Vrijdag 7 december 2001

Om 5.45 uur ging de wekker. Nog snel de laatste spullen inpakken, met grof geweld de koffer sluiten, koffie zetten en ontbijten. Om 6.15 uur stonden pa en ma al voor de deur; een kwartier (van onze kostbare tijd) te vroeg. Na een kop koffie liepen we volbepakt rond vijf voor zeven naar de bus. Deze vertrok om 7.11 uur vanaf de Louwesweg naar Schiphol. Op Schiphol moesten we nog wat geld pinnen, onder andere voor de 'veiligheidstoeslag'. Het inchecken verliep langzaam. Lange rijen voor de incheckbalie, maar toen er een extra balie werd geopend trok pa een sprintje en stonden we vooraan.
Het vliegtuig stond niet aan een pier en dus werden we met de bus naar het vliegtuig gebracht. Eenmaal in het vliegtuig werd verteld dat het vliegtuig eerst van de ijslaag moest worden ontdaan, voordat het kon vertrekken. Eenmaal 'de-iced' vertrokken we met een half uurtje vertraging.
Boven Oostenrijk hadden we een prachtig uitzicht op de besneeuwde Alpen en een paar uurtjes later zagen we vanuit het vliegtuig het tegenovergestelde van sneeuw, namelijk een onmetelijke, hete zandbak; de woestijn in Egypte. Een desolaat gezicht. Slechts 6% van Egypte en dan nog voornamelijk rond de Nijl, is bevolkt. Daar woont zo'n 94% van de bevolking van 16 miljoen zielen. De rest van het land bestaat alleen uit zand en is nagenoeg verlaten.
Het eerste dat opviel toen we het vliegtuig verlieten op Luxor International Airport was een bewaker met een automatisch geweer. Pa stond al bijna met z'n videocamera in de hand om te filmen, maar ik raadde het hem af om dat te doen, want filmen op luchthavens wordt niet zo erg gewaardeerd.
In het vliegtuig was al een inreiskaart uitgedeeld die we moesten invullen voor de toegang tot Egypte en in de aankomsthal kregen we de postzegels in de paspoorten geplakt, het visum voor Egypte. Dure postzegels overigens van $20 per stuk. In de aankomsthal ontmoetten we ook de twee gidsen van de lokale reisagent, die ons de hele week zouden vergezellen, Reda (of zoals hij zelf in het Nederlands zei: 'mijn naam is hetzelfde als een stad in Brabant, maar dan zonder de B') en Mustafa.
De douaneformaliteiten verliepen soepel en nadat we door de douane waren, liepen we naar de gereedstaande bussen. Daar werden de eerste toeristen al 'getild', toen ze de koffers afgaven aan Egyptische mannen, die ze vervolgens in het bagagecompartiment van de bus legden. Sommigen gaven 10 EGP, anderen 2$. De meeste mensen hadden alleen grote biljetten en de Egyptische mannen hadden natuurlijk geen wisselgeld. De bekende truc.
Op weg van het vliegveld naar het Isis Hotel zagen we al wat van het dagelijkse leven. Ezeltjes die een kar met een watertank voorttrokken, veel mannen met djellaba's en tulbanden. De Afrikaanse invloeden vind je direct terug in de bouwstijl van de woningen.
Eenmaal in het hotel aangekomen, kregen we een welkomsdrankje in de lobby en daarna moesten we het visum afrekenen alsmede de 'verplichte' bijdrage aan de fooienpot ($25 per persoon). Met dat laatste waren we het niet eens. In Nederland was het mogelijk geweest om een excursiepakket te boeken, maar dat hadden wij niet gedaan. Van de meeste van de faciliteiten zouden we dus geen gebruik maken. Er vond nog een kleine discussie plaats tussen Reda en ons. Reda gaf namelijk aan dat het geld goed terecht zou komen en onder andere ook bestemd was voor de personeelsleden die niet zichtbaar waren, zoals de afwassers, de mannen bij het zwembad etc. We vonden de argumenten echter niet overtuigend en hielden vol niet bij te dragen. We zouden zelf een fooi geven, als we dit wilden.
Reda maakte er verder geen punt van, maar dan zouden onze koffers ook niet van en naar de bus worden gedragen (we zijn ook eigenlijk niet anders gewend). Reda schreef op een papiertje dat we niet meededen met de fooienpot en we moesten het papiertje ondertekenen (ter verantwoording aan de reisagent) en daarna kregen we de sleutel van de kamer.
Pa en ma hadden een kamer die aan de liftschacht grensde. Langs de liftschacht waren luchtkokers aangebracht die nogal veel lawaai maakten. Wij hadden de kamer ernaast. De kamers lagen aan de kant van de weg en we keken niet uit over de Nijl. Nee, wij keken uit op een praatpaal, eh, ik bedoel een minaret.
Nadat we de koffers zelf naar de kamer hadden gebracht, liepen we naar het centrum. Onderweg werden we continue lastiggevallen door kalesh-chauffeurs (koetsjes) en door taxichauffeurs. Alle taxi's zijn oude Peugeots van het type 504 (rijden die nog rond op aarde? Ja, in Egypte!) en het zijn allemaal stationwagens.
Na ongeveer 20 minuten lopen kwamen we aan bij de tempel van Luxor die mooi verlicht was, want het was inmiddels donker geworden. We liepen langs de tempel en langs enkele restaurantjes. We gingen eten bij een klein restaurantje, dat bestond uit enkele tafels en stoelen in een kleine tuin. Het zag er gezellig uit. We bestelden en moesten vervolgens een hele tijd wachten op het eten. Er waren zo weinig toeristen, dat de restaurantjes waarschijnlijk geen rekening meer hielden met bezoekers. Op een gegeven moment kwam een vrouw vanaf de weg naar de keuken lopen. Waarschijnlijk de kokkin. De ober probeerde de lange wachttijd te doden door met veel vertoon neerzetten van lotusservetten, kaarsjes, bestek e.d. Het eten kwam uiteindelijk en het eten was goed en ook vers bereid. Op de achtergrond hadden we een leuk muziekje, namelijk het gemekker uit de moskee die 50 meter verderop lag (in Egypte ligt een moskee altijd binnen een straal van 50 meter, zo ongeveer).
Na het eten slenterden we wat door de straatjes in het centrum. Het was er opvallend druk en er was veel te zien. Toch was het anders dan bijvoorbeeld Syrië of Jordanië. Wat bijvoorbeeld sterk ontbrak, waren auto's. Er reden er wel een paar, met name dolmussen (minibusjes voor 9 personen), maar daar bleef het dan ook bij. Er reden wel veel paardenkoetsen, ezelkarren en fietsen! Er waren duidelijk Afrikaanse invloeden te herkennen. Donkere mensen met tulbanden op het hoofd (de mannen).
De winkels en de woningen zagen er armoedig uit en op straat was het gewoonweg vies. Veel (organisch) afval in de straten en veel paardenpoep en het was bijzonder stoffig! We liepen langs enkele koffiehuizen, waar de mannen keurig als in een bioscoop naar één klein televisietoestelletje zaten te kijken, samen met een kopje thee of een waterpijp.
Rond 22.00 uur liepen we via de 'toeristen'souq terug naar het hotel en terwijl pa en ma naar bed gingen, dronken wij in het café van het hotel nog een biertje. Er waren twee zangeressen, begeleid door iemand achter een keyboard, die in gebrekkig Engels liedjes zongen. Na enkele Engelstalige nummers te hebben gezongen, gingen ze over in het Arabisch. Dat klonk heel wat beter.
Na het biertje trokken we ons terug op de hotelkamer en gingen we naar bed.


Zaterdag 8 december 2001

Om 8.30 uur zaten we aan het ontbijt. Er was een zeer uitgebreid ontbijtbuffet. Niet slecht. Alleen de koffie was 'niet te zuipen'. Pa en ma hadden een slechte nacht achter de rug, vanwege het lawaai van de luchtverversingskokers. Wij hadden redelijk geslapen en waren alleen om 5 uur wakker geworden van het 'Allaaaahhhhh, el Akbaaaaarrrr, dat uit de minaret schalde.
Na het eten hadden we een 'meeting' met onze gids Mustafa. Hij nam het weekprogramma door. Het verhaal werd op het laatst een beetje vermoeiend, want de gids vertelde alles drie keer. Daarbij gebruikte hij veel Nederlandse woorden. Het was met name een verkooppraatje voor extra excursies. Wij waren sowieso al een buitenbeentje, omdat we geen excursiepakket hadden geboekt bij de reis.
Het enige dat voor ons interessant was, was de optionele excursie naar Abu Simbel. In Nederland hadden we al geïnformeerd naar de mogelijkheden om Abu Simbel te bezoeken. De enige mogelijkheid, zo werd ons verteld, was om dat per vliegtuig te doen. Een retourtje Luxor - Abu Simbel zou ongeveer 700 gulden kosten. Een dure grap dus. Maar de gids vertelde dat de weg sinds drie maanden weer opengesteld was voor toeristen en dat er vanuit Aswan een busexcursie werd verzorgd voor $75 per persoon. Daarnaast waren er nog andere (dure) excursies te boeken. We boekten een excursie naar het Nubische dorp in Aswan. Voor de rest was de 'meeting' voor ons niet zo interessant. Mustafa had ook nog een speciale aanbieding in petto. 'Zijn' groep had namelijk ook het voorrecht om de terugreis vanaf Aswan naar Luxor met de boot te doen, in plaats van met de bus. Dit had als groot voordeel dat je de lunch en diner gratis kreeg en dat je geen reistijd kwijt was met de bus.We denken er even over.

Klik op foto voor vergroting

Rond een uur of elf namen we een paardenkoetsnaar de tempel van Karnak. Ma op de bok van de koets naast de Egyptische eigenaar. Bij de tempel kochten we tickets (Egp 20 per persoon) en liepen vervolgens naar de ingang van Karnak. Daar bevond zich enkele personen van de toeristenpolitie die je overal bij ingangen ziet. We moesten door de metaaldetector lopen en de tassen moesten worden geopend. De inhoud ervan werd visueel gecontroleerd. Daarna konden we verderlopen.
Bij de sfinxengalerij trok een toeristenpolitieagent mijn aandacht door te 'pssssttt' te zeggen. Hij wees me een plek waar vandaan ik moest filmen of fotograferen. Direct daarna maakte hij met z'n vingers het gebaar voor geld. Hij wilden 'baksheesh' (fooi). Jammer voor hem, want daar trappen we niet in. We liepen verder naar de eerste pyloon,waar de kaartcontrole was.
Er werd ons niet gevraagd naar een ticket voor de videocamera en we konden dus gratis filmen. Het was erg rustig. We waren nog voor de groep uit het hotel en konden enkele mooie plaatjes schieten. De tempel is behoorlijk indrukwekkend. Er zijn nog enkele mooie beelden over en de zaal met de 134 papyrusvormige zuilen is een labyrint. Heel mooi. Op alle muren waren tekeningen aangebracht en enkele waren goed bewaard gebleven.
Na ons bezoek aan de tempel liepen we langs de Nijl terug naar Luxor. Mijn oog viel op de tempel van Hatshepsut aan de andere kant van de Nijl. Ik wist niet dat die tempel zo goed te zien was van deze kant van de Nijl, omdat ik had verwacht dat de tempels in een vallei zouden liggen (dus door heuvels omringd).
Via de souq liepen we terug naar het hotel. Op de souq was het bijzonder onaangenaam. Er waren diverse kraampjes waar ze vlees verkochten. Ik weet echt niet wat het was, maar het leek op darmen en andere ingewanden. Ik moest bijna overgeven en liep met ingehouden adem snel door. Het stonk er en het stikte er van de vliegen.
Rond half vijf moesten we ons melden in het hotel, omdat we met de bus naar het cruiseschip gebracht zouden worden. De sluizen in de Nijl bij Esna zijn twee keer per jaar voor onderhoudswerkzaamheden gesloten en dat was uitgerekend nu het geval. Om die reden zouden we niet opstappen in Luxor, maar achter de sluizen in Esna, een dorpje 55 kilometer ten zuiden van Luxor. Eenmaal terug in Nederland zouden we van anderen horen dat dit een voordeel was, want de sluizen zijn een behoorlijke oponthoudsfactor in de gehele reis!
De bus vertrok tegen zonsondergang en de busrit verliep soepel. Onderweg werd het wel duidelijk waarom het altijd wordt afgeraden om zelf in het donker te rijden. Auto's hadden geen verlichting, er reden toch nog vele ezelskarren in het donker rond en het wegdek is niet altijd even goed. Op een bepaald stuk werd aan de weg gewerkt. Kilometers lang reden we over de onderlaag van de weg en plots reden we door de nog kleverige asfaltlaag. Niet dat een stuk weg wordt afgezet en dan geasfalteerd... nee hoor!
Vijftig minuten na het vertrek uit Luxor waren we in Esna. We liepen via 6! andere luxe cruiseschepen naar ons eigen cruiseschip, waar we de sleutel van onze kajuit kregen. Pa en ma hadden kamer 415 op de derde verdieping en wij hadden kamer 105 op het benedendek (op de Titanic waren de benedendekse kajuiten bestemd voor het 'lagere' volk). De kamer zag er goed verzorgd uit en zo ook de badkamer. De Nijl lag ongeveer 30 centimeter onder ons raam.
Om 19.30 konden we plaatsnemen aan de tafel in het restaurant. Het diner werd geserveerd. Soep, hoofdmaaltijd en een dessert. Het drinken moesten we wel betalen en na afloop van het diner kwam de ober met de rekening. Daarop moesten we onze naam, kajuitnummer en handtekening plaatsen. Aan het einde van de cruise zou worden afgerekend. Na het eten namen we het besluit om aan boord te blijven of te vertrekken vanuit Aswan met de bus. Dit deden we in de 'lounge-bar' op het bovendek. Gelukkig konden we het snel eens worden en waren we alle vier tevreden met het beluit. Wij zouden met de bus teruggaan naar Luxor en pa en ma zouden terugvaren.


Zondag 9 december 2001

Pa en ma hadden besloten om vanuit Aswan met de boot terug te gaan naar Esna en daarom hadden zij voor vandaag een excursie geboekt naar de Vallei der Koningen. Wij, daarentegen, hadden besloten om wel met de bus terug te gaan naar Luxor om daar nog een dag zelfstandig door te brengen in de Vallei der Koningen. Dit had tot gevolg dat Corrie en Wim vanochtend vroeg op moesten staan en wij nog even konden doorslapen. Het nadeel van dat laatste was, dat het ontbijt zo goed als op was toen wij het restaurant binnenliepen.

Klik op foto voor vergroting

Na het ontbijt liepen we langs de kade naar het ticketkantoortje, waar we tickets kochten voor de tempel van Esna. Via de toeristensouq liepen we naar de tempel. Onderweg werden we door alle verkopers aangesproken of we 'beloofden dat we zijn winkel zouden bezoeken na ons bezoek aan de tempel'. Ook bij de ingang van de tempel moesten we weer door de metaaldetector en moesten de rugzakken weer open. Wat me direct opviel was dat de tempel er zo gaaf uitzag. We moesten via een trap eerst 9 meter afdalen, want de tempel licht in een diep gat. Van de tempel was alleen de hypostyle hal over. Die zag er nog gaaf uit, omdat het dak er nog volledig op zat. Bij de tempel kwamen we Richard en Thabe tegen. Twee Friezen die ook dezelfde reis maakten en we al eens op onze boot hadden gezien.
Na het bezoek aan de tempel liepen we over de Egyptische markt. Erg leuk. Weinig gezeur, omdat er spullen worden gekocht die toch niet interessant zijn voor toeristen, zoals vlees, groente etc.
Op de terugweg door de souq werden we gevolgd door een 'marktgids', waar we moeilijk vanaf kwamen. Op een gegeven moment scheidde de wegen van Richard en Thabe van onze en we liepen verder over de markt. Het werd alleen maar drukker en hectischer, want het werd steeds meer een groentemarkt. Erg leuk. Erg vervelend was een klein jochie dat met ons opliep en als enige kon zeggen 'monsieur baksheesh' en 'ben' (hij bedoelde pen) en dat zo'n 30 keer per minuut. Pas toen we door een straatje liepen en duidelijk 'la' zeiden ('nee') werd het jochie door enkele Egyptenaren gecorrigeerd en weg was 'ie. Wonder boven wonder kwamen we uit bij de tempel van Esna. We liepen via de toeristensouq terug naar de boot. Onderweg keken we nog in een winkeltje. Marjolijn was gecharmeerd van een beeldje van Nefertiti en het onderhandelen begon. Vraagprijs was 95 pond. We kwamen uiteindelijk uit op 30 pond. Dat gebeurde pas nadat we de winkel hadden verlaten en door de buurman op hetzelfde beeldje werden gewezen. Nu, pas achteraf, weet ik dat er nog wel tien pond vanaf had gekund.
Langs de kade ontdekten we een postkantoor. Omdat Marjolijn kaarten wilde schrijven, gingen we naar binnen om postzegels te kopen. We werden door een man in burgen maar met een automatisch geweer begeleid naar een klein kamertje waar een mannetje achter een bureau zat. In de hoek van het kamertje stond een antieke kluis. Nadat we hadden gevraagd om postzegels, haalde ze uit de kluis en probeerde ons vervolgens op te lichten voor 5 pond. De biljetten die ik als wisselgeld terugkreeg, legde hij met de Arabische kant naar boven. Hij had waarschijnlijk verwacht dat we de biljetten zouden pakken en weglopen, maar we hadden dat snel door en draaiden de biljetten met de leesbare kant naar boven. Jammer voor hem!
We lunchten op de boot en daarna gingen we op het dek zitten. Wel onder het afdakje, want de zon stond hoog aan de hemel te branden. Pas rond een uur of half twee kwamen pa en ma terug van de excursie en moesten ze nog lunchen. De boot was inmiddels vertrokken. Langs de kade lagen vele boten, wel 11 naast elkaar aan de kade. Vele boten kwamen opeens tot leven en in colonne voeren we naar Edfu. Onderweg las ik wat en keek ik flink wat om me heen, want het was erg mooi langs de kade.
Tijdens het varen gingen we aan het diner en na het eten wilden we nog van boord, maar er was wat mis met de loopplank. We kregen even de indruk dat er sprake was van doorgestoken kaart, om ons zo aan boord te houden. Er was namelijk een Egyptisch avond georganiseerd, waarvoor je kleding moest huren. Niet echt iets voor ons. Na 20 minuten was het 'euvel' verholpen en konden we alsnog van boord. We liepen in eerste instantie langs de kade en vervolgens door een achterafstraatje naar de levendige markt. Onderweg kochten we bij een klein winkeltje een fles water en wat chips. Weer goed onderhandelen over de prijs.
De markt was erg leuk en levendig. Op de terugweg naar de boot, liepen we nog langs een strijkwinkel. Iemand was overhemden aan het strijken met handen en voeten. De strijkbout werd verhit boven een kolenvuurtje. Mooi gezicht. We mochten de 'strijker' gerust fotograferen of filmen en dat deed ik ook. Toen ik hem bedankte en weg wilde lopen, kwam hij aangelopen. 'Baksheesh!', riep hij. Hierop gaf ik hem 50 piaster, waar hij geen genoegen mee nam, maar hij kreeg niet meer. Die fooi was het plaatje wel waard.


Maandag 10 december 2001

Vanochtend zouden de mensen die een excursiepakket hadden geboekt per koets naar de tempel van Edfu gaan. Toen wij aan wal gingen, probeerden we ook een koetsje te regelen, maar toen we niet tot een goede prijs konden komen (we probeerden het slechts bij een koetschauffeur) besloten we om het korte stukje te gaan lopen. Onderweg passeerden tientallen koetsjes. In een lange rij werden de toeristen naar de tempel gebracht.
Lopen was leuker en beter. Tegen half tien waren we bij de tempel. Bijzonder aan deze tempel is dat het de enige tempel uit de tijd van de farao's is die op de westelijke oever van de Nijl ligt. Dit werd in die tijd gezien als 'de kant van het hiernamaals' omdat de zon aan deze kant onder gaat. We kochten tickets en gingen door de tassencontrole en vervolgens het terrein op.Bij de tempel was het heel wat drukker dan dat het in Karnak was geweest. Alle cruiseschepen hadden op hetzelfde moment de toeristen 'geloosd' bij de tempel. Dat was wel een beetje jammer. Bij de tempel kwamen we ook Richard en Thabe weer tegen. Die waren nog eerder dan wij naar de tempel gegaan en hadden de tempel het eerste half uur voor hun alleen. De tempel was prachtig en imposant.

Klik op foto voor vergroting

Erg groot en in een zeer redelijke staat. Op een gegeven moment was het lekker rustig op de imposante binnenplaats en konden we even ongestoord filmen en fotograferen.
Toen we het tempelcomplex verlieten, liepen we (weer) over de toeristenmarkt. Iedereen probeerde ons hun waren aan te prijzen. Gelukkig kwa-men ze niet van hun plaats en dat maakte dat ze een stuk minder opdringerig waren dan bijvoorbeeld in Luxor. Direct aansluitend op de toeristen-markt was de standplaats van de tientallen koetsjes. De chauffeurs waren een stuk vervelender, maar we liepen rustig door. Aan het einde van de koetsjesstandplaats begon de markt. We liepen niet over de markt, maar over een weg die parallel loopt aan de markt. Het was een drukke boel, maar wel erg leuk. Vooral Pa en Ma genoten met volle teugen en we moesten steeds op ze wachten, omdat pa continue stond te filmen.
Bij een winkeltje op een hoek van een straatje kochten we wat frisdrank.
Ik vond de jongen achter de toonbank erg sympathiek en het onderhandelen was een leuk spel. Natuurlijk probeerde hij in eerste instantie een pond te veel te vragen, maar al lachend kwamen we tot de juiste prijs. Eindelijk een keertje op een leuke manier onderhandelen. Hij had maar al te goed door dat we wisten waar we mee bezig waren, want ik bood direct de juiste prijs.
Via een straatje tussen de markt en de Nijl liepen we terug naar de boot.
We lunchten om 13.00 uur en na de lunch vertrok de boot op weg naar Kom Ombo. Onderweg lezen, luieren, van de zon genieten en natuurlijk van de omgeving. Bij de laatste bocht in de rivier zagen we Kom Ombo liggen en maken we een strategische planning met z'n vieren: omkleden in avondtenue en zodra de loopplank uitligt gaan we naar de tempel om zo voor de drukte uit te gaan.
Inmiddels was de zon onder gegaan en was de tempel verlicht. We gingen van boord en liepen in alle rust naar de tempel. Bij de kassa werd ik weer belazerd, althans dat werd geprobeerd. Ik betaalde met 100 pond en ik kreeg voor 50 pond terug. Gelukkig stond de toeristenpolitie naast me en die had duidelijk mijn 100 pond biljet gezien en hij corrigeerde de kassier die zich hevig verontschuldigde.
De tempel was mooi, maar de details waren soms iets minder goed zichtbaar. Er waren wel prachtige muurschilderingen (uitgehakt) en Richard (zelf docent kunstgeschiedenis) kon nog wel het een en ander toelichten. Erg leuk om wat extra informatie te krijgen. Het doet je toch op een iets andere manier naar de afbeeldingen kijken en je gaat zowaar het een en ander herkennen.
Na ongeveer 20 minuten wordt het drukker, maar dan zijn wij al weer op de terugweg, van achter in de tempel liepen we naar voren. Bij de ingang is nog een schuurtje waar een drietal gemummificeerde Nijlkrokodillen liggen. Heb ik toch nog enkele Nijlkrokodillen gezien.
Terug op de boot wordt het diner geserveerd en na het diner is het tijd om naar bed te gaan, want staat ons morgenochtend een onplezierige verassing te wachten. Terug op de kamer blijkt dat het personeel creatief bezig is geweest met de handdoeken en de overige spullen op de kamer. Op het bed staat een pop, gemaakt van m'n slaap t-shirt, welke over een kussen is getrokken, met een hoofd gemaakt van een handdoek, een petje en zonnebril op. Op mijn bed heeft het personeel van twee handdoeken, twee zwanen gevouwen. Erg creatief.
Al varend gaan we slapen en morgenochtend zijn we in Aswan.


Dinsdag 11 december 2001

Om 3.00 uur gaat de telefoon over. Wake up call! We blijven nog even liggen, want we hebben zelf de wekker gezet om tien voor half vier. Om 3.45 uur meldden we ons bij de receptie en kregen we onze ontbijtbox. Vervolgens de bus in. De dubbeldeksbus, goed voor 70 personen was gereserveerd voor 35 personen, zodat iedereen over twee stoelen beschikte en dus nog kon proberen om verder te slapen. Ik ging op de achterbank zitten. Dat had als voordeel dat ik drie plaatsen had en een iets horizontalere positie kon innemen.
We reden naar de startplek voor het konvooi. Daar werd de bus grondig geïnspecteerd (er werd onder andere met een spiegel de onderzijde van de bus gecontroleerd) en drie gewapende agenten namen plaats in de bus.
Om ongeveer 4.15 uur vertrokken we op weg naar het hoogtepunt van de reis, namelijk Abu Simbel. De busrit van 280 kilometer verliep soepel en vlot. Het konvooi waarin we reden was een teleurstelling in mijn ogen, want het hele konvooi bestond alleen uit onze bus en een paar minibusjes. Dit had als voordeel dat het in Abu Simbel erg rustig was.

Klik op foto voor vergroting

Rond half acht waren we in Abu Simbel. We waren daar ongeveer als enige. Een enkele andere (kleine) busjes stond op de parkeerplaats. De eerste indruk viel een beetje tegen. Een grote hoop zand en steen in een omgeving waar bergen ontbra-ken. We liepen om de zand- en steenberg heen en zagen toen waarvoor we waren gekomen; de prachtige tempel van Ramses II. We kregen een tamelijk lange uitleg van onze gids Mustafa. Hij moest de rondleiding buiten geven, verduidelijkt met grote foto's van de binnenkant van de tempel, want uitleg binnen geven was verboden.

Klik op foto voor vergroting

We waren met nog twee andere groepen, maar het was relatief rustig. Na de uitleg bezochten we de tempel waar we ongeveer een half uur voor hadden. Ook van binnen was de tempel bijzonder. Mooie muurtekeningen en kolossale beelden van Ramses II zelf. Ook de langwerpige voorraadkamers waren voorzien van een mooi verhaal op de muren, op een voorraadkamer na. Die was niet gereedgekomen voor het overlijden van de farao.
Na het bezoek aan de tempel van Ramses II bezochten we de tempel van z'n vrouw Nefertiti, die ernaast ligt. Ook een mooie tempel. Er was nog een kwisvraag gesteld door Mustafa, met als geschenk voor de gelukkige met het goede antwoord een scarabee. De vraag was waarom een vrouw op de muur staat afgebeeld met vier (koeien)hoorns. In het verhaal kijkt Ramses II namelijk naar een vrouw, terwijl er achter hem een andere vrouw staat afgebeeld. Ramses II was getrouwd met Nefertiti, maar hij was gecharmeerd van de god Isis. Om nu een meningsverschil met z'n vrouw te voorkomen, heeft hij een vrouw met vier horens af laten beelden. Deze vrouw stelt namelijk zowel Nefertiti als Isis voor. Leuke anekdote.
Om vijf voor negen moesten we ons weer verzamelen buiten de tempel en toen zei Mustafa dat hij het een en ander had geregeld. Hij had met de toeristenpolitie afgesproken dat iedereen om 9 uur weer bij de bus moest zijn, maar dat onze groep pas om 9.20 uur naar de bus zou terugkeren. Hierdoor konden we nog twintig minuten in alle rust rondkijken. Nu hadden we de tempels voor onze groep van 37 personen.
Zo konden we fotograferen en filmen zonder dat er andere toeristen op onze beelden voorkwamen.
Op de terugweg werd nog even gestopt bij een fata morgana. Wat een raar gezicht als je de rotsen in de woestijn in een groot meer ziet liggen. Gezichtsbedrog dus, maar wel bijzonder.
In Aswan kregen we nog een korte toelichting bij de gebouwen waar we langs reden. Een soort sight seeing. Op de boot kregen we de lunch geserveerd en na de lunch bezochten we met z'n tweeën de souq. Pa en ma hadden hun portie voor de dag wel gehad.
De souq was niet zo leuk als de andere souqs die we hadden gezien. Wel fotogeniek, met name door de lichtinval op sommige stukken. Ook zagen we een behoorlijke ruzie tussen een man en een vrouw, waarbij een hoop werd geschreeuwd en geduwd en waarbij de man de vrouw achterna zat met een stok! Op de markt kochten we nog wat specerijen bij een winkeltje. Niet op de souq zelf, want daar liggen alle specerijen in de open lucht en daar is het behoorlijk stoffig. De boef vroeg een ongelofelijke hoeveelheid geld voor ongeveer 100 gram zwarte pepers. In eerste instantie begon 'ie met 43 pond. Uiteindelijk betaalden we 5 pond. Naast zwarte pepers kochten we saffraan en koriander. Verderop op de markt kochten we nog een masker van hout (uit Kenia?) en een beeldje van een Nubier. Op de markt verkochten ze ook kalenders van papyrus (waarschijnlijk gewoon bananenblad), maar die kalender was van 2001, dus nog goed voor 20 dagen. Helaas geen kalender voor 2002,

Klik op foto voor vergroting

want we vonden het een leuk souvenir. Aan het einde van de souq namen we plaats op een terrasje en dronken we een kopje thee. Vooraf vragen om de prijs natuurlijk, maar we kregen geen antwoord. Achteraf bleek wel waarom, want we moesten 6 pond afrekenen.
We dineerden op de boot en regelden daarna het programma voor de laatste dagen met pa en ma. Daarna gingen we terug naar onze hut om te douchen en daarna te gaan slapen.


Woensdag 12 december 2001

Vanochtend hadden we na het ontbijt onze extra geboekte excursie naar een Nubisch dorp. Met een motorboot gingen we een half uur à 45 minuten stroom opwaarts, samen met een hoop andere Nederlanders en Reda, de andere gids. Nog voordat we aan wal gingen, stroomden de kinderen (tussen 5 en 10 jaar oud) van het dorp al naar de waterkant. Eenmaal aan de kant liepen de meisjes binnen de kortste keren aan de hand van de toeristen, zo ook aan de hand van Corrie. Enkele jongetjes speelden met een lekke voetbal. We liepen een klein stukje door het dorp voordat Reda begon met z'n toelichting. Hij meldde dat het dorp was neergezet door de Unesco als gevolg van de nieuwe Aswandam. Na de bouw van de dam, moesten de Nubiers verhuizen, omdat hun dorpen onder water kwamen te staan. Het dorp was een volledige kopie van het oude dorp. Reda vertelde het een en ander over de bouwstijl en vervolgens bezochten we een plaatselijk schooltje. Het schooltje was geheel met eigen middelen opgezet en dito wordt het onderhouden. Wel leuk om zo'n schooltje te bezoeken. Jammer was dat het een nogal toeristisch dorp was en dat het bezoek in mijn ogen iets te commercieel was. Na het bezoek aan het schooltje, waar de toeristen (wij hadden ons even teruggetrokken) van de schooloudste les kregen in het Arabische alfabet en cijfers, liepen we naar een woning die we mochten bezoeken.
De woning bestond uit een ommuurd terrein met een grote, open binnenplaats. Daar was de (openlucht) huiskamer en enkele slaapkamers, een badkamer en een keuken. Nee, we hoeven er niet jaloers op de zijn. Op de tafel in de 'woon'kamer stond een terrarium met daarin vier krokodilletjes van 1 tot 3 jaar oud (kleintjes dus, tot ongeveer 30 centimeter lang). Reda was niet zo enthousiast over de beestjes, want een had geprobeerd z'n vingers een keertje te proeven. We kregen een kopje thee of een flesje cola. Beetje lullig, want de bewoners (die zelf thuis waren) mochten niets drinken in verband met de Ramadan.
Al snel ontvluchtten we het huis en liepen we wat door de directe omgeving van de woning. Daar zagen we enkele waterkruiken in een houder langs de weg en enkele dromedarissen.
Na ongeveer een half uurtje stapten we weer in de boot en vaarden we terug naar het cruiseschip. Onderweg legden we nog even aan bij het museum van Aswan om Reda en enkele anderen van de boot te laten. Daarna zag de kapitein van de boot z'n kans om met de pet rond te gaan, maar hij ving bij eenieder bot.
Eenmaal aan boord kregen we de lunch en na de lunch rekenden we de drankjes af bij de receptie en kregen we onze paspoorten terug. De bus die ons terug zou brengen naar Luxor stond al klaar en om 13.10 uur reden we naar de plaats waar het konvooi zou beginnen. Weer werd de bus grondig geïnspecteerd, onder andere met een spiegel werd de onderzijde van de bus gecontroleerd. Rond 13.30 uur vertrok het konvooi. Het was ten strengste verboden de controles te filmen of te fotograferen, maar onderweg heb ik nog wel het een en ander gefilmd. We passeerden een vijf- of zestal controleposten en regelmatig was de structuur van het konvooi mij onduidelijk. Vaak was de politieauto die vooruit reed uit het zicht verdwenen.
Rond 17.00 uur waren we terug in het hotel en kregen we de kamersleutel. Mustafa probeerde ons nog warm te maken voor een gezamenlijk diner met de andere Nederlandse toeristen (ons groepje bestond uit zes personen, die veel individueel reizen), maar daar hadden we (weer) geen zin in. We waren met z'n zessen toch al zo tegendraads, door geen excursiepakket te hebben, niet met de boot terug wilden enzovoort. Marjolijn had inmiddels een flinke verkoudheid te pakken en voelde zich niet echt fit. We spraken af dat we met Richard en Thabe zouden gaan eten, maar op de afgesproken tijd, om zeven uur, konden we ze niet vinden en dus besloten we om maar naar Jem's restaurant te gaan. Toen we eenmaal aan een tafeltje bij het raam plaats hadden genomen, zagen we ze over straat lopen en riepen we ze vanuit het raam. Samen dus gezellig gegeten.
Na het eten kwamen we per toeval uit bij een winkeltje dat allerlei beeldjes verkocht en staatsgecertificeerd was. We keken er even goed rond en de winkelbediende vertelde het een en ander over hoe de echtheid van de beeldjes kon worden gecontroleerd, zodat je geen plastic spullen zou kopen. We verlieten de winkel rond 22.15 uur zonder iets te hebben gekocht en gingen terug naar het hotel om naar bed te gaan.


Donderdag 13 december 2001

Vanochtend toch maar weer vroeg opgestaan voor de laatste volle dag in Egypte. De bedoeling was om fietsen te huren en naar de overkant van de rivier te gaan, waar de Vallei der Koningen ligt. We huurden fietsen bij een verhuurder langs de weg naar het centrum. Twee fietsen voor 17 EGP (na flink onderhandelen). We probeerden de fietsen en ondanks dat we er niet helemaal weg van waren, huurden we ze toch maar. We zouden per slot van rekening maar enkele kilometers fietsen en geen Toer de France
Onderweg reden Richard en Thabe al langs, ook op de fiets. We reden naar de ferry, maar iemand sprak ons aan, die ons met z'n motorboot ook wel wilde overzetten voor hetzelfde tarief als de veerboot. Aan de andere kant van de rivier stonden vele jongens aan onze fietsen te trekken, toen die eenmaal aan land waren gezet. De fiets van Marjolijn lieten ze niet los, dit werkte Marjolijn flink op de zenuwen en ze verloor voor het eerst haar zelfbeheersing.
We fietsten door het dorpje en kwamen onderweg Richard en Thabe tegen, waar we de rest van de dag mee optrokken. Gelukkig, maar dat verhaal volgt later. We reden naar het ticketbureau, dat zo'n vier kilometer landinwaarts ligt. Onderweg reden we langs de grote beelden van Menon, waar helaas niet veel meer van over is.
Bij het ticketbureau kochten we tickets voor drie graven en voor de tempel van Hatshepsut. Een taxichauffeur bood z'n diensten al weer aan, maar we zeiden geen interesse te hebben, omdat we over fietsen beschikten. Geen punt, zei de chauffeur, want die kunnen op het dak. Zodoende zaten we even later met z'n vieren in de oude Peugeot 504 stationcar en lagen de vier fietsen op het dak. We werden bergopwaarts gebracht, tot aan de ingang van de Vallei der Koningen. We fietsten een kleine kilometer verder naar de kaartcontrolepost, waar we de fietsen en de videocamera achter moesten laten. De fietsen konden we inderdaad niet meenemen, maar de videocamera smokkelden we naar binnen. Ik heb ook weinig zin om die achter te laten.
De bedoeling was om de tombes van Tuthmosis III (nummer 34), Seti I (nummer 17) en Horhemheb (nummer 57) te bezoeken, maar we moesten tot onze grote spijt constateren dat nummer 17 en 57 gesloten waren. Daarop bezochten we de tombes van Tuthmosis III, Ramses III (nummer 11) en Ramses IX (nummer 6). Het graf van Tuthmosis was het meest bijzonder. Allereerst moesten we met een stalen trap naar boven, om vervolgens weer een heel eind af te dalen in de grot. Dit graf is een van de eerste gegraven graven in de Vallei en was altijd het moeilijkste te bereiken. De tombe was indrukwekkend. Ovaalvormig (cartouchevormig) grafkamer met nog hele mooie muurschilderingen. Het was wel een beetje warm binnen.
De tweede tombe was die van Ramses III. Wel een mooie en een zeer lange (een van de langste) graftombe, voorzien van mooie wandtekeningen. Helaas was het grootste deel niet toegankelijk voor het publiek wegens restauratie. In dat gedeelte, dat je vanachter een hek kon bekijken, zag je duidelijk het verval en kwam je erachter dat de rest van de tombe flink gerestaureerd moest zijn. De laatste tombe, die van Ramses IX was het minst interessant. Wel weer mooie wandtekeningen, maar relatief een kleine tombe. Met de fiets gingen we naar de tempel van Hatshepsut. Bergafwaarts en dus ging dat makkelijk, maar onderweg deed het eerste pechgeval zich voor. De rechtertrapper van m'n fiets viel eraf. We liepen terug naar een (toeristen)politiepost, waar eenieder hielp met het monteren van m'n trapper. Auto's werden aangehouden om naar gereedschap te vragen en uiteindelijk was de trapper weer bevestigd. Ik dankte de agenten hartelijk en we vervolgden onze weg. Maar al snel lag de trapper er weer af. Bij een alabastfabriekje wilden ze de fiets wel weer repareren, maar Richard bleef er bij. Toen de trapper er weer op zat besloten we een andere tactiek te volgen: Richard en Thabe duwden me naar de tempel van Hatshepsut.
Die tempel was mooi, alhoewel volledig gesloten voor het publiek. We mochten alleen de buitenkant bekijken. We hadden dus eigenlijk geen ticket hoeven te kopen, want de tempel is evengoed zichtbaar vanaf de openbare weg. We kregen een rondleiding toen we het terrein opliepen. De gids nam ons ook mee tot achter de afzetting.
We konden dus toch iets meer zien dan alleen de buitenkant. Voor wat 'baksheesh' was hij weer tevreden, alhoewel ze nooit tevreden zijn met wat je geeft. Het kan altijd meer. De gids probeerde bij ons ook nog enkele Russische biljetten te wisselen voor ponden, maar ja, wat hebben wij nu aan tien roebelbiljetten?
Het laatste stuk terug nam ik Marjolijn d'r fiets en zij zat bij mij achterop. Richard en afgewisseld Thabe namen mijn fiets op sleeptouw. Onderweg kreeg de voorband van de fiets waar wij op zaten nog een klapband voor en moest het plan weer worden gewijzigd. Ik fietste alleen verder met een platte voorband en Marjolijn ging achterop bij de jongens.
We namen de veerboot terug naar Luxor, erg leuk op zo'n drukke boot. Het was wel een worsteling om met fiets en al aan wal te komen. Daarna moest de fiets nog een aantal trappen opgedragen worden. We brachten de fietsen terug en deden ons beklag over de kwaliteit van de fietsen. We vroegen wat geld terug, maar daar wilde de verhuurder niet aan beginnen. Het geld lag thuis, volgens hem. Na veel welles en nietes betaalde hij me toch maar de 5 pond terug.
We aten 's avonds (vroeg in de avond) samen met Richard en Thabe bij Jem's restaurant. Het was er niet druk (het was nergens in Luxor druk), maar het eten was uitstekend!.
Na het diner namen we een kalesh naar de souq. De souq wad erg leuk, vooral het niet-toeristische gedeelte. We verbleven in de tot 23.00 uur en namen toen maar een koetsje terug naar het hotel om daar lekker te gaan slapen.


Vrijdag 14 december 2001

We hadden gisteravond niet veel gekocht. Dat was het nadeel van met z'n vieren op stap gaan. En dus liepen we vanochtend nogmaals over de souq. Marjolijn kocht nog wat gouden (?) hangertjes en voorts kochten we nog enkele andere snuisterijen. Met de koets reden we terug naar het hotel en in het hotel kochten we bij een winkeltje nog enkele boekenleggers van papyrus en een kalender van 2002, ook van papyrus. Er zat een ander mannetje achter de tafel dan de avond ervoor en hij vroeg 45 pond voor de kalender. Als hij kan bluffen, dan kan ik het ook en ik zei dat 'die andere man' had gezegd dat de kalender 25 pond was (in werkelijkheid had hij gezegd dat die 35 pond was) en voor 25 pond mochten we hem ook hebben.
Het was al weer bijna tijd. We konden nog een half uur à 45 minuten genieten van de zon en namen plaats op het terrasje van het hotel aan de Nijl. Daar zagen we Richard en Thabe zo ongeveer voor het laatst, want zij zouden met de bus naar Hurgada gaan. Om 13.15 uur vertrokken zij met de bus en onze bus kwam een kwartiertje later aan.
Om ongeveer 14.15 uur waren we op het vliegveld. Hier zagen we pa en ma ook weer. Voordat we het gebouw in mochten, moesten de spullen door het röntgenapparaat en daarna konden we aansluiten in de rij voor de incheckbalie. Nadat we de uitreiskaart hadden ingevuld en onze plaatsbewijzen hadden gekregen, liepen we door de paspoortcontrole, waar het visum ongeldig werd gestempeld. Daarna was het wachten op het vliegtuig. Dat landde om 15.40 uur en vertrok weer om ongeveer 16.40 uur naar Hurgada.
De tussenlanding in Hurgada was voor mij (en ik denk een hoop anderen) een ongewenst iets. Het kost een hoop extra tijd. In Hurgada kregen we een transitpas en konden we het vliegtuig verlaten, want dat moest schoongemaakt worden. De transitruimte was een groot aquarium, een grote glazen bak.
Na ongeveer 45 minuten mochten we weer het vliegtuig in en snel daarna vertrok het vliegtuig. Om 22.30 uur landden we op Schiphol Airport, waar het onaangenaam van temperatuur was. De koffers kwamen redelijk snel van de band rollen (we waren wel de laatsten die het vliegtuig verlieten) en de douane was geen probleem en we liepen naar de bus. Het was nog ongeveer 10 minuten (genoeg om vast te vriezen) wachten op de bus. Om 23.45 uur waren we thuis en om 0.00 uur lagen we op bed.

Weer een leuke vakantie ten einde.


=============================================================================================
Genoten van ons reisverhaal? Laat ons weten wat je ervan vond. Stuur een mailtje naar Marrem's reispagina of schrijf een berichtje in ons gastenboek. Je reactie wordt zeer op prijs gesteld!

Of geniet je liever van nog meer foto's van Egypte? Onze diavoorstelling speelt 20 foto's automatisch af.



Indonesië | Thailand | Mexico | Vietnam | SyriŽ | Jordanië | MaleisiŽ | Egypte | AndalusiŽ | Zuid Afrika