Hashemite Kingdom of Jordan

Maandag 1 november 1999
(vervolg op het reisverhaal in Syrië)

We reden met de taxi verder naar de Jordaanse grens, ongeveer een kilometer verder. Daar moest de taxi eerst over een gat in de weg (zoals je die nog in oude autogarages tegen kunt komen) rijden. Een douanebeambte liep in het gat om de onderkant van de auto te inspecteren. Vervolgens moest we de bagage uit de kofferbak halen en neerleggen op een lange, brede muur. Ook de motorkap werd geopend. Een douanier inspecteerde de uitgestalde bagage. Ik moest mijn kleine rugzak openen, maar na een blik op toiletpapier en enkele boeken was hij tevreden. Er werd mij nog gevraagd of ik drugs bij me had.
Vervolgens gingen we het douanegebouw binnen om de formaliteiten af te handelen. Dat verliep heel wat minder vlot dan aan de Syrische grens. We werden van loket naar loket gestuurd. De postzegelverzameling in het paspoort werd aangevuld en er kwam nog een stempel bij. Echter, voordat het paspoort werd afgegeven, moest er worden betaald. Dat hield in dat ik eerst geld moest wisselen bij de bank in een ander gebouw. Ik wisselde ƒ 100,- tegen dinars.
Terug bij in het douanegebouw betaalde ik de visumkosten à JD 11 per persoon (1 JD is ongeveer ƒ 3,-) en kreeg ik de paspoorten. Met de taxi reden we naar de daadwerkelijke grens. Daar bleek dat er twee stempels ontbraken. Dus ik kon teruglopen naar de douane, waar de stempelverzameling werd aangevuld. Toen alle stempels en postzegels compleet waren, mochten we eindelijk doorrijden.
Om drie uur waren we in Amman en we stapten over in een andere taxi die ons naar het Cliff hotel bracht. Dat verliep ook niet geheel vlekkeloos. De chauffeur moest enkele keren de weg vragen en we kwamen heel ergens anders uit dan waar we moesten zijn. Uiteindelijk zagen we zelf het bord "Cliff hotel" en sommeerden de chauffeur te stoppen. Toen ik hem wat geld gaf, werd hij boos dat ik niet volledige meterprijs wilde betalen. We hadden ongevraagd immers half Amman al gezien.
Om vier uur waren we in het nul sterren hostal. We douchten en gingen daarna eten. Voor de derde achtereenvolgende avond aten we een hamburger en patat. Na het eten wilden we naar de bioscoop. In het hotel hing een twee weken oude filmladder, met de aankondiging dat ergens de film "Hammam in Amsterdam" draaide. In Syrië hadden we al vaker die naam gehoord. Soms als we zeiden dat we uit Nederland kwamen, zeiden Syriërs met een brede smile "Hammam in Amsterdam!!". Omdat ik er niet zeker van was dat de film nog draaide in die bioscoop, besloot ik om het aan iemand op straat te vragen. Zo ontmoetten we Ghassan. Aan hem vroeg ik naar de film en de bioscoop, maar hij wist niet of die film daar draaide. Daarop vroeg ik hem te bellen naar de bioscoop met onze mobiele telefoon. Dat deed hij en het bleek dat de film inderdaad in een andere bioscoop draaide. Dat meldde hij aan zijn vriend Mohammed, die net kwam aanlopen. Hij bood direct aan om ons te brengen. Bij de bioscoop bleek dat we nog 1½ uur moesten wachten voor de aanvang en de jongens nodigden ons uit voor een drankje. Met de auto doolden we wat door Amman en passeerden we vier keer dezelfde rotonde, om uiteindelijk uit te komen bij een cafeetje. We dronken iets en praatten over het een en ander, om vervolgens terug te gaan naar de bioscoop.
De film was leuk. Het verhaal ging over een Egyptische jongen die een meisje wilde huwen, maar van haar vader eerst maar eens wat geld moest gaan verdienen. Hij besluit dat te doen in Amsterdam. Zijn reis naar Amsterdam verloopt niet geheel vlekkeloos, omdat hij onderweg z'n paspoort en geld verliest. Natuurlijk wordt hij in Nederland door de politie opgepakt etc. Uiteindelijk weet hij in Amsterdam toch een groot fortuin te verdienen en de film eindigt ermee dat Hammam zijn eigen restaurant in Amsterdam opent. .Het leuke was dat de film voor 90% in het arabisch gesproken was en voor 10% (met name door de politie) in het Nederlands. Als er arabisch werd gesproken, lag de zaal in een deuk en wij begrepen wij de humor niet, maar toen er Nederlands werd gesproken, was dat andersom. Erg geinig. Na afloop van de film, werden we keurig door de jongens bij het hotel afgezet en spraken we af voor de volgende avond.


Dinsdag 2 november 1999

Gisteravond een fijne avond gehad, alleen was het 's avonds flink afgekoeld. Vandaar dat we vanochtend onze fleecetruien aantrokken voordat we naar buiten gingen. De hemel was onbewolkt en de zon scheen heerlijk. Desondanks was de temperatuur waarschijnlijk niet veel hoger dan zo 15 graden. Recht tegenover het hotel is een bakkertje en daar haalden we witte bolletjes en in het winkeltje naast het hotel haalden we La Vache Qui'rit.
We liepen naar het Romeinse theater en kwamen onderweg langs een heel klein parkje met daarin enkele plastic tafels en stoelen. We bestelden thee en aten ons ontbijt. Daarna bezochten we het theater. Bij de entree werden we aangesproken door een 'gids', maar die was ook weer snel vertrokken. Het theater was wederom imposant, doch minder indrukwekkend dan bijvoorbeeld Bosra of Palmyra (in Syrië), doordat de achterkant ontbrak. Wel was het uitzicht over (slechts een klein deel van) de stad erg leuk.
Na het bezoek aan het theater en het museum begonnen we aan een klim door de steile straten van Amman naar wat eens de citadel moet zijn geweest. Eenmaal boven bleek dat er inderdaad zeer weinig meer van over was, maar het uitzicht was erg mooi en de korte klim zeker waard.
Om een uur of twee belden we vanuit het hotel naar Mohammed met de vraag of we een auto bij hem konden huren. Zijn vader had namelijk een autoverhuurbedrijf. Hij stelde voor om binnen een half uur langs te komen met een soortgelijke auto die wij zouden kunnen huren, namelijk een Hyundai Excel. Nadat we de auto hadden gezien, reden we met hem naar het kantoor van zijn vader waar we lange tijd met Mohammed praatten en met zijn vriend Ibrahim. Uiteindelijk kwamen we tot een verhuurovereenkomst. Dit had nog wel wat voeten in de aarde, omdat Mohammed onze paspoorten wilde hebben als borg. Maar we hielden voet bij stuk dat we die niet wilden afgeven. Stel je voor dat hij ze zou vergeten als hij de auto komt ophalen in Aqaba (dat hadden we afgesproken), dan hebben wij een probleem! Na wat heen en weer bellen met zijn vader en de bank, accepteerde hij een creditcard slip als borg. Beide partijen tevreden. De autohuur bedroeg JD 185 voor acht dagen inclusief de ophaalservice in Aqaba. Ik kon nog JD 5 afdingen, want in eerste instantie vroegen ze JD 190.
Aan het einde van de middag brachten Mohammed en Ibrahim ons met de auto terug naar het hotel en ik vroeg hun waar we een goede mansaf konden eten. Dat wisten ze wel en ze boden aan om ergens te gaan eten. Tijdens het eten werd veel informatie uitgewisseld. Eigenlijk was er meer sprake van een monoloog van Mohammed over de ontstaansgeschiedenis van Israël en de rol van de Palestijnen daarin. Het werd ons duidelijk dat er onderhuids behoorlijk wat onvrede is over de Palestijnse situatie en Israël, hoewel je er in het dagelijkse leven toch zeer weinig van merkt.

Klik op foto voor vergroting

Na het eten, om ongeveer 19.15 uur vertrokken Mohammed en Ibrahim. Om 20.00 uur hadden we afgesproken met Mohammed en Ghassan en ze waren er stipt op tijd. We toerden wat door Amman, onder andere door de luxe wijk en we gingen winkelen in een grote supermarkt. Ze waren nogal trots op hun grote supermarkt en wij zeiden maar niet dat wij die ook hadden. Na het winkelen dronken we nog iets in een cafeetje en rookten we een waterpijp. De 'story' over de fundamenten van de islam 'continued' en Mohammed was constant aan het woord. Ghassan was een wat liberalere moslim (geen Palestijn) en die kon het allemaal niet zo erg boeien. Hij had liever een biertje.
Het verhaal van Mohammed was in ieder geval erg interessant. Zo hoorden we ook eens het 'andere' verhaal.


Woensdag 3 november 1999

Om 8 uur bracht Mohammed onze auto bij het hotel en nadat we op de kofferdeksel van de auto het contract hadden getekend, brachten we Mohammed terug naar zijn huis. Hij zou ons vervolgens met zijn eigen auto Amman uit helpen in de juiste richting van Jerash. Maar voordat hij de auto pakte, kwam hij met een thermoskan thee naar buiten en moesten we een kopje thee met hem drinken.
We volgden Mohammed en op een gegeven moment gaf hij aan dat we het verder zelf moesten uitzoeken. Toen waren we al aan de rand van Amman en de bewegwijzering naar Jerash was goed. Eenmaal uit Amman was er een oase van rust op de weg. De weg leidde door een zeer bergachtig gebied en dat merkte ik vooral door de druk op mijn oren, hoewel ik daar verder nooit last van heb.
In Jerash was de grootste tegenvaller de entreeprijs: JD 5!! en mijn 'studentenkaart' werd niet geaccepteerd. De ruines waren interessant, ondanks dat de nieuwig-heid er wel voor ons wel een beetje af was. In het zuidtheater, dat 10 keer mooier is dan het noordtheater, speelden twee olieboeren doedelzak. Grappig gezicht.
Na Jerash reden we naar Um Quais op de grens met Israël en de Golan hoogvlakte. Onbegrijpelijk dat Israël zo vasthoudt aan de Golan hoogvlakte, want het bestaat uit niets meer dan kale bergen. Puur strategie. Het uitzicht was helemaal niet spectaculair, omdat het nogal heiig was. Boven op de berg waren de ruines van Um Quais, maar weer tegen betaling en daarom hielden we het voor gezien. We reden door de Jordaanvallei terug en namen onderweg nog een foto van de Jordaan. Zielig stroompje! De vallei was groen, maar niet bijster indrukwekkend. Onderweg passeerden we een hardloper en toen we (een behoorlijke tijd) later even langs de weg bij een restaurantje een cola-tje dronken, passeerde hij ons weer.
De tocht door de bergen terug (vanuit de vallei naar Amman) was erg leuk, maar ook nu werd het uitzicht belemmerd doordat het heiig was. We arriveerden in Amman in het donker en…. we raakten de weg even kwijt. We kwamen na wat ronddolen uit op dezelfde rotonde waar we begonnen te verdwalen en op de rotonde (vanaf de andere kant benaderd nu) stond een bordje 'center'. We hoefden die weg nog maar te volgen om recht voor het hotel uit te komen.
's Avonds lekker een kippetje van het spit gegeten en onder het GENOT van een biertje op de kamer het dagboek bijgewerkt.


Donderdag 4 november 1999

Vanochtend pakten we de rugzakken in en liepen vervolgens naar een restaurantje om te ontbijten. We ontbeten op een balkonnetje, dat net groot genoeg was voor één tafeltje en twee stoelen. We hadden een mooi zicht op de straat.
Na het eten vertrokken we naar Madaba. Het duurde ongeveer twintig minuten voordat we Amman uit waren. Gelukkig reden we in één keer goed. Bij een verkeerslicht gebaarde een man de weg richting Madaba. Bij een volgend verkeerslicht had hij nog groen licht, maar wij niet. Het mannetje bleef wachten na het kruispunt en trok op toen wij ook optrokken. Plots sloeg hij af en gebaarde hij ons dat wij rechtdoor moesten blijven rijden.
De mozaïeken in de kerk in Madaba waren de JD 1 entree per persoon niet waard. Het was een toeristische bedoeling en zonder uitleg zijn het gewoon steentjes. We reden verder naar Mount Nebo en ja hoor…. weer entree betalen. Dit keer JD 0.5 per persoon. Voor 'service' stond er op het entreebewijs. Het uitzicht over de kale bergen in de omgeving was mooi. De Dode Zee was nauwelijks te zien. Het was weer te heiig en ik vermoed dat het door het stof komt (woestijnzand wellicht). In de kerk op de Mount Nebo waren ook mozaïeken en deze waren wél interessant. Er waren namelijk herkenbare figuren te zien en de mozaïeken waren enorm in omvang.
We reden naar Mahammat Ma'in door een mooie (kale) bergachtige omgeving. De laatste kilometers tot Mahammat Ma'in liep de weg steil naar beneden. De entree bedroeg JD 2. Mahammat Ma'in zijn natuurlijke warmwaterbronnen en volgens Mohammed was het er fantastisch. Je zou er lekker kunnen baden in de hete poelen en staan onder warm watervallen, maar er waren zoveel mannen (en zo weinig vrouwen) dat Marjolijn geen zin had om er te gaan baden. Dus weer terug naar boven en via Madaba en Naur naar de Dode Zee. In de trottergids stond dat je via de loge van een hotel gratis naar de Dode Zee kon gaan (met gratis gebruik van de douches) als je je maar een beetje onschuldig opstelde. Dat is verleden tijd, want de entree bedraagt nu een slordige JD 10 per persoon. We reden verder naar het Government Rest House, waar de entree JD 2.5 bedroeg (voor ons tweeën). Ik vroeg nog expliciet of dit inclusief het gebruik van de douches was en daar werd bevestigend op geantwoord.
We dreven een kwartiertje in (op) de Dode Zee. Een bijzondere ervaring en ook pijnlijk als je ergens een schrammetje of een wondje hebt. Het zout bijt helemaal uit. De temperatuur van het water was aangenaam en om 15.00 uur was de buitentemperatuur, met 30 graden Celsius, heerlijk.
Het was natuurlijk zo warm omdat we ons op het laagste punt ter wereld bevonden (ongeveer 400 meter onder zeeniveau). Toen we uit zee kwamen, droogden we snel op en werden we verschrikkelijke sneeuwmannen. We sloegen wit uit van het zout. Dus snel douchen…. boven een Frans toilet. Er zat een man bij de ingang die graag een halve dinar voor het douchen had gezien, maar die kreeg alleen een bedankje. Ik weiger te betalen voor een douche boven een toilet!
Terug bij de auto bleek een jongen de ramen keurig te hebben gewassen. Echter, mijn humeur was niet al te best (ik begin me in Jordanië al behoorlijk financieel uitgekleed te voelen) en ik reed weg zonder hem nader te bedanken. Per slot van rekening had ik er geen opdracht toe gegeven. Het jongetje bleef boos achter.
We reden langs de Dode Zee naar Kerak. Onderweg stopten we nog bij de enige brug op deze route, welke door borden al van ver werd aangekondigd. Er was een diepe kloof met een riviertje. Erg leuk.

Klik op foto voor vergroting

Een aantal kilometers verder sloegen we linksaf de bergen in. Het leek hier wel op een maanlandschap. Rare kale bergen. Plots zagen we een bord langs de kant van de weg staan, dat duidelijk maakte dat we ons op 'zeeniveau' bevonden en dat terwijl we toch al een behoorlijke tijd aan het klimmen waren. Eenmaal in Kerak checkten we in bij het Tower Hotel voor 10 dinar per nacht. De receptionist begon met JD 14, maar nam na wat onderhandelen genoegen met JD 10. We aten in een restaurantje om de hoek van het hotel. Verre van bijzonder.
Daarna liepen we nog wat door het stadje. Ik vond het maar een vies en onaantrekkelijk stadje. Na een korte wandeling kochten we frisdrank in een supermarktje en gingen we terug naar het hotel. In de 'lobby' dronken we onze fris en spraken we nog met twee Nederlandse vrouwen die samen op reis waren. De receptionist bood ons ook nog thee (zonder suiker!!!) aan.


Vrijdag 5 november 1999

Nadat we het ontbijt hadden gegeten in het hotel, pakten we onze spullen en reden we terug naar de Dode Zee, omdat Marjolijn nog wat foto wilde nemen van de bedoeïententen daar en om nog even te genieten van de omgeving. Vervolgens reden we dezelfde weg terug en vervolgden we in Kerak de King's Highway. Vooral de brede vallei die we op een gegeven moment passeerden, vond ik erg mooi. Onderweg stopten we in een dorpje om een foto te maken en we besloten om maar meteen ergens iets te drinken. Zo kwamen we uit bij een bakkertje aan de rand van het dorp. Ik liep direct op de koelkast af en pakte twee flesje cola en de eigenaar opende de flesjes. We namen plaats aan een tafeltje en een grote schaal baklava trok mijn aandacht. Het mannetje (de eigenaar) vroeg door middel van gebaren (zijn engels reikte ook niet verder dan 'yes' en 'No') of ik wat wilde hebben, maar dat wees ik af. Schijnbaar was hij niet tevreden met mijn antwoord, want hij pakte een papieren bordje en begon driftig te scheppen in de bak met baklava en zette een vol bord bij ons op tafel. Toch maar proberen en dit keer was het lekker. Het leek een beetje op rijstevlaai. Ik liet het mannetje weten dat ik het lekker vond. Hij vond het boek dat ik las (de Lonely Planet) wel interessant en ik gaf hem het boek. Kon 'ie plaatjes kijken.
Toen ik wilde afrekenen, bleek dat hij niet terug had van JD 10 en er zat niets anders op dan het biljet ergens te gaan wisselen. Eenmaal terug met kleinere muntjes, hoefde ik slechts één dinar te betalen. Toen we weg wilden lopen, schepte hij nogmaals het bordje vol met baklava en pakte het keurig voor ons in. Erg sympathiek. Aan de andere kant ook best wel lullig, want hij geeft wellicht z'n dagloon weg.
De volgende bestemming was Shobak, dat bekend staat om z'n burcht. Maar ook Shobak was 'weer een berg stenen'. Een bedoeïenman begon ons direct rond te leiden toen we de auto uit kwamen, maar Marjolijn was daar niet van gecharmeerd en poeierde hem af. De Lonely Planet daarentegen, schilderde het mannetje af als behulpzaam en altijd blij met een tip achteraf. Zal hij dan niet zo zijn als vele anderen?
Na Shobak reden we door naar Petra, waar we in de loop van de middag arriveerden. We checkten in bij hotel CleoPetra. Dit hotel was ons aanbevolen door de receptionist van het Tower Hotel in Kerak. Hij had ons een kaartje gegeven van het CleoPetra hotel en zijn eigen naam erop geschreven. De kamer in het CleoPetra hotel kostte JD 18, maar nadat we het kaartje lieten zien, was hij bereid om de kamer voor JD 16 te verhuren. Wij zeiden dat de receptionist van het Tower hotel had gezegd dat het hotel even duur zou zijn als dat van hem en uiteindelijk kwamen we uit op een prijs van JD 11 per nacht inclusief ontbijt. Een goede deal dacht ik zelf. Vervolgens liepen we naar de kleine kamer, met een schone badkamer.
Om 16.45 uur zagen we de zon ondergaan boven de bergen. Ali, de eigenaar van het hotel, had ons gezegd hoe we naar het uitzichtpunt moesten rijden. Helaas was het wat bewolkt, waardoor de zon eerder achter de wolken verdween dan achter de bergen. Maar toch een mooi gezicht.


Zaterdag 6 en zondag 7 november 1999

We ontbeten in het hotel en daarna reden we met de auto naar de ingang van de oude stad. We kochten voor JD 25 per persoon een tweedaagse ticket voor Petra. De eerste dag werd het ticket gestanst met een perforator en de tweede dag werd de controlestrook verwijderd. De tocht door de 'siq' (= kloof) was al direct indrukwekkend. De rotswanden reikten enorme hoogten. Vooral de zonnestralen op de muren waren fantastisch. De tocht door de siq verliep langzaam, omdat we regelmatig moesten wachten totdat de groepen waren verdwenen voordat we een foto konden nemen, maar dat gaf niets. Het was prachtig.

Klik op foto voor vergroting

Klik op foto voor vergroting

Klik op foto voor vergroting

Na ruim een kilometer licht afdalend door de siq te hebben gelopen verscheen de Treasury. Fantastisch! De zon scheen op de Treasury en hij stond daar in volle glorie. Het duurde even voordat alle groepen weg waren en we enkele foto's konden nemen. Daarna liepen we in de Treasury. Behalve een grote kamer met prachtig gekleurde wanden is er niets van interesse.
We liepen naar het theater, wat absoluut geen indruk meer maakte. Het was bijzonder apart om te zien dat het was uitgehakt in de rotsen en dat er nog geen restauratiewerkzaamheden hadden plaatsgevonden (restaureren kunnen ze in Syrië en Jordanië niet. Dan gebruiken ze nieuwe materialen die scherp afsteken tegen het originele). Doordat het was uitgehakt in de rotsen, had het theater ook het mooie kleurenpatroon dat deze omgeving zo typeert.
Verderop waren de graftomben, waarvan zich één nog in een goede staat bevindt en een ander is indrukwekkend van omvang. Nadat we dit hadden gezien liepen we om de berg heen en begonnen we met het bestijgen van trappen. Het was muisstil, want er was geen toerist te vinden. Na een half uur klimmen begon ik me af te vragen wat we hier deden. De trappen stonden namelijk niet aangegeven in de reisgidsen. Nog een kwartier later waren we eindelijk boven. Daar stond een bedoeïenman die ons vertelde nog iets verder te lopen en uiteindelijk stonden we boven de Treasury. Een waanzinnig uitzicht. Inmiddels was de zon verdwenen en de Treasury was nu gelig van kleur.
Toen we terugliepen naar de trappen, bood de Bedoeinenman ons thee aan en we gingen op z'n aanbod in. We kregen een positieve indruk van de man, maar die verdween direct toen hij ons geld vroeg voor de thee.
We moesten dezelfde trappen weer naar beneden (heel wat minder vermoeiend) en we liepen naar het 'centrum', waar nog maar weinig van resteert. Maar in het 'centrum' waren de trappen die leiden naar de Monastry. Weer 45 minuten klimmen, maar we werden beloond met een prachtig bouwwerk, dat in de volle zon stond. De Monastry is wat vormgeving betreft te vergelijken met de Treasury, maar het is groter en in geel steen uitgehakt. We klommen nog een stukje verder en hadden een werkelijk waar fantastisch uitzicht over de omgeving.
Daarna daalden we weer af en liepen we terug naar de siq en verder naar de uitgang. Het was inmiddels al weer 16.30 uur. De tocht door de siq was moordend en er leek geen einde aan te komen. De voeten waren behoorlijk vermoeid en waar we op de heenweg heuvel-af gingen, moesten we nu heuvel-opwaarts. Desondanks vielen ons weer nieuwe elementen op en was de tocht ook nu weer facinerend.
Gelukkig stond bij de uitgang de auto op ons te wachten. Die laatste kilometers naar het hotel terug zouden net te veel zijn geweest.

Zondag maakten we een klim naar de heilige plaats. In totaal duurde de tocht zo 2,5 uur, waarvan de eerste dertig minuten (omhoog) het zwaarste waren. Vanaf de heilige plaats hadden we wederom een fantastisch uitzicht over de omgeving. De heilig plaats zelf was veel minder indrukwekkend. Het pad omlaag leidde langs de leeuwenfontein, een leeuw uitgehakt in de bergen en vanuit de kop (rest niet veel meer van) zou dan water stromen (in de natte tijd). Daarna liepen we langs de soldatentempel en andere uitgehakte kamers. Van sommige kamers was duidelijk dat daar mensen in hadden gewoond, want de plafonds waren zwart van het roet van vuurtjes.
Het pad eindigde in het 'centrum' en daar bezochten we de twee musea. Het ene museum was maar liefst één kamer groot maar het tweede museum was fors groter: drie kamers. Naast een hoop scherven en wat olielampjes was er weinig te beleven. We vervolgden onze weg langs de 'oude kerk' waar een mozaïekvloer was. Was wel mooi.
We aten onze broodjes rond een uur of één in de geplaveide hoofdstraat in het centrum. Regelmatig passeerden bedoeïen op kamelen (zonder toeristen). Na het eten liepen we rustig terug naar de uitgang en om half drie waren we bij de uitgang. We kochten bij de winkeltjes even voorbij de ingang van Petra een aantal flesjes met zand. Dit is wat je veel ziet in Jordanie. Flesjes met gekleurd zand erin, waarmee tekeningen zijn gemaakt, zoals bijvoordeeld een flesje net bruin en zwart zand waar dan met zwart zand een kameel is getekend. Leuk souvenir!
We reden met de auto naar Klein Petra, maar waren daar al weer snel weg, omdat de bedoeïen daar nogal vervelend waren (opdringerig). We werden continue gevolgd door een jong meisje dat om geld vroeg en anderen kwamen op ons af met rotzooi dat ze aan ons wilden verkopen. Natuurlijk wel voor de 'cheap price, Mister' en 'happy hour prices'; iets wat je in Petra overigens ook de hele dag hoort. Ik vraag me overigens af of ze wel iets verkopen. Iedereen biedt namelijk hetzelfde af tegen dezelfde woekerprijzen.
's Avonds aten we met een nauwelijks verstaanbaar stel uit Nieuw Zeeland. Met name hij had een groot accent en was soms nauwelijks te verstaan. Na het eten terug naar het hotel, want Ali zou de video van Indiana Jones opzetten. In de laatste 10 minuten waren er de beelden die waren opgenomen in Petra!


Maandag 8 november 1999

Het uitslapen dat we in gedachten hadden, verliep niet zoals gepland. Al vroeg in de ochtend werden de mensen in de kamer tegenover ons gewekt en om half negen stonden wij op. We ontbeten in het hotel en Ali maakte voor ons een roerbak-ei 'op de bedoeïenmanier' klaar (what's the difference?). Daarna pakten we de rugzakken in, rekenden af en vertokken we in de richting van Ma'an om inkopen te doen. We moesten onder andere batterijen zien te vinden voor onze fototoestellen, want van beide toestellen waren de batterijen op. In Petra hadden we batterijen gezien voor JD 6 per stuk, maar we dachten dat dit toeristenprijzen zouden zijn en dat we ze elders we goedkoper zouden vinden.
In Ma'an gingen we eerst naar een supermarktje om wat blikjes frisdrank en toiletpapier te kopen. De eigenaar wilde voor vijf blikjes fris en anderhalve liter water JD 5 hebben en we maakten direct rechtsomkeert. In een fotowinkel vroegen ze JD 10 per batterij en ik begon me behoorlijk op te winden. Ik verklaarde de jongen in de winkel voor gek en we vertrokken.
In de volgende fotowinkel zat een oud mannetje die weinig engels sprak. Er kwam een andere man aanlopen die zich er mee begon te bemoeien. Hij sprak wel Engels en fungeerde als tolk. Uiteindelijk stuurde de oude man een bediende er met de fiets op uit om een batterij te halen, want hij had ze zelf niet.
Ondertussen wachtten wij op straat voor de winkel en de onbekende tolk vroeg of we misschien wat thee wilden. 'Nee, dank je' was ons antwoord. Koffie dan? 'Nee, dank je'. Cola-tje dan? Ach dat is wel bekend, dus doe maar. Onze tolk liep naar een winkeltje op de hoek en kwam met twee flesjes cola terug, maar weigerde de dinar die we hem wilden geven.
Toen het jongetje op de fiets terug kwam met de juiste batterij, bleek dat die JD 8 kostte. Toen kon 'ie hem weer terugbrengen. De tolk vroeg ons ondertussen even mee te gaan naar zijn winkel aan de overkant van de straat, maar we vroegen ons af wat we moesten zoeken in een twee-de-hands-koelkasten- en vrieskistenwinkel. Na wat aandringen volgden we hem toch maar. In de winkel vroeg hij ons naar de batterij en toen we hem die gaven, haalde hij geld uit z'n portemonnee en stuurde hij zijn bediende erop uit om een batterij te halen. Zijn bediende kwam terug met een identieke batterij voor …. JD 4,5 per stuk. Dat was een heel wat betere prijs (in Nederland kosten ze ook ƒ 15,- per stuk) en we zeiden hem dat we er nog drie moesten hebben. De arme bediende mocht weer op pad en kwam terug met nog één identieke batterij en twee andere batterijen (wel Made in Japan) terug. Kosten: 2 x JD 4,5 en 2 x JD 3 = JD 15. Hoe bedoel je toeristenprijzen en lokale bevolkingprijzen.
We bedankten onze tolk hartelijk en namen nog een foto van hem. Daarna kochten we in een ander winkeltje vijf blikjes frisdrank, ander halve liter water, tissues en 2 marsen voor JD 2,25. De juiste prijs!
We reden naar Wadi Rum, maar kwamen onderweg geen benzinepomp meer tegen. Bij de afslag naar Wadi Rum besloot ik maar eens te gaan vragen waar een benzinepomp was. Ik reed naar een huisje langs de kant en ja hoor…. de man in het huisje had wel benzine. JD 5 voor 20 liter. Zo kwam hij aanlopen met een enorme jerrycan en een vergiet. En ik had weer een volle tank!
Onderweg naar Wadi Rum moesten we halt houden bij een check point. De agent stelde een vraag in de bekende weg, namelijk waar we heen gingen en wenste ons toen een prettige dag. Voordat we Wadi Rum binnen mochten, moesten we JD 1 per persoon entree betalen. We boekten een tent bij de receptie en belden met Mohammed om af te spreken waar we de volgende dag de auto in zouden leveren. We spraken de volgende dag af om 18.00 uur bij het Red Sea Hotel in Aqaba.
Daarna liepen we een stukje de woestijn in, na eerst langs een hoop opdringerige bedoeïen met pick up truck te zijn gelopen. We zaten een tijdje in het rode zand maar toen de zon eenmaal achter de bergen was, werd het al snel kouder en liepen we terug.
's Avonds liepen we langs een terrasje waar we een ouder Nederlands stel zagen zitten dat we hadden ontmoet in het hotel in Petra en we aten met elkaar het avondeten.


Dinsdag 9 november 1999

We waren vanochtend al vroeg wakker. Sommige mensen in de tenten om ons heen waren waarschijnlijk al veel eerder wakker, want ik scheen heerlijk te hebben gesnurkt. We stelden ons eigen ontbijt samen door het één en ander te kopen in een winkeltje (niet op de houdbaarheidsdatum letten!) en daarna zochten we enkele medereizigers op om een pick up truck te delen. Dat was niet al te moeilijk en om 8.45 uur waren we met z'n vijven en hadden we een deal met een chauffeur. Hij zou ons vier uur lang rondrijden door Wadi Rum voor JD 25 (totaal). Onderweg besloten we de tocht uit te breiden en dat zou ons JD 1 per persoon extra kosten. Zelf hard onderhandelen hielp weinig. We kregen er wel iets van af, maar inclusief fooi achteraf werd het toch JD 1 per persoon extra.

Klik op foto voor vergroting

De tocht door het vreemde landschap was bijzonder indrukwekkend. Wat een desolaat gebied met de rood/gele bergen (twee verschillende tijdsperioden!). Het was warm, maar er stond ook een flinke wind. Extra oppassen dus voor verbranden.
We reden langs de oninteressante 'Lawrence spring', de nog oninteressantere 'Lawrence house', langs de natuurlijke bruggen en de zandduinen. Zolang het niet met Lawrence te maken heeft is het fantastisch. Zodra Lawrence in beeld komt is het oninteressant.

Klik op foto voor vergroting

Om 13.00 uur waren we terug in Wadi Rum en we dronken met z'n allen nog wat fris op een terrasje alvorens afscheid van elkaar te nemen. Er was ook een Deens meisje met ons mee en zij zou ook met ons meerijden naar Aqaba. Ze was namelijk niet zo lekker en daarom boden we aan om haar mee te nemen.
Na de lunch vertrokken we naar Aqaba en in Aqaba zette we haar af bij het door haar gewenste hotel en we reden zelf verder naar hotel Petra waar we incheckten. Daarna gingen we op zoek naar het kantoor van Royal Jordanian om de terugvlucht te herbevestigen, maar het kantoor bevond zich niet meer op de plek zoals dat in de lonely planet stond. Na een paar keer de weg vragen, was het kantoor toch snel gevonden. Het herbevestigen ging vlot.
In het hotel namen we een douche. Het hokje op de gang was ongeveer 1 bij 1 meter en het water liep niet weg.
Om 18.00 uur ontmoetten we Mohammed en Ibrahim op de afgesproken plek. We reden vervolgens naar een hamburgertent, want wij waren hongerig. Mohammed stelde voor om voor ons het eten te halen, omdat we anders duurder uit zouden zijn. Nadat ze de hamburgers hadden gehaald, reden we naar de plek waar het folklorefestival werd gehouden. Juist op het moment dat wij in Aqaba waren, was er een folklorefestival en de zwager van Ibrahim zat in de organisatie van het festival. Op een pleintje bij de haven ontmoetten we nog een aantal familieleden van Ibrahim en dronken we koffie met hen en aten wij onze hamburger. Na een tijdje kwam Ibrahim z'n zwager tegen, die ons meenam naar een theater waar ook optredens waren. Waar de Jordaniers in de rij stonden om naar binnen te kunnen, zo konden wij via de "VIP' ingang het theater binnen (gratis). Bij de ingang kwamen we ook nog een Nederlands stel tegen dat we hadden leren kennen in het hotel in Petra en die mochten ook mee naar binnen. In het theater was een strikte scheiding tussen het mannengedeelte en het familiegedeelte en de mannen stonden zo enthousiast te zijn, dat het een beetje leek op de F-side.
We dronken een colatje op het strand met z'n allen en wisselden informatie uit. Pas om 0.00 uur waren we terug in het hotel.


Woensdag 10 november 1999

Vanochtend was het weer onrustig op de gang. Weer niet uitslapen dus. We kochten bij een bakkertje verse witte bolletjes met sesamzaad en bij een supermarktje kochten we chocolademelk, chocopasta en honing en daarna liepen we naar de zee. Op de boulevard waren bankjes en op één van die bankjes ontbeten we. Daarna liepen we terug naar het hotel om de handdoeken te pakken en zwemkleding aan te doen. Met de auto reden we naar het Royal Diving Center, maar daar bedroeg de entree tot het strand JD 2 per persoon en om die reden keerden we de auto en reden een stukje terug.
Op een groot, breed strand parkeerden we de auto en ploften we neer. We hadden het strand praktisch voor ons zelf. Vier andere toeristen zaten 100 meter verderop. Het eerste uur lagen we dus lekker rustig, maar toen parkeerde een vrachtwagenchauffeur z'n vrachtwagen langs de kant van de weg (ongeveer 100 meter lopen van de zee) en kwam, bepakt met zwemvliezen in de ene hand en een theepotje in de andere hand, recht op ons af lopen. De chauffeur nam plaats naast ons en bood ons thee aan, dat we dit keer eens niet weigerden. De chauffeur trachtte een goede conversatie met ons aan te knopen, maar z'n kennis van de engelse taal reikte niet ver. Hij besloot wat te gaan zwemmen en keerde even later terug met schelpjes die hij aan ons kwam geven. Daarna vertrok hij weer.
Het was weer even lekker rustig, maar niet voor lang. Voordat we het wisten, stond er een politieauto op twee meter afstand van onze handdoeken. Eén agent stapte uit en begon met ons te praten, terwijl de andere agent in de auto bleef zitten en mij uitnodigde om achter het stuur plaats te nemen. Hij liet wat van z'n favoriete muziek horen. Verder viel er geen goed gesprek met het te beginnen. Mijn kennis van de arabische taal reikt niet ver.
Toen ook de agenten na 30 minuten verder gingen, kwamen enkele uitzinnige vrouwen, al zingend en handen klappend, naar ons toe. Ze waren bijzonder nieuwsgierig en begonnen in onze tassen te snuffelen en ook moesten we op de foto.
Een autorijschool reed op het strand en die kwam ook langzaam dichterbij en stopte bij ons. De leerling en chauffeur stapten uit en kwamen ons bewonderen. Het was net een dierentuin, waarbij wij de dieren waren.
Toen ze allemaal weg waren, hadden we het wel gezien en we pakten de spullen in en reden terug naar het hotel om te douchen.
Om 18.00 uur hadden we met Jan Jaap en Annemarie afgesproken om te gaan eten. In een restaurant bestelden we een mixed grill voor z'n vieren. De ober raadde het ons aan en we spraken vooraf de prijs vast: JD 4 per persoon. We hebben nog nooit zo'n uitgebreid diner gehad tijdens de vakantie. Vlees, groente, water en na afloop liters thee.
Om 20.00 uur hadden we met Mohammed en Ibrahim afgesproken en gingen we weer naar het festival, waar we om 22.30 uur afscheid van elkaar namen. We regelden de formaliteiten voor de auto. Zo kreeg Mohammed de autopapieren terug en ik mijn creditcard sales slip. Daarna gingen we naar het hotel.
Toen we net in bed lagen, werd er op de deur geklopt. Het was Mohammed die ons de beloofde cassette kwam brengen. Toch sympathiek!


Donderdag 11 november 1999

Vandaag was het een rustig dagje. We stonden vanochtend om 9.30 uur op en haalden broodjes bij het bakkertje. Vervolgens liepen we naar een strandtentje, waar we een kopje thee bestelden en ons ontbijt aten. Alhoewel er voor onze neuzen vele 'glass boats' lagen, hadden we helemaal geen last van opdringerige eigenaren van die bootjes. We hadden we last van de luidruchtige speedboat races op het water en van de helikopter die maar de hele tijd boven de Rode Zee bleef vliegen. Pas de volgende dag zouden we horen dat die helikopter onderdeel uitmaakt van alle veiligheidsmaatregelen die er waren genomen, omdat Koning Abdallah zich in z'n buitenhuis in Aqaba bevond en op zee (in één van die speedboten??).
Om 12.00 uur liepen we naar het hotel om zwemspullen te halen en namen we de bus naar het Royal Diving Center. Van Jan Jaap en Annemarie hadden we gehoord dat je er mooi kon snorkelen. Bij het Diving Center huurde ik een bril en een snorkel en daarna ging ik lekker snorkelen. Het koraalrif was inderdaad erg mooi.
Om 16.30 uur namen we de bus terug. Het was niet meer zo aangenaam op het strand, omdat de temperatuur wat was gedaald en er veel wind stond. In het hotel douchten we en daarna gingen we chinezen. Het Chinese restaurant was erg goed en het eten was niet zo saai als in Nederland. Het was echt chinees.
Na het eten gingen we op jacht naar een geldautomaat er alhoewel het er van sterft in Aqaba, accepteert er geen een de giromaatpas. We moesten daarom travellers cheques gaan wisselen, waar ik erg huiverig voor was, omdat in de lonely plamet stond dat er JD 5 commissie wordt berekend. Maar dat gold niet voor het wisselkantoor waar wij terechtkwamen. We wisselden enkele travellers cheques tegen de koers van UD$ 0.69 voor JD 1. Volgens mij geen slechte koers.
We kochten enkele blikjes bier bij een slijterij en we dronken ze op het balkon op.


Vrijdag 12 november 1999

Om 7.45 uur werden we opgehaald bij het hotel door Jan Jaap en Annemarie om vervolgens naar de haven te gaan. Eergisteren hadden we in een standje op het folklorefestival Ali ontmoet, een Jordaniër die 15 jaar in Nederland had gewoond en gestudeerd. Hij had ons uitgenodigd voor een boottochtje op de Rode Zee. Vandaar dat we naar de haven gingen.
Ali voer met z'n Nederlandse boot, die hij zelf vanuit Sneek naar Jordanië had gevaren, een stuk over de Rode Zee in de richting van Aqaba. Zo zagen we ook het paleis van Koning Abdoelah vanaf de zee.

Klik op foto voor vergroting

De rest van de dag bleven we wat dobberen op zee, zwommen we wat en praatten we vooral veel met Ali over zijn leven en over het leven in Jordanië (economie, politiek etc.). Ali was niet getrouwd en had geen kinderen, maar onderhield wel meerdere kinderen van bevrienden. Vandaag had hij z'n lievelings'zoontje' aan boord. Het jochie was vijf jaar en continue vastgeketend aan de boot. Hij was zelf zo pienter om zichzelf vast te ketenen als dat moest en los te ketenen als hij benedendeks wilde. Het jochie was erg blij met het bezoek van die rare witte mensen die niet zijn taal spraken, maar vergde ook veel aandacht van Ali

Klik op foto voor vergroting

De rest van de dag bleven we wat dobberen op zee, zwommen we wat en praatten we vooral veel met Ali over zijn leven en over het leven in Jordanië (economie, politiek etc.). Ali was niet getrouwd en had geen kinderen, maar onderhield wel meerdere kinderen van bevrienden. Vandaag had hij z'n lievelings'zoontje' aan boord. Het jochie was vijf jaar en continue vastgeketend aan de boot. Hij was zelf zo pienter om zichzelf vast te ketenen als dat moest en los te ketenen als hij benedendeks wilde. Het jochie was erg blij met het bezoek van die rare witte mensen die niet zijn taal spraken, maar vergde ook veel aandacht van Ali.
Toen de vissers terugkeerden van zee, liet Ali zijn bediende Johanned, die ook nog aan boord was, een vis kopen in de haven. Hij kwam terug met een joekel van een tonijn, die aan boord schoongemaakt werd en gebakken. Zo aten we tegen het einde van de middag broodje verse tonijn. Heeeeerrrrlijk!!
Tegen een uur of vijf werden we terug naar de kant gebracht en we spraken af dat we elkaar een uur later weer zouden treffen in de haven. Jan Jaap en Annemarie brachten ons naar het hotel, waar ik pijlsnel douchte en daarna haalden we bij de slijter vele blikjes bier, want Ali (geen moslim) had wel zin in een biertje.
Op het afgesproken tijdstip, echter, was Ali niet in de haven en we vroegen in het havengebouwtje (militaire post) of ze wisten waal Ali was. Hierop werd geantwoord: 'Captain Ali?' en wij dachten.. boot… Ali… dus Captain Ali en wij bevestigden hun vraag. Na een tijdje kwam Captian Ali bij ons, maar het was de verkeerde Ali. Het bleek dat Ali er niet was en enigszins gedesillusioneerd liepen we wat over het folklorefestival en dronken we onze biertjes. En plots stond 'onze' Ali naast ons.
Tegen een uur of tien namen we afscheid van Ali en brachten Jan Jaap en Annemarie ons met de auto terug naar het hotel. Op de kamer pakten we de rugzakken voor de laatste keer (goed) in alvorens we naar bed gingen.


Zaterdag 13 november 1999

Vanochtend stonden we vroeg op, we rekenden de hotelkamer af en namen een taxi naar het vliegveld van Aqaba, waar we om ongeveer 6.45 uur waren. We moeten meteen door een metaaldetector en de bagage werd gescand. Daarna liepen we naar de balie waar we de luchthavenbelasting betaalden. Dat was een ander loket dan het loket waar we de instapkaarten kregen. Het duurde een eeuwigheid voordat we de instapkaarten hadden, want een Duitse toerist voor ons moest een boete betalen, omdat hij drie dagen te lang in Jordanië was geweest zonder langs de politie te zijn geweest en dat nam nu nogal wat tijd in beslag.
Toen we eenmaal de instapkaarten hadden, mochten we nog 25 meter verder lopen om vervolgens in de rij te staan. Inmiddels mochten we het vliegtuig in en er had zich een rij voor de uitgang gevormd. Het ging allemaal bijzonder onprettig op deze luchthaven, omdat er niets is aangegeven. Niet in het Arabisch en al helemaal niets in het Engels. Zo komt het dat je je rot zoekt naar de juiste balie.
Ik had al een aantal keren een twee propellervliegtuigje van Royal Wings zien landen op de luchthaven van Aqaba en bereidde me op het ergste voor, maar toen we naar het vliegtuig liepen bleek het toch gewoon een Airbus van Royal Jordanian te zijn. We zaten op de allerlaatste stoelen in het vliegtuig. De vlucht vanuit Aqaba naar Amman verliep soepel. Net nadat we waren opgestegen, had ik een goed zicht over de Jordaanvallei en Israël. Zo vanuit de lucht zag Israël er niet echt opwindend uit. Dezelfde kale bergen als bij de Mahammat Ma'in (zelfde streek natuurlijk).
In Amman moesten we twee en een half uur wachten voordat onze vlucht naar Amsterdam zou vertrekken. Op de luchthaven gingen we eerst naar de inmiddels bekende transferbalie, waar we onze instapkaarten voor de vlucht naar Amsterdam kregen. Die lagen al keurig netjes klaar. Je kon dus geen wensen kenbaar maken over gewenste zitplaatsen. Zo kwam het dat wij op de laatste rij voor het rokersgedeelte zaten. De vlucht naar Amsterdam verliep ook perfect. Het weer in Amsterdam was weer typisch Nederlands: regen! Het was bijzonder mistig en onaangenaam guur. Gelukkig stond Marjolijn d'r broer al klaar en werden we snel teruggebracht naar huis.
Het is weer voorbij!


=============================================================================================
Genoten van ons reisverhaal? Laat ons weten wat je ervan vond. Stuur een mailtje naar Marrem's reispagina of schrijf een berichtje in ons gastenboek. Je reactie wordt zeer op prijs gesteld!

Of geniet je liever van nog meer foto's van Jordanie? Onze diavoorstelling speelt 20 foto's automatisch af.

Indonesië | Thailand | Mexico | Vietnam | SyriŽ | Jordanië | MaleisiŽ | Egypte | AndalusiŽ | Zuid Afrika