Maandag 28 augustus 1995

Het vliegtuig, een Boeing 747-400 van Malaysia Airlines Systems, vertrok netjes op tijd van Schiphol, namelijk om 09.45 uur. We kregen vrijwel direct een warm, vochtig doekje om onze handen te reinigen. Dit was nodig voor ons 'welkomshapje', dat bestond uit een broodje zalm, een broodje kip en een broodje kaas. Nadat we het welkomshapje op hadden, waren we al bijna op de Flughafen Frankfurt Main. De tussenstop daar duurde 45 minuten langer dan gepland en rond half één vertrokken we naar Kuala Lumpur.
De vlucht verliep zeer voorspoedig en het diner werd keurig verzorgd, alsmede het ontbijt dat we ongeveer twee uur voor de landing geserveerd kregen. Alle maaltijden stonden netjes vermeld in een boekje dat na het opstijgen vanaf Frankfurt werd uitgedeeld. Bij alle maaltijden bestond er keus tussen twee varianten. De maaltijden waren goed, evenals de bediening. Tijdens de vlucht van Frankfurt naar Kuala Lumpur werd een video vertoond, maar ik heb zo veel mogelijk geprobeerd te slapen. Het was een zware opgave voor me, omdat ik steeds uit het raampje wilde kijken. Ik probeerde toch zoveel mogelijk mijn ogen te sluiten en in te dutten, met ondertussen klassieke muziek in mijn oren via de hoofdtelefoon. Marjolijn had ondertussen een leuk gesprek met haar buurjongen, een jongen van in de dertig die georganiseerd drie weken over Sumatra, Java en Bali zou trekken.


Dinsdag 29 augustus 1995

Slapen was er voor mij niet echt bij. Het is niet voor mij weggelegd, omdat ik steeds de drang had om naar buiten te kijken. Ik was daardoor tamelijk vermoeid toen we om 06.40 uur plaatselijke tijd, na een vloeiende landing, landden. Nadat we uitgestapt waren, volgden we de stroom toeristen naar de aankomst- en vertrekhal en sloten direct aan in de rij die stond te wachten voor de incheckbalie. We moesten namelijk inchecken voor de vervolgvlucht naar Medan die om 09.30 uur zou vertrekken. Ondertussen doodden we de tijd door wat rond te lopen door de talrijke tax free shops die het vliegveld van Kuala Lumpur rijk is. Ik was in eerste instantie verbaasd over de 'andere wereld', de wereld van de moslims. Allereerst natuurlijk vanwege de gesluierde, doch modern geklede vrouwen, maar vooral vanwege de 'moskee' op het vliegveld. en de talloze plastic slippertjes en schoenen voor de deur van de moskee.
Om 9 uur meldden we ons bij de gate en toen duurde het nog maar een half uurtje voordat we het (kleine) toestel, een Boeing 737-300 betraden. De vervolgvlucht vertrok stipt om 09.30 en vloog in drie kwartier naar Penang. Daar werd een tussenstop gemaakt en toen we van boord gingen, kregen we een 'transit pass', waardoor we zonder paspoortcontrole weer in het vliegtuig konden stappen aan het einde van de stop.
Vanuit het vliegtuig zag ik Sumatera dichterbij komen en als eerste viel mij de kustlijn op met de bruine, in zee stromende, riviertjes. Deze riviertjes veroorzaakte, door de klei die het meevoert, een bruine en dichtgeslibde zee. Toen we eenmaal over land vlogen (het vliegtuig had al ver uit de kust de daling ingezet) zag ik in eerste instantie de mooie rechte straatjes. Later zag ik de verroeste golfplaten daken van de kleine huisjes en werd ik voor het eerst geconfronteerd met de andere levensstandaard.
Nadat we op het vliegveld van Medan uit het vliegtuig stapten, werden we direct overvallen door een hete deken, maar gelukkig was de aankomsthal airconditioned. In de aankomsthal moesten we een visumkaart invullen. Een heel gedoe, omdat we daar niet op voorbereid waren. Zo werden we eerst naar de diverse loketten gestuurd alvorens een douanier ons werkelijk vertelde waar we de inreiskaarten konden krijgen. Vervolgens met de ingevulde kaart door de douane, waar we een visumstempel in ons paspoort kregen.
Toen we eenmaal door de douane waren, lag onze bagage al gereed op de transportband. Een kruier reed onze rugzakken die we zelf al op een karretje hadden gelegd en mee naar buiten hadden genomen vanaf de deur naar de gereedstaande auto. Die hoorde bij onze geboekte reis over Sumatra. De chauffeur, een werknemer van de reisagent uit Brastagi, nam ons eerst mee naar een wisselkantoortje ergens in Medan, omdat naar zijn zeggen de koers in Medan beter was dan in Brastagi en nog veel beter dan de koers op en om het Toba meer. Daarna reed de chauffeur ons in twee uur naar Brastagi en zette hij ons af voor het hotel.
Toen we eenmaal op onze kamer waren, werd er al na vijf minuten op de deur geklopt. Het was de reisagent die netjes vroeg of hij binnen mocht komen en keurig z'n slippers uitdeed. Dit viel me direct op, omdat we dat in Nederland eigenlijk niet gewend zijn. Hij bood ons twee excursies aan: het beklimmen van de Sibayak vulkaan voor Rp. 25000 of een sight seeing van een dag voor Rp. 95000. De prijzen vonden we wat aan de hoge kant voor Indonesisch begrippen en we zeiden dat we er later op terug zouden komen.
Vervolgens zijn we het dorpje ingelopen en hebben we onder andere de markt bezocht. Daar loop je dan als toerist over een 'vuile' markt (alles relativeren!!) met alleen maar Indonesiërs die alles van je willen weten. Regelmatig wordt je aangesproken en wordt naar je naam en leeftijd gevraagd en of je wel of niet getrouwd bent, over hoeveel kinderen je hebt etc. Echt een vreemde gewaarwording.
De markt zelf bestond uit kleine winkeltjes en te vergelijken met het Waterlooplein. In de hoofdstraat kochten we punaises. De punaises hadden we nodig om de klamboe op te hangen. Er hing namelijk geen haak aan het plafond van onze kamer. Het kopen van de punaises was een leuke ervaring, want wat doe je als je het Engelse woord

Klik op foto voor vergroting

voor punaises niet kent en de mensen tegenover je alleen maar Bahasa Indonesia spreken? Gewoon handen- en voetenwerk. We kochten ook een 'pasang'. Dit is een pakje met wierookspiralen en dat schijnt goed tegen de muggen te werken.
We liepen terug naar het hotel om te douchen en om een uurtje te rusten, voordat we gingen 'dineren' in het restaurant van het hotel. Marjolijn nam nasi goreng en ik had ajam goreng speciaal. Toen gebeurde tijdens het diner tot twee keer toe, waar we in Nederland al voor gewaarschuwd waren... het licht viel uit. Gelukkig werd de stroomvoorziening snel hersteld (binnen dertig seconden). De reisagent kwam nog langs om over de excursie te vertellen, die we uiteindelijk bij hem boekten.


Woensdag 30 augustus 1995

Vandaag hadden we dus de sight seeing. Nosa Toga Tours in Brastagi, tevens de reisagent van de NBBS op Sumatra, organiseerde de tour. Om 09.00 uur stonden de gids, de reisagent en een chauffeur met een (gloed)nieuwe Mitsubishi Colt (bestelbusje) voor de hotelkamer.
Via het vlakke landschap met hier en daar een vulkaan (wat prachtige vergezichten oplevert) nam de gids mee naar een Karo Batak museumpje waar enige oude gebruiksvoorwerpen, muziekinstrumenten en kleding waren uitgestald. Het museum was niet groter dan een huiskamer, maar de gids wist met veel enthousiasme te vertellen over de voorwerpen van 'zijn' stam zodat de stop enige tijd in beslag nam en je het gevoel had een groot museum te hebben bezocht. Onze gids was enthousiast en muzikaal. Zodoende werden we in originele bruidskledij gehuld en moesten we met de gids een trouwdans dansen op Karo Batakmuziek. Hij vertelde ook wat de dans inhield. Erg leuk, maar je voelt je op zo'n moment als een Amerikaan in Volendam.
Na het museum reden we naar KabanJahe. Dit is het centrum van de Karo Batakcultuur. De Karo Bataks zijn een onderdeel (substam) van de veel grotere Batakstam, die geheel Noord Sumatra bevolkt. In KabanJahe liepen we over een markt. Wat me opviel waren de vele naaiateliers waar uitsluitend mannen werkten en de vele groentekraampjes. De plaatselijke bevolking keek nogal verrast, omdat er weinig toeristen in dit plaatsje komen.

Klik op foto voor vergroting

Na KabanJahe reden we door plantages naar BarusJahe. Onderweg werd vaak gestopt en uitgestapt, omdat de gids ons de gewassen op het veld wilde laten zien. Op die manier zagen we onder andere kruidnagelbomen (kruidnagel groeit inderdaad aan bomen), koffiebomen, kaneelbomen (kaneel is de gedroogde schors van de kaneelboom), rode en groene peperstruiken, passievruchtstruiken, mandarijnboompjes, pompoenenstruiken en nog veel meer. In BarusJahe nam de gids ons mee naar een 'traditioneel long house'. Hij vertelde over de bouw van de long houses en nam ons mee naar het long house waar zijn ouders wonen. Om die reden mochten we het huis betreden.
Hij vertelde dat er in het long house acht families woonden met vaak 50 personen. Eén familie telt gemiddeld 6 personen en deze mensen moeten op ongeveer 16 M2 leven.
Na BarusJahe reden we via enkele dorpen naar de ongeveer 30 meter hoge waterval Sikulikap. Het was een prachtig gezicht, met het overheersende geraas van vallend water. Bij Doulu Junction hebben we geluncht. Diverse schaaltjes werden geserveerd en je betaalt alleen wat er gegeten wordt.
Na de lunch gingen we naar de hot springs, een echt zwembad dat met heet, zwavelhoudend water uit de Sybayakvulkaan werd gevuld. Omdat wij geen zwemkleding (stom!) bij ons hadden, konden we geen gebruik maken van het (naar rotte eieren stinkende) zwembad. Zodoende nam de gids ons mee naar een in aanbouw zijnde elektriciteitsproject. Bij dit elektriciteitsproject wordt koud water uit een riviertje in de Sybayakvulkaan gepompt en later als het water heet is, weer opgepompt. Met de stoom die van dit kokend hete water, wordt een turbine aangedreven die vervolgens elektriciteit opwekt.
Tijdens de wandeling naar het electriciteitsproject plukte de gids een bananenblad voor Marjolijn, omdat ze erg veel last had van de zon. Anders zouden we volgens hem snel 'Belanda goreng' (gebakken Hollander) worden. Tijdens de tocht naar het project hield de gids een naderende auto aan en we kregen een lift. Zodoende stonden we hevig, schuddend van de gaten in de weg, achterop de pick-up. Nadat we de hot springs verlieten, reden we naar het klein dorpje Piekeren, waar nog zeven traditionele longhouses staan die we bezochten. Daarna gingen we naar Gundaling. Gundaling is een heuvel van waaraf je een mooi uitzicht over de omgeving en Brastagi hebt.


Donderdag 31 augustus 1995

We begonnen de dag met een indonesisch ontbijt in het restaurant van het hotel. Marjolijn nam nasi goreng en ik bami goreng. Het is een rare gewaarwording als je gewend bent om dit voedsel alleen 's-avonds te eten, in plaats van 's-ochtends. Na het ontbijt hebben we de rugzakken ingepakt en zijn we (zonder rugzakken) nog even een rondje door Brastagi gelopen en daarbij natuurlijk nog even de fruitmarkt bezocht.
Om 12.00 uur zaten we in de lounge van het hotel en al spoedig arriveerde Asay (adjeh) met de bustickets. Om 12.45 uur vertrok de bus richting het Toba meer, maar eerst werden in Brastagi nog enkele reizigers opgepikt voor het travelagentschap van Asay. Hij en de gids van de vorige dag zwaaiden ons uit toen de bus Brastagi verliet.
De eerste stop was bij de Sipiso Piso waterval; een waterval die van veraf kan worden bekeken en daardoor niet zo heel erg indrukwekkend is. Maar op honderd meter afstand van de Sipiso Piso heb je een magnifiek uitzicht over het noorde- lijke deel van het Toba meer.
De tweede stop werd gemaakt in Pematang Purba, een dorpje van traditionele Simalungun huizen, waar ook het Simalungun paleis van de oude Batak koningen staat. Dit paleis was van de buitenkant en van de binnenkant te bezichtigen. We moesten twee aparte tickets kopen; één voor de buitenkant en één voor de binnenkant van het paleis. Het interieur van het paleis stelt niet veel voor, maar voor Rp 1000 entree, krijg je wel een leuke indruk van hoe de koning en z'n 14 (!) vrouwen vroeger leefden.
De weg tot aan de Sipiso Piso waterval was als zeer redelijk te bestempelen en de reis verliep vlot, maar vanaf de Sipiso Piso werd de weg stukken slechter en bochtiger, waardoor de reis minder vlot verliep.

Klik op foto voor vergroting

Toen we om 16.45 uur in Prapat aankwamen, reed de bus eerst naar een ticketoffice, waar reizigers de mogelijkheid kregen om een ticket te kopen/reserveren naar een volgende bestemming. De jongetjes die voor de diverse hotels op Samosir op provisiebasis werkten, snelden toe. Een ieder had mooie foto's van het hotel bij zich en probeerde de toeristen over te halen om in hun hotel te overnachten. Onze overnachting was al geregeld en dat was ook het beste excuus om snel van hen af te komen. Gewoon zeggen dat je al een hotel hebt geboekt en je bent van zo'n persoon af en kun je hetzelfde verhaal ook nog eens vertellen aan de tien andere jongetjes die vertellen dat alle andere hotels slecht zijn én al volgeboekt zijn en je op die manier over halen om met hun mee te gaan.
De bus vervolgde de reis naar de haven waar de kleine bootjes klaarlagen om ons naar Tuk Tuk op Samosir te vervoeren. Het bootje vertrok om 17.45 uur en de tocht duurde ongeveer 45 minuten. We werden (net als alle andere mensen op de boot) voor het hotel afgezet. Inmiddels was het donker geworden. Na het inchecken en wegbrengen van de bagage, hebben we bij het Sybayak Restaurant gegeten voor de (schandalige lage) prijs van Rp. 11000, inclusief fooi! Later zouden we horen dat je geen fooi moet geven, omdat dat de rijkdom van ons westerlingen nog eens extra benadrukt. Na het eten liepen we snel naar huis, want de eerste regendruppels vielen al uit de lucht. Een echte regenbui bleef uit, maar vanaf het balkon zagen we het weerlichten achter de bergen rondom het Tobameer.


Vrijdag 1 september 1995

De dag begon bewolkt en het weer zag er erg Hollands uit. Nu zou het niet erg zijn als alleen het weer er Hollands uitzag, maar het stikt hier ook nog eens van de Hollanders. Gisteravond werd er op een terras tegenover ons hotel nogal luid "Vader Jacob" gezongen en dat is absoluut triest om te horen als Nederland letterlijk aan de andere kant van de wereld ligt. Achteraf bleek dat een reisgezelschap in een restaurant zat en de Indonesiërs erop aandrongen dat er een Nederlands lied werd gezongen. Dit zei Gerrit, onze 'buurman' uit het vliegtuig.
Na het ontbijt liet iemand van het hotel zien waar je fietsen kon huren, namelijk bij de buren (en zo niet familie) van het hotel. Achteraf bleken het niet echte goede fietsen, omdat mijn fiets aanliep en omdat er van Marjolijn d'r fiets een trapper afbrak. Op de heenweg naar Simanindo was er niets aan de hand. In Simanindo hebben we een museum (één kamer groot met weinig interessante dingen) bezocht, alsmede een Batak dans. Deze dans was leuk om te zien. We moesten zelfs even meedansen!
Op de terugweg brak Marjolijn d'r trapper. Repareren zat er niet in en ook een automobilist die langskwam en halt hield om ons te helpen, kreeg het niet voor elkaar om de trapper weer aan de fiets te zetten. Dus nam Marjolijn de bus (die er werkelijk stomtoevallig net aan kwam rijden) naar Ambarita en moest ik nog zo'n 12 kilometer fietsen met twee fietsen. In Ambarita dronken we een flesje cola en namen daarna een minibus tot aan de afslag naar Tuk Tuk. In het hotel heb ik snel even een koude douche genomen (er is geen warme douche) en heb ik een stoel en de schrijftafel vanuit de kamer naar het balkon verplaatst. Vanaf het balkon hadden we een prachtig uitzicht over het Toba meer. Een ieder zal vaak zeggen dat hij of zij de mooiste kamer had, maar wij hadden echt de mooiste kamer. We zaten op een hoek op de eerste etage en keken vanaf het balkon zowel naar het noordoosten, oosten en zuidoosten over het Toba meer. Boven het meer hingen al weer de dreigende onweerswolken.
's-Avonds aten we bij Leo's restaurant. Er was een tamelijk uitgebreide kaart en het eten was goed en goedkoop. Het bier is in Indonesië wel relatief duur.


Zaterdag 2 september 1995

Vanochtend hebben we een goede brommer gehuurd en NIET bij het hotel, alhoewel de hotelier wel weer een goed adresje voor ons wist. We reden via de noordelijke weg in Tuk Tuk naar Ambarita, waar de stone chairs waren. We betaalden het entreegeld en vervolgens leidde een gids ons rond en vertelde over de stenen. De rondleiding was best aardig, alleen toen we de gids een tip van Rp 1000 wilden geven werd hij boos. Hij vroeg Rp 7000. Licht gepikeerd over dit voorval reden we verder naar Simanindo. Eén ding hadden we weer geleerd en dat is dat je altijd van te voren een prijs moet afspreken voordat je van iemands service gebruik maakt.

Klik op foto voor vergroting

In Simanindo dronken we een cola-tje en reden vervolgens verder naar Pangururan en crossten met een enorme vaart door dit oninteressante dorpje. Tien kilometer na Pangururan vroegen we maar eens de weg naar de Hot Spring, omdat we niet de indruk hadden dat we goed zaten. Onze indruk was terecht en dat betekende dus rechtsomkeert naar Pangururan. Daar in de buurt waren de Hot Springs. De hot springs zijn een bezoek niet waard, maar de natuur en het uitzicht onderweg was prachtig en dus was de rit naar Pangururan geen verspilde moeite.
We reden terug naar Tomok. Dit is een commercieel plaatsje met veel te opdringerige marktkooplui, die
voornamelijk amerikaanse base ball petjes, goedkoop houtsnijwerk (wat donkerbruin is gemaakt door het met schoensmeer in te smeren) en fabrieksbatik proberen te verkopen tegen veel te hoge prijzen. Men is er zelfs zó opdringerig, dat als je langsloopt ze vragen of je wilt kopen of zelfs zo ver gaan dat ze je letterlijk aan je blouse hun winkeltje binnen trekken. Dit werkt bij ons dus echt averechts. Maar dat er petjes werden verkocht, kwam ons goed uit omdat we die echt nodig hadden. De meeste petjes waren voor mij te klein. Toen we bij een kraampje stonden, zagen we een aardig nepleren petje. De verkoopster begon met het vragen van Rp. 25000(!). Toen we haar vertelden dat we dat veeeeel te veeeel vonden, zakte ze naar Rp. 15000, daarna Rp. 10000 en toen we wegliepen naar Rp. 5000. Ook kochten we een sarong en ansichtkaarten. Altijd weer afdingen. Vaak werkt het goed om weg te lopen als je de prijs nog te hoog vindt. Vaak wordt je dan nog een betere prijs geboden. Overigens is onze ervaring dat als je echt iets leuks ziet, je het gewoon moet kopen omdat de kans niet altijd aanwezig is dat je hetzelfde ding nog eens vindt (zonder je het laplazerus te zoeken).
's-Avonds hebben we bij Bernhard's Restaurant gegeten, dat een terechte vermelding heeft in de Lonely Planet. Hier leerden we Jan Jaap kennen, die in z'n eentje dineerde. Na een start in het Engels werd al snel duidelijk dat ook hij Nederlander was en we gingen dus maar over op het Nederlands. Hij was al op Bali en Java geweest en op ons verzoek haalde hij z'n foto's op in z'n hotel, die we bij Leo's Bar (onder het genot van een grote fles Bintang bier) bekeken.
Om 22.30 uur lagen we in bed. Ik was echt kapot. Waarschijnlijk de naweeën van de jet lag, die pas na enkele dagen z'n uitwerking begint te krijgen.


Zondag 3 september 1995

Vanochtend om 5.30 uur ging de wekker af. We moesten opstaan, omdat de boot naar Prapat om 6.30 uur zou vertrekken. Om 09.00 uur vertrok de bus naar Padangsidempuan. Dit werd een lange rit van 8 uur in een oncomfortabele 'stads'bus met veel kretek-rokende Indonesiers die de raampjes zoveel mogelijk gesloten hielden.
Om ongeveer 17.45 uur arriveerden we bij het busstation van Padangsidempuan. Daar stond Anita Sondang ons al op te wachten. Niet dat we met haar hadden afgesproken, maar Anita begeleidt graag toeristen op hun weg naar het hotel. Anita is 13 jaar oud, zit op de junior high school en wist nu al dat ze later graag reisleidster wil worden. Om dit te kunnen worden, moest ze goed haar talen beheersen en een docent had verteld dat ze daarom veel met toeristen om moest gaan om zo goed de taal (veelal Engels) te leren.
Ze kwam naar ons toe, vertelde het bovenstaande en vroeg ons of ze ons mocht begeleiden naar het hotel. Na enig aandringen accepteerden wij haar aanbod met het idee dat we voor haar diensten wel weer zouden moeten betalen. We stapten in een microlet en Anita sprak een prijs af, zodat we niets te veel betaalden (en het kostte op zich al zo weinig).
We belandden uiteindelijk bij het hotel dat in de reisbeschrijving stond en ik gaf de voucher af aan de receptionist. Deze begon te lachen, omdat op de voucher een ander hotel stond vermeld. Inderdaad week de hotelnaam op de voucher af van de hotelnaam in de reisbeschrijving. Anita nam ons daarna mee naar het juiste hotel. Onderweg vertelde ze veel over haarzelf en haar moeder en eenmaal aangekomen bij het juiste hotel, zei Anita dat wij ons maar eerst maar moesten opfrissen en dat we daarna het dorp in zouden gaan. Zij zou op ons wachten in de lobby.
Wij gingen rustig douchen, want we hadden verwacht dat Anita niet meer in de lobby zou zijn. Toen we naar de lobby liepen bleek, tot onze stomme verbazing, dat Anita daar rustig op ons zat te wachten. Ze stond op en zei dat ze ons wilde gaan rondleiden.
Wij hadden honger en raakten er steeds meer van overtuigd dat ze dit alles niet om geld deed. Wij vroegen Anita om ons naar een goed restaurant te brengen. Voor haar hulp mocht ze dan met ons mee-eten, maar zij kwam met een beter idee en dus zaten we even later bij haar thuis aan de babi met rijst en groenten. Aan de wand in het huis hingen enkele kadotjes die ze van andere toeristen had gekregen die ze had begeleid. Na het eten hebben we foto's gemaakt en adressen uitgewisseld. Zij bracht ons naar de bemo (brommer met zijspan) die ons naar ons hotel bracht.
Bij het afscheid drong Anita er nog wel enkele keren op aan om de foto's op te sturen; iets wat we zeker zullen doen.
Wat een fantastische ervaring!


Maandag 4 september 1995

Vanochtend om 05.30 uur was het 'Happy Hour' in de moskee en wij mochten meegenieten. Hevig gejank vanuit grote luidsprekers op de minaret van de moskee. Na het happy hour sliepen we lekker door (een inhaalrace) tot 9 uur. Om 11.00 uur werden we door een minibusje opgehaald en naar Bukittinggi gebracht, waar we om 17.30 uur arriveerden.
Onderweg werd in Bonjol gestopt op de plaats waar we met één voet op het noordelijke halfrond en één voet op het zuidelijke halfrond konden staan; de evenaar dus. Opdringerige T-shirt verkopers en verkoopsters kwamen aangesneld toen de minibus kwam aanrijden en wij uitstapten. Vervolgens liepen we van het noordelijk halfrond naar het zuidelijk halfrond.
Nu zit ik op het balkon van het hotel in Bukittinggi en heb een mooi uitzicht op de Merapi vulkaan en hoor ik de hagedisjes aan het plafond geluiden maken. Overal waar we komen, zijn kleine hagedisjes van ongeveer 5 centimeter lang, die vlakbij een lamp op jacht zijn naar mugjes.

Klik op foto voor vergroting

Bij het chinese restaurant 'Mona Lisa' hebben we gegeten. Het stikte er van de Nederlanders. Na het eten liepen we het restaurant uit en werden direct aangesproken door een Indonesische jongen van ongeveer 16 jaar oud (leeftijden schatten is hier vrijwel onmogelijk). Hij was student en wij waren een gewillig slachtoffer om zijn Engels te oefenen. We liepen samen met hem naar het grote plein met de 'Big Ben' en toen we daar arriveerden hadden al zo'n acht vriendjes van hem bij ons aangesloten; allemaal wilden ze hun Engels oefenen. De groep groeide al snel aan tot zo'n 12 studenten. Het gaf in eerste instantie een behoorlijk benauwend gevoel om in zo'n grote groep jongeren te staan, maar geen enkele van hen had kwaad bloed in zich en we gingen als 'vrienden' uit elkaar.


Dinsdag 5 september 1995

Vandaag hebben we een Minangkabau dagexcursie gemaakt. We bezochten een buffelmarkt. De gids vertelde over de onderhandelingstechnieken die kopers en verkopers gebruiken. Vervolgens reden we naar Pandai Sikat, waar meisjes achter de weefgetouwen prachtige sarongs en sjaals woven en waar de mannen de houtsnijkunst beoefdenen. Het duurt ongeveer anderhalve maand om een sjaal van 160 centimeter lang en 50 centimeter breed te weven. Het weven van een sarong duurt zo'n drie maanden. Bij een extra moeilijk motief of een extra goede kwaliteit (die bijvoorbeeld voor bruiloften worden gebruikt) kan het wel zes maanden duren. Voorts hebben we een koffiemolen gezien, waar door middel van waterkracht koffie werd vermalen.
Via mooie weggetjes met prachtige vergezichten over de sawa's kwamen we bij het koningspaleis van de Minangkabauers. Dit huis is verbouwd
in 1972 nadat het door brand was verwoest. Het paleis staat net als andere traditionele Minang- kabouwhuizen op palen die schuin in de grond staan (naar een symbolisch centraal punt in de grond). Dit is om het huis te beschermen tegen aardbevingen. Het huis wordt door deze constructie steviger.
Aan het eind van de dagexcursie hebben we de bull fights bezocht. Bij deze gevechten staan twee stieren tegenover elkaar en gaan met elkaar vechten. De zwakste stier zal het laten afweten (wegrennen). Er waren 3 gevechten met vier stieren. Het eerste gevecht duurde het kortst, maar was het leukste, omdat de zwakste stier wegrende door de ingang van de 'arena', gevolgd door de sterkste. Hevige commotie ontstond onder de toeschouwers die snel achter de stieren aanrenden.
's-Avonds hebben we gegeten in The Three Tables Coffee House. Goed gegeten. Tijdens het eten onderging ik een massage van een hele oude man zonder tanden. Er werd flink geknepen en getrokken. Prettig is anders. Gelukkig had Marjolijn de grootste lol..

Klik op foto voor vergroting



Woensdag 6 september 1995

Gistermiddag had ik enkele fotorolletjes weggebracht naar een fotoservice in het centrum van Bukittinggi en vanochtend ging ik voor het ontbijt het resultaat ophalen. Voor het ontwikkelen en afdrukken van 84 foto's moest ik omgerekend ongeveer ƒ 22,50 betalen. De foto's waren van zeer goede kwaliteit.
Nadat we hadden ontbeten, liepen we naar het fort de Kock, dat op wel geteld 50 meter afstand van ons hotel lag. Het fort bestond uit niet veel meer dan een buxushaagje dat was geknipt in de woorden 'Fort de Kock'. Een bezoek aan het fort is niet de moeite waard.
Vervolgens liepen we via een voetbrug over de hoofdstraat naar de, in een rampzalige staat verkerende, dierentuin. Het grappige is dat we gisteravond tijdens het diner met Nederlanders spraken die ons afraadde om naar het dierentuin te gaan vanwege de trieste indruk die het maakt. Maar voor dat kleine beetje entreegeld wil je het toch zelf zien. We constateerde dat het hok van een krokodil niet was afgesloten en ook al zag hij er niet erg actief uit, maakte het toch een beetje enge indruk en liepen we vlug langs het hok.
Na het bezoek aan de dierentuin, liepen we naar de markt en die was vandaag twee keer zo groot als normaal. Dit is altijd het geval op woensdag en zaterdag. De markt is wél een attractie. Na een bezoek aan de markt liepen we naar het panoramapark. Onderweg naar het panoramapark stuitten we op een enorme, kilometers lange optocht van moslimkinderen in een drumband. Erg leuk!
Vanuit het panoramapark hadden we een schitterend uitzicht over het karbouwengat. We liepen een trap af het karbouwengat in en begonnen aan een wandeling door dit 'gat', dat gewoon een diepe kloof in de aarde is, We liepen naar Kota Gadeng, een klein dorpje met talloze zilversmeden en kochten er oorbellen, een broche in de vorm van een orchidee en een ander brosje, allen bij verschillende zilversmeden.
Er was op dat moment in het dorpje geen toerist te bekennen (vreemd!), behalve onze Belgische tafelgenoten van vanochtend. Zij hebben de hele vakantie een minibusje met chauffeur tot hun beschikking. Toen zij zeiden dat ze terug gingen naar Bukittinggi, vroeg ik hen of wij mee mochten rijden en dat was geen probleem.
We lunchten in Restaurant Sari, dat schuin tegenover het hotel ligt. Het was goed eten in een schitterende tuin.
Na het eten gingen we met een paardenkoetsje naar het 'Kantor Pos dan Giro' (postkantoor). De afstand was best lopend af te leggen, maar we wilden ons wel eens laten vervoeren in een koetsje. In het postkantoor verzilverden we één girobetaalkaart en kregen Rp. 400.000. Vervolgens gingen we terug naar de markt. Daar keken we naar schoenen en naar horloges. We kochten een fake Benneton horloge en op de fruitmarkt kochten we twee salaks en een kokosnoot en op weg naar het hotel kochten we nog 17 ansichtkaarten.
's-Avonds aten we bij Rendez Vous Coffee Shop. Minder gezellig dan de Three Tables. Na het eten bezochten we de Minangkabau dances. Zeer leuke en vlotte dansvoorstelling, begeleid door mooie muziek. Na afloop kochten we een muziekcassette van de voorstelling.


Donderdag 7 september 1995

Vanochtend ging om 08.10 uur de telefoon op de kamer. Het was de receptioniste die benadrukte dat het ontbijt om 8 uur was en vroeg waar we bleven. Waar bemoeit die jongen zich mee! Maar goed, we besloten om toch maar op te staan en te gaan ontbijten.
Om half tien nam een minibusje ons mee via (volgens mij) het mooiste gedeelte van Sumatra naar het vliegveld in Padang. Daar kwamen we om 11.30 uur aan, dus tijd genoeg om in te checken en plaats te nemen in de wacht- kamer. Dit inchecken betekende dus: bagage afgeven, vervolgens naar een ander loket om de luchthavenbelasting te betalen en met het betalingsbewijs terug naar de incheckbalie om de vliegtickets terug te krijgen.
Om 12.15 uur mochten we het vliegtuig in en om 14.40 uur stapten we er op het vliegveld Soekarno Hatta van Jakarta weer uit. Bij de desk van de taxi-onderneming Bleu Bird op het vliegveld vroeg ik de prijs van een rit naar Jakarta: Rp. 40.000!

Klik op foto voor vergroting

Dan maar met de aircon bus (kaartjes koop je in de bus) die om drie uur vertrok en om ongeveer vier uur bij station Gambir aankwam. Daar stonden de eerste taxichauffeur al klaar om ons naar Jalan Jaksa te brengen. In de Jl. Jaksa hadden we de keus tussen een behoorlijk aantal 'overpriced' en waardeloze onderkomens. Na er 5 te hebben bekeken, kozen we voor Bloem Steen Hostel (aanrader volgens de Lonely Planet).
's-Nachts sliepen we in een waterbed. Het bed stond in de kamer die net iets meer dan een tweepersoons bed breed was en het water was afkomstig uit ons lichaam: zweet! Nee, het Bloem Steel Hostel is géén aanrader, ook omdat de gezamenlijke douche er niet fris uit zag. Wel een aanrader in Jakarta is een kamer met airco!


Vrijdag 8 september 1995

Nadat we het ontbijt, dat we elders in de Jl. Jaksa nuttigden, zijn we naar het Guesthouse Ise gelopen om daar te kijken naar een airconditioned kamer en direct één gereserveerd. Vervolgens hebben we snel de bagage in Bloem Steen Hostel opgehaald en zijn we verhuisd.
Daarna zijn we met de bus naar de oude wijk (de 'Kota' ) gegaan. We bezochten het Wayang museum, dat een leuke collectie poppen herbergt, het maritiem museum (aardig, maar pas op want je moet voor je fototoestel betalen en er staat niet veel dat een foto waard is; overigens is het bedrag wat je voor een toestel moet betalen niet groot), de Pasar Ikan (vismarkt) en de hoenderpasbrug. Ongepland belandden we in een sloppenwijk. Daar heerst pas echte armoede, maar geen moment voelde ik me bedreigd. Wel stonk het er vreselijk.

Klik op foto voor vergroting

Uiteindelijk belandden we in de Sunda Kelapa: de oude haven. Daar lagen de prachtige schoeners aan de kade en zag je de sterke mannen de zware zakken op de rug over zeer smalle loopplankjes het dek op sjouwen. Ook zag je dat er veel hout werd uitgeladen. Nog altijd worden de schoeners gebruikt om het hout vanuit Kalimantan te verschepen naar Jakarta. In het enige (kleine) café / restaurant aan de haven dronken we wat frisdrank.
's-Middags zijn we naar het warenhuis Sarinah geweest. Qua grootte is het te vergelijken met de Bijenkorf in Amsterdam. Er zijn veel wayangpoppen en batik te vinden en s'-avonds aten we bij de Pizza hut. Relatief erg duur, maar we wilden iets neutraals eten omdat Jakarta ons aan de race had gekregen.

Jakarta:
Eigelijk alle reizigers die we onderweg waren tegengekomen hadden ons al verteld over Jakarta en hadden ons geadviseerd Jakarta te mijden. Het advies was telkens geweest: landt op Jakarta en zorg dat je zo snel mogelijk naar Bogor gaat. De Lonely Planet beschrijft: trek voor de vermelde dingen een halve dag uit.
Hoe meer waarschuwingen ik van dit soort krijg, hoe groter mijn nieuwsgierigheid, maar na ons bezoek aan Jakarta kan ik maar tot ťťn conclusie komen: mijd Jakarta! Het is er heet en de luchtvervuiling is enorm. Als je 's-ochtends een wit T-shirt aantrekt, dan is het 's-avonds grijs.


Zaterdag 9 september 1995

Vannacht hebben we goddelijk geslapen onder het constante gezoem van de airco. 's-Ochtends namen we een fruitontbijt bestaande uit kiwi's en appels, die we de vorige dag hadden gekocht. Daarna gingen we naar station Gambir met de bemo (brommer-met-zijspan). Deze 'uitlaatgasfabrieken' maken een enorm lawaai en zorgen voor een hoop stankoverlast. Maar het was wel erg leuk om er in rond te rijden.
Om 9.00 uur waren we in het Station Gambir en kochten we tickets naar Bogor voor de trein die om 9.44 uur vertrok. Toen de controleur langs kwam leidde dat tot verwarring bij ons, omdat hij zei dat we te weinig hadden betaald. Op station Gambir hadden ze ons groene tickets verkocht, terwijl we de iets duurdere blauwe tickets nodig hadden. We moesten dus bij betalen. Het bedrag was niet zo groot, maar we voelden ons wel een beetje bedonderd.
We arriveerden in Bogor om 10.45 uur en liepen vervolgens naar Guesthouse Firman. Het Guesthouse wordt gerund door vriendelijke mensen. We bekeken de kamer en die was echt een verademing vergeleken met de kamers in Jakarta.
's-Middags zijn we naar de Botanische Tuin geweest. Het park is erg mooi park en er staan ontelbare bomen. Toen we door het park liepen, werden we aangesproken door een leraar Engels. Hij vroeg ons of we even tijd hadden om met zijn studenten (die ook in de buurt waren) in het Engels te converseren. Nou, dat vonden we wel erg leuk. Het was in ieder geval een goede manier om met de lokale bevolking in contact te komen. De Indonesische studenten waren zeer geïnteresseerd in onze situatie yhuis (achtergrond, economische situatie in Nederland, wat voor werk we deden, wat ons geloof was en of we getrouwd waren en kinderen hadden, enzovoort) en op deze manier kregen wij veel informatie over het leven in Indonesië.

Klik op foto voor vergroting

Na ons gesprek met de styudenten verlieten we de botanische tuin en gingen we naar het Bogor Plaza, een Shopping Center.
's-Avonds hebben we na een tip van reizigers uit het Guesthouse, gegeten bij Jongko Ibu, waar een buffet is. Lekker eten!. Deze reiziger stelde ons gerust door te vermelden dat de treinreis van Jakarta naar Bogor inderdaad Rp. 2500 kost en dat we inderdaad de blauwe tickets nodig hadden.


Zondag 10 september 1995

Vanochtend zijn we eerst naar het busstation gegaan om te informeren naar de busverbindingen naar Bandung. Het blijkt dat de bustickets gewoon in de bus kunnen worden gekocht en dat er geen vaste vertrektijd is. Daarentegen rijden er zoveel bussen, dat lang wachten niet nodig is. Daarna gingen we naar het zoölogisch museum. Een leuk museum met een groot aantal opgezette dieren uit Indonesië, alsmede een opgezette neushoorn en een reusachtig groot geraamte van een walvis (28 meter lang en 64.000 kg zwaar). Wederom kwamen we weer in contact met scholieren en ik ben regelmatig gefotografeerd met hen.
Daarna zijn we naar bij gongmakerij geweest, waar op een met hout gestookt vuurtje metaal werd gesmolten. Het was er binnen vreselijk warm en dat terwijl het buiten nou ook niet echt koel was. Nadat het metaal was verhit, werd het met een zeven kilo zware hamer in z'n vorm geslagen.
Na het bezoek aan de gongmakerij gingen we weer shoppen. Dit keer in een Shopping Mall, ten oosten van de Botanische tuin. Om 16.00 uur waren we weer terug in het Guesthouse en hebben we wat gerust. Om ongeveer 17.30 uur begon het (voor het eerst tijdens onze vakantie!!) te regenen en niet gering ook. De grote druppels kwamen recht om laag en creeerden een haag van regen. De grote druppels kletterden op de golfplaten daken en dat maakte een enorm lawaai. Vijftien à twintig minuten later was de bui weer voorbij. De lucht was weer schoon (voordeel!!), maar doordat de regen grotendeels verdampt op de hete stenen van de straat alsmede op de warme daken wordt het nog vochtiger en dat is weer een nadeel.


Maandag 11 september 1995

Na het ontbijt zijn we in gezelschap van Teun Morselt naar het busstation gereden met een minibusje. Hij kwam vanochtend in het hostal naar ons toe, want hij had gehoord dat wij vandaag verder gingen naar Bandung en vroeg of hij met ons mee kon reizen.
De bussen naar Bandung stonden al klaar om te vertrekken, maar voordat we het busstation in mochten, moesten we Rp. 100 p.p. entree betalen. Vele bussen naar Bandung stonden al bij de uitrit van het busstation en 'conducteurs' probeerden ons nog te lokken. Dit deden we maar niet, omdat dat onherroepelijk zou leiden tot vier uur staan in de bus. Daarom liepen we het busstation in en stapten in een 'lege' bus. Hiermee liepen we het risico dat we nog uren zouden moeten wachten, maar we hadden op die manier wel een zitplaats. Tijdens het wachten kwamen verschillende verkopers de bus in die ons allerhande spullen wilden verkopen; van frisdrank en etenswaar tot rookgerei.
Het lange wachten op vertrek viel overigens wel mee, want na ongeveer twintig minuten vertrok de bus (al). De bus verliet het busstation van Bogor om ongeveer 9.30 uur en om ongeveer 13.00 uur waren we in Bandung. De bus volgde de route over de prachtige Punchak Pas. Mooi, maar wel goed kijken want je bent er zo door heen.
In Bandung werden we letterlijk 'ergens' gedropt en omdat we niet wisten waar we waren, besloten we een minibus naar het station te nemen om twee redenen: het centraal station is vaak een centraal punt van waaruit je verder kunt gaan zoeken én het station staat altijd op een plattegrond. Bij het station werden we al snel 'opgepikt' door een Indonesisch ventje, die ons leidde naar guesthouse 'By Moritz', dat we al hadden geselecteerd in de Lonely Planet. Nadat we bij By Moritz hadden gekeken, keken we nog even bij Yoschi's, maar gingen toch terug, omdat het er bij 'By Moritz' beter uitzag. Omdat er voor Teun geen éénpersoons kamer was en ook geen 'dorm' (slaapzaal), namen we een 'triple' kamer.
Na een koude douche (standaard in deze prijsklasse hotels; het is even rillen, maar daarna heerlijk verkwikkend) liepen we het centrum in, waar ik een fotorolletje liet ontwikkelen, nuttigden we onze lunch (om 15.00 uur) en bezochten we een drietal warenhuizen. In de Matahari (een mengel-moes tussen Bijenkorf (exclusief, duur) en de Hema (goed en goedkoop) kochten we voor Marjolijn een rugzak. Daarna gingen wij iets eten.
Om 21.30 uur gingen we slapen. Morgen moeten we vroeg op, omdat we dan naar de Tangkuban Prahu gaan.


Dinsdag 12 september 1995

Getverderrie! Dat was wat ik vanochtend dacht toen om 6 uur de wekker ging. Na het ontbijt zijn we met z'n drieën naar het busstation gelopen, waar we naar de juiste minibus werden geleid. De minibus zou ons voor naar de ingang van het Tangkuban Prahu-park brengen. In de minibus, waar maar liefst 17 mensen in zaten, zat ik naast een fransman die behoorlijk Engels sprak (?) en die de verdere dag met ons zou optrekken. Hij was alleen en zocht aansluiting en dat is het leuke aspect van individueel reizen. Je leert telkens andere mensen kennen, omdat mensen die individueel reizen elkaar toch opzoeken. De entree van het park bedroeg Rp 1.250 p.p. We volgden de aanwijzingen in de Lonely Planet, die vertelde dat we de asfaltweg moesten volgen tot het eerste bospad naar rechts. Dat pad liet even op zich wachten, maar we vonden het wel. Het bospad leidde naar de geiser. Het was een heel aardige wandeling.
In het bos hoorden we plots een enorm bladgeritsel en na even te hebben rondgekeken, zagen we de apen in de toppen van de bomen van tak naar tak springen. Onze franse vriend had een fototoestel met een 200 mm lens bij zich en door die lens konden we de apen goed zien.
Even later kwamen we bij de geiser. Het kokende water bubbelde kniehoog op en een enorme, naar rotte eieren stinkende stoomwolk steeg op. Na een bezoek aan de geiser volgde een enorme klimtocht via trappen naar de krater van de Tangkuban Prahu. We vervolgden een twintig minuten durende wandeltocht naar de tweede krater. Deze was ook indrukwekkend, maar minder mooi dan de eerste krater, omdat toeristen hun naam met behulp van

Klik op foto voor vergroting

stenen op de kratervloer hadden geschreven. Vanaf de Tangkuban Prahu reden we met een minibusje naar de hot springs in Ciater. Het grappige was dat de onderhandelingen met de minibuschauffeur tot verbazing leidde bij de fransman. Hij had al eens horen zeggen dat Nederlanders van die goede onderhandelaars zijn en hij kreeg dit nu overduidelijk nog eens bevestigd. Als het aan hem lag, dan hadden we veel meer voor dit ritje moeten betalen, maar "ons Nederlanders ben zunig".
In het park aten we op het terras van een goed maar veel te duur restaurant en na de lunch liepen we door het luidruchtige, té commerciële park. Niet veel bijzonders, op het hete riviertje na.
Na Ciater namen we een minibusje naar Bandung terug. In Lembang moesten we overstappen, wat bij ons tot irritatie leidde, omdat we vooruit hadden betaald en we verwachtten dat we opnieuw zouden moeten betalen, maar dat bleek allemaal mee te vallen.
In Bandung stapten we uit in de 'Jeans' straat; een straat met talloze jeans en t-shirt winkeltjes. We kochten enkele T-shirts. Daarna aten we in een Padang restaurantje nabij de Alun Alun (het grote plein).
In het hostal dronken Teun en ik ieder nog een biertje en schreven in onze dagboeken. Om ons heen speelden toeristen en werknemers van het hostal gitaar en zongen liedjes.


Woensdag 13 september 1995

Na het ontbijt gingen we met z'n tweeën naar de dierentuin, omdat daar de Komodovaranen zouden zijn die ik graag wilde zien (Komodovaranen zijn de grootste varanen ter wereld en leven in het wild alleen nog maar in het natuurreservaat Komodo in Indonesië). Inderdaad lag er één klein scharminkel (daarom waarschijnlijk niet minder gevaarlijk overigens). Naast de komodo's was het overigens een zeer redelijke dierentuin.
Vervolgens zijn we met een angklot (minibusje) naar het geologisch museum aan de Jalan Diponegoro gegaan. Een aardig museum met een hoop schedels en andere geraamten van mensen en dieren en een hoop informatie over vulkanen. Na een bezoek aan dit museum lieten we een becakrijder flink zweten, want hij mocht ons naar het Bandung Plaza fietsen. Overigens was het grootste deel van de rit bergafwaarts, dus geen medelijden met de beste kerel. Voor deze rit vroeg hij in eerste instantie Rp. 5000. Ik bood Rp. 1000 (een onderhandelingstechniek). Na enige desinteresse te hebben getoond, door weg te lopen en het aanhouden van een minibusje, verlaagde hij zijn prijs naar Rp. 1500 en dat was een goede prijs.
Bandung Plaza was niet veel bijzonders en we namen al snel een minibusje naar het toeristenbureau op de Alun Alun, om te vragen naar de voorstelling van de Anglungschool van Pak Ujo en naar een vervoersmogelijkheid de volgende dag naar Pangandaran. Het transport de volgende dag om 07.00 uur was al volgeboekt, maar de Lonely Planet bood een tweede optie, namelijk de taxionderneming 4848. We gingen daarom naar het bureau van 4848 en boekten voor twee personen een door-to-door service naar Pangandaran om 07.00 uur de volgende ochtend. Het toeristenbureau was sceptisch over deze onderneming, maar we moesten de gok maar wagen.
De Anglungschool van Pak Ujo is naar mijn mening het mijden waard. Het repertoire dat gespeeld werd was puur westers en geheel op het publiek afgestemd.


Donderdag 14 september 1995

Vanochtend werden we weer om 04.15 uur gewerkt door de moskee. Zeven kwartier later ging de wekker af. Snel ontbijten, alhoewel... die sukkel in de keuken maakte voor de tweede achtereenvolgende ochtend een jaffle met tomaat klaar terwijl ik een jaffle met banaan had besteld (een jaffle is een broodje dat bestaat uit twee geroosterde boterhammetjes, met daartussen een vulling).

Klik op foto voor vergroting

Om 7.15 uur stond een minibusje van 4848 voor de deur; een - door het toeristenbureau beloofd - kwartier te laat. De minibus die we als door-to-door service hadden geboekt nam ons in sneltreinvaart mee tot aan de poort van Pangandaran. Pangandaran heeft inderdaad een toegangspoort waar iedereen toegang tot de plaats moet betalen. Toen het busje bij de poort aan kwam rijden, werden de becakrijders wakker en renden op het busje af. De chauffeur hield het bij de poort voor gezien en deelde ons mede dat hier de service stopte. Opdringerige becakrijders begonnen ondertussen door de openstaande raampjes en de deuren met ons te onderhandelen. Voor een véél te hoge prijs reden ze je wel van de poort tot aan het hotel.
Ondertussen raakten alle toeristen in het busje behoorlijk geirriteerd en we sommeerden de chauffeur met z'n allen zich aan de belofte van door-to-door te houden. Dit was volgens hem niet mogelijk, omdat hij entree voor het busje tot Pangandaran zou moeten betalen. Wij maakten hem met z'n allen duidelijk dat dit zijn risico was en dat hij door moest rijden. Uiteindelijk bracht hij ons naar het hotel, zonder voor het busje te hebben moeten betalen.
We checkten in bij 'Hotel' Puntai Sari, dat Rp. 20.000 per nacht voor een non-airco kamer vroeg. Volgens de Lonely Planet zou dit Rp. 15.000 moeten zijn en na enige onderhandelen bereikten we dit bedrag. We moesten wel vooruit betalen voor alle overnachtingen. Maar dit was ook niet onze wens en we kwamen overeen dat ik elke dag één nacht vooruit zou betalen.
Na het inchecken en wegbrengen van de bagage hebben we door Pangandaran Zuid gelopen en de vissers aan zien komen in hun prauwen vanuit de zee en andere vissers zagen we hun netten het strand op trekken. Het hele gezin helpt mee en de vangst vond ik bijzonder gering.
Toen we langs een restaurantje aan de 'boulevard' liepen, zag ik dat een man met blote voeten langs de stam van een een kokospalm naar beneden kwam. De eigenaar van het restaurant zei dat hij enkele kokosnoten voor het menu nodig had.
's-Avonds aten we schuin tegenover het hotel en het eten was uitstekend en daarna vroeg (20.30 uur) naar bed.


Vrijdag 15 september 1995

Na een zeer mager ontbijt, maar na een goede nachtrust in een lekker rustig dorp, hebben we eerst geld opgenomen en daarna getracht een brommer te huren. Een tamelijk hachelijke onderneming, omdat blijkbaar nergens een brommer te huur was. Na bij een fietsverhuurbedrijf gevraagd te hebben waar we een brommer konden huren, bracht een becakrijder ons naar een bedrijfje dat onder andere brommers verhuurde. Om 11.00 uur hadden we eindelijk onze brommer.

Klik op foto voor vergroting

Vervolgens begonnen we aan een veel te lange tocht, die ons voerde door de plaatsjes Batu Hiu, Cimerak, Cikalong, Cikatomas, Cijulang en weer terug naar Pangandaran. Een fraaie, doch niet bijzondere tocht.
Erg leuk was het moment dat we benzine nodig hadden. In een kampong vroegen we waar we benzine konden krijgen. We werden naar een klein huisje langs de weg verwezen en toen we daar om benzine vroegen, bleek ineens de hele familie uit de omgeving om ons heen te staan. Wij waren kennelijk de attractie. Wij konden in ieder geval weer verder rijden met een volle tank.
Het weer liet het in de namiddag afweten. Donkere wolken pakten samen en hieruit viel van tijd tot tijd enige regendruppels, wat mij tot wanhoop dreef, omdat het beeld al opdook dat ik mezelf volledig doorweekt op een brommer zag rijden. Gelukkig bleef het bij een paar spatjes regen.
Om 17.00 uur waren we weer terug in het hotel. Marjolijn was nu aan de beurt om een wasje te draaien, omdat ik gisteren al de helft had gewassen en de droogruimte beperkt is. Daarna was het de beurt aan onszelf. Na een koude douche snel insmeren met after sun, want we lopen er weer bij als Belanda Gorengs.
's-Avonds uitstekend gegeten in het restaurant voor ons hotel. Het enige nadeel waren de vele muggen, dus... goed insmeren met anti-muggenspul.


Zaterdag 16 september 1995

Rustdag! We sliepen uit tot 08.30 uur. Dit op zich kostte al veel moeite, omdat we normaal gesproken eerder opstaan en omdat het openbare leven hier al vroeg start. Gelukkig hebben we in Pangandaran geen last van de Masjid of te wel moskee. Daarentegen zijn er 's-avonds wel behoorlijk wat meer muggen, dus lange broeken en shirts met lange mouwen aan (enkels vooral niet vergeten!).
Na het ontbijt zijn we naar het strand nabij het nationaal park gegaan en namen plaats op een bankje onder de bomen. Al snel kwam een jongeman ons vragen (niet eens opdringerig!) of we soms geïnteresseerd waren in een boottochtje. Uiteindelijk hebben we ongeveer een half uurtje gevaren over zee langs het nationaal park. Eenmaal terug op het bankje onder de bomen werden we ook niet met rust gelaten. Een indonesisch meisje kwam in eerste instantie op het bankje achter mij zitten, maar zei niets. Vervolgens kwam ze naast mij op het bankje in de andere hoek zitten en tenslotte nam ze plaats in het zand naast Marjolijn om vervolgens met zand te gaan spelen. Ze bleef zwijgen. Al snel stond het vol met Indonesiërs die met name geïnteresseerd waren in de Suske en Wiske die ik van Teun had gekregen en net uit had. Ook moest ik weer twee keer met Indonesiërs op de foto. Marjolijn was jaloers vanwege mijn populariteit (ahum).
Om één uur gingen we terug naar het hotel en nam Marjolijn een douche en daarna gingen we lunchen en na de lunch lieten we ons in een becak naar het Nationaal Park rijden. Het rark is mooi, maar het stelt in omvang weinig voor, omdat het overgrote deel van het park voor toeristen is gesloten. De aapjes waren leuk. In het park was een filmploeg bezig met het maken van opnames voor een speelfilm. Leuk om dat te zien.
's-Avonds hebben we gegeten bij Chez Mama in de hoofdstraat. Goed eten, alleen stellen de kipgerechten (evenals elders overigens) niets voor. Veel bot en weinig vlees.


Zondag 17 september 1995

In plaats van dat de wekker iedere ochtend een uur later afgaat, gaat 'ie volgens mij iedere dag een uur eerder af. Zo ook vanochtend. Om kwart voor vijf maakte hij z'n aanwezigheid kenbaar. Om 05.15 uur zaten we aan het ontbijt en om 06.10 uur werden we letterlijk achterin een minibusje tussen de bagage gepropt om vervolgens naar Kalipucang te worden gebracht. Vanuit Kalipucang vertrok een overvolle boot over de rivier door de mangroven naar Cilacap, waar we om 11.00 uur arriveerden. Een erg mooie en zeer aanbevelenswaardig boottochtje.
Vanuit Cilacap vertrok om 12.00 uur de bus naar Yogya. Enige commotie ging eraan vooraf, omdat niemand ons duidelijk kon maken hoe laat de bus zou vertrekken en omdat iedereen dus in onzekerheid verkeerde.
We arriveerden in het noordelijke gedeelte van het hotelgebied van Yogya om 17.00 uur. Na vijf of zes hotelaccomodaties te hebben bekeken, besloten we in te checken bij Hotel Indonesia, waar we een redelijke kamer met douche en toilet hadden.
's-Avonds aten we bij 'Borobudur bar & restaurant'. Goed eten, maar zoals de Lonely Planet al vermeldde was het enigszins 'overpriced'.
Na het eten hebben we achter de Malioboro een batik painting gekocht. Later zouden we erachter komen wat de Lonely Planet bedoelde met 'geen Batik-paintings kopen in de straten rondom de Malioboro'. We waren behoorlijk afgezet! De Lonely Planet had ons nog zo gewaarschuwd, maar we zijn er met open ogen ingetrapt.

Maandag 18 september 1995

Na het ontbijt zijn we naar het waterpaleis en de vogeltjesmarkt gelopen. Het eerste bezochten we de vogeltjesmarkt. Al snel bood een jongen zich aan als gids. We 'vlogen' (om maar in de term van vogels te blijven) de markt over en belandden al gauw in het waterpaleis. Dit bouwwerk is zwaar vervallen. Er zijn huisjes gebouwd waar eens het zwembad was. We liepen door een gerestaureerd gedeelte met nog drie baden. Daarna leidde de 'gids' ons al snel naar z'n batik painting huis. We mochten rondkijken, maar vooral bieden op de kunstwerken die hij had gemaakt. Nu zeggen ze allemaal dat ze zelf de kunstenaars zijn en dat is volgens mij allemaal gelogen. Zonder iets te kopen liepen we verder.

Klik op foto voor vergroting

Een becak nam ons mee naar diverse Batikfabriekjes en fabriekjes waar Wajang poppen werden gemaakt. Allemaal fabriekjes waar de becakrijders commissie ontvangen als de toerist daar (veel te duur, dus goed afdingen) koopt. Wij keken overal, kregen zelfs drankjes aangeboden, maar kochten niets. Dit tot grote teleurstelling van de becakrijder die z'n commissie mis liep en ons daarom aan het einde van de tocht Rp 6.000 vroeg, terwijl Rp 3.000 was afgesproken. Nu kwam hij met het argument dat de prijs Rp 3.000 per persoon was, maar dat was vooraf niet afgesproken. Hij ontving uiteindelijk Rp 5.000, omdat we toch wel met hem te doen hadden.
Snel aten we wat bij het goedkope en voortreffelijke Mama's Warung, want om 17.45 uur vertrok de bus naar het Ramayana ballet, dat tijdens volle maan wordt opgevoerd bij de Prambanan. Dit ballet was schitterend en zou bij niemand in het reisprogramma mogen ontbreken.


Dinsdag 19 september 1995

Omdat we gisteravond zo laat op bed lagen, moesten we vandaag voor straf vroeg op. Het was half vijf toen de wekker afging (wéér eerder af dan de vorige keer in Pangandaran). Het was tijd voor onze 'Borobudur by sunrise-tour', die om vijf uur van start ging.
Om kwart voor zes waren we bij de ingang van de Borobudur en we moesten toen nog een kwartier wachten voordat het park open ging. Wij waren de vierde en vijfde bezoeker van die dag die het park betraden.
De Borobudur is werkelijk prachtig, alhoewel er helaas een hoop vergaan is. De restauraties van weleer hebben er alleen voor gezorgd dat het monument niet nog verder in verval zou geraken, maar hebben nauwelijks iets opge- knapt. Zo zijn kapotte boeddhabeelden niet door nieuwe vervangen. We kregen een korte rondleiding (door een nederlands sprekende gids), die eindigde bij de 'wensstupa', helemaal bovenop de Borobudur. Bij de wensstupa is het de bedoeling dat vrouwen de hiel en mannen de ringvinger van de boeddha in de stupa aanraken. Dan pas mag een wens worden gedaan. Voor Westerlingen is dit iets eenvoudiger dan voor de lokale bevolking, omdat we iets langer zijn. De rondleiding gaf een aardig beeld van het boeddhistische verhaal.

Klik op foto voor vergroting

Nadat we ongeveer twee en een half uur bij de Borobudur hadden doorgebracht en de zon hadden zien opkomen, reden we naar Candi Mendut, een kleinere tempel op 3 kilometer van de Borobudur. Daar werden we aangevallen door (zoals de Lonely Planet had beloofd) té opdringerige verkopers/verkoopsters.

Klik op foto voor vergroting

Al snel reden we verder naar de (naar mijn mening indrukwekkendere) Prambanan. Hier bleven we ongeveer anderhalf uur. In de donkere nissen van de tempels zie je geen hand voor ogen, terwijl er wordt gezegd dat er mooie beelden in staan. Dus dan maar op de gok enkele foto's in het duister nemen. Dan komen we er na het afdrukken van de foto's wel achter wat er in de nissen staat. Vergeet dus je zaklamp niet!
Om 12.00 uur waren we weer terug in het hotel en daarna zijn we snel naar het Kantor Pos dan Giro gegaan om even 'bij te tanken'. Vervolgens zijn we naar de Jl. Malioboro gegaan om te gaan shoppen. Midden in de Malioboro heb je een warenhuis dat er werkelijk prachtig uitziet. Zo luxe zie je zelfs in Nederland niet.


Woensdag 20 september 1995

Vanochtend wilden we uitslapen, maar een wekker van iemand anders die afging en niet meer werd uitgezet én onze Duitse buren in de kamers tegenover ons, gunden ons geen rust. Dus om 08.00 uur wakker.
Op het programma stond een tocht naar Kaliurang om de Merapi vulkaan te bekijken. Echter, door het slechte weer (veel te veel bewolking) en door veiligheidsmaatregelen, viel dit plan in duigen en was er van de Merapi niets te zien. De vulkaan was actief en je kon de vulkaan dus niet goed benaderen. Een cirkel van drie kilometer rondom de vulkaan was afgesloten voor een ieder. Dus 'snel' weer terug naar Yogya.
In Yogya zijn we vervolgens naar de batikmarkt gegaan en hebben daar na hard afdingen twee sarongs en een overhemd gekocht en daarna weer snel naar het postkantoor om daar voor de tweede achtereenvolgende dag geld op te nemen.
Vervolgens nog wat gewinkeld bij Matahari en bij een stalletje in de Malioboro een 'echte' Rolex gekocht, nadat we eerst 60% van de prijs hadden afgedongen.


Donderdag 21 september 1995

Om 08.10 uur vertrok ons aircon minibusje naar Malang. Echter voordat we werkelijk op weg gingen naar Malang, moesten we eerst nog andere passagiers ophalen en pas tegen negen uur verlieten we Yogyakarta. De chauffeur moest ook een brief meenemen en die in Surabaya afleveren en dus reden we via Surabaya. Dit zag eruit als een grote en onaangename stad.
De rit voerde ons door Solo en door een vlak, maar mooi stuk Java naar Surabaya. In de haven, waar de boot ligt naar Sulawesi, werden onze Indonesische medepassagiers afgezet.
Vervolgens werd koers gezet naar Malang, waar we om 17.30 uur arriveerden. We werden gebracht naar het door ons aangegeven Hotel Helios, dat als 'best value' in de Lonely Planet staat aangegeven en dat er inderdaad niet gek uit ziet. We hadden wel een gezamelijke badkamer, maar deze was schoon (en dat is niet altijd zo!)
We aten 'natuurlijk' bij het Nederlands georiënteerde Toko Oen. Goed, maar weinig eten en relatief duur, maar wel een sfeervolle oud koloniaal huis. Zonde van de 'sfeerverlichting' in de vorm van TL buizen, maar ook dat is geen uitzondering in de Indonesische restaurants.
Na het eten hebben we hout fruit gekocht voor thuis op de fruitschaal bij het kleine filiaal van Sarinah en twee T-shirts bij Ramayana.


Vrijdag 22 september 1995

Gisteravond hadden we bij Toko Oen geïnformeerd wat een sight seeing toer zou kosten en de medewerkster had gezegd dat dat neer kwam op Rp 13.000 per uur per taxi. Daarom besloten we om zelf maar een sight seeing te organiseren. Dit hield in: eerst per microlet naar het Anjosari busstation. Daar zouden we eerst informeren naar busmogelijkheden naar Probolinggo.
Op dit busstation ontmoetten we Fata en Susan, twee zeventien jarige meisjes die hun Engels wilden oefenen. Zij wilden ons wel begeleiden naar de Singosari tempel, dat op ons wensenlijstje stond. Dus per microlet naar Singosari. Fata en Susan stonden erop om het tochtje te betalen. Een behoorlijk vervelend gevoel houd je daar aan over. Toen we in Singosari uitstapten, moesten we nog 500 meter te lopen naar de tempel. Bij de tempel waren drie andere meisjes die ons ook graag wilden rondleiden. Zodoende hadden we in eens vijf gidsen!
Nadat we de Singosari tempel hadden gezien liepen we naar de twee poortwachters. Dit zijn kolossale beelden op 200 meter afstand van de tempel en vervolgens gingen we op weg naar de Sumberawan tempel, 5 kilometer verderop. Dat was een heel eind lopen bedacht ik me en de eerste auto die langskwam hield ik aan en vroeg ik of hij ons mee wilde nemen. Gelukkig was de chauffeur zo gastvrij en zodoende kreeg hij er zeven passagiers bij.
In het dorpje bezochten we een slipperfabriek, waar men met de hand houten slippers fabriceerde en daarna liepen we door de prachtige sawa's naar de weinig interessante stupa. Op de terugweg dronken we in het dorpje een sprite (schade: Rp. 3500 inclusief fooi voor 7 sprite's).

Klik op foto voor vergroting

Een microlet nam ons mee terug naar Singosari, waar we overstapten op een andere microlet naar Blimbing (het Indonesische woord voor stervrucht, een kampong nabij Malang. Hier woont Fata en zij had ons uitgenodigd om te komen lunchen bij haar thuis. Dat was heel bijzonder, maar ook een beetje ongemakkelijk. In de huiskamer namen we plaats op de bank en de vader van Fata zat tegenover ons in een stoel te glimlachen en te knikken, maar zei geen woord. Hij sprak alleen maar Bahasa (net zoals de moeder van Fata) en Fata fungeerde als tolk. Er werden diverse schaaltjes met eten op tafel gezet en we kregen werkelijk mierzoete limonade te drinken. Dit is toch wel ťťn van de beste reiservaringen tot nu toe!
Na de lunch liet Fata de rijstvelden van haar vader en haar vroegere schooltje zien en daarna was het toch echt tijd voor onze gidsen om naar school te gaan. Gezamenlijk liepen we naar het Anjosari busstationen waar we afscheid van elkaar namen. Als afscheidskado ontvingen we beide een broche van hun school.
Op het busstation van Anjosari namen we de ADL-microlet naar Langdungsari, om daar over te stappen op een microlet naar Batu, om vervolgens in Batu weer over te stappen op een microlet naar de Cuban Rondo waterval. Dit overstappen ging vrij vlug, zonder lange wachttijden
Vanaf de doorgaande weg waar de microlet ons afzette naar de waterval is het nog 4200 meter lopen (volgens het bord aldaar), maar direct dienden jongens op brommers zich aan om ons weg te brengen. Aanvankelijk voor Rp. 1000 p.p., maar na enig onderhandelen (ongeïnteresseerd weglopen helpt altijd!) zaten we later voor Rp 500 p.p achterop de brommer. Via een mooie vallei met rubberbomen kwamen we aan bij de waterval. En koud dat het daar was! Prachtige omgeving en wéér een waterval.
De jongen met de brommer bracht ons ook weer terug naar het dorpje. Daar liepen we nog wat rond. Wat erg opviel waren de enorme hoge stoepen (tot op kniehoogte!). Al snel besloten we daarom om maar langs de stoep op de straat te lopen.
In Malang aten we 's-avonds bij New Gloria.


Zaterdag 23 september 1995

Vanochtend werd het ontbijt netjes door een medewerker van het guest house bij de kamer gebracht. Op ons terras voor de kamer dat ongeveer 2*2 meter mat, aten we een zeer schamel ontbijt (1 dubbele boterham met jam en koffie).
Na het ontbijt namen we een ADL microlet naar het Anjosari busstation. Daar aangekomen moesten we weer Rp 100 p.p. betalen om het busstation te mogen betreden. Vervolgens hebben we 45 minuten moeten wachten op de fantastische airco bus met video (Total Recall met Arnold Schwarzenegger werd vertoond) die ons in sneltreinvaart in twee uur naar Probolinggo bracht. Daar werden we afgezet bij een travel agency, omdat we hadden aangegeven dat we naar de Bromo wilden. Bij dit reisbureautje boekten we al vast een bus- en ferryticket naar Bali voor de volgende dag. Direct daarna stond een minibusje voor ons klaar om ons naar Cemoro Lawang te brengen.

Klik op foto voor vergroting

Om 14.15 uur kwamen we in Cemoro Lawang aan en checkten in bij het Lava Hostel voor een zééér eenvoudige kamer: letterlijk twee bedden en meer niet. Om de sanitaire voorzieningen gaven we niets. Douchen zat er toch niet in, omdat er alleen maar koud water was en de temperatuur rond de 10 graden lag en de douches buiten waren. Maar de prijs was er dan ook naar: Rp. 8000 en daarmee het goedkoopste onderkomen tot nu toe.
Vervolgens liepen we naar de vulkaanrand, vanwaar we een mooi uitzicht hadden over het Bromo Tengger gebied. Na een vluchtige blik op de Bromo te hebben geworpen, aten we iets in het restaurant Bromo Pantai. Wat we aten was vaag en duur, kortom mijden dat restaurant!.
Na het eten liepen we in de richting van het view point en werden we onderweg opgepikt door een auto die ons tegen vergoeding heen en terug bracht. Vanaf het view point heb je een prachtig uitzicht over de Bromo en de omgeving. Op dat moment stootte de Bromo een grote aswolk uit. Dat doet 'ie ongeveer om elk uur. Terug in Cemoro Lawang liepen we terug naar het punt vanwaar we de eerste keer de Bromo bekeken, om de twee invalshoeken te vergelijken. Ik besloot om naar de Bromo te lopen over de zandzee, alhoewel een bord mij verbood daar heen te gaan, vanwege de toegenomen activiteit van de Bromo; "The activity of mount Bromo is increasing. The government of Indonesia has said that access to the vulcano is prohibited till further notice". Maar ik zag meerdere mensen er heen lopen en ik was hier nu eenmaal naar toe gekomen om die vulkaan te zien. Toen ik eenmaal onderaan de trappen stond die me naar de kraterrand van de vulkaan zouden leiden, begon die vulkaan in eens weer te werken. Een gestommel klonk vanuit de krater, het beste te vergelijken met een opkomend onweer dat nog ver weg is. Direct daarna braakte de Bromo een enorme aswolk uit. Ik begon te rennen, maar toen ik achterom keek wist ik dat het geen zin had om te rennen. De aswolk werd met zo'n hoge snelheid uit de vulkaan geblazen, dat ik dat al rennend nooit bij zou kunnen houden. Dus ik bleef staan en stond plots in een asregen. Gelukkig stond de wind van mij af. Dit heeft ongetwijfeld de vaart van de as geremd. Een angstige doch mooie ervaring.
's-Avonds aten we (goed) in het restaurant van het Lava Hostel en we lagen (zo waar) vroeg in bed, nl. om 19.00 uur.


Zondag 24 september 1995

En weer ging de wekker eerder af. Dit keer om 03.00 uur. Om 03.45 uur vertrok de jeep, die we de vorige avond in het hostel hadden geboekt. Bij het sight seeing point stopte de jeep en moesten we de trappen bestijgen naar het view point.
De zonsopkomst was minder spectaculair dan de ansichtkaarten, de Lonely Planet en andere reisboeken hadden doen geloven. Als we de Indonesiërs ter plaatse mogen geloven, kwam dit door de verhoogde activiteit van de vulkaan. Door de grote hoeveelheden as die de vulkaan uitstoot, is de lucht niet helder meer en daardoor kunnen de zonnestralen niet zo mooi op het gebied vallen. Dat neemt niet weg dat het een speciaal moment was. In de verte was nog een andere vulkaan, die ook een rookwolk uitstootte. Mooi gezicht.
We liepen terug naar Cemoro Lawang via smalle paadjes langs de akkers, om zodoende de grote lussen die de weg maakte af te snijden. Eénmaal terug in Cemoro Lawang ontmoette Marjolijn een meisje waarmee ze een tijd had gekletst op het view point. Zij bleek een berichtje achtergelaten te hebben in ons hostel, maar was verheugd ons nog even te zien en nodigde ons uit voor een ontbijt bij haar in haar hotel. Zodoende aten we met haar en haar gehele familie (pa, ma, broers, zusters, oom, tante etc.) het ontbijt, wat uiteindelijk voor de rekening van haar vader kwam. Hij stond erop te mogen betalen. Met gemengde gevoelens accepteerden we zijn erg gastvrije aanbod. We werden zelfs uitdrukkelijk verzocht onze busticket te annuleren, zodat we bij hen konden overnachten in Surabaya. Door tijdgebrek (we hadden nog maar een week) sloegen we dit aanbod af.
We namen afscheid en direct daarna begon de ellende:
Ten eerste: de minibus die ons van Cemoro Lawang naar Probolinggo zou brengen bleef 45 minuten staan wachten voordat hij vertrok. Wij
  zaten in spanning, omdat onze bus om 10.00 uur zou vertrekken en we die mogelijkerwijs zouden kunnen missen. Gelukkig kwamen we uiteindelijk om tien voor tien aan in Probolinggo. Onderweg hadden we nog bijna een ongeluk gehad, omdat de chauffeur door een bus voor hem bijna tegen de rotswand werd geduwd (overigens de schuld van de chauffeur zelf).
Ten tweede: de bus die ons vanuit Probolinggo naar de ferry in Kalipucang zou brengen, had maar liefst twee uur vertraging, dat tot de nodige
  irritatie leidde.
Gelukkig verliep de bootocht tussen Java en Bali zonder problemen, maar op Bali hadden we het volgende probleem; doordat de bus twee uur vertraging had én doordat er één uur tijdsverschil is tussen Java en Bali (dat waren we éven vergeten) arriveerden we pas op Bali om 17.45 uur en toen waren alle busdiensten gestopt en moesten we weer wachten op een minibus. Die zou pas vertrekken als die vol is.
Na 45 minuten wachten vertrok de minibus nog niet half vol, maar onderweg werden passagiers opgepikt en al snel zat 'ie wel vol (dat wachten totdat de bus vol zit is volslagen onnodig). Onderweg stopte de chauffeur voor iemand met brommerpech. In plaats dat de brommer ter plaatse werd gemaakt, werd de brommer in het busje geladen. De brommer stonk vreselijk naar de benzine en de Indonesiërs naast de brommer zaten allemaal te roken. Wij zaten helemaal op de achterbank (ver van welke deur dan ook) en knepen 'm een beetje.
Om 19.30 uur (Balinese tijd) waren we in Anturan, dat deel uitmaakt van het aan de noordkust gelegen Lovina Beach. We checkten in bij Mandara Cottages, dat tegenwoordig iets anders heet vanwege een Indonesische wet die voorschrijft dat Indonesische hotels (dus geldt niet voor buitenlandse ketens) geen internationale namen mogen dragen. We hadden een mooie eigenlijk prachtige kamer. Ze boden zelf een discount aan.
We aten bij Gede, naast ons hotel. Na het eten hebben we gedouched en zijn we lekker gaan slapen. Het was een behoorlijk vermoeiende en lange dag geweest.


Maandag 25 september 1995

Onze laatste week is aangebroken. Dat realiseerde ik me toen ik om 08.30 uur wakker werd. We aten een wederom schamel ontbijt en begaven ons toen naar het strand dat bevolkt werd door maar liefst één andere toerist. We lagen in de schaduw van een palm op het ongeveer 5 meter brede strand. De zee is hier erg kalm, te vergelijken met de middellandse zee. Golven ontbreken, maar het water is goed helder en heerlijk van temperatuur; zo'n 27 graden denk ik.
Nadat we twee uur aan het strand hadden gelegen en hadden gezwommen zijn we gaan douchen en om 13.00 uur zaten we op de brommer die we naast het hotel hadden gehuurd.
We reden eerst naar Singaraja om daar twee fotorolletjes te laten ontwikkelen en afdrukken en reden vervolgens verder naar Sangsit, waar een zeer mooie tempel staat. Vervolgens via Bungkulan naar Kubutambahan waar een zwembad is dat door bergwater wordt gevuld alvorens het in zee stroomt.
Op de terugweg zagen we in Sangsit een tempelceremonie. Een lange stoet mensen (misschien wel honderd), die allemaal prachtig gekleed waren. Vooraan in de stoet liepen vrouwen met hoge offeranders op hun hoofd, gevolgd door verklede kinderen en daarna de ouderen. Het hele dorp scheen aanwezig te zijn bij de stoet als toeschouwer. Na Sangsit zijn we naar de 'temple of death' in Jagaraga geweest. De entree van Rp 1000 p.p is de tempel eigenlijk niet waard. Wel was de enorme aandacht van de schoolkinderen erg leuk.
Op de terugweg naar Singaraja zagen we nog enkele begrafeniskarren. Prachtige bouwwerken werden gebouwd voor een, kennelijk, belangrijke begrafenisceremonie.
In Singaraja haalden we de foto's op en daarna reden we door Lovina Beach naar de thans (in de droge tijd) weinig om het lijf hebbende Singsing Au Terjun (daybreak waterfall). Het zijn twee watervalletjes met zwemgelegenheid.

Klik op foto voor vergroting

Een jongen bracht ons er heen (we waren al op onze hoede) en bij terugkomst bij de brommer vroeg hij ons dus (zoals verwacht) geld. Omdat we dit al hadden verwacht, hadden we afgesproken om Rp 2000 te geven. Hij wilde Rp. 5000, want hij was van een toeroperator, zoals hij pretendeerde. Too bad for him. Bij de brommer aangekomen bleek dat we ook voor de parkeerplaats moesten betalen. Again too bad for him!. Als hij dit van te voren zou hebben gemeld, dan was het geen probleem geweest, maar nu liep hij z'n buit mis.
In Kalibukbuk zagen we weer Barbara en Christoph, die we ook al tegenkwamen in het hotel in Bogor en later in Yogya. Beiden zijn zeer vriendelijk en we besloten om 's-avonds met elkaar (en nog twee reisgenoten van hen) te gaan eten in een restaurantje in Kalibukbuk.
We hadden een Balinees Buffet en tijdens het eten werden Balinese dansen opgevoerd.


Dinsdag 26 september 1995

Vroeg op, namelijk om 5.15 uur, want we zouden dolfijntjes gaan kijken en daarna snorkelen. Met z'n vijfen, inclusief de visser zaten we om zes uur in een prau op zee, maar geen dolfijntjes te bekennen. Wel hebben we gesnorkeld in een koraaltuin op ongeveer 50 meter uit de kust. Na het snorkelen hebben we gedouched en ontbeten en vervolgens zijn we op de brommer gestapt en naar Lake Batur gereden via een schitterende route. Het was wel erg koud op de brommer, omdat we de bergen in gingen en we slechts een t-shirt aanhadden. We hadden een sarong bij ons (voor de tempels) en die heb ik maar omgeslagen, om zo een beetje warm te blijven. De mist of laaghangende bewolking zag je over de bergtoppen heen glijden.
Vanuit Penelokan heb je een werkelijk magnifiek uitzicht over het veelkleurige meer (blauw, licht groen en donker groen). Vervolgens reden we naar Bauhan waar we lunchten en de opdringerige verkopers van ons af schudden. Diezelfde weg moesten we ook weer terug.
's-Avonds aten we met hetzelfde groepje als de voorgaande avond bij B.U. Warung in Kalibukbuk. Over B.U. Warung wil ik het volgende zeggen:
- goed eten;
- nette bediening;
- vreselijk goedkoop: Rp 5850 voor twee personen;
- heerlijke fruit juices (en dan ook echt goed, maar vraag wel een juice zonder of met zeer weinig suiker);
- geen TL verlichting!
Kortom: dit restaurant heeft voor mij een Michelin ster verdient.


Woensdag 27 september 1995

Vanochtend reden we met Christoph, Barbara, Felix en Mélanie naar Ubud. Onderweg deden we nog een aantal tempels aan die we al eerder hadden gezien op weg naar Gunung Batur. Om 10.30 uur vertrokken we en om 15.00 uur waren we in Ubud, waar we incheckten bij Dewi Putri. Vervolgens gingen we samen met Felix en Mélanie naar de markt en naar Jl. Monkey forest road. Op de markt wist ik een boeddah-beeldje te bemachtigen, nadat ik eerst 75% van de prijs had weten af te dingen.
's-Avonds aten we met z'n zessen in het bamboo house en na het eten dronken we elders nog een biertje met Christoph en Barbara en we lagen weer laat op bed. Echter, voordat we konden gaan slapen, moesten we nog een gekko uit onze badkamer jagen. Alhoewel jagen... het beestje was banger voor ons dan wij voor hem.


Donderdag 28 september 1995

Na het ontbijt heb ik eerst een brommer gehuurd en vervolgens zijn we op zoek gegaan naar een betere en schonere kamer. Na enkele vergelijkingen, belandden we bij Frog Pond Inn aan de Jl. Monkey Forest Road. Ons oude appartement was goor en na alle ongedierte die we daar tegenkwamen wilden we daar graag weg. Zo liepen over de klamboe een drietal kakkerlakken en woonde er een gekko in onze badkamer. Nu is een gekko banger voor ons dan wij voor hem en is het een zeer nuttig beest (het eet de muggen op), maar z'n geluid is minder aangenaam als je ligt te slapen.

Klik op foto voor vergroting

Na het verhuizen reden we naar de elephant cave. Niet bijster interessant en het was de entreeprijs eigenlijk niet waard. Vervolgens naar Pejeng, met eveneens een oninteressante tempel. Maar daarna kwamen we bij Gunung Kawi met een werkelijk schitterende omgeving. Een absolute must voor een ieder die in die omgeving is. We vervolgde onze route naar Tirta Empul, een aardige tempel met daar omheen een waar souvenirsdorp, waar iedere verkoopster het liefst de sarongs in je strot douwt. Met een sneltrein-vaart door Bangli om vervolgens na Bangli bot op de rem te staan voor een werkelijk schitterend panorama uitzicht over de sawa's. Via Ginyar reden we terug naar Ubud, waar Marjolijn de vliegticktets liet herbevestigen.


Vrijdag 29 september 1995

Oktober komt gevaarlijk dicht bij en dus staat ook vandaag in het teken van rondrijden op de brommer en zo veel mogelijk van Bali te zien. Maar ook moeten de inkopen in de gaten worden gehouden, want om met lege handen terug naar Nederland te gaan is ook niet leuk. Om die reden stonden we vandaag om 07.00 uur op. Het ontbijt dat uit fruit en uit een bananepannekoek met kokossnippers bestond werd op ons terrasje voor de kamer geserveerd. Om 08.00 uur zaten we op de brommer om naar Denpasar te gaan en inkopen te doen. Ik kocht twee nette broeken en drie batikshirts en Marjolijn kocht twee spijkerbroeken. Ik kocht ook nog vier filmrolletjes voor thuis, omdat ze hier spotgoedkoop zijn.
Om half twee reden we naar Kuta en Legian omdat we ook graag wilden proeven van de sfeer in het 'Lorett de Mar' van Bali. En het was inderdaad echt shit. Zoveel blanken als we daar zagen, hadden we tijdens de gehele vakantie bij elkaar nog niet gezien.
Daarna reden we naar Tanah Lot. Dat is schitterend, alhoewel je je eerst een weg moet banen door alle souvenirstalletjes. Bij Tanah Lot was een Nederlands bruidspaar dat op Bali was getrouwd en waarvan een fotoreportage werd gemaakt.
's-Avonds met Felix en Melanie gegeten en daarna zijn we naar de Kecak fire dances geweest. Een anderhalf uur durende Balinese dans, een Balinese uitvoering van het Ramayanaballet. Dat moet je echt zien als dat kan.
Daarna gedouched, want een dag op de brommer en je gezicht is zwart van het stof en de uitlaatgassen. Bijtijds naar bed.


Zaterdag 30 september 1995

Vanochtend zijn we met de brommer naar Sanur gereden. Dit stranddorp is minder toeristisch dan Kuta. Bij het 'Double U shopping Mall' heb ik eindelijk twee batikhemden gekocht voor Rp. 11.000 per stuk. Haar vraagprijs was Rp. 30.000 per stuk. Daarna reden we naar Benca, wat op zich niet veel voorstelde, maar van daaruit heb je een mooi zicht op het schilpaddeneiland. Daarna stopten we bij Bali Plaza, een duty free shopping Mall, maar de prijzen lagen er op een twee keer zo hoog niveau als elders. Dus daar waren we snel weer weg.
Toen naar Ulu Watu. Dit is een tempeltje die gebouwd is op het puntje van een rots op een enorme hoogte boven de zeespiegel. Er waren daar ook apen. Indonesische toeristen hadden er twee agressief gemaakt en één van hen vloog ons letterlijk in de haren.
Op de terugweg naar Denpasar aten we iets in een restaurantje langs de weg. Dit restaurantje was tegen een heuvel gebouwd en we hadden een mooi uitzicht tot Kuta en ook zagen we de vliegtuigjes in de verte opstijgen en landen.
Vervolgens naar Denpasar om nog enige dingen, zoals een sporttas, een spijkerbroek en een overhemd voor mij.

Klik op foto voor vergroting

Daarna reden we terug naar Ubud om te douchen en om foto's te laten ontwikkelen. De foto's hebben we opgehaald nadat we bij Cafe Wayan in de Monkey Forest Road een dure maar werkelijk te gekke Nasi Campur hadden gegeten. De foto's waren goed gelukt.
Na het eten hebben we bij Cafe Bali nog een biertje gedronken samen met Felix en hebben we adressen uitgewisseld.


Zondag 1 oktober

Het kon niet uitblijven. Deze dag zou ooit eens komen, maar hij kwam te snel. Na het ontbijt zijn we naar het Monkey forest gegaan. Een enorme aanfluiter, omdat je er binnen vijf minuten doorheen bent. De apen in het monkey forest waren niet echt vriendelijk, zoals ook al in de Lonely Planet stond. Vervolgens hebben we nog twee sarongs en één T-shirt gekocht en hebben we geluncht. Na de lunch was het al weer tijd om naar het vliegveld te gaan. We hadden vervoer naar het vliegveld geregeld en het minibusje vertrok om 12.30 uur vanuit Ubud en was om 13.45 uur op de luchthaven.
Voordat we konden inchecken, moesten we eerst de luchthavenbelasting betalen. Daarna checkten we in en liepen vervolgens nog wat langs een aantal duty free shops. Net als in het 'Bali Plazar' dat we gisteren hadden bezocht, waren de spullen werkelijk onbetaalbaar. Een cassette met Indonesische muziek die ik in Ubud had gekocht voor Rp. 6000 kostte in de Duty Free shops op het vliegveld Rp. 20000.
Toen we een droge keel kregen, kochten we twee blikjes cola. Die waren waarschijnlijk van goud, want de prijs was drie-en-half keer zoveel als normaal. Alleen de ansichtkaarten hadden de gebruikelijke prijs. Het vliegtuig vertrok netjes op tijd en vloog eerst naar Johor Bahru in het zuiden van Maleisië. Vanuit de lucht zagen we Singapore liggen, dat nog tamelijk groot was. Op Johor Bahru landden we nog met daglicht. We moesten het vliegtuig verlaten en de 'aankomst- en vertrekhal' in. Daar wachtten we ongeveer een uur, om vervolgens weer in hetzelfde vliegtuig te stappen en door te vliegen naar Kuala Lumpur. Daar moesten we nog even wachten op de vervolgvlucht naar Amsterdam.
De reis vanuit Kuala Lumpur naar Nederland verliep wederom goed. Eenmaal in Nederland aangekomen regende het niet eens! Doordat het mooi weer was, hadden we schitterend uitzicht over Amsterdam.
Eenmaal op Schiphol ging het allemaal snel en efficiënt en we waren ook weer snel thuis.


=============================================================================================
Genoten van ons reisverhaal? Laat ons weten wat je ervan vond. Stuur een mailtje naar Marrem's reispagina of schrijf een berichtje in ons gastenboek. Je reactie wordt zeer op prijs gesteld!

Of geniet je liever van nog meer foto's van IndonesiŽ? Onze diavoorstelling speelt 20 foto's automatisch af.



Indonesië | Thailand | Mexico | Vietnam | SyriŽ | Jordanië | MaleisiŽ | Egypte | AndalusiŽ | Zuid Afrika