Canada 2008

Vrij onverwachts maakte onze reisplannen voor dit jaar een ommekeer. We waren er helemaal van overtuigd dat we in november van dit jaar zouden afreizen naar Argentinië om opnieuw van dit schitterende land te gaan genieten, maar in een heel kort tijd besloten we om af te reizen naar Canada. De reden was een dijk van een vliegtarief naar Canada. Waarschijnlijk was voor AirTransat de Europese kampioenschappen voetbal aanleiding om klanten te lokken met wel heel voordelige tarieven naar Vancouver. Zo hadden we voor € 520 per persoon inclusief alle toeslagen een retourticket met een geldigheid van een maand.


Donderdag 19 juni 2008

Op 19 juni vertrokken we rond 10.00 uur met de bus naar Schiphol. Een half uurtje later waren we ingecheckt. We begrijpen nu waarom de veiligheidstoeslag op Schiphol zo hoog is, want overal staan lui je paspoort en je tickets te checken. De noodzaak van de aanwezigheid vele van deze personen ontgaat ons.
Na het inchecken gingen we nog even bij de uitverkoop kijken in Schiphol Plaza, maar alleen de kindermaten waren nog aanwezig bij de kledingwinkels en in de overige winkels hadden we minder interesse. Niet teveel nog meenemen, want we moeten er alleen maar mee sjouwen.
Een collega van Remco zou een kwartier na ons vertrekken naar Cuba en we kwamen haar met nog een oud collega van Remco tegen bij de gate.
We vertrokken met grauw weer om 13.30 uur van Schiphol. We hadden drie stoelen voor met ons twee, dus dat was erg luxe. De vlucht verliep soepel, maar volgens een steward die ons het eten en drinken bracht was de bediening geen “well oiled machine”. Omdat Airtransat een Canadese chartermaatschappij is, was de service aan boord navenant. Het eten was niet bijzonder en voor alcoholische dranken moest fors worden betaald (CAD$ 6 voor een biertje). Wij hielden het, zeker gezien de lange duur van de vlucht, op jus d’orange en water.

Rond 14.15 uur plaatselijke tijd landden we op de luchthaven van Vancouver. Ook in Vancouver was het weer grauw. De luchthaven zag er keurig uit, net alsof alles nieuw was.
Voor de balies van de immigratiedienst sloten we aan in de rij. Als een slang kropen we langzaam naar een van de 23 balies. De helft van de balies was voor Canadezen en de andere helft voor niet Canadezen. Bij de balie werd ons op een niet al te vriendelijke manier gevraagd wat we kwamen doen en hoe we onze reis zouden vervolmaken. Nadat deze vragen waren beantwoord, kregen we een stempel in het paspoort en mochten we onze bagage van de band afhalen, die inmiddels al misselijk was geworden van de vele rondje die het had gedraaid.

We pinden 400 dollar, het maximale per keer dat kan worden gepind, maar toen eenmaal de bus bij de halte voor het luchthavengebouw kwam voorrijden, bleek dat we aan biljetten niets hadden. Alleen munten en dan ook nog eens gepast wordt geaccepteerd. En dus werd ons door omstanders verteld, dat we bij de 7/11 (seven eleven supermarkt) wel konden wisselen. Zo hadden we na het kopen van twee rolletjes Mentos voldoende kleingeld voor de bus.
Vreemd genoeg rijdt er geen rechtstreekse openbaar vervoer van de luchthaven naar het centrum en dus moesten we vlakbij de luchthaven al weer overstappen op een andere bus. Die overstap verliep uiterst soepel, want er kwam direct een aansluitende bus aanrijden.

Downtown Vancouver moesten we nog een keer overstappen. Dit keer op lijn 10; een trolleybus, die ons naar het Best Western hotel aan de E Hasting Street zou brengen. Dat bleek toch nog wel een tijdje rijden te zijn, maar dat kwam waarschijnlijk doordat er om iedere 200 meter een halte is en dat de bus bij iedere halte stopt. Daarnaast zijn er in Vancouver ontzettend veel verkeerslichten. Degene die de verkeerslichten in Vancouver heeft geleverd, is nu waarschijnlijk miljonair.

Eenmaal bij het hotel werden we ontvangen door een uitermate vriendelijke en gastvrije Indische man, die de receptionist was. Hij vertelde ons direct wat we allemaal in Vancouver moesten gaan bekijken en welke bijzondere dingen er zoal waren te doen etc. Maar wij wilden in eerste instantie de spullen op de kamer leggen en een beetje in de buurt rondlopen in de hoop op een restaurantje om iets te eten en daarna naar bed. De receptionist wees ons op diverse restaurantjes op loopafstand van het hotel en we besloten om de gesuggereerde route maar eens te volgen.

Zo kwamen we uit bij een klein Thais restaurantje. Helemaal niet verkeerd en voor CAD$ 25 helemaal niet duur. Bij het eten kregen we een glas water, dat steeds voor ons werd ingeschonken.

Na het avondeten lagen we al snel op bed.


Vrijdag 20 juni 2008

We waren natuurlijk bijtijds op. We zitten nog niet helemaal in het ritme. We ontbeten in het kleine restaurantje op de begane grond. Eigenlijk was het een heel klein kamertje met vier tafels en wat stoelen. Er was dan ook geen ruim bemeten ontbijtbuffet, maar er stonden enkele broodroosters, er waren diverse broodjes, koffie, melk, cereals en fruit. Zodoende konden we onszelf bedienen van een stevig ontbijt.
Bij een coffeeshop namen we een cappuccino, die we op een terrasje opdronken. Daarna vervolgden we onze weg door de winkelstraten. Na het ontbijt namen we de trolleybus naar Stanley Park. We moesten een keertje overstappen downtown, maar de buschauffeur was erg goed gemutst en erg vriendelijk en gaf ons aan waar we het beste konden overstappen. In Stanley Park begonnen we aan een 9,5 kilometer lange wandeltocht langs het water. Stanley Park beslaat een schiereilandje dat aan drie kanten door de zee resp. inhammen wordt omsloten. Het weer was uitstekend voor Vancouverse doen. Het eerst liepen we naar de totempalen. Daar was het nog rustig, evenals in de rest van het park. Alleen trimmers, skaters en fietsers waren al op weg. De wandeltocht was relaxed en aan het einde van de route liepen we het centrum van Vancouver in. Bij een coffeeshop namen we een cappuccino, die we op een terrasje opdronken. Daarna vervolgden we onze weg door de winkelstraten. Bij de Mexx kochten we kleding, aangezien op alles 50% korting werd gegeven en de collectie geheel anders is dan in Nederland. Verder kocht Marjolijn bij een jadewinkel een ring met steentjes van jade. Ook hier ging 50% van de prijs af.
De binnenstad, voor zover je van een binnenstad kunt spreken, was wel aardig. Veel winkelstraten en restaurantjes.
Klik op foto voor vergroting
Na het ontbijt namen we de trolleybus naar Stanley Park. We moesten een keertje overstappen downtown, maar de buschauffeur was erg goed gemutst en erg vriendelijk en gaf ons aan waar we het beste konden overstappen. In Stanley Park begonnen we aan een 9,5 kilometer lange wandeltocht langs het water. Stanley Park beslaat een schiereilandje dat aan drie kanten door de zee resp. inhammen wordt omsloten. Het weer was uitstekend voor Vancouver. De binnenstad, voor zover je van een binnenstad kunt spreken, was wel aardig. Veel winkelstraten en restaurantjes. se doen. Het eerst liepen we naar de totempalen. Daar was het nog rustig, evenals in de rest van het park. Alleen trimmers, skaters en fietsers waren al op weg. De wandeltocht was relaxed en aan het einde van de route liepen we het centrum van Vancouver in.
Bij de Mexx kochten we kleding, aangezien op alles 50% korting werd gegeven en de collectie geheel anders is dan in Nederland. Verder kocht Marjolijn bij een jadewinkel een ring met steentjes van jade. Ook hier ging 50% van de prijs af. De binnenstad, voor zover je van een binnenstad kunt spreken, was wel aardig. Veel winkelstraten en restaurantjes. We lunchten bij een van de vele Sushirestaurants. Voor 10 dollar hadden we een aardige hoeveelheid Sushi waar we weer even op vooruit konden.
’s Avonds aten we bij een restaurant in Grandville verse kreeft uit Alaska.


Zaterdag 21 juni 2008

Vanochtend stond een bezoek aan het Antropologiemuseum op het programma. We konden trolleybus 10 zo’n beetje tot aan z’n eindpunt nemen, om vervolgens op Broadway over te stappen op lijn 9. Die reed echter niet zo ver als we hadden gehoopt, omdat er een optocht gaande was. Vanaf zijn tijdelijke eindhalte bleek het nog een behoorlijke wandeling te zijn en aangezien we nog zere knieën hadden van het wandelen van gisteren, hadden we nu niet veel zin meer om te lopen. Aan het staartje van de optocht konden we gelukkig weer een bus nemen.

Bij het antropologiemuseum konden we direct met een korte toer door het museum meelopen. Het museum bleek niet eens zo erg groot te zijn, maar stond vol met totempalen. De dame die ons rondleidde, een antropologe, was zelf zeer gecharmeerd van de architectuur van het gebouw. Wij, als architectuurbarbaren, vonden het maar een lelijk stuk beton.
De totempalen waren mooi, maar het was maar goed dat iemand iets meer over ze vertelden, zodat het wat meer ging leven. Zo vertelde de gids waar de palen waren gevonden, de betekenis ervan etc.
We namen een bus terug naar Broadway, waar we op zoek gingen naar een campingwinkel… en die vonden we. Wat een enorme winkel, zeg. We kochten er een nieuwe tas voor onze videocamera, een gasfles voor onze brander, twee canadavlaggetjes, een beerbelletje en nog wat snuisterijen. We konden gebruik maken van de lidmaatschapskaart van de persoon voor ons voor de kassa, nadat we hem daarom hadden gevraagd. Anders hadden we namelijk eerst lid moeten worden van die winkel.
De bus terug naar het centrum, waar we bij het warenhuis Sears twee stoeltjes en een tafeltje kochten. Dit werd als een set verkocht. We mochten bij de kassa krassen op een kraskaart en dit leverde 10% korting op. Nu betaalden we niet de belasting, die normaal nog eens bovenop de prijzen op de prijskaartjes komt.
Klik op foto voor vergroting
Rond 17.00 uur haalden we de auto op bij het stadskantoor van Alamo/National. Het door ons gereserveerde type auto was niet beschikbaar en we kregen een type groter mee. Ik vroeg of ik eerst de auto mocht zien en ik kreeg de autosleutels mee en moest me naar de parkeergarage begeven. Daar stonden vrijwel alleen maar grote bakken van auto’s. De kleinste was voor ons. Nog altijd een Dodge….
Met de auto reden we naar het waterfront, waar de dragon boat festival gaande was. Er was echter rond 18.00 uur weinig bedrijvigheid en we haakten al weer snel af. We besloten om in het wijkje rond ons hotel naar een Grieks restaurantje te gaan. Echt Grieks was de kaart niet en het eten was ook niet echt bijzonder.


Zondag 22 juni 2008

Vanochtend reden we eerst naar een zondagsmarkt ten zuidoosten van Vancouver. Het was ongeveer een half uurtje rijden en dat gaf ons mooi de gelegenheid om rustig aan de auto te wennen. Hoewel we deze zondag al vroeg op stap waren, reden er al best veel auto’s op de snelweg.
Bij de zondagsmarkt aangekomen moesten we CAD$ 1 per persoon entree betalen. Een deel van de markt was buiten en een deel was overdekt. We wisten er een hamer en twee paraplu’s te kopen en een tweetal boeken. De hamer hadden we nodig om de tentharingen de harde grond in te krijgen en twee boeken (voor 50 cent per stuk) konden we vast ook wel goed gebruiken.

Na het bezoek reden we dezelfde weg terug en vervolgden we onze route via highway 1. We sloegen af bij de afslag naar de hangbrug.
De hangbrug was korter dan ik me had voorgesteld, maar hij hing wel hoog boven een kolkend riviertje. Schitterende omgeving. We liepen nog wat door de bossen rondom de hangbrug, maar we besloten om geen lange wandeling te gaan maken. We keerden terug naar de sea parkway, die over gaat in de sea to sky highway. Onderweg kwamen we langs een supermarkt en omdat het rond lunchtijd was, besloten we om onze lunch daar te gaan halen.
Eenmaal in de enorme supermarkt keken we onze ogen uit naar de grote verpakkingen (botervlootje Becel margarine van 1,8 kilogram, of een bakje ijs van 4 liter bijvoorbeeld. Ook waren we verbaasd over de prijzen van de artikelen. Het werd ons al snel duidelijk dat het hier niet goedkoop leven is. Drie dollar voor een liter melk, 18 dollar voor een liter olijfolie, 6 dollar voor een 450 grams pak muesli etc.
Een voordeel is hier wel… je kunt alles afrekenen met je creditcard, dus de zorgen heb je pas later. Nu in ieder geval genieten van alles.

We vervolgden onze weg via de sea to sky highway naar Whistler. Onderweg, bij Squemish reden we langs een meertje langs de weg en we besloten om daar te gaan lunchen. We moesten betalen om te mogen parkeren en daarna liepen we naar een van de vele picknicktafels langs het meer. Er was nog een tafel onbezet en laat dat nu net de tafel in het zonnetje zijn. Schijnbaar houden de Canadezen niet zo van zon, Wij des te meer.
We lunchten temidden van allemaal mensen die aan het vissen waren. Zo lang wij daar waren, haalde niemand iets uit het water. Onze schuld of kunnen ze niet vissen?

We reden verder richting Whistler en hielden halt bij de nodige watervallen onderweg. Er waren verschillende soorten watervallen; een hele hoge (drie keer zo hoog als de Niagara watervallen, een mooie, smalle waterval die ook erg hoog was en een waterval met allemaal potholes.
Eenmaal in Whistler informeerden we bij het informatiecentrum naar kampeerplaatsen. Er was er een in Whitsler. Vervolgens liepen we even door dit mondaine skiresort. Het centrum was klein en de winkels waren vrijwel allemaal georiënteerd op skiactiviteiten of mountainbike activiteiten. Aan het einde van het dorp, daar waar de skiliften waren, begrepen we ook waarom mountainbiken hier zo populair is. Je kunt namelijk met de fiets de skilift in en dan al fietsend van de skipistes afrijden. Velen deden dat ook en sommige maakten de wildste sprongen op de fiets. Best spectaculair om dat zo te zien.

We reden naar de kampeerplaats, waar we een plaatsje toegewezen kregen in het bos. We zetten de tent op en daarna keerden we terug naar Whistler om daar in het centrum iets te gaan eten. Van de receptioniste bij de camping hadden we te horen gekregen dat we ons in een berengebied begeven en daar goed rekening mee moesten houden. Dus geen etenswaren en geen afval buiten laten liggen ‘s-nachts. Bij de tent hadden we ook al eten in zakken op zo’n vijf meter hoogte aan een touw tussen twee bomen zien hangen. Op die manier wordt het eten onbereikbaar gemaakt voor de beren.
Marjolijn was iets minder blij met het idee dat er beren rondliepen, zeker ook vanwege de wetenschap dat de camping niet was omheind.
Na het eten gingen we snel naar bed. Het was namelijk niet echt aangenaam om lang buiten te blijven zitten vanwege de muggen en vanwege de temperatuur die toch wel daalde aan het begin van de avond.


Maandag 23 juni 2008

Vanochtend ontbeten we bij de tent. Bij de supermarkt hadden we muesli, yoghurt en fruit gekocht en met ons brandertje maakten we enkele kopjes koffie.
Na het ontbijt gingen we op weg naar Kamloops.
Even na Whistler stopten we bij de Nairen waterval. Deze was niet zo zeer hoog, maar wel indrukwekkend vanwege de hoeveelheid water dat neerdonderde en zogenaamde potholes maakte in de harde rotswand.

We dronken een kopje koffie bij Pony Express in Pemberton en daar vulden we voor het eerst de benzinetank bij een tankstation. Tanken is weer een hele nieuwe belevenis hier in Canada, want de pomp wordt niet vrijgegeven zonder borgstelling. Ik stond dus al een tijdje met de hendel in m’n hand toen er door de intercom werd gezegd dat ik een borg vooruit moest betalen. Dus eerst naar de kassa en daar de credit card achterlaten alvorens te kunnen tanken.

We lieten de hoge besneeuwde bergen achter ons en het landschap werd warmer en droger. Op het dashboard van de auto zit ook een temperatuurmeter. Die gaf gedurende de dag 13, 19, 26, 19 en 23 graden aan en dat terwijl we niet echt hoogteverschillen doorliepen. Het kwam gewoon doordat de ene vallei warmer was dan de andere.

In het kleine plaatsje Llilouet kochten we bij een German Backery enkele broodjes en reden we verder naar de plaatselijke supermarkt voor wat beleg. Naast de supermarkt was een winkel van de keten Fields, waar we tegen spotprijsjes twee kussens en een isolerende deken voor in de tent kochten. De nachten zijn namelijk tamelijk fris (minder dan 5 graden celcius) en de opblaasbedden isoleren volledig niet. Een isoleerdeken tussen de luchtbedden en onze donzen slaapzakken zal wonderen doen.
We reden nu door een gebied waar veel ginseng wordt verbouwd en het rook er zoals wanneer je in een Chinese toko rond snuffelt.
We lunchten op een plaatsje langs de weg waar we onze stoeltjes en het tafeltje uitklapten op een helling ver boven de Thompsonrivier. Echt rustig konden we er niet ontbijten, want de ene na de andere toerist stopte er om ook even van het uitzicht te genieten.
We reden verder naar Kamloops, waar we op een camping aan de rivier ons tentje opzetten. De camping leek heel idyllisch gelegen en de plaats was schitterend. ’s Nachts zouden we er echter achterkomen dat het rangeerterrein van de spoorwegen direct aan de overkant van de rivier lag. Met alle diesellocomotieven geeft dat behoorlijk wat lawaai. Maar goed… daarvoor hebben we oordopjes.

We keken een beetje rond in Kamloops, maar alle winkels waren al dicht en we besloten bij een eettentje te gaan kijken dat in de LP vermeld staat. Die bleek echter niet meer te bestaan, waardoor we ons richtten op de Mexicaan in een van de hoofdstraten van Kamloops. Het eten was er redelijk en de bediening vriendelijk, maar chaotisch.


Dinsdag 24 juni 2008
Klik op foto voor vergroting Revelstoke
Vanochtend gingen we op weg naar Golden. Dat zou onze eindbestemming worden, dachten we. Maar eerst gingen we naar Revelstoke. In dit kleine plaatsje dronken we een kopje koffie in een cafeetje, waar we ook draadloos konden internetten. We maakten via Skype contact met het thuisfront, waar alles goed ging.
Na de koffiebreak reden we naar de “meadows in de sky” parkway. Dit is een doorlopende weg de berg op naar een uitzichtspunt. Voordat we de berg op mochten, moesten we eerst een toegangskaart voor de nationale parken kopen. We hadden de keuze voor telkens een dagkaart of voor een jaarkaart. We opteerden voor een jaarkaart, omdat die voordeliger zou zijn bij een langer verblijf in de parken dan 7 dagen. En dat zou op ons van toepassing zijn.
Klik op foto voor vergroting Meertje onderweg
We konden niet helemaal tot de top rijden, helaas, waardoor we geen schitterend uitzicht hadden vanaf de top. Onderweg naar de top waren echter wel diverse schitterende punten met vergezichten. De reden dat we niet helemaal tot de top konden rijden was dat er nog sneeuw lag op het laatste stuk van 5 kilometer. We konden echter de auto langs de kant van de weg parkeren en nog zo’n 1,5 kilometer lopen tot aan de sneeuwgrens. Het was wel even leuk om in de sneeuw te staan.

We reden dezelde weg weer terug en vervolgden onze route naar Golden via de tweebaans snelweg. Al snel stopten we weer voor een korte wandeling. Dit keer was het de Skunk Gabage boardwalk, een 2,4 kilometer lang pad door de wetlands. Het gebied was inderdaad nogal vochtig en er groeiden planten die net op enorme kroppen sla leken; vandaar de naam ‘skunk gabage’. De gele bloemen van deze plant hebben we echter niet gezien.
Na de korte wandeling reden we weer verder. Al snel kwamen we een van de enorme vrachtwagens tegen die met z’n grote licht seinde. Dat betekende voor ons dat we ergens voor op de hoede moesten zijn. We konden echter niet vermoeden dat het voor een zwarte beer was die een wandelingetje maakte in de berm langs de weg. We hadden kort even de mogelijkheid om het beest te bekijken en te fotograferen, alvorens hij een veiliger heenkomen zocht dan langs de snelweg.

Bij de Giant Cedars trail, van een halve kilometer, werden we op de parkeerplaats welkom geheten door een grondeekhoorntje die helemaal niet bang voor ons was. Het beestje ging heel leuk voor onze camera poseren.
De wandeling zelf was kort en leidde door een bos met, hoe kan het ook anders, gigantische cederbomen. Het bos was een volledig ecosysteem met zowel schitterende levende bomen, als ook omgevallen bomen en nog staande dode bomen. In het gastenboek hadden Amsterdammers voor ons geschreven dat ze een zwarte beer met drie jonkies hadden gezien die dag, wat Marjolijn natuurlijk een beetje onrustig maakte.
We overnachtten op de camping van de Albert Canyon Hot Spring, op zo’n 25 kilometer van Revelstoke. Deze camping was met CAD 29 en betaald douches niet echt de goedkoopste, maar we kregen wel een mooi plekje op een grasveldje. Helaas lag deze camping vlak langs de snelweg met z’n denderende vrachtwagens, dus ook deze nacht hadden de oordopjes dienst.

Klik op foto voor vergroting Grondeekhoorntje



Woensdag 25 juni 2008

Toen we opstonden scheen helaas nog niet het zonnetje, zoals gehoopt. Het was nog bewolkt en de zon zou nog niet boven de boomtoppen uit zijn gekomen op dit tijdstip. De campinggasten om ons heen waren ook al wakker om 07.00 uur en bezig om de tentspullen op te ruimen.
Terwijl Marjolijn het ontbijt verzorgde, ruimde ik de tent op en terwijl we ontbeten kwam het zonnetje door en die kon mooi het grondzeil even droogmaken.
We reden richting de Roger Pass. Onderweg deden we een korte wandeling bij de Hemlock Grove trail en daarna stopten we bij de Roger Pass. Er wordt wel gezegd dat dit een van de mooiste passen ter wereld is. Het is in ieder geval een bijzondere pas, want er zijn geen haarspeldbochten. Daarentegen is het gewoon een drukke snelweg die vrijwel kaarsrecht loopt. Ook ontbreekt een echt ‘pas-gevoel’. Dat heb ik pas als je echt merkt dat je over een hoog(st)epunt heengaat. Op de Roger Pass blijf je gewoon door een dal rijden. Aan weerzijde van de weg steken de besneeuwde bergen nog fors boven ons uit. Dit is ook een echt lawinegevaar gebied. Gelukkig nu niet meer, want de meeste sneeuw is al weer weggesmolten. En dan te bedenken dat de gemiddelde sneeuwval op de Roger Pass 6,8 meter bedraagt!
We hielden even halt in het visitor center op de Roger Pass. Er lag een internetuitdraai van de weersvoorspellingen voor de komende vijf dagen en we konden het haast niet geloven; de temperatuur zou opklimmen naar zo’n 30 graden in de loop van de week.


Donderdag 26 juni 2008

Klik op foto voor vergroting Wilde orchideën

Zo mooi als het weer de dag gisteravond eindigde, zo bewolkt was het vanochtend. We konden de tent dus niet drogen en we vouwden de natte tent snel op. We ontbeten en gingen daarna op weg naar het Emerald lake. We parkeerden de auto en begonnen aan de 5,2 kilometer (2 uur) durende wandeltocht om het meer. Het was erg rustig met wandelaar. Het meer was schitterend en zo ook de bergen om het meer heen. Aan het einde van het meer was een klein stukje vlak land en daar hadden we de mazzel dan we een ‘moose’ (Eland) zagen. Het beest had ons ook in de gaten, maar liep rustig door naar het meer om te drinken.
Na de wandeling reden we naar de Takakkaw waterval. Deze is met 254 meter hoogte een van de hoogste in Canada. De weg ernaar toe is pas geopend tegen het einde van juni, omdat deze ander nog niet sneeuwvrij is. De waterval was prachtig. Wat een enorm kabaal en wat een watermassa, dat naar beneden stort van de Columbia Icefield. Omdat het weer niet zo goed was, besloten we om niet te gaan wandelen in de omgeving en dat was maar goed ook, want het begon licht te regenen. Na een paar druppeltjes hield de bui gelukkig al weer op.

We reden verder naar Banff, waar we de tent opzetten op camping Village 1. In totaal zijn er drie’ villages’ voor honderden plaatsen. Echt een immense camping. We hadden het nu nog voor het uitzoeken wat plaatsen betreft en we kozen natuurlijk het mooiste plaatsje. Twee dagen later zou de camping vol zijn!
We reden naar het centrum van Banff, waar we wat door de winkelstraatjes liepen en ’s avonds aten we bij de Indier. Het eten was goed, de bediening onattent. Na het eten genoten we nog van een glaasje wijn bij de tent en werkten we ons dagboek bij.


Vrijdag 27 juni 2008

We werden pas om 8.15 uur wakker en het weer was schitterend. De hemel was strakblauw. We hadden heerlijk rustig geslapen en we hebben geen last gehad van het gehuil van Coyotes, waarvoor de receptioniste ons had gewaarschuwd. Een uurtje nadat we waren opgestaan, hadden we gedouched en ontbeten en konden we op weg. In eerste instantie gingen we naar het toeristenbureau, waar we heel vriendelijk te woord werden gestaan door een medewerker. Hij kende alle wandelroutes en raadde ons de Jonstontrek aan. Maar dan moesten we wel doorlopen tot de ‘ink pots’ een serie van meertjes met diverse kleuren, want dan zouden we pas echt loskomen van de hordes mensen die deze populaire trekking doen.
Heen en terug kostte het ons bijna 4 uur over een hemelsbrede afstand van ‘slechts’ 10,6 kilometer. De tocht volgde de woeste rivier. De eerste bezienswaardigheid was de ‘lower falls’, oftewel de laagstgelegen waterval. Het pad ging deels over een aan de rotswand bevestigd houten, zwevend boven het water.
Daarna vervolgden we de weg naar de ‘Upper falls’. Die was indrukwekkender dan de lower falls, omdat die hoger was. Ook lag er nog een restantje sneeuw bij de waterval. Tussen de lower falls en de upper falls was het al een stuk rustiger geworden met wandelaars, maar vrijwel iedereen haakte af na de upper falls, maar wij niet. Vrijwel ongestoord liepen we (hijgend, want het was vrijwel geheel bergopwaarts) naar de ink pots. Deze meertjes worden zo genoemd omdat de snelheid van de instroom van water van de diverse meertjes anders is. Hierdoor worden de meertjes blauw van kleur (heldere meertjes) of turquoise (troebele meertjes). Het uitzicht op de omliggende bergen, die nu schitterend aftekende tegen de wolkenloze, blauwe lucht was prachtig. Van de dingen die we deze dagen tegen elkaar zeggen, overheersen de woorden ‘prachtig’, ‘schitterend’ en ‘fantastisch’.

Na de watervallen reden we verder over de ‘Bow parkway’ oftwel highway 1a. Deze tweebaansweg, waar slechts 60 kilometer per uur mag worden gereden, slingert paralel aan de grote vierbaans snelweg, de highway 1. Het grote verschil is de rust. Op de bow parkway rijdt weinig verkeer en het verkeer dat er rijdt doet het erom. Deze weg is schitterend gelegen en de kans op het zien van wild is vele malen groter dan op de vierbaanssnelweg, die volledig is omheind met hekken.
Wij wilden graag een ‘Elk’ zien. Vertaald in het Nederlands is het een groot hert, met een enorm gewei. En we werden beloond, want meneer ‘Elk’ stond rustig langs de kant van de weg van het sappige gras te genieten en maakte zich helemaal niet druk om de auto’s die op de weg stopten om ‘meneer Elk’ eens te fotograferen. Helaas stond ‘ie aan de andere kant van de weg in een lager gelegen berm, waardoor we z’n kop niet konden zien, maar wel z’n mossige gewei. Even verderop zagen we nog een Coyote oversteken. Die liet zich niet fotograferen.
We lunchten op een parkeerplaats langs de bow highway. We hadden vanochtend in de supermarkt verse broodjes en beleg gehaald en waren dus weer geheel zelfvoorzienend.

Klik op foto voor vergroting Moraine Lake

Aan het einde van de middag, zo rond 16.30 uur kwamen we aan bij het Moraine lake. De medewerker van het informatiecentrum had ons aangeraden om daar te gaan kanoen, toen wij hem vroegen waar dat het beste zou kunnen. Echter, we vonden CAD 40 per uur toch echt iets aan de gortige kant.
In plaats van kanoen liepen we langs het schitterende turquoise Moraine lake naar het uiterste punt. Het Moraine lake was zo insirerend, dat het op de achetrzijde van het 20 dollar biljet uit de jaren 60 gedrukt stond en het was inderdaad weer prachtig. De puntige bergen, wel zo’n 6 bergpunten naast elkaar, waren nog bedekt met sneeuw. Ook was nog duidelijk een uitloper van een gletsjer te zien.

Klik op foto voor vergroting Moraine Lake

Klik op foto voor vergroting
Onze reisvriend "Harry"

Op de terugweg besloten we een fotosessie te schieten van ‘Harry’ Harry is onze mascotte in de vorm van een pluche rat. Terwijl Marjolijn bezig was om Harry op een rotsje langs de waterlijn van het meer te installeren en te fotograferen, kwamen er twee andere mensen langs.
De vrouw attendeerde haar man op het feit dat Marjolijn iets aan het fotograferen was en hij zei ‘Oh my god, what’s that!’ en haalde z’n fotocamera te voorschijn. Op dat moment nam Marjolijn ‘Harry’ weer van het rotsje en zei tegen de man dat het onze kleine vriend, een mascotte was. Remco, die het schouwspel van een afstandje gade sloeg, kwam niet meer bij van het lachen.

We reden over de Bow Valley Parkway terug naar Banff, waar we in de supermarkt inkopen deden voor het avondeten. Dat bestond uit tortellini met roomsause en gebakken zalm. Uitstekend te eten en eenvoudig te maken op slechts een gaspitje.


Zaterdag 28 juni

Het was een onrustig nachtje, vanwege de vele activiteiten om ons heen. Er kwamen nog kampinggasten aan om 01.00 uur ’s nachts die driftig de tentharingen aan het inslaan waren. Vandaag zouden we gaan wandelen in de omgeving van Lake Louise. De wandeling die we op het oog hadden, was door de medewerker van het informatiecentrum aanbevolen en stond zowaar ook in een Nederlandstalige wandelgids van Bitish Columbia en Alberta, We reden over de snelweg naar Lake Louise. Daar kochten we tegen topprijzen bij een bakertje bruime bolletjes (cad$ 1 per stuk!) en zes plakjes kaas voor cad$ 5. Daarna reden we naar de parkeerplaats bij Lake Louise. Daar was het nog rustig en we zochten een zo gunstig mogelijk plekje, zodat de auto zolang mogelijk in de schaduw zou staan. Daarna gingen we op weg.
Bij het meer was het inmiddels al een drukte van belang, met voornamelijk Aziaten. We liepen langs het vreselijk lelijke en megagrote Chateau Lake Louise (hotel annex conferentiecentrum) en bogen vervolgens af op het pad naar Lake Agnes. Op weg naar Lake Agnes liepen we langs een spiegelmeertje (we hebben mooiere gezien; het oppervlak was niet glad en de weerspiegeling was niet bijzonder) en toen stonden we aan de voet van een enorme berg.
We stegen verder naar Lake Agnes. Dit meer was ronduit schitterend. Aan de wanden langs het meer lagen nog sneeuwvelden, die schitterend in het meer reflecteerden. Vervolgens liepen we langs het meer, gelukkig even een stukje “recht” pad, om verolgens enorm te moeten klimmen naar de “Big Beehive”. Toen we deze klim erop hadden zitten, bleken we ineens bovenop de enorme berg te staan die we vanaf het spiegelmeertje hadden gezien. Toen konden we niet bedenken dat we die hoogte zouden overwinnen. We waren inmiddels zo’n 550 meter gestegen ten opzichte van ons startpunt.

Klik op foto voor vergroting Lake Louise

Klik op foto voor vergroting
Opal Hill

Klik op foto voor vergroting Lake Louise

Vanaf de “Big beehive” was het een behoorlijk stuk afdalen; een flinke aanslag op de knietjes, maar daarna volgde weer een stukje “vlak” pad.
Inmiddels stond de zon hoog aan de onbewolkte hemel te schijnen en liepen we door een stuk onbebost terrein. We brandden bijna weg zo warm.
Uiteindelijk staken we drie kleine en ondiepe riviertjes door, die tevoorschijn kwamen onder grote sneeuwmassa’s en daarna waren we aangekomen op het verste punt van de wandeling, namelijk de plain of six glaciers. Het zouden er echt wel zes zijn geweest, maar we zagen er duidelijk maar drie. De gletsjers waren niet zo enorm lang, maar de verijste sneeurmuur was wel enorm. Overigens konden we de gletsjervoet niet benaderen zonder nog eens enkele honderden meters te hebben geklommen. Wij bleven genieten (en uithijgen) vanaf het uitzichtspunt.
De terugweg was gelukkig minder inspannend. De afdaling was nu niet meer zo enorm en de laatste twee kilometer waren volledig vlak. Zo konden we na de behoorlijke inspanning rustig “uitlopen” . Onderweg zagen we nog een aantal lui een steile bergwand beklimmen en weer abseilen.
We reden via de Bow parkway terug naar Banff, waar we de auto op een geheel verkeerde plek parkeerden. Dat bleek toen we door iemand in de auto aangesproken werden. We hadden de auto aan de verkeerde kant van de weg geparkeerd (aan de linkerzijde) en ook nog eens voor een brandpomp. Dat zou ons een bekeuring opleveren van zo’n 650 dollar. Snel maar weer weg van die plek en even verderop in de straat op de juiste manier geparkeerd. We sloegen proviand in voor die avond en reden terug naar de camping. Daar was het inmiddels een drukte van belang. Het bord voor de camping gaf aan dat deze geheel vol was. Bij ons in de buurt stonden twee tentjes met opgeschoten jongeren, die een hoop herrie maakten.
Bij de tent kookten we ons avondeten en daarna lazen we in onze boekjes..


Zondag 29 juni 2008

Vannacht was het weer onrustig. Achter ons braken ze vanacht de tent af. Letterlijk dit keer. Wie haalt het in z’n hoofd om ‘s nachts de tent op te breken?
Ook wij braken de tent op, maar dat was pas rond 08.00 uur vanochtend. We ontbeten en gingen toen op weg naar Jasper, via de Icefields Parkway.
Aan het begin van de weg moesten we onze parkpas tonen bij zoiets als een tolhokje. Daarna konden we op weg.
Tussen 10.00 uur en 16.30 uur reden we over de 230 kilometer lange Icefields Parkway en de drie geijkte woorden werden weer frequent gezegd; fantastisch, schitterend en prachtig. Onderweg stopten we op diverse punten, vanwaar er altijd een schitterend uitzicht was op de bergen, meertjes of gletsjers. We reden door een breed dal met aan weerzijde besneeuwde bergen. Het was schilderachtig. Zeker tegen een strakblauwe hemel.
We stopten bij het Icefield Center, waar het net zo druk was als in de Kalverstraat op een zaterdagmiddag. In de kelder was een tentoonstelling ingericht, waar we even rondkeken. De tentoonstelling was niet echt bijzonder.
Op de parkeerplaats bij het Icefield Center stonden enkele picknicktafels en aan een ervan lunchten we met wasa crackers en nutella en een geitenkaasje (niet gecombineerd!). Tijdens de lunch hadden we schitterend zicht op de gletsjer. We zagen mensen naar de voet van de gletsjer lopen en we besloten dat ook te doen.
Het was even een behoorlijke heuvel opklimmen, maar toen stonden we aan de voet van de gletsjer. Maar de woorden schitterend, prachtig en fantastisch waren nu niet aan de orde. De voet van had geen metershoge muur van ijs, maar liep heel gelijkmatig af. Wat we zagen was niet meer dan een erg brede en lange wit/grijze massa, waaruit een behoorlijke snel stromende rivier tevoorschijn kwam. Voor mensen die nog nooit een gletsjer hebben gezien, is deze indrukwekkend; wij hebben echter mooiere gletsjers gezien (we zijn zo verwend geworden door de Perito Moreno-gletsjer in Argentinie).
Het was een schitterende dag, maar in de loop van de dag werd het echter wel heel erg warm. Het kwik steeg tegen 16.00 uur tot 33 graden in de schaduw en in de zon was het al helemaal niet meer uit te houden.

Eenmaal in Jasper stond ons een minder prettige verrassing te wachten. Beide campings in de stad waren vol (1.000 plaatsen!!). We moesten uitwijken naar een camping op zo’n 25 kilometer van Jasper, waar er nauwelijks faciliteiten waren. Gelukkig hadden we ons niet al te erg ingespannen en konden we een keertje douchen wel overslaan, maar dat moet maar een nachtje duren. De plek op de camping was wel weer schitterend.


Maandag 30 juni 2008

Van ochtend stonden we om 07.00 uur op. Bij het wassen van het gezicht hielpen we elkaar, want het water kwam uit een fles. Er waren, op een ‘droog’ toilet na, geen faciliteiten op de camping.
We pakten de tent in, ontbeten en reden vervolgens naar het informatiecentrum, want we wilden graag weten welke wandelmogelijkheden er rondom Jasper waren. Voor ons in de rij bij het informatiecentrum stonden mensen die naar kampeermogelijkheden informeerden en tegen hen werd gezegd dat ze het beste per direct naar de camping “Whistler” konden rijden. Datzelfde werd ook tegen ons gezegd.
We kregen twee mogelijke mooie ‘dag’wandelingen op van de man achter de balie. Maar eerst reden we naar Camping “Whistler”. Dit is een van de twee campings in Jasper en met zo’n 700 plaatsen ook de grootste. Bij de receptie (een soort van tolpoortje, waar je je kunt registreren) werd gezegd dat er eigenlijk geen plaats vrij was, maar we kregen gelukkig toch een plaatsje toegewezen. We konden er echter pas na 11.00 uur op. Geen punt, want we wilden de tent toch niet direct opzetten.
We reden naar een van de voorgestelde wandelingen, namelijk de 8,2 kilometer lange Opal Hill Loop nabij het Maligne lake. Het was nog lekker koel en op de weg was het nog rustig. Het Maligne meer ligt op zo’n 45 kilometer van Jasper.
We waren Jasper nog niet goed en wel uit of we stonden al langs de kant van de weg weer stil. Niet als enigen overigens, want ook andere mensen hadden de auto op de ‘vluchtstrook’ geparkeerd en allen keken naar de 20 tot 30 Caribu’s die op een eilandje in de brede, snelstromende rivier stonden. Enkele van de beesten (een soort hert) stak de rivier over, wat een mooi gezicht was. Verder kwamen we op weg naar het Malignemeer niets wilds meer tegen.
We parkeerden de auto zodanig dat ‘ie de hele dag in de schaduw zou blijven staan. Daarna begonnen we aan de wandeltocht. De folder die we van het informatiebureau mee hadden gekregen had ons al verteld dat in de eerste 1,5 kilometer van de wandeling er 400 meter hoogteverschil zou worden overbrugd en we kunnen nu stellen dat dat veel is.
De eerste vijf kwartier bestonden uit het bestijgen van een steile heuvel. Onderweg werden we tot ons grote ongenoegen opgevreten door de muggen; die klotebeesten zijn hier ook overdag actief.
Na vijf kwartier klimmen werden we beloond met een vlakke wandeling over een bergweide boven de boomgrens. Het pad was soms nog een beetje modderig, maar dat kwam omdat de meeste sneeuw pas enkele dagen ervoor geheel was weggesmolten. Her en der lagen nog sneeuwveldjes. Verder waren er veel bergbeekjes en veel bloemen. Het was er schitterend. De afdaling ging vele malen vlugger dan bergop, maar was ook een veel grotere belasting voor de knieën. Na 3,5 uur waren we weer terug bij de auto.
Eenmaal terug bij de auto dronken we wat jus d’orange en daarna deden we nog een korte route van 3,2 kilometer langs de oever van het meer en daarna reden we terug richting Jasper. We kwamen hier een ander Nederlands stel tegen, die nogal angstig waren voor de beren in dit gebied. Ze hadden er al zo veel gezien vanuit de auto en besloten daarom geen lange wandelingen te maken. Wij zijn nog geen beren tegen gekomen, maar dat komt misschien ook wel door Marjolijn d’r bearbell dit ze laat rinkelen als het haar iets te dicht bebost wordt. Onderweg stopten we voor een kudde big horn schapen die zich door de auto’s niet van de wijs lieten brengen en rustig bleven doorwandelen over de weg.
Weer een stuk verder stopten we voor een zwarte beer die in de top van een boom blaadjes aan het eten was. Een bijzonder gezicht! We zijn de twee beren die broodjes smeren nog niet tegengekomen.

Terug in Jasper kochten we proviand voor de avond en voor het ontbijt morgenochtend en daarna reden we naar de camping. Het was 17.30 uur en nog altijd 33 graden, maar we besloten toch om maar te gaan koken en de tent op te zetten. Daarna zouden we gaan douchen en tegen de schemering zouden we naar de Athabasca falls rijden via de scenic route 93A. Zo gezegd zo gedaan. We aten een simpele, doch voedzame maaltijd (rijst met groente en vlees) en daarna reden we naar de waterval. Die was massief! Een hele brede rivier (zo’n 50 meter breed) viel in een 10 meter brede kloof met een enorm geraas. Bijzonder om te zien. Na het bezoek aan de watervallen reden we terug naar de camping, waar we het dagboek bijwerkten onder het genot van een glaasje Canadese wijn.


Dinsdag 1 juli 2008

Het is vandaag ‘Canada Day’, een nationale feestdag en e reden waarom het dit lange weekend zo druk was op de campings.
Toen we opstonden was het niet meer zo zonnig als voorgaande dagen. Sterker nog, het was grijs. Wat wel zeer bijzonder was, was dat op zo’n 50 meter afstand van onze tent en midden op de camping zo’n 30 Wapitiherten in het gras lagen. Enkele mensen keken van gepaste afstand toe, maar de beesten gaven er niets om. Toch is het een beetje oppassen geblazen met deze beesten, want het waren allen vrouwtjes met kalfjes! En dan zijn ze minder coulant naar mensen toe.
We stonden op, ontbeten en gingen daarna naar het centrum van Jasper. Daar zit een coffeeshopje, waar je gratis kunt wireless internetten. Onder het genot van een cappuchino belden we even met het thuisfront, om daarna broodjes en beleg voor de lunch te kopen. We reden naar een parkeerplaats bij het Patricia en Pyramide lake in Jasper. Vanaf die parkeerplaats was het mogelijk om een 15 kilometer lange wandeltocht te maken.
We begonnen niet alleen aan de wandeltocht, want om ons heen zweefden tientallen muggen. Dus snel maar antimuggenmiddel opgesmeerd en vervolgens zijn we gestart met wandelen. Bij het Pyramidemeer aangekomen, zagen we dat er bootjes werden verhuurd en we besloten om een uurtje te gaan rondpeddelen in een Canadese kano op het meer. Dat was fun. Lekker rustig peddelen op het grote heldere meer temidden van de met sparrebomen beboste hellingen. Hoewel het zonnetje zich zo af en toe liet zien, was het helaas niet meer zo helder als de voorgaande dagen, waardoor de bergen op de achtergrond alleen in een grijze waas zichtbaar waren.
Na de kanotocht wandelden we verder. Hoewel we hadden verwacht dat we veel mensen op deze feestdag tegen zouden komen, kwamen we vrijwel niemand tegen. Het pad dat we namen klom eerst een stukje de berg op, waarna we om de heuvel heenliepen op een behoorlijke hoogte. Vanaf sommige punten hadden we schitterend uitzicht op het Patricia- en het Pyramidemeer, dan weer op Jasper en dan weer op de Athabrascarivier met de eilandjes erin, waar we eerder de groep Wapitiherten op hadden zien staan.
Na de wandeling keerden we terug naar de tent om wat te gaan lezen en een wasje te doen. Net toen de was goed en wel te drogen gehangen was, hoorden we onweer in de verte en het begon harder te waaien. Aangezien onze waslijn bestond uit aaneengeregen scheerlijnen van de tent en die wel weer aan de tent bevestigd moesten worden voordat de bui losbarste, moet de was te drogen worden gehangen in de nog warme auto.
Marjolijn had onderwijl een maaltje gekookt en dat aten we. Net toen we dachten dat de bui zou losbartsten, merkten we dat het onweersgebied ons alleen maar schampte en niet recht overkwam. Het bleef dus allemaal beperkt tot enkele spatjes regen.


Woensdag 2 juli 2008

Vanochtend was het weer zonnig toen we opstonden. We pakten de tent in en ontbeten en daarna reden we naar Mount Edith Cavell. Het was zo’n 20 kilometer rijden vanaf de camping en zeer de moeite waard. Hoewel bij de parkeerplaats bij Mount Edith Cavell stond dat de drie uur durende wandeltocht gesloten was, omdat er nog steeds sneeuw lag op het wandelpad, konden we gelukkig wel de wandeling tot aan de voet van de gletsjer maken en dat was zeer de moeite waard. De Edith Cavell gletsjer mondt uit in een meertje en de ijswand is tientallen meters hoog. Welliswaar is de gletsjer zelf zeer kort, maar toch zeer mooi.
Na de gletsjer gingen we de warmte opzoeken in de ‘Miete hotsprings’. Het was 60 kilometer rijden naar de hot springs, waar we goed en wel anderhalf uur in hebben gelegen. Er waren vier baden van verschillende temperaturen. Twee koude (een koude en een heel koude) en twee warme poelen. We hebben ze alle vier meerdere malen doorlopen, maar de voorkeur blijft toch wel uitgaan naar de warmere poelen.
De hot springs lagen temidden van de bergen, wat heel idyllisch was. Helaas bestonden de springs zelf uit niet meer dan uit recht-toe-recht-aan zwembaden. Het was lekker zonnig bij zo’n 26 graden, dus ideaal om even te badderen.

Om 15.30 uur besloten we om terug te rijden naar Jasper en vervolgens verder naar Prince George. Maar even voor Jasper werden we met een tegenslag geconfronteerd. Langs de highway stond namelijk een bord dat de weg tussen Jasper en Prince George voor tenminste 24 uur was afgesloten. We besloten naar het informatiecentrum te rijden om polshoogte te nemen van de situatie. Daar werd ons verteld dat er eerder die morgen een modderlawine had plaatsgehad en dat daardoor de weg was afgesloten. Pas morgenochtend om 9.00 uur zou er meer duidelijkheid zijn of de weg weer vrijgegeven kon worden.
Als we naar Prince George zouden willen, dan was het of omrijden of wachten totdat de weg weer vrij zou zijn. We besloten maar om te rijden. Dat zou dan wel 500 kilometer omrijden worden, want het aantal wegen dat vanuit Jasper leidt bedraagt slechts drie; een zuidwaarts, een westwaarts (deze was geblokkeerd) en een noordwaarts. Door om te rijden weten we zeker dat we morgen in Prince George zijn.
Zo gezegd, zo gedaan en op deze manier eindigden we deze dag in een oninspirerend motelletje in Grande Prairie. Het laatste uur van de rit verzamelden zich donkere wolken boven ons, maar we wisten naar het staartje van de onweersbui te rijden. Eenmaal in Grande Prairie bleken geen campings te zijn waar je een tent op mag zetten en zodoende belandden we in een volledig inspiratieloos motelgebouw langs de weg. We hadden natuurlijk ook andere hotels geprobeerd, maar daar lagen de prijzen zo’n beetje op hetzelfde niveau als hartje Amsterdam… en Grande Prairie is bij lange na niet te vergelijken met Amsterdam. In dit motelletje kostte de kamer CAD$ 82 voor twee personen inclusief ontbijt.


Donderdag 3 juli 2008

Vandaag zou het een lange rit worden van Grande Prairie naar Smithers. De optie was om in Prince George te overnachten, maar we besloten om er maar een hele lange reisdag van te maken in plaats van twee lange reisdagen.
Vandaag werd dus 1.000 kilometer afgelegd over tweebaanswegen waar maximaal 100 kilometer per uur mag worden gereden. De wegen waren echter zo uitgestorven en vaak zo recht, dat de rechtervoet zwaarder aanvoelde dan eigenlijk zou mogen. En dat vond ook mevrouw agent van de Canadeze politie, die opeens achter ons aanreed met zwaailichten. Toen het ons duidelijk werd dat ze met ons kennis wilde maken, zetten we de auto langs de kant van de weg. Mevrouw agent kwam op onze auto aflopen en het eerste wat ze zei was dat het een behoorlijke tijd duurde voordat we stopten. Hoewel we er persoonlijk geen ervaring mee hebben, weten we dat in Nederland je een stopteken krijgt van de politie als je halt moet houden. In Canada, zo vertelde de ‘Mountie’ ons, moet je als stoppen als je uberhaupt een politieauto met zwaailichten ziet. Ook als dat waarschijnlijk niet voor jou bedoeld is.
Met enige charme gaven we natuurlijk aan (zo’n dertien in een dozijn antwoord) dat we er niet van bewust waren dat we 26 kilometer te hard reden en dat we dachten dat het minder was (wat niet zo was) en daar was ze wel gevoelig voor, want we kregen alleen een waarschuwing en geen bekeuring. Nee, even zonder dollen… we kregen geen bekeuring omdat we in een huurauto reden. Dat gaf haar waarschijnlijk teveel rompslomp. Dat was de reden en niet het lullige ontkennende antwoord dat wij gaven.
Met een mooi papiertje van de Canadese politie vervolgden we verder onze weg, terwijl we regelmatig werden ingehaald.

Tussen Prince George en Smithers reden we door een enorme onweersbui, maar eenmaal in Smithers was het weer droog. Voordat we Smithers bereikten, ‘dineerden’ we bij een ‘A&W’. Dit is een hamburgervreetschuur zoals zovelen. Niet bijzonder, maar we moesten wat.

We zetten de tent op op een mooie camping. De kampeeplaatsen zijn allemaal individueel aangelegd als een soort van inham langs de weg over de camping. Veel privacy en rust, hoewel het gehuil van de coyotes in de buurt duidelijk te horen was.
Nadat we de tent hadden opgezet, kwam een mevrouw van de camping langs om ons te registreren en de 22 dollar kampeergeld te innen.


Vrijdag 4 juli 2008

We hadden vandaag de mogelijkheid om een extra dag in Smithers te blijven om wat te gaan wandelen of te kanoeen, maar het weer was er niet naar om die activiteiten te gaan verrichten. Dus ruimden we de tent op, ontbeten en reden in de richting van downtown Smithers. Dit dorpje zag er aardig uit, althans.. het had een aardig winkelstraatje. We kochten er bij de ‘Dollar shop’ enkele spullen voor op de camping, waaronder anti muskietenspiralen, die elders twee keer duurder zijn.
In een andere winkel kochten we een nieuw gasflesje en elastiek, want het elastiek in onze tentstokken was kapotgegaan.
Bij de Safeway (een groote supermarkt) kochten we lunch en daarna gingen we op weg naar New Hazelton. Onderweg stopten we nog bij een ‘fish trap’. Dit is een kleine canyon in een rivier, waar de zalmen tijdens de zalmentrek tegen de kleine maar krachtige waterval op springen. Nu was er niets te zien behalve de canyon, maar we begrepen niet dat zalmen daar graag tegenop zwemmen. Die beesten moeten over een achterlijke hoeveelheid kracht beschikken!
Er zijn drie Hazeltons, die vlakbij welkaar liggen. In (old) Hazelton bezochten we het Ksan Indian Village. Dit museum bestaat uit een aantal longhouses met totempalen en een klein museumpje, waar wordt verteld wat op de totempalen wordt uitgebeeld. Erg leuk!

We reden verder over de highway 16 tot aan de afslag met de Alaska Highway, highway 37. Daar sloegen we af noordwaarts. In een klein indianendorpje langs de weg bekeken we nog enkele totempalen om vervolgens door te rijden naar Stewart. De weg naar Stewart was geheel geasfalteerd en uitstekend onderhouden. Het verkeer op de weg was minimaal. Zo nu en dan stonden we bot op de rem, omdat we beren langs de weg zagen. Maar als snel kozen ze het hazepad als we langs de weg stil gingen staan. Een keer zagen we zelfs een beer voor ons op de weg, maar ook die was snel weg. We hebben jammer genoeg nog steeds geen beren broodjes zien smeren, dus dat zal wel een fabeltje zijn.
Aan het einde van de middag kwamen we aan in Stewart. Onderweg had het bij vlagen een klein beetje geregend, afgewisseld met zon, maar toen we wilden inchecken begin het ineens behoorlijk te regen, waarop we afzagen van kamperen. Het meisje van de receptie verwees ons echter door naar enkele hotelletjes en bij het eerste hotelletje dat we aandeden, besloten we maar meteen te blijven. De kamer in de hoofdstraat van het Ripple Creek hotel zag er zeer redelijk uit. Het bed was in ieder geval lekker zacht.
De receptioniste van het hotel maakte ons erop attent dat er in Hyder, dat in Alaska, Amerika, ligt vandaag 4 juli werd gevierd. Er was zelfs een gedrukt pamflet waarop het programma stond, met een ‘Bush woman’ verkiezing en een lelijke auto race door het dorp en een Grande Parade’. Het klonk vreselijk dynamisch en we wilden er niets van missen. Dus snel reden we door naar Amerika. Op de grens passeerden we direct ook een tijdzone, de tweede in twee dagen tijd, waardoor het ineens een uur vroeger was.
We merkten direct dat we in Amerika waren. Was een verloederde zooi was het in Hyder. De ene na de andere krot, of het nu een huis of een winkel was, was dichtgespijkerd, overal in de tuinen van de ‘woningen’ lag rotzooi, van oude auto’s tot oude koelkasten. Het was eigenlijk net alsof er houten krotwoningen op een vuilnisbelt waren gebouwd. En dat in het land van de onbegrenste beperkingen.
Van een feeststemming was op de twee hot dog stands na weinig te merken. Een Sherrif hield goed in de gaten dat de hele meute (toch zeker zo’n 25 man) niets vreemd deden op het enige kruispunt in het dorp.
We hadden het vermoeden dat het feestgedruis zich wel zou afspelen in één van de twee kroegen, maar in deze rokerige hollen waren ook niet meer dan een handvol mensen bezig een poolbillartje te leggen of zich lam aan het zuipen aan de bar.

Klik op foto voor vergroting Hyder

Daarom besloten we de overige feestelijkheden maar te laten voor wat het was en we reden terug naar Stewart. Bij de Canadese grens moesten we wel de paspoorten laten zien (aan de Amerikaanse grens is geen grenspost).
We reden terug naar het hotel, waar zich onder onze kamer een restaurant bevindt; één van de twee in Stewart, dus weinig keuze. We aten er echter een perfect diner.
Na het eten wilden we nog wild gaan stappen, maar die faciliteiten bleken niet aanwezig in Stewart en dus genoten we lang van een echt en heerlijk zacht bed!


Zaterdag 5 juli 2008

Toen we vanochtend opstonden regende het licht en was het uitzicht vanwege de laag hangende bewolking beperkt. We ontbeten in de ‘huiskamer’ die naast onze kamer lag. Er stond in de huiskamer twee banken, een salontafel en een eettafel met vier stoelen.

Na het ontbijt deden we de self guided auto tour naar de Salmon glacier. Hiervoor moesten we weer naar het dynamische dorpje Hyder in Alaska. In het dorp was niets meer te merken van de bruizende feestdag van de dag ervoor (er stonden twee hot dog stands opgesteld gisteren). We reden door het uitgestorven dorp, langs de politiepost (ja inderdaad; er is een sherrif in dit oord) en we volgden de enige weg die uit het dorp liep anders dan die naar Stewart. De weg was onverhard en zat vol ondergelopen gaten in de weg.
De eerste stop die we maakten was bij de boardwalk bij de Fish Creek. Hier zouden zowel zalmen als beren te zien zijn, maar schijnbaar zijn die er alleen bij mooi weer. Vandaag lieten ze zich niet zien. Overigens is het voor de zalmtrek nog net even iets te vroeg, dus die zullen we zowiezo niet zien.

Klik op foto voor vergroting Zalmgletsjer

Hoewel er in totaal 14 stops zijn langs de weg (de meeste hebben te maken met plekken waar voorheen mijnbouw werd gepleegd), stopten we alleen bij de zalmgletsjer en die stops waren de moeite waard.

We stopen bij een uitzichtpunt vanwaar we de hele gletsjer tot aan de voet konden zien en reden vervolgens verder naar het punt waar we van bovenaf op de gletsjer konden kijken. Zo zagen we het gehele verloop van de gletsjer, de enorme spleten in het ijs en de diepblauwe kleur van het ijs.
Het regende nog steeds een beetje en hoewel het mooier zou zijn met droog weer was het misschien niet eens zo slecht dat de zon niet scheen, omdat er dan al snel overbelichting van de foto’s plaatsvindt. Nu waren de kleuren zo mooi. We reden terug naar Stewart en vervolgens verder in de richting van Terrace. Op weg naar de Mezadiensplitsing tussen highway 37a en highway 37 zagen we nog enkele beren, waardoor het aantal gespotte beren tot nu toe uitkomt op 11.

Klik op foto voor vergroting Beer in de boom

Bij de grenberry splitsing sloegen we af en reden we 52 kilometer over een gravelweg naar de lavagronden. Dit is een strook grond van 10 x 3 kilometer, dat 250 jaar geleden bedolven werd onder lava als gevolg van een uitbarsting van een vulkaan. Hierbij vielen duizenden doden, doordat hele dorpjes verdwenen onder de gloeiend hete massa. Het landschap zag er vreemd uit. Het was net of een boer z’n akkers op een zeer ruwe manier had omgeploegd. OP de lava groeide mos en her en der groeiden er ook bomen. Het laatste stuk naar Terrace ging door een mooi stukje Canada.
In Terrace zetten we de tent op op de Camping Municipal. De plaats was ruim en had erg veel privacy. De plaats was namelijk aangelegd als een soort inham langs een cirkelvormige weg in het bos. Van drie kanten hadden we dus bos om ons heen.
’s Avonds aten we een pizza bij een grote keten van pizzarestaurants.



Zondag 6 juli 2008

We braken de tent op, ontbeten en reden toen naar de Wall Mart, die naast de camping lag. We moesten een nieuw luchtbed hebben, want een van de twee luchtbedden liep langzaam leeg, waardoor één van ons tweeën ’s ochtends met de kont op de grond lag.
Bij de Wall Mart konden we echter snel een nieuw luchtbedje kopen. Ook kochten we er een spijkerbroek van Wrangler voor 25 dollar (€15). Daarna reden we naar Prince Rupert. Eindelijk eens een kort ritje, namelijk ‘slechts’ 140 kilometer.
We kwamen in de loop van de middag aan in Prince Rupert, waar we direct doorreden naar het informatiebureau om te vragen naar accommodatie. Die bleek echter niet voor handen. In deze opwindende havenstad was namelijk voor de komende dagen alle hotelkamers volgeboekt in verband met een meerdaagse bejaardenconferentie. Dat zal dan wel swingen worden!.
Onze keuze bleef dus slechts beperkt tot de camping, waar we eigenlijk in een hotel, motel of Bed and Breakfast hadden willen zitten. Ook vanwege het weer, dat ons niet gunstig gestemd was. Prince Rupert ken jaarlijks 220 regendagen en vandaag was er een van. Hoewel het niet de hele dag regende, was het wel zwaar bewolkt en leek het erop of het ieder moment zou kunnen gaan regenen.
We zetten dus maar de tent op op een drassig stukje van de camping. De campingeigenaar, een stugge chinees, had houten vlonders neergelegd, waarop we de tent zouden kunnen neerzetten. Naast de vlonder stond op grint een picknicktafel. Omdat het tamelijk omslachtig is om haringen in een houten vlonder te slaan, besloten we de picknicktafel te verplaatsen en de tent op het gravel neer te zetten. Dat was egaal en droog.

Nadat de tent was opgezet, reden we naar Cow Bay, waar we bij cafe Breakers een biertje dronken en gebruik maakten van de mogelijkheid om draadloos te internetten.
Na het biertje verplaatsten we ons naar het restaurant van de buurman, restaurant ‘Smiles’, dat een goede recentie krijgt in de LP. De gebarbequede zalm was echter iets aan de droge kant en de frietjes ronduit slecht. Op zich was de zalm lekker, maar hier keren we geen tweede keer terug.
Na het eten dronken we nog een glaasje wijn bij de tent, douchten (om weer even op temperatuur te komen; het was slechts 11 graden) en gingen daarna lekker slapen.


Maandag 7 juli 2008

Vandaag was echt zo’n hangdag. We sliepen uit en stonden vervolgens op met een klein beetje regen en we besloten om maar een broodje gezond te halen bij de Subway in plaats van zelf voor ontbijt te zorgen.
Na het ontbijt bezochten we het Northern British Columbia Museum, wat klein, maar interessant was. Deels ging de tentoonstelling over de eerste bewoners, maar er werd ook over de periode van de aanleg van de spoorwegen enz verteld. Maar vooral waren de dingen van de eerste bewoners interessant, zoals houten vierkante dozen met hoeken van 90 graden, waarvan de zijwanden uit een plank hout waren gebogen, houten maskers, kleding, shamanen-artikelen, hoofdtooien gemaakt van grizzlyberenklauwen, etc.
Aan het einde van de rondgang door het museum was een fototentoonstelling. Er zaten schitterende foto’s bij van ondergaande zonnen, van vliegende zeearenden en van een vijftal zeearenden op een rij. Echt haarscherp en erg mooi.
We dronken in Cow Bay (het “dynamische” deel van Prince Rupert met enkele cafe’s en restaurants) bij Cawpucchino een kopje cappuchino en vervolgens reden we naar de bibliotheek om een beetje te internetten enmet het thuisfront te chatten.
In de namiddag liepen we een keer de hoofdstraat op en neer. Daar waren we snel mee klaar, want er is werkelijk geen enkele interessante winkel in de hele straat. Overigens staat de helft van de winkelpanden te koop, te huur of te lease. Het leasen van commerciele ruimten is in Canada ‘hot’.
Aan het einde van de middag dronken we een biertje op het terrasje van ‘Charlie’s cafe’, dat in het Crest hotel zit. Het cafe is behoorlijk chique en het heeft een leuk terrasje dat uitkijkt over de baai. We zagen de zeehondjes rondzwemmen en de zeearenden boven ons vliegen. ’s Avonds aten we in het naastgelegen restaurant. Op het menu stond deze avond steak met King krab. Dit lijkt een vreemde combinatie, vlees en vis, maar het staat in Canada frequent op het menu van de luxere restaurants.
Toen we terugkwamen op de camping, bleek dat we buren hadden gekregen. Een of andere onverlaat had z’n bus (echt een camper zo groot als een touringcar) met aanhanger pontificaal voor onze tent geparkeerd, wat ons hevig irriteerde, aangezien we onze eigen auto nu niet voor de deur konden parkeren.
In de bus woonden drie mensen die vlak naast onze tent een houtvuurtje hadden opgestookt en ze zaten daar lekker te pimpelen. Toen we eenmaal wilden gaan slapen en we vroegen of ze wat rustiger wilden zijn, had dat weinig effect. Echte familie Flodders (of hill billies zoals ze hier worden genoemd).


Dinsdag 8 juli 2008

Helaas was het vanochtend vroeg wakker worden. Om 05.00 uur stonden we op, om 05.30 uur stonden we in het centrum van Prince Rupert bij de ‘Tim Hortons’ (keten waar je koffie, ontbijt, lunch etc. kunt krijgen) in de rij voor een ‘coffee to go’ en om 05.45 uur stonden we in de rij voor het tolpoortje van de ferry. Nadat onze reservering om was gezet in twee tickets voor de ferry, konden we direct doorrijden de boot op. Daar stond op het parkeerdek een handvol mannen de auto’s zodanig te manouvreren, dat de boot efficient beladen werd. Omdat de boot maar een deur heeft, namelijk alleen aan de achterzijde, moeten de auto’s in de boot een 180 graden draaien.
Nadat de auto was gestald, liepen we naar het deel van het schip waar we de komende 15 uur op een stoel zouden zitten. Wij waren er als een van de eersten in de enorme ruimte met rijen stoelen. We zochten een plekje aan de zijkant dichtbij een stopcontact, zodat we van de laptop gebruik konden maken. Omdat het schip in Duitsland was gebouwd, waren er ook gewone europese stekkers aanwezig die ook gewoon op 220 volt werken.
De boot vertrok 10 minuten eerder dan verwacht, maar wel in grauw weer en daar zou de komende 15 uur geen verandering in komen. Hierdoor was de tocht niet zo mooi als dat ‘ie bij mooi weer zou kunnen zijn. Eigenlijk werd het nu een lange zit naar Port Hardy toe.
Soms was er even beroering op de boot, want dan zag iemand een walvis en een keer werden we er door ‘de brug’ op attent gemaakt dat we door een gebied met vele walvissen vaarden. We liepen dan naar het zonnedek, vanwaar een schitterden uitzicht over zee mogelijk was en waar we de walvissen in de verte zagen.
Even voor 22.00 uur naderden we Port Hardy, maar het duurde vervolgens nog zeker 20 minuten voordat de boot zich achteruitwaarts zodanig had gemanouvreerd dat de auto’s van bord konden.
In Port Hardy reden we naar de ‘Grey’s Den’ Bed & Breakfast, dat we vanuit Nederland hadden gereserveerd. We werden uitermate vriendelijk ontvangen door Lucy Grey en naar onze kamer gebracht. Ze heeft twee kamers in de verhuur. Daarbij hoort een gezamelijke badkamer en een gezamenlijke woonkamer annex keuken. Alles zag er uitermate smaakvol en goed verzorgd uit. De Bed & Breakfast was pas sinds 1 juni van start gegaan, dus alles zag er nog spik-en-span uit.
Nadat Lucy ons een rondleiding had gegeven, namen we een heerlijke douche en gingen snel naar bed.
Hoewel we ons vandaag nauwelijks hebben ingespannen, was het een uitputtende reisdag geworden.


Woensdag 9 juli 2008

Het ontbijt was uitstekend verzorgd. Aan vrijwel alles was gedacht en het ontbijt was smaakvol.
We vertrokken echter pas tegen 11.00 uur, nadat we nog een tijdje met de familie Grey hadden staan praten. We reden eerst nog even door het dorpje Port Hardy, dat nauwelijks opwindend te noemen is. Vervolgens gingen we op weg zuidwaarts. Het eerste stuk van Port Hardy naar Campbell River ging door uitgestrekte bossen, waar de houtkap duidelijk zichtbaar was op de berghellingen. Gelukkig vindt er herplanting plaats, waardoor de kale plekken maar van korte duur zijn. We stopten even bij het nietige plaatsje ‘Telegraph Cove. Dit schilderachtige dorpje is gebouwd op palen boven het water van een kleine baai. De enige ‘straat’ is een houten planken weg ook op palen, tussen de huisjes. Erg leuk om even halt te houden.
Pas bij Campbell River scheen de bewoonde wereld weer opnieuw te beginnen.
We reden naar het informatiecentrum, waar we informeerden naar wandelroutes in de omgeving en naar een camping. We werden gezonden naar de Parkside Campground, een camping op 5 kilometer buiten het stadje. De camping werd beheerd door twee grootouders (althans, zo deed het bordje aan de begin van de camping met “Two grandparants are at work here”) vermoeden. De campingplaats was weer mooi gelegen in het bos en de faciliteiten waren dit keer weer even beperkt als normaal, maar van een iets luxer niveau. En opa en oma waren wel vriendelijk.
We reden, nadat de tent was opgezet, terug naar Campbell River waar we wat langs de waterlijn wandelden. Het was perfect weer, alleen stond er erg veel wind. Op de visserspier was het met slechts twee vissers erg rustig. Op de pier waren alle facliteiten voor vissers aangebracht, zoals gaten in de railing om de hengel in te steken, een soort van barkrukken waren er gemaakt om op te zitten, je kon zelfs achter een glazen scherm tegen de regen en/of wind schuilen en er waren zelfs visfileertafels om de vers gevangen vis direct gereed te maken voor in het pannetje.
Omdat het al tegen sluitingstijd van de winkels liep, besloten we om inkopen te doen voor het avondeten en terug te keren naar de camping, waar we een heerlijk zalmpje maakten op ons enige gaspitje. Zalm met salade. Jammie.
’s Avonds staken we voor het eerst zelf eens een vuurtje aan naast de tent.


Donderdag 10 juli 2008

Vandaag eindelijk weer eens een wandeldagje. We reden via de kustweg naar Mount Washington, waar we de ‘Forbidden Plateau’ wandeling zouden doen. De opa van de camping had ons erop gewezen dat langs de kustweg een expositie was van houtsnijwerk van de competitie die daags ervoor had plaatsgevonden. Uit drijfhout hadden kunstenaars de mooiste beelden gesneden, die wel twee meter hoog waren. Zaten zeker erg mooie werken tussen.
Bij Mount Washington, dat in de winter een skigebid is, parkeerden we de auto en namen notie van de informatie op het informatiebord. Dat gaf aan dat de wandeling die wij wilden gaan doen ‘nat, glibberig en nog met sneeuwvelden’ was. Maar niet de eerste drie kilometer, want die gingen deels over een houten vlonderpad door een drassige bergweide met kleine vennetjes.
Pas bij het eerste meer was de afslag van de rondgang en we namen de rechterafslag. Direct daarna volgde een lastig pad over veel boomstronken, dat zeker vochtig en modderig was. Het pad steeg ook best wel, terwijl de omschrijving bij de wandeling daar eigenlijk geen melding van maakte.
Onze inspanning werd (zoals gewoonlijk) weer beloond toen we eenmaal boven waren. Het laatste deel van de route tot aan de top en de route daarna werd gedomineerd door sneeuwvlakten waar we overheen moesten lopen. Dit leidde tot de nodige hilariteit, omdat we regelmatig tot onze knieen wegzakten in de sneeuw, omdat er onder de (toch nog zo’n 30 centimeter hoge) sneeuwlaag een holte was ontstaan door smeltwater.
We liepen van het ene schitterende meertje naar het andere en steeds weer door een schitterende omgeving. De 15 kilometer of 5,5 uur durende wandeling was een waar genoegen, maar we waren daarna best wel moe.
Bij een supermarkt kochten we maar weer ingredienten voor een eenvoudige, doch voedzame maaltijd, die die avond bestond uit salade met biefstuk een een lekker wijntje.


Vrijdag 11 juli 2008

Vandaag zou weer een lange reisdag worden van 390 kilometer. We reden via Courtenay naar Qualicum Beach, waar we afsloegen naar Tofino. Het eerste stuk ging uitermate vlot over een vierbaans snelweg, maar vanaf de afslag bij Qualicum Beach ging het verder over een zeer bochtige en van slechte kwaliteit tweebaansweg. Tofino wordt wel omschreven als een zeer toeristische bestemming, maar de weg was alsof die leidde naar de mindst interessante bestemming, zo slecht.
In Port Alberni stopten we voor een kopje (of meer een beker) koffie en werden we door andere mensen in de rij erop gewezen dat er diverse ‘Tall ships’ in de haven lagen en dat het een grote happening was in Port Alberni. Door weer anderen werden we gewezen op het gospelfestival vanavond (goh, wat jammer dat we er weer vandoor moeten, zeg!).
We besloten even te gaan kijken in de haven. Daar lagen op een kluitje inderdaad enkele tall ships, maar de toegang ertoe bedroeg 10 dollar per persoon en de rij voor de ingang was zeker 100 meter lang. We besloten maar weer even te wachten op de volgende ‘Sail Amsterdam’.

Klik op foto voor vergroting Chemanius

We kochten onze lunch bij de subway en reden verder in de richting van Tofino, om ongeveer 10 kilometer na Port Alberni te picknicken aan het schitterende SproutLake, waar mensen in zwommen met het mooie weer van vandaag (zonnig, 26 graden).
Na de lunch begon echt de bochtige en slechte weg naar Tofino, maar twee uur na de lunch waren we bij het informatiecentrum, waar we naar wandelmogelijkheden en naar kampeerplaatsen informeerden en te horen kregen dat we moesten uitwijken naar een camping in Ulcuelet, dat 8 kilometer voorbij het informatiecentrum lag.

Klik op foto voor vergroting Ucluelet

De camping was met CAD$ 32,50 de op een na duurste en de douches waren niet eens gratis. Over de sanitaire voorzieningen nog maar te zwijgen. Gulden regel in Canada lijkt wel te zijn... hoe duurder de camping, hoe slechter. In de namiddag reden we naar Tofino, maar dat bleek de moeite niet waard. Het is een zeer klein plaatsje met nauwelijks vertier en bedrijvigheid.
Op de weg terug naar de camping stopten we nog even bij de Schooner trail, een 3 kilometer lange wandeltocht over houten vlonders en met honderden traptreden naar boven en weer naar beneden en weer naar boven en weer naar beneden. De wandeltocht eindigde op een verlatn stukje strand waar het weer even genieten van de omgeving was.
’s Avonds aten we in een restaurantje in Ucluelet, dat goed stond aangschreven in de reisgids, maar bij de bestelling en bij het afrekenen ging van alles fout en het eten was er ook niet bijzonder.


Zaterdag 12 juli 2008

Vanochtend ontbeten we in het zonnetje op een terrasje van een restaurantje in de hoofdstraat van dit slaperige dorpje. Na het ontbijt liepen we een 2,5 kilometer lange wandeling, dat onderdeel uitmaakt van de veel langere Pacific coast trail. De wandeling liep langs de kust door dichtbegroeid bos. Aan de stand van de bomen langs de nu vredige kust te zien, moet het hier vaak erg hard waaien, want de bomen waren naar een kant gegroeid. Vandaag was alles zeer kalm. Het was dan ook weer schitterend weer, maar vanochtend, met ‘slechts’ 13 graden nog wel koel.
Na de wandeling tankten we bij een benzinepomp en reden daarna naar Port Alberni. De weg was weer net zo hobbelig en bochtig als gisteren, met een groot verschil; het was nu voor ons op de weg een stuk rustiger. Dat geheel in tegenstelling tot de andere rijrichting, waarop het echt een drukte van jewelste was.
In Port Alberni kochten we bij de Subway onze lunch en daarna reden we naar Nanaimo, waar we aan de haven ons broodje opaten. In diezelfde haven was een drakenbootfestival aan de gang en dit keer zagen we ook enkele wedstrijden.
Nanaimo was een zeer leuk plaatsje (jawel, voor Canadese doen zeker!), met een leuk haventje met gewone bootjes, te dure bootjes en watervliegtuigjes, mooie appartementen langs de haven en een restaurantje. Jammer dat de Canadezen niet van gezelligheid houden en er een schitterende boulevard aanleggen met cafetjes, terrasjes en restaurantjes. Nee, gezelligheid is een woord dat Canadezen niet schijnen te kennen, of wij hebben het nog steeds niet kunnen ontdekken. Dat kan natuurlijk ook.
In de winkelstraat kon je letterlijk een mitrailleur af laten gaan zonder iemand te raken. En dat op een zaterdagmiddag
We reden verder naar Victoria. We hadden een camping uitgezocht in de nabijheid van Victoria, maar we hadden vantevoren al besloten daar niet te gaan staan als deze weer eens langs de snelweg zou liggen. En ja hoor… ook deze snelweg was weer direct langs de snelweg aangelegd. We hadden geen zin in twee nachten autolawaai en reden verder naar Victoria. We controleerden de prijzen van enkele hotels in Victoria en besloten om toch nog maar even te kijken bij een camoing in de buurt van Sydney (nee, niet in Australie, maar even ten oosten van Victoria). En zo belandden we op een camping aan de kust. Schitterende plek in het gras(!), maar weer met zeer matige faciliteiten; de toiletten bestaan uit een serie Dixies (verplaatsbare plastic toiletunits). Echter wel ruim 100 dollar per nacht voordeliger dan een muffe hotelkamer.
’s Avonds aten we in een Zwitsers Restaurant in Sydney een lekkere kaasfondue. Even het kaastekort dat we hebben opgelopen weer compenseren.

Klik op foto voor vergroting Klik op foto voor vergroting Klik op foto voor vergroting Klik op foto voor vergroting Klik op foto voor vergroting




=============================================================================================
Wij hebben weer getracht je een indruk te geven van hoe wij dit land hebben beleefd. Heb je op- of aanmerkingen op ons verhaal of heb je gewoon een goede tips, laat het ons dan weten. Stuur een mailtje naar Marrem's reispagina of schrijf een berichtje in ons gastenboek. Je reactie wordt zeer op prijs gesteld!