Donderdag 8 oktober 2009

We zijn uiteindelijk toch nog aangekomen in Buenos Aires. De vlucht van Amsterdam naar Sao Paulo met de KLM verliep erg soepel. De service aan boord was uitermate goed en er was goede entertainment aan boord, waardoor we ons niet al te erg hoefden te vervelen.
Met zo’n 20 minuten vertraging landden we om 16.50 uur op Sao Paulo waar het regende. We hadden nu nog ruim drie uur overstaptijd, want de doorvlucht zou zijn om 20.00 uur. We liepen in de richting van de vertrekhal, maar voordat we die mochten betreden werd onze handbagage gescand en wij moesten door de metaaldetector lopen. Een medewerker van de douane gaf ons aan waar we ons naar toe moesten begeven en dat was naar terminal 2.
We liepen naar terminal 2 door een vrijwel uitgestorven luchthaven: Omdat we nog geen boardingpassen hadden en niet wisten hoe we daar aan konden komen, vroegen we ergens bij een gate waar we die konden krijgen. Daar werd aangegeven dat deze bij de gate van GOL, de luchtvaartmaatschappij waar wij mee verder zouden vliegen, zouden worden geprint. En dus begaven we ons naar de gate, waar op dat moment een eerdere vlucht naar Buenos Aires dan wij zouden nemen werd ingecheckt. Daar bleek al dat een aantal andere passagiers uit onze KLM vlucht wel meekonden met de vlucht, maar dat de bagage de overstap niet kon halen. Die mensen zouden in Buenos Aires alsnog op hun bagage moeten wachten.
Op de luchthaven wandelden we wat rond. Het was er uitermate stil in vergelijking tot Schiphol. We zagen vliegtuigen van de luchtvaartmaatschappijen Bra en AA langskomen.
Al gauw bleek dat onze vlucht naar BA een vertraging zou hebben van een uur. In plaats van een aankomst om 23.00 uur in Buenos Aires, zou dat dus al 24.00 uur worden. En daarbij kwam ook nog eens dat de grondsteward, die overigens zeer vriendelijk was en uitermate goed Engels sprak (want met Portugees zouden we nergens zijn gekomen) ons meldde dat de rugzak van Marjolijn niet was aangekomen bij de gate van GOL. Hij had overal telefonisch gecontroleerd naar de rugzak, maar hij was nergens te bekennen. Gelukkig kwam hij later op zijn verhaal terug en bleek dat de rugzak alsnog was afgeleverd bij de gate en dat die gewoon meeging naar BA.
Uiteindelijk vertrokken we vanaf Sao Paulo met een vertraging van 2 uur naar Buenos Aires Tijdens die vlucht konden we eindelijk een beetje slapen. Tsja, inmiddels was het voor onze eigen gevoel toch al weer zo’n drie uur ’s nachts.
Om één uur lokale tijd landden we op de luchthaven Ezeiza van Buenos Aires. Tijdens het dalen hadden we een schitterend zicht op de zee lan lichtjes van de straatlantaarns van Buenos aires, lie letterlijk totaan de horizon brandden. Wat wil je in deze enorme uitgestrekte stad met meet dan 12 miljoen inwoners!
Na een vlucht van twee uur en een uur tijdsverschil, waren we dus weer drie uur verder. De bagage lag al op de band toen we door de douane heen waren gekomen. Dat ging allemaal redelijk soepel.
Eenmaal in de aankomsthal, regelden we een officiële (dure) taxi, die ons de 35 kilometer van de luchthaven naar ons hotel in het centrum bracht, waar een nieuwe verrassing wachtte. De taxichauffeur had zich in een straat vergist en in eerste instantie vonden we het hotel dus niet. Gelukkig vroeg hij op straat de weg aan twee schoonmakers die om kwart over twee ’s nachts aan het werk waren en bleek dat we een blok verder moeten zijn. Om half drie lokale tijd (half acht ’s ochtends Nederlandse tijd) kwamen we aan in het Gran hotel de la Paix. We checkten in en liepen achter de receptionist aan naar onze kamer op de derde etage. Hoewel we om een rustige kamer hadden gevraagd bij de reservering, stond iemand die uit was geweest op de kamerdeur aan het einde van de gang te bonzen en luid roepend; open the door, you mother fucker!. Zal ons verzoek wel zijn doorgekomen?
Uiteindelijk lagen we - na een reis van meer dan 23 uur – om 02.30 uur eindelijk op bed om…. moeilijk in slaap te komen


Vrijdag 9 oktober 2009

We hadden de wekker gezet rond 9.45 uur, maar voor die tijd waren we al wakker. De muren van karton deden het werk. We liepen naar de lobby, waar ons een redelijk ontbijtbuffet wachtte. Alleen de koffie was dramatisch slecht, dus gingen we al snel over op Mate thee. Na het ontbijt liepen we naar San Telmo. Onderweg liepen we door de Calle Venezuela, alwaar het hostal is gevestigd waar we vijf jaar geleden hebben overnacht. Precies op het moment dat we voor het hostal stonden, parkeerde er een auto en met het openen van de bestuurdersdeur, werd een fietser van z’n fiets gesmeten, die pijnlijk hard op het asfalt terecht kwam.

Wij liepen verder naar San Telmo en naar mate we daar dichterbij kwamen, werden de straten rustiger met verkeer. Asfalt ging over in kinderkopjes en oude tramrails waren nog te herkennen in het wegdek. Alleen de tram reed al jaren niet meer.
Ergens op de hoek van een straatje zat “Havanna”. Marjolijn herkende dit nog van toen we in Puerto Madryn waren vijf jaar geleden. Het is een koffieshop annex chocolaterie. We waren we zo van gecharmeerd, dat we besloten er een lekkere kop koffie te drinken. Later zouden we erachter komen, dat “Havanna” zich inmiddels als een olievlek heeft verspreid over Buenos Aires.
De koffie was lekker en na de koffie liepen we nog wat door de straatjes van San Telmo, om vervolgens terug te lopen naar de Plaza de Mayo, het bekendste plein van BA. Aan dit plein staat het roze regeringsgebouw, waar vanaf het balkon Evita Peron - Duarte de menigte heeft toegesproken.
Op het plein, dat nu halverwege door hoge stalen hekken in twee helften is gedeeld, hingen nog altijd de protestspandoeken van veteranen van de Falklandoorlog en nog altijd hing er een verdwaalde ‘dwaze’ moeder rond met een protestbord.
We keken even in de kathedraal die grenst aan het plein, maar het grootste deel van de kathedraal was niet toegankelijk vanwege een kerkdienst die werd gehouden.
We liepen verder via de autovrije winkelstraat, de Avenida Florida, naar het noorden. Hoewel het vrijdagmiddag was, was het in de winkelstraat even druk als op een zaterdagmiddag in de Kalverstraat. Het was uitverkoop en we keken bij enkele winkels, maar zagen weinig bijzonders. Alleen bij de buitensportwinkel “Montagne” keken we wat langer. Vijf jaar geleden kocht Remco hier zijn dagrugzak, waarmee hij tot op de dag van vandaag nog erg tevreden over is. Het was dan ook erg leuk om te zien dat het model nog steeds werd gevoerd, uiteraard in een trendy 2009-kleurtje.
In een panaderia kochten we iets te drinken en bestelden we twee empanada’s, wat tot een lachbui bij Marjolijn leidde, want ze wilde een empanada met groente en een empanada met kip bestellen. In plaats dat ze “pollo” bestelde, zei ze “polla”, wat in Spanje zoiets als klootzak betekent. De wraak van de bediende was zoet, want we kregen een empanada met kip en een empanada met gehakt.
De haven lag nog maar op een steenworp afstand en we liepen er naar toe. Het was rond een uur of vijf en de zon scheen mooi op de pakhuizen langs de kade. Net als vijf jaar geleden, zag het er weer erg mooi uit. Alleen aan de overkant van de haven werd nu volop gebouwd en dan gaat het direct fors de hoogte in. Wolkenkrabbers van misschien wel 25 etages hoog werden gebouwd. Dat doet wel een beetje af aan de charme van de havens.
We dronken iets op een van de terrasjes en daarna liepen we terug naar de Plaza de Mayo, om het roze regeringsgebouw te fotograferen. Dat werd nu mooi verlicht door de avondzon. Na de foto liepen we naar het Theater Colon. We wilden graag weten wat er voor voorstellingen zouden zijn, want we hadden ons daar wel een beetje op een avondje uit verheugd. Op de 16 banen brede 1e de Julio was het spitsuur. Veel auto’s en veel getoeter, maar weinig vooruitgang. Op de trottoirs stonden rijen mensen (rijen van wel 100 meter lang) keurig achter elkaar te wachten op een bus. En op de volgende hoek van de straat hetzelfde tafereel. Bij het theater Colon wachtte ons een teleurstelling, want dat was gesloten vanwege renovatiewerkzaamheden.
Inmiddels was het donker geworden en liepen we terug in de richting van het hotel. In de buurt daarvan hadden we onze eerste avondmaaltijd in Argentinië; allebei een lekker stuk biefstuk van 400 gram! een salade en een wijntje en dat voor iets meer dan 20 euro.


Zaterdag 10 oktober 2009

Rond 10.00 uur zaten we aan het ontbijt, evenals gisterochtend. Alleen nu was het een stuk drukker in de ontbijtruimte. De twee medewerkers moesten flink aanpoten om de voorraden aan te vullen en de tafels af te ruimen.
Met de Eee-PC bekeken we het internet, want in de lobby is wifi beschikbaar, evenals overigens op zeer veel plekken in BA. Veel restaurants en cafés bieden wifi aan. Weeronline.nl was uitermate negatief over de weersvoorspelling voor vandaag; hevige regen en onweer. Toch weerhield het ons er niet van op stap te gaan. Op de hoek van de straat namen we een bus naar Ricoletto. Hoewel we alleen biljetten hadden en er met munten in de bus moet worden betaald, was dat geen aanleiding om ons niet mee te nemen. De chauffeur had een portemonnee met munten, die hij voor ons –natuurlijk welk tijdens het rijden- wisselde. De chauffeur gaf ook netjes aan waar we moesten uitstappen en wees ons de richting waarin we verder moesten lopen.
We liepen de ongeveer zeven blokken in de richting van de begraafplaats Ricoletta. Onderweg begon het te regenen; zou de weerwebsite gelijk krijgen en wordt het vandaag een slechte dag? We besloten om maar even te wachten hoe het weer zich verder zou ontwikkelen in een koffieshopje ergens op de hoek van een straat. De café Americano was lekker en al snel bleek dat de bui hevig, maar kortstondig was. We rekenden af, vroegen specifiek om wat munten voor de bus en liepen verder naar de begraafplaats. In onze herinneringen was deze veel groter dan nu bleek. Natuurlijk bedrog, want deze begraafplaats met de enorme gebouwen is hier al eeuwen gevestigd. Uitbreiding is niet mogelijk omdat de begraafplaats helemaal is ingebouwd door bebouwing. We bekeken de graftombes, waarvan er sommige erg goed onderhouden en enkele ronduit verwaarloosd bijstonden. Alleen bij Evita Duarte’s (familie) graf was het echt druk. Voor de rest was het er ‘vredig’.
We verlieten de begraafplaats en liepen naar de dierentuin. Het was nog een behoorlijk eindje lopen, langs een drukke boulevard.
De entree tot de dierentuin bedroeg 22 pesos per persoon, zo’n 4 euro. We liepen langs de dieren, die er uitgeslapen uitzagen. De meeste katachtigen lagen te maffen en alleen de lama’s, alpaca’s, guanaca’s enzovoort waren druk bezig het voer dat de mensen toewierpen te verorberen. Toch was de dierentuin weer een leuke belevenis.
Daarna liepen we door het Jardin Botanico Carlos Thays, waar vele katten en botanische planten te bewonderen wijn. Na wat aandacht aan de katten (en de planten) te hebben geschonken liepen we naar de Plaza Palermo viejo in de wijk Palermo Soho. De wijk –met al z’n gekleurde en laagbouwhuisjes, deed ons denken aan onze tijd in Santiago de Chile. Grappig dat sommige herinneringen weer naar boven kwamen.

Op het plein dronken we wat op een terrasje in de zon. De zon zakte achter de huizen en donkere wolken begonnen de eens blauwe lucht te bedekken met een grijze deken. We liepen door de calle Malabia in Palermo Soho in de richting van de Avenida Cordoba. De Avenida Cordoba is een drukke winkelstraat met allemaal outlet winkels van de grote (sport)merken. We liepen richting het Microcentro, maar het zou nog een heel eind lopen zijn naar het hotel en ergens op een hoek van een straat besloten we dat we twee dingen konden doen; de bus nemen (maar waar?) of een taxi nemen. We hadden besloten te wachten op een taxi, toen er een bus naar het Plaza del Congreso aan kwam rijden. En dus scheurden we even later in een bus door de straten van BA. Waarschijnlijk wilde de buschauffeur snel thuis zijn.
Op het Plaza del Congreso was het vandaag heel wat rustiger dan gisteren, toen het vol stond met betogers tegen een wetsvoorstel dat die dag door de regering werd genomen. Op een terrasje dronken we nog een wat en bij de laatste slok liet de weergod weten dat het tijd was om terug te keren naar het hotel. Het weerlichtte al een tijdje, maar plots kwamen tranendikke druppels uit de hemel neervallen. Er ontstond een tropische bui, die de rest van de nacht niet ophield. Het heeft hele nacht geonweerd en zwaar geregend.


Zondag 11 oktober 2009

We ontbeten in de ontbijtruimte van het hotel en skypten even naar het thuisfront. Wat verandert de communicatiewereld toch snel; vijf jaargeleden was het internet nog een kostbare zaak in Argentinië en nu bel je gratis vanaf je Eee-PC via een WIFI-verbinding naar huis.
We namen een taxi naar La Boca, alwaar we een beetje rondliepen. Het deel van La Boca dat wel leuk, maar enorm toeristisch is, namelijk de straatjes met de gekleurde huisjes, is zo beperkt dat je niet langer nodig hebt dan een kwartier om het te bekijken.
Daarom zaten we al weer snel in een taxi. Dit keer naar het Plaza Dorrego in San Telmo, alwaar een zondagsmarkt is. We werden keurig bij het plein afgezet (in Argentinië zijn de taxichauffeurs wel beleefd, eerlijk en vriendelijk) en door de chauffeur gewaarschuwd voor onecht zilverwerk dat soms werd aangeboden.
Het was een drukte van belang in San Telmo. Zelfs de calle La Defensa, tussen het Plaza Dorrego en het Plaza del Mayo was een grote markt met honderden – zoniet duizenden- mensen in de straten.
Door de Calle La Defensa liepen we terug in de richting van het hotel, om daar de rugzakken te halen en liepen we naar de parallelrijbaan van de 16-baans brede Avenida de 9e Juli om een taxi naar de luchthaven Aeroparque te nemen. Dat was slechts een kwartiertje rijden vanuit het centrum, deels over de Avenida 9 de Julio en deels door de sloppenwijken, die in schil contrast staan tegenover de moderne hoogbouw van het centrum.
Het inchecken op Aeroparque was in een mum van tijd gebeurd (kan Schiphol nog een hele hoop van leren) en we konden na het inchecken nog zo´n anderhalf uur buiten in het zonnetje gaan zitten op de boulevard langs de zee. Hier stonden tientallen vissers met hun hengeltje te vissen. Het water was echter erg vervuild met onder andere plastic flessen etc.
Om 14.50 uur meldden we ons bij de gate en konden we al snel het vliegtuig in. Hoewel alles eruit zag dat we op tijd konden vertrekken, hadden we toch weer ruim 30 minuten vertraging. De vlucht naar Salta verliep soepel en rond 18.05 uur lokale tijd landden we in Salta. We wachtten op de bagage en liepen daarna naar een van de autoverhuurbedrijven om te informeren naar de prijzen en de voorwaarden en al snel bleek dat boeken via het internet via autoverhuurmakelaarsites het voordeligste was, vanwege de opties op verzekeringen. Hier in Argentinië blijf je altijd een behoorlijk eigen risico houden (vanaf 350 euro).
We namen een taxi naar het centrum. We hadden een hotelletje in de Lonely Planet uitgezocht en lieten ons daar afzetten, maar dat hotel bleek vol te zitten en daar kwamen we erachter dat er een feestweek aan de gang was in Salta en dat het nog wel eens lastig kon worden een kamer te vinden. Ook het tweede hotelletje had geen kamers meer beschikbaar, maar daar werden we doorverwezen naar het toeristenbureau. We liepen dus maar naar het toeristenbureau, dat aan de Espana zit, tussen het Plaza 9 de Julio en de calle B. Mitre. Daar werd voor ons rondgebeld en zo kwamen we uit in Apart Hotel Los Balcones op de hoek van de Balcarca en de JM Jeguizamon, schuin tegenover de Plaza Guermes. Hier zouden we voor 190 pesos een kamer krijgen.
Echter, toen we bij het Apart hotel aankwamen en een zeer vriendelijke vrouw open deed, bleek dat we niet een kamer, maar een volledige appartement tot onze beschikking kregen, met een woonkamer, een keuken, slaapkamer er badkamer. Het zag er keurig uit. We liepen verder in de richting van het treinstation, omdat daar een restaurantje zou zitten waar we wat wilden gaan eten, maar ook omdat daar zondags een nachtmarktje is. We liepen even over de markt, maar gingen toen toch al snel voor de steak! De wijn bij het eten was nogal aan de zware kant, waaroor we enigszins beschonken terugkeerden naar het appartement om te gaan slapen.


Maandag 12 oktober 2009

Vandaag is het Columbusdag in Argentinië en heeft iedereen vrij. De Argentijnen hebben dus een lang weekend en trekken erop uit.
Wij hadden geen ontbijt bij het hotel en moesten dus op zoek hiernaar. We liepen een blok vanaf het hotel en kwamen bij een panaderia, die alleen maar zoete broodjes had, iets wat Marjolijn niet graag eet. 50 meter verderop zit een grote supermarkt, maar die ging vandaag pas om 09.00 uur open (normaal 08.00 uur). En dus liepen we verder naar de Plaza 9 de Julio. We informeerden bij het toeristenbureau of er nog voordeligere kamers waren en we besloten om bij twee hotelletjes te gaan kijken. Hoewel die voordeliger waren (zo’n 60 pesos per nacht oftewel zo’n 8 euro) konden de kamers bij lange na niet tippen aan de ruimte die we nu hadden en we besloten dat waar we nu zaten die extra 8 euro per nacht meer dan waard was. Hoewel we in ons apart hotel wel van appartement moesten wisselen, omdat het onze was gereserveerd, zouden we niet weggaan dus uit het apart hotel.

Op de terugweg liepen we langs een reisbureautje en informeerden we naar een toer naar de Salinas van Bolivia. Een vijfdaagse toer zou uitkomen op 350 dollar per persoon. Wel behoorlijk duurder dan de 70 dollar die we vijf jaar geleden in Uyuni betaalden, maar hier komt dan nog een retourtje Salta – Uyuni bij (alhoewel dat retourtje geen 180 dollar kost) Ook werden we door het vriendelijke meisje van het reisbureau uitvoerig ingelicht over de mogelijkheden van de andere tours die zij aanbood.

Bij de supermarkt om de hoek bij het apart hotel kochten we een stokbrood, kaas, seranoham, smeerkaas, melk en thee en daarna liepen we terug naar het hotel om daar te gaan ontbijten. We wisselden van kamer en ontbeten en daarna liepen we terug naar de Plaza 9 de Julio om daar op een terrasje een Café americano (dubbele zwarte koffie) te drinken. De ober had waarschijnlijk cortado verstaan, want we kregen twee koffie met opgeklopte melk (eigenlijk een cappuccino). Na de koffie (10 pesos = 1,70 euro voor twee kopjes) liepen we naar het MAAM, het Museo de Arqueologia de Alta Montagna, alwaar een tentoonstelling was van de expeditie naar de 6.739 meter hoge llullaillaco vulkaan, alwaar archeologen drie mummies uit de Inca-tijd vonden. De Inca’s offerden kinderen aan de bergen om de bergen gunstig te stemmen. De uitverkoren kinderen werden op de top van bergen achtergelaten na diverse ceremoniële plechtigheden. Een van de meisjes die daar toen werd gevonden is tentoongesteld in het museum (bij -20 graden). Gelukkig was het in het museum zelf minder koud. Na het museum liepen we naar de teleferico, alwaar we de kabelbaan namen naar de Cerro Bernando. Vanaf de top van de berg hadden we een mooi zicht over Salta. We liepen de 1070 treden naar beneden, alwaar we uitkwamen bij het antropologisch museum dat we wilden bezoeken, maar dat was gesloten.
Toen besloten we om maar terug te keren naar de kamer om daar een wasje te doen en zelf ook even te gaan douchen. Onderweg liepen we langs een ijssalon en namen we een heerlijk ijsje.
Terug op de kamer hoorde het dienstmeisje (overigens een dame op leeftijd) dat we aan het wassen waren en al snel werd er op de deur geklopt en bracht ze ons een droogrek. Super attent is dat vrouwtje! We wasten (ook onszelf) en daarna liepen we naar de Plaza 9 de Julio om te zoeken naar een restaurantje. Het restaurantje dat we in gedachten hadden, was gesloten en dus liepen we naar een ander restaurantje uit de LP. Dat lag nog wel een aantal blokken verder en toen we daar aankwamen, zat daar (nog) helemaal niemand en besloten we om nog maar even verder te kijken. Op de terugweg liepen we weer langs het restaurantje van onze eerste keuze, dat nu wel open was. We aten heerlijk en ook de wijn was lekker, maar weer behoorlijk heftig.


Dinsdag 13 oktober 2009

We ontbeten in het appartement, huurden we via het internet een auto en skypten even met het thuisfront die we met behulp van de webcam deelgenoot konden maken van ons leuke appartement. Daarna liepen we naar de overdekte markt. In de calle San Martin was het een komen en gaan van stadsbussen. Er reden tientallen bussen tegelijkertijd door de straat; drie rijen dik. Nog nooit zoveel stadsbussen tegelijkertijd gezien. De markt was verdeeld in een non food deel en een food deel. Op de eerste etage waren restaurantjes en bovenaan de trap werd je door enkele meisjes verleid om toch naar hun restaurant te komen. Op de markt werd erg veel spullen uit Bolivia aangeboden, zoals de schitterende, kleurrijke kleden.
Na de markt liepen we nog wat door het centrum en bezochten we een leuk klein museumpje met veel oude munten, oude koetsen, oude interieurs en een leuke patio. We kochten enkele ansichtkaarten en postzegels en schreven de kaarten onder het genot van een biertje, die hier in flessen van 970 centiliter wordt geschonken.
‘s Avonds aten we in hetzelfde restaurantje als gisteren en we waren de eersten (om 20.30 uur). Het eten was weer fantastisch, maar we namen dit keer geen wijn!


Woensdag 14 oktober 2009

Na het ontbijt haalden we de auto op bij het kantoor van Alamo in de San Martin, comfortabel in het centrum gelegen (evenals overigens de andere verhuur- bedrijven). We reden met de auto terug naar het appartement om de tassen in de achterbak te gooien en ons op weg naar Jujuy te begeven, dat op zo’n 90 kilometer ten noorden van Salta ligt.
We reden via de pittoreske, maar erg bochtige Ruta 9 naar Jujuy. De weg liep deels langs de rivierbedding en deels door bossen, die in menig reisgids worden omschreven als ‘jungle’, maar daarbij stellen wij ons iets anders voor. Na zo’n twee uur kwamen we aan in Jujuy. We parkeerden de auto vlakbij het centrale plein en liepen de winkelstraat in, natuurlijk net op het moment dat de winkels hun deuren sloten voor de siësta (13.00 uur). We liepen nog wat door het centrum, om vervolgens in een restaurantje aan de plaza te lunchen. We namen dit keer maar eens geen vlees, maar een salade en pasta. De salades in Argentinië leiden nooit tot een verrassing. Staat er op de kaart dat de salade uit sla, tomaat en maïs bestaat, dan bestaat ie ook alleen daar uit. Desalniettemin was het goed eten.

Na de lunch reden we verder naar Pumamarca, waar we rond een uur of vier aankwamen. We reden het dorpje in en parkeerden de auto om vervolgens een drie kilometer lange wandeling om een bergje heen te maken en te genieten van de schitterende omgeving. In Purmamarca zijn de zeven-kleuren-bergen en alhoewel we het aantal kleuren niet hebben geteld, was het inderdaad een scharkering van kleuren, die met de avondzon goed tot hun recht kwamen. Van Pumamarca naar Tilcara was het nog maar een paar kilometer. We reden het dorpje in om vervolgens bij het toeristenbureautje aan de ingang tot het dorpje te vragen naar accommodatie. We werden gewezen op een leuk hostelletje, dat voor 140 pesos een charmante kamer aanbood met een ‘muy rica’ desayuno. Het hostal heet Norte Rupestre en ligt op de hoek van de Calle Ambrosetti met de Calle Cataneda (www.hotelnorterupestre.com.ar). Het hotelletje was inderdaad erg leuk. Hele smaakvolle, maar kleine kamers met mooie badkamers. We konden zelfs een kamer met een bubbelbad krijgen, maar het bad was erg klein. We namen maar een ‘gewone’ kamer, die gelegen is aan een leuke patio.
Nadat we waren ingecheckt, liepen we naar het ‘centrum’, namelijk de centrale plaza, waar de marktlui hun kraampjes langzaam ontmantelden.

We dineerden in een klein, smaakvol restaurantje (El Patio), waar Marjolijn een smakelijke uiensoep en een salade nam en ik een lamaschotel (ik zie ze het liefste op m'n bord). Erg smakelijke maaltijd; leek een beetje op een stoofpotje.
Na het eten liepen we terug naar het hotel om daar in een lekkere strandstoel nog wat te lezen onder het genot van een glaasje wijn.


Donderdag 15 oktober 2009

We ontbeten in het hotel (‘mui erica’) met onder andere verse jus d’orange. Na het ontbijt reden we naar de ‘Buckram’. Op dat moment was het nog maar pas 9 graden, maar in het ochtendzonnetje en uit de wind was het al aangenaam warm Dit is een Inca-nederzetting, gelegen op een heuvel. Er waren reconstructies van huisjes te midden van honderden cactussen. Het uitzicht over de omgeving was schitterend.
Na Pucara reden we het dorp uit en sloegen we op de doorgaande weg (Ruta 9) rechtsaf. Gelukkig, want linksaf was niet mogelijk. Een optocht of een betoging zorgde ervoor dat de weg volledig geblokkeerd was. Vanaf de heuvel in de Pucara hadden we al enkele bussen zien staan en we verwonderden ons waarom die daar stonden. Nu was het ons duidelijk; ze konden domweg niet verder.

Over een uitgestorven weg reden we noordwaarts om pas af te slaan voor de ongeasfalteerde weg naar Iruya. Op de afslag stapten uit een auto voor ons twee meisjes uit, die we meenamen in onze auto naar Iruya. De weg was behoorlijk hobbelig en duurde ‘maar’ zo’n 50 kilometer. We klommen tot 4.000 meter hoogte en onderweg stopten we regelmatig om van het schitterende uitzicht te genieten. Hoe hoger we kwamen, hoe lager de buitentemperatuur werd. Zo gingen we van 33 graden naar 14 graden.

We reden door nietige dorpjes en passeerden vele riviertjes, waarvan in een enkele slechts een klein beetje water stroomde. Na honderden bochten en tientallen stenen die tegen de wielkasten botsten, kwamen we rond 15.00 uur aan in het kleine plaatsje Iruya. We aten een paar empanada’s op een terrasje en liepen daarna door de paar straatjes van Iruya om vervolgens dezelfde weg terug te rijden naar de hoofdweg. Inmiddels was er wat bewolking ontstaan die zorgde voor wat mist toen we het hoogste punt weer naderden. Vrijwel direct daarna verdween de mist weer voor de zon.

Via de Ruta 9 reden we richting Abre Pampa. Onderweg was het uitzicht weer even schitterend, maar wat wel al duidelijk werd, was dat de lucht helderder werd. In de omgeving van Salta zie je de bergen als grauwe schimmen en nu werd het zicht steeds beter en beter. In Salta komt dat deels door de smog, maar verder in de provincie wordt de ‘mist’ meer veroorzaakt door het stof dat wordt veroorzaakt door d auto’s die over de onverharde wegen rijden. Hoe noordelijker je komt, hoe minder verkeer en hoe helderder de lucht. Aan het begin van de avond kwamen we aan in het slaperige Abra Pampa. Wat zoeken we hier? Eigenlijk niets, behalve dan dat hier de Ruta 40 begint. De Ruta 40 is een eindeloos lange weg, die strekt van Abra Pampa tot diep in het zuiden van Argentinië en is ruim 5.000 kilometer lang en grotendeels ongeasfalteerd.

In Abra Pampa waren we blij met de Politie (anders dan in Nederland). Op een kruising stonden twee keurige exemplaren aan wie we de weg naar een hostelletje uit de Lonely Planet vroegen. De ene agent hielp ons keurig in het Spaans, terwijl de andere agent zijn Engels ophaalde en ons bedankte en groette in het Engels. Erg vriendelijke lui en we waren erg blij met ze, aangezien we na even te hebben rondgereden nogmaals de weg naar een ander hostal vroegen, omdat bij het eerste hostal niemand aanwezig was. De deur stond wel open en zodoende konden we wel even snel de kamers bekijken, die er best redelijk uitzagen. Het hostal werd dan ook thans uitgebreid, dus de kamers zullen niet al te gedateerd zijn geweest. Het andere hostal was ‘completo’, hoewel we daar in Abra Pampa helemaal niets bij konden voorstellen. Dus reden we terug naar het eerste hostal, waar nu gelukkig wel iemand aanwezig was. We checkten in en daarna besloten we wat door Abra Pampa te rijden en kregen we al snel het idee dat we door Uyuni (Bolivia) reden, met dat verschil dat hier nog minder te doen was. Bij een winkeltje kochten we drie flessen water en raakten we aan de praat met de uitbater, die het maar wat leuk vond om eens Nederlanders (want ze zijn echt trots op Maxima en zij schept toch een speciale band) te ontmoeten, want die kwamen hier niet vaak, wat wij inmiddels redelijk begrijpen.

We konden gelukkig eten in het hostal. De eigenaresse rende de keuken in na onze bestelling van twee Milanesas (geen idee wat we krijgen) en een salade. Het duurde even, want de koe moest nog worden geslacht en de tomaten moeten nog even groeien, maar na een tijdje kregen we een enorme lap schnitzel en een schitterende salade (dit keer meen ik het). De schnitzel was super krokant en de salade uitstekend. Ik zou bijna zeggen dat je naar Abra Pampa moet voor het eten, maar dat is wat overdreven. Na het eten (dit keer redelijk bijtijds) gingen we maar terug naar de kamer. De discotheek was dicht en de barretjes in het dorp overvol, dus wat konden we anders dan naar bed gaan. We rolden onze slaapzakken uit en kropen onder de veren.


Vrijdag 16 oktober 2009

Ik werd wakker met lichte hoofdpijn, ondanks de grote hoeveelheden water die we ’s nachts hadden gedronken. De hoogte (ongeveer 3.600 meter) speelt ons parten. We kleedden ons aan en liepen naar het niet verwarmde restaurant op de begane grond. Het ontbijt was – in tegenstelling tot de maaltijd van gisteravond- ongeïnspireerd en ronduit teleurstellend. Bijna zonde van de € 1,70 die we ervoor moesten betalen.
We hadden bij de eigenaresse geïnformeerd naar de weg naar het 'Laguna de Pozuelo' ten noordwesten van Abra Pampa. Volgens haar was die 50 kilometer lange weg goed te berijden. Toch wilden we ons ervan gewissen of dat echt zo was en dus reden we naar onze grote vrienden, namelijk het politiebureau. Daar wilde ze ons direct de route naar Laguna de Pozuelo wijzen, maar wij wilden de conditie van de weg en die van de Ruta 40 weten. Volgens de politie waren beide wegen te berijden en zou het naar Laguna de Pozuelo 70 kilometer zijn. Toen we even na Abra Pampa linksaf sloegen voor de Ruta 7 stond daar gelukkig aangegeven dat die ‘slechts’ 50 kilometer lang was.
Na ruim een uur rijden kwamen we aan bij het meer en alhoewel we in eerste instantie niet dichterbij het meer konden komen, lukte dat wel toen we omkeerden en een andere weg insloegen en over een bruggetje een afslag naar rechts konden nemen. Toen was het nog zeven kilometer rijden totdat we niet meer verder mochten met de auto. We parkeerden de auto en liepen naar het meer, tussen de vicuna’s door die wegliepen toen wij eraan kwamen. In het meer stonden honderden flamingo’s verspreid in drie groepen. Ook zij stonden niet toe dat we ze naderden en groepeerden zich dieper in het water.
De omgeving maakte echter alles goed. We waren hier volslagen alleen en de rust, de omgeving en de heldere lucht waren fantastisch. We reden dezelfde weg terug, waarbij we vrijwel niemand meer tegenkwamen. Slechts een enkele auto kwam ons tegemoet.

In Abra Pampa kochten we water, stokbrood, kaas en wat appeltjes voor onderweg op de Ruta 40 en daarna begon het echte avontuur. De Ruta 40 tot aan de Salinas Grandes was ruim 160 kilometer lang en op dat hele stuk ongeasfalteerde weg kwamen we slechts één keer een andere auto tegen. Onderweg lagen op de weg wel lama’s, ezels, koeien en schapen, maar geen mens te bekennen. Onderweg lunchten we op een bruggetje waar een muurtje was gemetseld. Verder was er geen mogelijkheid om te zitten, anders dan op de stoffige zanderige grond of in de auto. We passeerden enkele borden langs de weg die wezen in de richting van een ‘dorpje’, maar die dorpjes bestonden niet uit meer dan een of twee huizen. Wat zoekt men hier om hier te gaan wonen? We zouden langs twee meren (lagos) rijden en langs “Agua Calientes”, oftewel warm water, maar de meertjes lagen droog en de warme waterbronnen zagen we ook niet. Wel dachten we op een gegeven moment stoom uit de grond te zien komen, maar dat zou ook gerust een stofstormpje kunnen zijn geweest, want opeens was het er en tien minuten later was het weer verdwenen.

Na 160 lange kilometers kwamen we aan bij Salinas Grandes. Zou het zo zijn als in Bolivia, de Salar de Uyuni? Helaas werd onze droom geen werkelijkheid. De Salinas Grandes waren niet zout-wit, maar bruinig als gevolg van de stof. We konden wel een stuk over de Salinas rijden en kwamen zodoende uit op de plaats waar het zout werd gewonnen. In gegraven bassins lag het zout te weken en werd het zout door arbeiders die in de waterbassins stonden op de kant geschept. De zoutkegels die zo ontstonden waren veel hoger dan de kegeltjes in Uyuni, maar desalniettemin erg wit. Het waaide enorm op de zoutvlakte.
We vervolgden onze rit over de Ruta 40 voor nog eens 83 kilometer naar San Antonio de los Cobres, dat op 3.700 meter hoogte ligt. Gelukkig was het al wat drukker op dit deel van de Ruta 40 en we kwamen zowaar enkele tegenliggers tegen onderweg. Maar het hield op bij een stuk of vijf auto’s. Dit stuk voer door een soort van zandwoestijntje en de zandstormpjes teisterden het eerste deel van de rit. Ook waren er soms opeens kleine zandbakjes op de weg, die de auto deed uitbreken.

Na een lange rit kwamen we aan in San Antonio de los Cobres en gingen we op zoek naar een overnachtingsmogelijkheid. Er was een goed hotel en daar probeerden we in eerste instantie te komen, en na een keer of vijf vragen kwamen we er ook aan. Maar helaas, het hotel was vol en dus moeten we op zoek naar onze tweede keuze, namelijk hostal Palenque. Ook daar hadden we nog net mazzel en kregen we de laatste driepersoonskamer voor 90 pesos per nacht. De kamer was simpel, maar het bed functioneerden en we hadden weer onze slaapzakken om in te slapen. Voor het avondeten reden we naar het hotel en na het eten maar snel naar bed. Hoewel het vrijdagavond (en inmiddels behoorlijk afgekoeld) was, liepen er nog veel mensen op straat.


Zaterdag 17 oktober 2009

We ontbeten in het hostel, maar dat was zo eenvoudig en onaantrekkelijk, dat we het hielden bij een kopje thee. We ontruimden de kamer, legden de rugzakken op de achterbank (het slot van de achterklep werkt niet meer) en startten de auto, die een behoorlijk geluid maakte. Het was een duidelijk ander geluid dan toen we gisteravond de motor uitzetten en duidde duidelijk op een defect aan de uitlaat. We reden –al knallend door de verlaten straatjes van San Antonio- naar het viaduct van de ‘Tren de las Nubes’. De Tren de las nubes is een toeristentreintje dat vanuit Salta naar San Antonio de los Cobres rijdt en weer terug. Een van de hoogtepunten is een 64 meter hoog en 225 meter lang viaduct dat in een bocht tussen de bergen is aangelegd. Omdat de toeristentrein veel te duur is (160 USD per persoon) reden we met de auto naar het bekende viaduct.
We waren er als enige en alhoewel de digitale thermometer in de auto nog een geringe 6 graden aangaf, was het in het zonnetje en uit de wind toch al weer best aangenaam. We fotografeerden het viaduct en Remco deed een moedige poging om omhoog te klimmen (er was een pad) naar het viaduct. Marjolijn bleef beneden achter om Remco te fotograferen terwijl hij op het viaduct stond.
Na een klein uurtje keerden we terug naar San Antonio om vervolgens de Ruta 51 naar Salta te nemen. Een aanzienlijk deel van de weg is niet geasfalteerd en het was heerlijk om wel weer eens op een stuk geasfalteerde weg te rijden, om vervolgens weer geconfronteerd te worden met een ongeasfalteerd stuk.
Even voor Salta lunchten we in een klein restaurantje onderweg. Marjolijn bestelde pizza en Remco vlees, dat erg tegenviel. Het was een bot met wat vlees eraan en een Russische salade, die ook niet ergens naar smaakte. We besloten om terug te rijden naar het autoverhuurbedrijf in Salta (nog 30 kilometer verwijderd van de plek waar we lunchten) om het probleem aan de uitlaat te melden, maar eenmaal bij het kantoor bleek dat het gesloten was.
We namen geld op bij de City bank (geldopname niet beperkt tot 700 pesos per transactie en per transactie wordt 2 euro transactiekosten berekend) en namen 2.500 pesos op.
Vervolgens gingen we op weg voor de 165 kilometer lange rit naar Cachi, via de schitterende Ruta 33. Hier –in de Andes- gaat het steeds weer om het uitzicht, dat zich niet op papier laat omschrijven, anders dan dat het schitterend is. In eerste instantie reden we door de wijngaarden rondom Salta, om vervolgens bij El Carril af te slaan en door een brede kloof te stijgen. De route was deels weer geasfalteerd, afgewisseld met goed begaanbare ongeasfalteerde stukken. Boven op de pas begon het ´National Parc de Cardrones´. Volgens de reisgidsen zou hier een woud aan zuilcatussen staan, maar in eerste instantie zagen we een enkele cactus staan en vroegen we ons af of we wel goed zaten. Pas enkele tientallen kilometers verder –aan de andere kant van de berg- zagen we inderdaad een groot aantal cactussen staan in een verder kaal ´maanlandschap´.

We reden verder en kwamen door een klein dorpje waarvan we ons afvroegen of dit nu Cachi was, maar dat bleek nog 12 kilometer verder te zijn.
Cachi bleek een zeer charmant plaatsje te zijn. Bij het toeristenbureau op het centrale plein informeerden we naar de overnachtingsmogelijkheden. We kozen drie mogelijkheden uit en reden er naar toe. De eerste keuze bleek alleen nog maar kamers te hebben met gedeelde badkamer en bij de tweede keuze was niemand aanwezig. De derde keuze werd het uiteindelijk. De keuze was gebaseerd op de prijs en niet op de faciliteiten. We checkten in en kregen een aantrekkelijke kamer voor 180 pesos per nacht inclusief ontbijt.
We liepen naar het pleintje, waar we in het avondzonnetje een litertje bier dronken op een terrasje, om vervolgens in hetzelfde restaurant een pizza te eten onder het genot van een regionaal wijntje (Cafayate)
Terug in het hotel boekten we via het internet de bus van Salta naar Mendoza voor de 21e oktober.


Zondag 18 oktober 2009

We ontbeten in het hotelletje. Hoewel er sprake was van een ontbijtbuffetje (niet vreselijk veel keuze, maar ook niet beperkt in hoeveelheid), was er stomgenoeg niet gezorgd voor kopjes, bordjes en bestek (??). En dat voor een driesterrenhotel. Nadat we om kopjes, borden en bestek hadden gevraagd, ontbeten we en na het ontbijt checkten we uit. We liepen nog wat door Cachi, waar veel mensen rondliepen met een taart in de hand. Het was vandaag Moederdag en dat hield schijnbaar in dat de moeders worden verwend met een taart (veel moeders doen hier niet aan de ´lijn´, tenzij hier de maten 90 - 120 – 90 in de mode zijn).

We keken even rond in het museumpje op het plein en reden vervolgens (al knallend) naar het noordelijke uitzichtpunt. Daar bevond zich ook een start- en landingsbaan, die gezien de begroeiing op het asfalt niet al te frequent wordt gebruikt.
Via de Ruta 40 reden we in de richting van Cafayate. De weg kende verschillende afmetingen. Soms was de weg wel vier `rijbanen` breed om vervolgens maar een rijbaan breed te zijn. Doordat je nooit wist of en om de bocht in deze bergweg iemand te verwachten was, reden we erg rustig op deze stukken. Daar waar de weg `vierbaans` breed was, kon je makkelijk 70 kilometer per uur rijden. Doordat we steeds een rivierbedding volgden en in de rivier water stroomde, was de vallei erg groen, maar de rest van de omgeving niet. Zo hadden we aan de linkerzijde van de weg een groene oase en aan de rechterkant van de weg vaak een gele (zand) oase met cactussen, die langzaam in bloei begonnen te raken. Voor het bloeien van de cactussen zijn we waarschijnlijk een week (of twee) te vroeg.

Na een werkelijk schitterende rit kwamen we tegen het einde van de middag aan in Cafayate, waar we incheckten in Hostal del Valle aan de San Martin. We kregen een mooie kamer met een uitermate breed tweepersoonsbed en een klein terrasje voor de kamer, dat uitkeek op een mooie tuin met vele bloemen. De werkneemsters in het hotel bleken de hele dag bezig te zijn om de enorm vele (bloeiende) planten te voorzien van water.

We liepen naar het centrale plein, waar we een wit wijntje dronken op een terrasje en daarna liepen we naar restaurant Baco aan de Calle General Guemes, waar we lekker aten. Na het eten trakteerden we onszelf op een wijn-ijsje. We namen twee bolletjes, een met Torrontes-smaak en een met Cabernet-Sauvignonsmaak. (Torrontes is een witte druivensoort, die in de wereld (vrijwel) alleen wordt verbouwd in de provincie Salta).


Maandag 19 oktober 2009

Het ontbijt was op de tweede verdieping van het hotel. Het uitzicht over de omgeving was schitterend. Alle tafeltjes in de ontbijtruimte waren al gedekt en voorzien van afgepaste hoeveelheden broodjes. Koffie, thee en verse jus d´orange was er ´in overvloed´.
Na het ontbijt reden we naar Quilmes. Hier zijn de (gerestaureerde) ruines van een dorp van 5000 mensen van de Quilmes, een bevolkingsgroep die ten tijden van de Inca´s leefden. Ze wisten onderdrukking door de Inca´s te voorkomen, maar waren niet opgewassen tegen de overheersing door de Spanjaarden, die ze uitmoordden. Hoewel de stenen muurtjes nu niet echt vreselijk interessant waren, was de ligging ervan te midden van de metershoge –deels bloeiende- zuilcactussen en gebouwd tegen een berghelling op, schitterend.
Na het ontbijt reden we naar Quilmes. Hier zijn de (gerestaureerde) ruines van een dorp van 5000 mensen van de Quilmes, een bevolkingsgroep die ten tijden van de Inca´s leefden. Ze wisten onderdrukking door de Inca´s te voorkomen, maar waren niet opgewassen tegen de overheersing door de Spanjaarden, die ze uitmoordden. Hoewel de stenen muurtjes nu niet echt vreselijk interessant waren, was de ligging ervan te midden van de metershoge –deels bloeiende- zuilcactussen en gebouwd tegen een berghelling op, schitterend.

We reden via het stadje Santa Maria naar de Tafi del Valle. Een behoorlijke rit door een schitterende omgeving. In de omgeving van Tafi del Valle is een museumpje met een groot aantal menhirs dat we bezochten, maar de rit voor alleen een paar staande stenen is de moeite niet waard. In Tafi del Valle aten we een aantal empanada´s (met gehakt, kip of kaas gevulde (gefrituurde of uit de oven) broodjes) en daarna begaven we ons op de terugweg naar Cafayate.
Onderweg regende het even heel kort. De voorruit werd er niet eens nat van, maar bewolking had zich meester gemaakt van de hemel.

In Cafayate aten we bij restaurant Colorado, dat nota bene door Amerikanen wordt gerund. Het eten was nog best aardig, maar daar moet je dan wel ruim een uur op wachten We hadden beide een stuk biefstuk (drie minuten aan beide zijden is geloof ik het kookadvies), maar de eerste bestelling van ons ging naar een andere tafel, zodat we nog wat langer, tot uiteindelijk een uur moesten wachten. Terwijl ieder andere restaurant je ondertussen bezighoudt met een broodje met iets lekkers daarop, kregen we alleen als spijtbetuiging als enige een mandje met brood en kruidenboter. Uiteindelijk werden de drankjes niet in rekening gebracht. Op de artesania markt kochten we nog twee leuke theedoosjes.


Dinsdag 20 oktober 2009

We hebben een klein foutje gemaakt in onze planning. Vandaag zouden we terugkeren naar Salta, maar we hadden de auto nog voor twee dagen gehuurd. De 190 kilometer lange rit naar Salta voer door de Quebrbrada de Cafayate. Een Quebrada is een kloof en onderweg kwamen we de meest waanzinnige rotsformaties tegen. Omdat de rit relatief kort was en over een volledig geasfalteerde weg ging, hadden we tijd genoeg en stopten we regelmatig om de rotsformaties goed te bekijken en soms een kort wandelingetje te maken. Ook nu stond er redelijk wat water in de rivier en was de vallei erg groen.

Rond het middaguur lunchten we in het kleine dorpje `la Vina` waar we de ruime keuze hadden uit wel één restaurantje, dat afgeladen vol zat met lokale bewoners. We aten een zeer redelijke maaltijd van beef en een gepaneerde schnitzel (een Milanesa) en hadden een liter Cola voor het zeer schappelijke bedrag van 25 pesos, oftewel 4 euro!
Na de lunch reden we verder naar de Embalsa Cabbre Corral, een enorm stuwmeer even ten zuiden van Salta. Langs de oever stonden zeer aardige optrekjes, waar we er zo een van zouden willen kopen.
Eenmaal terug in Salta reden we naar Residencial Elena in de Calle Buenos Aires, waar we een klein kamertje namen.
We dronken een biertje op het terrasje van het MAAM-museum en skypten even met het thuisfront. Daarna liepen we nog even naar de markt om twee Gauchos-hoeden te kopen en wat Chimmichurri-kruiden (lekker).
We aten ´s avonds in hetzelfde restaurant als waar we al twee keer eerder zaten en namen beide weer een heerlijke biefstuk. De ober wist ons te verleiden om een dure fles wijn te nemen, waarbij we als promotie eenzelfde fles wijn na afloop mee naar huis kregen. Weer waren we na afloop van de fles –uitstekende- wijn (Don David van de ´el Esteco´-bodega uit Cafayate) een beetje tipsy.


Woensdag 21 oktober 2009

We zouden vandaag het National Parc ´El Rey´ bezoeken. Dit park ligt op ´slechts´ 200 kilometer van Salta, maar grotendeels te benaderen via een (tol)weg. Even buiten Salta kwamen we het eerste tolpoortje al tegen en moesten we een indrukwekkende 2,50 pesos betalen (0,50 eurocent) om vervolgens het volgende tolpoortje (1,80 pesos) zo´n 100 kilometer verderop tegen te komen. Daarna ging de weg al snel over op een tweebaansweg voor zo´n 43 kilometer tot de aflag tot het park. Nu volgde nog 50 kilometer onverharde weg, waarvan de helft daarvan in een uitstekende conditie was. Wel moesten we een keer of zeven door een riviertje rijden en dat was op de heenweg wel even spannend. Zal het lukken, is het niet te diep? Maar het ging allemaal goed.

Bij de ingang van het park na zo´n 37 kilometer was wel een huisje van de parkwachter, maar niemand was aanwezig. We moesten nog 10 kilometer verder rijden naar de camping en het parkwachterbureau. Dat stond gelukkig bij de ingang van het park duidelijk aangegeven. De parkwachter vertelde ons over een tweetal wandelingen van ieder 7 kilometer enkele reis (zelfde pad terug) die we konden maken en we waagden ons aan een ervan, maar we kwamen er al snel achter dat de wandeling door de jungle ons niet veel nieuwe indrukken zou bezorgen na weer een bocht in het pad. Daarnaast was het met 30 graden iets te warm om helemaal als enige in het Nationale Park rond te banjeren. We besloten na ruim een halfuurtje lopen om terug te keren. Toch in totaal nog zo´n uurtje gewandeld.
We reden dezelfde weg terug naar Salta, waar we doorreden naar de ´artisania´markt die zo´n twee kilometer buiten het centrum ligt. Op de artisaniemarkt zelf konden we niet slagen, maar in de tegenovergelegen winkels kocht Marjolijn een alpacasjaal, een trui van lamawol en met lama-afbeeldingen (Marjolijn is gek op lama´s) en kochten we een wollen wandkleed, annex tafelkleed.

Daarna reden we naar het autoverhuurbedrijf. Het was 19.15 uur en we hadden nog 1.45 uur voordat onze bus naar Mendoza zou vertrekken. We besloten om ons op te splitsen om zo de tijd efficiënter in te delen. Marjolijn zou naar de ´Vea´ gaan (grote supermarkt) en Remco zou de afhandeling bij het verhuurbedrijf afhandelen, omdat we wel wat problemen verwachtten. Marjolijn vertrok en de man van het verhuurbedrijf ging de auto controleren, die 50 meter verderop op een bewaakte parkeerplaats stond. Al snel kwam de man terug met als enige mededeling dat de auto wel wat herrie maakte, iets dat ik alleen maar kon bevestigen. Hij vroeg nog of we een steen hadden geraakt, maar dat was een vraag naar de bekende weg. Op de onverharde weg liggen alleen maar losse stenen, die continue tegen de onderkant van de auto worden geslingerd. Maar verder was er geen probleem en al snel stond ik weer buiten.
We hadden afgesproken elkaar weer te treffen in Residencial Elena, waar onze rugzakken nog stonden en daar was het lang wachten op Marjolijn, want in de ´Vea´ was het vreselijk druk. We namen een taxi naar het busstation voor het absurde bedrag van 7 pesos (een euro), waar bij de balie van de busonderneming Andesmar bleek dat we de bevestiging van onze stoelreservering hadden moeten printen. In eerste instantie was men niet zo vriendelijk en verwees men ons naar een internetcafé om de hoek om daar de reservering te printen, maar men kwam toch tot inzicht dat dit niet klantvriendelijk was en konden we inloggen op de computer aan de balie en mochten onze reserveringen ter plekke printen (de reservering is tevens het ticket).
Rond 21.10 vertrok de bus en al snel kregen we iets te eten. Daarna kropen we ´onder de wol´ om ´s ochtends om 06.30 uur te worden gewekt door de politie. In de bus zaten we naast de waterbar (apparaat dat koud en warm water uitgeeft) en ´s nachts waren daar twee personen geweest die met dat apparaat aan de slag waren. Dat resulteerde in gespetter op Remco's arm, waardoor hij wakker werd. Zonder ergens echt acht op te hebben geslagen, sliep hij weer verder, om vervolgens door de politie te worden gewekt, die over onze videocamera en onze laptop beschikte. Kennelijk waren we tijdens onze slaap beroofd van deze spullen en dat terwijl we toch heel zorgvuldig de tassen hadden neergezet. We zijn een jaar op reis geweest en er is niets gebeurd en nu de eerste nachtbus in Argentinië worden we bestolen. Maar we waren niet de enige slachtoffers. Een jongen schuin voor ons miste z´n hele rugzak met daarin ook een notebook en hij wist voordat we Catamarca bereikten (de eerste halte na Salta) de chauffeur te informeren. Die belde de politie, waardoor er bij aankomst in Catamarca een cordon aan politie om de bus heen werd gevormd (er waren we acht agenten aanwezig). Toen de bestolen jongen buiten de bus een verklaring aflegde aan de politie, herkende ik de dader, want die had ik naast me bij het waterapparaat gezien en deze werd al snel afgevoerd. Even later meldde zich onze buurvrouw in de bus bij de politie. Zij mistte 2.000 pesos (350 euro). Ook de tweede persoon – de handlanger- werd met de politiewagen afgevoerd. De politie nam foto´s van de gestolen waar en nam vingerafdrukken op de apparatuur, die nu een beetje zwart is van de carbon. Inmiddels zijn we na een lange –comfortabele, maar landschappelijk gezien saaie-rit van 18 uur aangekomen in Mendoza. Vanaf het busstation namen we een taxi naar een hotel in het centrum (vijf minuten rijden), waar we allereerst even een douche namenn en tot de ontdekking kwamen dat we beide onder de tekenbeten zaten. En dus konden we elkaar eens goed bestuderen om vervolgens ongeveer 10 teken te verwijderen uit ons lichaam. Daarna naar de farmacia (apotheek) om ontsmettingsmiddel (jodium) te halen en de plekjes te ontsmetten. Leuk joh, reizen!.


Dinsdag 27 oktober 2009

Het was vandaag voor het eerst niet zo´n mooie dag. Het was ongeveer 22 graden en redelijk grijs. We zouden naar Las lenas gaan, maar onderweg stelden we onze plannen bij, omdat de bergen in een grijze waas waren gehuld en het ons niet zou verbazen als er uit die grijze waas ook nog eens sneeuw zou vallen. We besloten om te rijden naar Malargue en daarna naar het meer Llancanelo. Het eerste deel ging over de Ruta 144, een kaarsrechte tweebaansweg, die soms erg druk was, namelijk op het schaarse moment dat er één tegenligger aankwam, of op het moment dat een voorganger moest worden ingehaald. Verder was de weg zo goed als leeg en het landschap dodelijk saai. En dus reden we 150 kilometer per uur, zelfs op het moment dat we werden gewaarschuwd voor een spoorwegovergang. Met de wetenschap dat er al enkele tientallen jaren geen trein meer in dit gebied rijdt, konden we zonder al te veel omkrijken die waarschuwingen in de wind slaan. Eenmaal op de spoorwegkruizing aangekomen, bleek al over de rails te zijn geasfalteerd.
Re Ruta 144 ging probleemloos over in de Ruta 40 en na anderhalf uur rijden ongeveer kwamen we aan in Malargue, waar we bij het toeristenbureau informeerden naar de bezienswaardigheden in de buurt en naar overnachtingsmogelijkheden. De dame van het toeristenbureau praattte honderd uit en we probeerden enkele woorden op te vangen en daarvan een geheel te maken dat we begrepen. We begrepen dat we het Lago lll xxx eigenlijk niet zonder gids mochten bezoeken, maar dat dat makkelijk zonder gids kon. De vallei met de 800 vulkanen moest echter wel onder begeleiding van een gids gebeuren en dat zou ook nog eens 210 kilometer enkele reis zijn. Dat vonden we te ver en we besloten het te houden bij een bezoek aan het meer. En dus reden we naar het meer, dat ook nog eens 75 kilometer buiten Malargue ligt. Maar voordat we daar naartoe reden, haalden we eerst bij de Vea (supermarkt) stokbrood en beleg voor onderweg.
Eenmaal bij het meer aangekomen, lunchten we. We hadden de enorme uitgestrektheid voor ons alleen. Om er te komen moesten we wel een keer de weg vragen en vervolgens enkele hekken openen en weer achter ons sluiten.

Woensdag 28 oktober 2009

Hoewel de eigenaresse van het Apart Hotel gisteravond nog zes verse croissantjes had gehaald en bij ons had afgegeven, haalden we bij dezelfde Panaderia een stokbroodje en ontbeten we op de kamer met stokbrood met kaas en een vers kopje thee en appeltjes. Daarna pakten we de spullen in en reden tegrug in de richting van Las Lenas, een modern skidorp dat zo´n 70 kilometer van Malargue (en 45 kilometer vanaf de Ruta 40) ligt.
De eerste 35 kilometer over de Ruta 40 gingen vlot. Het was niet moeilijk om een snelheid van 140 kilometer per uur te halen op deze uitgestorven – vrijwel kaarsrechte - tweebaansweg, maar na de afslag naar Las Lenas ging de vaart er behoorlijk uit. We klommen weer de bergen in en de weg was op vele plekken in embarmelijke toestand, dat het soms slalommen was in de auto om de enorme gaten te ontwijken. Eerst reden we door het dorpje Los Mollos om vervolgens uit te komen in Las Lenas, inderdaad een modern skidorp, waar we niet met de auto in mochten, ondanks dat het er volledig uitgestorven was. De berghellingen waren nog wel wit, maar er lag onvoldoende sneeuw om de liften open te houden; he skiseizoen was te einde en alles zag er uitgestorven uit. En dus keerden we al weer snel om.

We reden terug naar de Ruta 40, sloegen linksaf en we reden weer in de richting van San Rafael. We kwamen weer langs het witte zoutmeer, maar het hek ernaar toe was nog steeds afgesloten, helaas. De volgende afslag naar rechts was de Ruta 180 naar Nihuil. We namen de afslag en na nog een kilometer of 20 kwamen we in Nihuil, waar de Valle del Atuel begint. Deze kloof in de bergen wordt door de lokale bevolking de kleine Grand Canyon genoemd. De weg door de kloof was mooi om te rijden en de rotsformaties aan beide zijden van de weg en de rivier die door de kloof stroomt waren grillig. In de kloof was op drie plaatsen een stuwdam gebouwd, waardoor er veel water aanwezig was. Dat zorgde voor een groene vallei.
Aan het einde van de middag kwamen we aan in San Rafael en we checkten weer in bij Hotel Espana, alwaar de receptionist ons herkende (zoveel gasten krijgt hij niet) en we kregen weer dezelfde kamer. We liepen nog wat door San Rafael, konden de ijssalon niet passeren zonder er een ijsje te halen en vulden ons vochttekort aan op een terrasje met een fles water en natuurlijk een liter Andesbier.
Remco kocht nog drie overhemden in een klein kledingwinkeltje en we haalden een Torronteswijntje bij de Super Vea (supermarkt) en we dineerden rond 20.30 uur in een restaurant aan de drukke doorgaande straat. Het eten was uiterst smakelijk.
Na het eten liepen we terug naar het hotel, waarbij we stomtoevallig de ijssalon passeerden en terug in het hotel trokken we ons laatste flesje wijn open, die we in Malargue hadden gekocht.


Donderdag 29 oktober en vrijdag 30 oktober 2009

Vanochtend vertrokken we na het ontbijt in het hotel terug in de richting van Mendoza. De eerste ongeveer 150 kilometer tot aan Tupungata ging door hetzelfde saaie landschap als eergisteren, met dat verschil dat we nu noordwaarts reden en telkens aan de linkerzijde de witte, besneeuwde bergen zagen, terwijl we die op de weg naar het zuiden minder goed zagen vanwege de invalshoek. Nabij Tupungata sloegen we linksaf, omdat we op weg waren naar de Bodega Salentein. Door de dame bij het toeristenbureau in San Rafael waren we erop gewezen dat we –als we een bodega zouden moeten bezoeken- deze bodega moesten bezoeken. Daarbij kwam nog eens dat de bodega van Nederlandse eigenaren is en dat deze bodega de wijn voor het huwelijk van het koninklijk paar in 2002 had geleverd. Al snel nadat we de Ruta 40 hadden verlaten, waren we weer terug in de groene oase van wijngaarden, fruitboomgaarden en olijfboomgaarden. Na nog een half uur rijden kwamen we aan bij Bodega Salentein. We moesten 15 pesos entree betalen per persoon en wachten op de rondleiding van 13.00 uur. Er bestond ook de mogelijkheid om op de bodega te lunchen en er werd een tafeltje voor ons gereserveerd voor 14.30 uur. Omdat er niet meer gegadigden waren, kregen we een prive rondleiding; eerst een filmpje en daarna een wandelingetje naar een tweede gebouwtjee, waar de wijn wordt gemaakt en bewaard in de Frans-eikenhouten wijnvaten onder een temperatuur van 12 graden en een luchtvochtigheidsgraad van zo’n 80 procent. Bij het binnengaan van het met alcoholdampen doordrongen gebouw was de overschakeling van zo’n 40 graden in de buitenlucht met een luchtvochtigheidsgraad van minimaal dus wel even wennen. Omdat er nu geen bezigheden waren in het gebouw, was het allemaal wat statisch, maar de uitleg was wel interessant. We mochten drie wijntjes proeven, een Portillo (Pinot Noir), een Los Leones (Cabernet Sauvignon) en nog een andere wijn, een Chardonnay, allemaal van de Salentein bodega, maar allen jonge wijnen en niet het echte spul. We lunchten op de bodega na afloop van de rondleiding en hadden een schitterend uitzicht op de witte bergen. De lunch viel qua prijs best mee, aangezien men vergat een gerecht af te rekenen. Na de lunch kochten we nog drie flessen wijn, die we ook weer in onze grotre rugzakken moesten doen, want in de handbagage mag dat tegenwoordig niet meer door alle onnodige wet- en regelgeving.

We reden nog even door Maipu, waar we een Grido (ijssalon) langs de weg zagen, die we met een bezoekje verblijdden en na een lekker ijsje terug naar Mendoza om de auto in te leveren. Toen we bij de verhuurder aankwamen, stond de verhuurder voor zijn kantoor en zag ons van verre al aankomen. We maakten het papierwerk in orde en betaalden de overeengekomen 35 pesos voor de schoonmaak van de auto en daarna bracht de verhuurder ons naar de busterminal.
De Flechabus naar Buenos Aires vertrok om 21.00 uur. Geen leren stoelen dit keer, maar wel een glas champagne als begroeting. De rit naar BA verliep erg soepel en ook nu kregen we weer een avondmaaltijd(je) en een ontbijt(je). Het is allemaal niet erg hoogstaand, maar het wordt wél verzorgd. Het enige nadeel was dat er een familie met twee (k..)kinderen voorr ons zat. De twee kinderen wedijverden tezamen om wie het hardst kon huilen om maar aandacht te vragen.
’s Ochtends toen we ergens in Buenos Aires op een busstation stopten, vroeg ik de chauffeur waar we waren en of dat in de buurt van de luchthaven was. De chauffeur gaf aan dat we inderdaad beter hier konder uitstappen en een taxi naar de luchthaven Ezeiza konden nemen, omdat dat dichterbij was dan vanaf het Retiro busstation in Buenos Aires. En dus stapten we een halte eerder uit en namen een taxi naar Ezeiza, alwaar we rond 10.30 uur aankwamen. We konden al snel inchecken en daarna was het nog tot 14.30 uur wachten voor vertrek. En dat was lang op een luchthaven met relatief weinig vertier.

De vlucht met Alitalia naar Rome was erg lang; 12 uur en er leek maar geen einde aan te komen. In tegenstelling tot de KLM was de service van Alitalia ondermaats. Matig eten (zo´n standaard te koud, te oud en te taai broodje) en een geringe keus aan drankjes (water, cola, spa, bier en wijn). Bij het ontbijt werd wel een warm broodje geserveerd. Karig.




=============================================================================================
Wij hebben weer getracht je een indruk te geven van hoe wij dit land hebben beleefd. Heb je op- of aanmerkingen op ons verhaal of heb je gewoon een goede tips, laat het ons dan weten. Stuur een mailtje naar Marrem's reispagina of schrijf een berichtje in ons gastenboek. Je reactie wordt zeer op prijs gesteld!