme vissen. Een van de mannen liet trots z'n vangst zien.
De tocht over de rivier leverde fraaie beelden op. We zagen een lange leguaan die lag te zonnen op een
boomstam. We konden het beest tot zeer dicht benaderen, maar hij verroerde zich niet. Over dezelfde rivier voeren we weer terug en ver-volgens weer over Tasek Chini. Hoewel er niet al te veel bloemen waren, was het toch een prachtig gezicht. Lotusbloemen vind ik erg mooi.
We stopten bij een Orang Asli dorp, maar ik vond dit een enorme teleurstelling. Er stonden 'slechts' drie huizen en de kinderen waren alleen geïnteresseerd in snoep. Dit zei me al genoeg. Ik kreeg een beetje de indruk dat de Orang Asli 's-ochtend naar het dorp gingen omdat dat 'leuk zou zijn voor toeristen'. Ik kreeg niet de indruk dat het dorp permanent bewoond werd. Vandaar teleurstellend.
Eenmaal terug bij het beginpunt gingen we lunchen. Het was inmiddels al 15.00 uur. De lunch werd voor ons betaald door onze 'Indonesische' vriend (ik weet niet eens z'n naam). Na de lunch reden we terug in de richting van Cherating. Om 16.30 uur werden we netjes afgezet bij het busstation in Kuantan. We konden nu twee dingen doen, namelijk op zoek gaan naar een hostal en morgen verder gaan of kijken of we nu verder naar Mersing konden. We informeerden bij diverse loketten naar de vertrektijden van de bussen en kwamen bedrogen uit; alle bussen tot die van 17.00 uur de volgende dag zaten vol. Probleem dus!

Klik op foto voor vergroting

In het busstation stonden twee toeristen die we ook al hadden gezien op het busstation in Jeteh. Ze vielen direct op, want zij was Afrikaanse en ze hadden een klein zoontje. Ze waren Fransen en wilden zo snel mogelijk naar Johor Bharu, maar stonden voor hetzelfde probleem. Ik stelde voor om te kijken of we een shared taxi konden krijgen. Marjolijn ging informeren naar de prijzen en naar de beschikbaarheid. Na flink onderhandelen konden we voor Rm 110 een shared taxi nemen naar Mersing. We zouden de prijs delen.
De shared taxi deed (toch nog) drie uur over het stuk Kuantan - Mersing en daarbij reed hij niet echt rustig. Onderweg, enkele kilometers voordat we in Mersing aankwamen, werden we zelfs staande gehouden door de politie, maar ik kreeg niet echt de indruk dat de waarschuwing serieus genomen werd door de chauffeur.
Om 20.00 uur waren we in Mersing en daar was ik erg blij om, want ik houd er niet van om in het donker te reizen. We checkten in bij het Golden City hotel. Geen bijzonder hotel, maar het is maar voor één nacht.
Direct na het inchecken liepen we naar een restaurantje aan een rotonde en aten we een Chinese maaitijd (ik had heerlijke stukjes wild zwijn) en dronken we een biertje. Het eten was erg goed en zo ook de Tiger beers.
Tegen 22.30 uur lagen we op bed.


Zaterdag 30 juni 2001

We stonden vanochtend niet te laat op, zo rond 8.30 uur. Als eerste zochten we naar een apotheek voor oordruppels, want Marjolijn d'r oor zat al sinds woensdag dicht van het zeewater. We vonden een apotheek en oordruppels, maar die bleken niet erg effectief. We waren op zoek naar oordruppels waarin waterstofperoxide in zat, maar dat waren deze druppels niet. Ze hielpen dan ook weinig.
Daarna liepen we naar de ferryterminal en kochten we tickets voor de boot naar Tioman. We konden kiezen uit speedboten om 10.30 , 11.30 en 13.30 uur. We kochten tickets voor de boot van 13.30 uur. Daarna kochten we tickets voor de bus naar Kuala Lumpur op 4 juli.
Pas daarna gingen we op zoek naar ontbijt. We kwamen uit bij een restaurant met een wel zeer beperkte menukaart. Het werd dus weer een bananenpannenkoek. Na het ontbijt liepen we nog wat door Mersing en checkten we onze e-mail. In het internetcafé waren allemaal jongetjes schietspelletjes te spelen en daarbij overtroffen ze elkaar met de geluidsboxen. Het was dus een enorme herrie daarbinnen.
Om 13.00 uur haalden we de rugzakken op bij het hotel en liepen we naar de ferry. Deze vertrok om 13.45 uur. Op zee behaalde de (nauwelijks zeewaardige) boot een snelheid van 30 zeemijl, wat neerkomt op ongeveer 55 kilometer per uur. De overtocht was behoorlijk onrustig. De boot bonkte steeds op het water nadat 'ie over een golf was gevaren en als de boot weer op het water plofte, ontstond er zo veel opspattend water dat we behoorlijk nat werden. De raampjes stonden namelijk open. Anderhalf uur later waren we in Kampong Salang op Salang Beach op Tioman. Onderweg passeerden we Palau Tengah. Fred zou helemaal wild zijn geworden!

Klik op foto voor vergroting

De eerste indruk van Salang Beach was niet zo positief. Het eerste dat we zagen was namelijk een heimachine en een pier die werd aangelegd. Nadat we van boord waren gegaan gingen we op zoek naar een overnachting-splek. Toen we bij enkele chalets aankwamen moesten we hartelijk lachen. In Nederland hadden we Henny en José gevraagd waar zij hadden overnacht, maar dat wisten ze niet meer. Henny kon zich alleen nog herinneren dat de uitbater een zeer vette Chinees was die de hele dag niets deed. Toen wij een dikke Chinese man mét borsten zagen, wisten we dat ze daar hadden overnacht. Wij checkten de kamers die onze dikke vriend aanbood. De kamers met fan (RM 60) waren weinig bijzonder en de kamers met airco vonden wij te duur
(RM 100 per nacht). Ik liet Marjolijn met de rugzakken achter en ging op zoek naar een kamer. Ik zag er diverse, maar kwam uiteindelijk uit bij de kamers van Zaid's Place. Deze kamers werden door de Rough Guide aanbevolen en zijn inderdaad het meest redelijk. Ook niet goedkoop. Kamers met fan waren RM 60 per nacht en kamers met airco RM 100 per nacht duurder. We namen een kamer met fan.
De rest van de middag brachten we door onder een zeer grote boom op het strand. Voldoende schaduw dus, maar tevens één van de weinige schaduwrijke plekken.


Zondag 1 juli 2001

Weinig te melden over vandaag. We werden vanochtend om 10.00 uur wakker en nadat we ons hadden aangekleed, hebben we als eerste de spullen verhuisd naar een andere kamer. De kamer die we hadden was namelijk gereserveerd vanaf 6 juli. De kamer naast de onze konden we betrekken. De deur van de kamer naast ons was niet afgesloten en we controleerden als eerste het matras. Het matras in de nieuwe kamer was beduidend minder dan het matras in de oude kamer en als eerste verwisselden we het tweepersoonsmatras. Daarna verhuisden we de bagage. De rest van de dag hebben we lekker liggen lezen op het strand en gezwommen in de zee. Het enige vervelende van de hele dag waren de vele vliegen op het strand.
's-Avonds hebben we redelijk gegeten op een groot, verhard terras. Marjolijn had een tonijntje uitgekozen die gegrild werd. Mijn Tom Yam chicken was erg teleurstellend na de veel betere versies die ik al had gehad in Kota Bharu.
Na het eten dronken we nog een biertje op het terras van het restaurant van Zaid's Place.
Rond 22.30 uur gingen we naar bed.


Maandag 2 juli 2001

Soortgelijk dagprogramma als gisteren.


Dinsdag 3 juli 2001

Vanochtend meldden we ons om 11.00 uur bij een kantoortje dat snorkeltrips verzorgde. Met de boot werden we naar een eilandje voor de kust van Salang Beach gebracht. De boot was helemaal niet zeewaardig en we werden door en door nat van het opspattende water. Bij de eerste snorkelplek werden we gedropt voor twee uurtjes. Dat hadden we zelf bepaald. De boot ging voor anker en wij gingen snorkelen. Dat was een beetje een teleurstelling. Veel koraal was dood en als gevolg daarvan waren er weinig vissen. Wat er wel in overvloed was, waren de kleine kwalletjes. Die zitten volgens mij overal in de Zuid Chinese Zee, want in Nha Trang (Vietnam) hadden we er ook al last van. Ik werd nog aangevallen door een vis. Eenmaal beet 'ie me en ik zag hem steeds opnieuw aan aanval inzetten, maar ik wist dat te voorkomen.Het eiland leek onbewoond, maar dat betekende niet dat we er als enigen waren. Overal lagen speedbootjes van snorkelbedrijven en er snorkelden enkele toeristen.
Na drie kwartiertjes snorkelen hadden we het wel gezien en gingen we op het strand liggen. Enkele Maleiers naast ons hadden de grootste lol door elkaar in het zand te graven en vervolgens de contouren van de dames middels kokosnoten (toepasselijk!) zichtbaar te maken.
De tweede snorkelplek was ook niet echt bijzonder. We werden gedropt bij een grote rotspartij in zee. Het was er behoorlijk diep en door de golfslag (zeker rond rotsen) was het water behoorlijk troebel. Eén van de toeristen in een andere boot had brood bij zich en het effect daarvan op de vissen was hetzelfde als op de Perhentians. Duizenden vissen om je heen. Prachtig!

Klik op foto voor vergroting

We werden teruggebracht naar Salang Beach. De boot lag gevaarlijk diep in het water als gevolg van de motor achter de boot en de redelijke golven op het water. Eenmaal op Salang zochten we een plekje onder de grote boom op het strand. We snorkelden nog heel even voor de kust, maar hielden het al snel voor gezien. Ik bracht de snorkelspullen terug en we gingen douchen.
Daarna gingen we zitten op een terrasje. Achter ons zat een Nederlands echtpaar, waar we na een tijdje mee aan de praat raakten. We dronken biertjes en later zouden we met z'n negenen eten (ze hadden 5 kinderen in de leeftijd van 7 tot 16).


Woensdag 4 juli 2001

Rond 8.30 uur vertrok de ferry terug naar Mersing. Net als op de heenweg werd ook nu ieder strand aangedaan om passagiers (dit keer) op te pikken. Anderhalf uur na vertrek van Salang Beach, waren we weer in Mersing. Bij de busterminal probeerde ik of het mogelijk was om onze bus- kaartjes van 11.30 uur te wisselen voor tickets van 10.30 uur, maar de bus was al vol. Ik was maar wat blij dat we al kaartjes hadden gekocht voor het vertrek naar Tioman, anders waren we nu misschien wel een beetje in de problemen gekomen. We moesten dus anderhalf uur wachten voor onze bus zou vertrekken. We konden de rugzakken achterlaten op het kantoor van Transnasional, waar we de tickets hadden gekocht. We liepen naar een bakkerijtje waar ze ook echte koffie verkochten en namen een zwarte koffie en een cappuccino. Dat winkeltje hadden we al eerder gezien en we hadden daar ook al eens koffie (met een gebakje!) genomen. Na de koffie liepen we terug naar de busterminal en kocht Marjolijn nog een T-shirtje.
Stipt op tijd vertrok de bus naar Kuala Lumpur. Onderweg werd nog gestopt bij een groot wegrestaurant en rond 16.30 uur waren we in Kuala Lumpur. Het weer was behoorlijk wat aangenamer dan de eerste keer dat we in KL waren. Er stond een windje en het leek minder warm te zijn.
We liepen naar een hotelletje in de Jalan Bintang Besut, waar we een kamer boekten voor anderhalve dag. Zodoende hoefden we pas de volgende dag om 20.00 uur de kamer te verlaten. Op die manier was het mogelijk om de bagage achter te laten en om op het laatste moment nog even te douchen. Voor de extra halve dag moesten we wel een halve dag.
's-Avonds bezochten we de nachtmarkt in Chinatown. Dat hadden we eerder moeten doen. Erg leuk! Net Pat Pong in Bangkok. Ik at nasi op een terrasje voor een Chinees restaurant. Erg leuk om naar de mensen te kijken vanaf het terras. We zagen enkele vrouwen geheel gesluierd. Die komen vast uit Iran.
Later die avond dronken we nog een biertje op een ander terrasje op de nachtmarkt. Erg leuk!


Donderdag 5 juli 2001

Vandaag brachten we als eerste een bezoek aan de dokter. Er zat een dokterspraktijk naast het hotel en nadat we ons hadden gemeld en ingeschreven, konden we plaatsnemen in de wachtruimte. Die was helemaal leeg en we werden vrijwel direct naar binnen geroepen. Marjolijn legde de situatie uit en geheel volgens mijn verwachting ging de Chinese, vrouwelijke arts de oortjes uitspuiten. Toen dat gedaan was, kreeg Marjolijn nog enkele pilletjes om de druk achter het oorvlies weer op peil te brengen.
Na het doktersbezoek brachten we nog een laatste bezoek aan de shopping malls BBB Plaza en Lot 10. Daarna liepen we naar de Twin Towers. De bedoeling was om met de lift naar de loopbrug op 250 meter hoogte te gaan, maar we hadden weer eens pech… de liften waren in onderhoud. Dus geen mooi uitzicht. In plaats daarvan bezochten we nogmaals het winkelcentrum in de torens om te lunchen. In het food court namen we één groot bord met rijst, rendangvlees, groente en kroepoek.
We namen de metro naar Little India. Ook hier is de metro weer een zeer goed alternatief om te reizen. Erg luxe en schoon.
In Little India bezochten we onder andere Silk Street. We keken naar stoffen, maar konden niet slagen. In een andere winkelstraat zagen we een lampenwinkel en omdat we nog altijd op zoek waren naar een lamp voor in het toilet, stapten we naar binnen. Een half uur later stonden we met een lamp weer buiten.
Via de Padang liepen we langs het gerechtsgebouw naar China Town en vervolgens door naar het hotel. Onderweg kochten we nog een boeddhabeeldje. Op de kamer douchten we en pakten we de rugzakken opnieuw in. Laatste controle van de rugzakken voor vertrek.
Bij de receptie wachtten we op het minibusje dat ons om 20.00 uur zou komen ophalen en naar het vliegveld zou brengen. De receptionist had dit voor ons geregeld op ons verzoek. Het minibusje kwam echter niet opdagen en de receptionist moest tot twee keer toe bellen om te vragen waar het busje bleef. We moesten toch wel snel naar het vliegveld en we besloten, na anderhalf uur wachten, om maar een taxi te nemen. Die waren heel wat duurder dan de RM 50 die ik nog had voor de minibus. De eerste taxichauffeur vroeg RM 80 en de moed begon een beetje weg te zakken. Na een aantal teleurstellingen was er toch een taxichauffeur die ons voor RM 54 naar het vliegveld wilde brengen. Rm 50 voor zichzelf en RM 4 voor de tol.
Vijftig minuten later waren we op het vliegveld. De chauffeur was wel een karikatuur. Bij ieder stoplicht onderweg rochelde hij, deed hij z'n deur open en spuugde 'ie. 'Zolang hij dat voor ieder verkeerslicht doet, is er niets aan de hand', dacht ik, maar hij deed hetzelfde met 120 kilometer per uur op de snelweg.
Het vliegveld zag er prachtig uit. Alles van marmer en erg groot. Er waren (gezien de omvang van de terminal) erg weinig mensen. Met de monorail gingen we naar de internationale terminal.
Om 23.45 uur vertrok het vliegtuig met een half uur vertraging. De vertraging werd veroorzaakt, doordat we op Schiphol niet zouden kunnen landen. De vlucht verliep verder prima. Eenmaal boven Nederland werden we weer in de wacht gezet. Tot tweemaal toe maakten we een grote cirkel boven Flevoland, om vervolgens aan te vliegen op de Buitenveldertbaan. Op het laatste moment week de piloot van de ingezette route af en vlogen we over het centrum van Amsterdam noordwaarts. Na een grote bocht landden we uiteindelijk op de Zwanenburgbaan.
Na een lange wandeling door Schiphol kwamen we aan bij de paspoortcontrole. Vervolgens wachten op de bagage. Dat duurt altijd een eeuwigheid op Schiphol.
Toen we uit het luchthavengebouw liepen, moesten we nog rennen om de bus aan te houden. De chauffeur was zo vriendelijk om even op ons te wachten.
En zo waren we vlotjes weer terug thuis en was er weer een droom voorbij…..