Vrijdag 15 september 2000

Het was vroeg, nog heel vroeg toen de wekker ging. Het was 5 uur 's-ochtends en nog donker buiten. Ik zette sterke koffie en maakte ontbijt en om vijf minuten voor zes liepen we bepakt en wel naar de bushalte aan de Louwesweg. Stipt op tijd kwam de bus om 6.10 uur en dat was maar goed ook, want het begon net te regenen. Het inchecken verliep niet snel, want we stonden 40 minuten te wachten voordat we onze instapkaarten kregen. We hadden nog wel raamplaatsen gekregen, maar tien tegen één dat we boven de vleugels zitten. Er was geen paspoortcontrole, maar een persoon controleerden wel of we instapkaarten hadden en daarna mochten we doorlopen naar het tax free deel. Het was een behoorlijke wandeling naar de laatste pier, de C18. De vlucht vertrok met een half uur vertraging. Hoewel het een lijdienst van Transavia betrof en lijndiensten over het algemeen beter zijn dan chartervluchgten, presteerde Transavia niet beter dan m'n ervaring met Transavia als chatermaatschappij. De stoelen stonden ook nu te dicht op elkaar en we kregen een waardeloos kwakkie als ontbijt (omelet met van die gortdroge broodjes en te weinig koffie om het fatsoenlijk weg te spoelen). Om toen over elf waren we in Malaga, een behoorlijk grote luchthaven. Het zag er allemaal goed verzorgd uit. Onze rugzakken kwamen al snel van de lopende band rollen en met de rugzakken op de rug liepen we naar de eerste etage. Daar stond een geldautomaat, waar we 30.000 pesetas pinden. Bij de balie van Transavia in de vertrekhal (eerste etage) bevestigden we onze terugvlucht en daarna liepen we naar het station. Om 12.15 uur kwam de trein en een kwartiertje later waren we in Malaga. De kaartjes kochten we in de trein bij de conducteur. Op station Renfe stapten we uit en liepen we naar het busstation, vanwaar de bus naar Nerja zou vertrekken om 13.00 uur. De bus vertrok keurig op tijd en vijf kwartier later waren we in Nerja. Nadat we waren uitgestapt vroegen we aan een toerist naar de richting van de zee en na een kwartierje lopen kwamen we bij Hostal Mena nabij 'het balkon van Europa'. Het hostal was çompleto'en we moesten op zoek naar een alternatief. Dat vonden we in een straatje in de buurt, waar we een kamer namen voor Pts 4.900. Het was een kamer aan de achterzijde van het hostal en dus weg van het straatlawaai, maar (en het lukt ons bijna altijd) wel boven de keuken van een restaurant. De kamer was warm en vochtig. De rest van de dag hebben we wat rondgeslenterd door Nerja.


Zaterdag 16 september 2000

's-Ochtends als eerste maar eens bij Hostal Mena geinformeerd of er een kamer beschikbaar was en ja hoor… er was een kamer vrij. Wel aan de wegzijde, maar brandschoon en licht, met twee openslaande deuren naar franse balkonnetjes. Direct verhuizen dus! Daarna gingen we naar het strand. Het was een fijn-kiezelstrand en we gingen liggen in de buurt van enkele kunstrotzen, zodat we ook in de schaduw konden liggen. Volgens mij waren het echt kunstrotzen, omdat ze uit vele, in beton gegoten keien bestonden. De zee was kalm, maar het strand liep steil af in zee. Het water was niet al te koud (20 graden Celcius volgens de resigids).


Zondag 17 september 2000

Stranddag Nerja.
Het stadje Nerja is een aangenaam stadje. Er is geen sprake van massieve hotelcomplexen. Vrijwel alles is laagbouw. De winkelstraat is gezellig. Veel Spaans wordt er echter niet gesproken. De meeste mensen die je ziet lopen, hebben een Engelse of een Duitse krant onder de arm en het gehalte 'ouderen' ligt hier nogal hoog. Nerja staat bekend om 'het balkon van Europa'. Nerja is het zuiderlijkste puntje van Europa en dit komt tot uitdrukking in een boulevard die eindigt met een panoramaterras aan zee. De boulevard is ongeveer 200 meter lang en omzoomd met palmbomen. Vanaf het 'balkon' heb je een prachtig uitzicht op zee en op het bergachtige achterland. Er zijn ontzettend veel 'Heladerios' oftewel ijswinkels. Om de vijftig meter vind je er wel één. En dan ook niet van die kleine ijswinkels. Nee echt grote ijswinkels met een enorme variatie aan smaken; misschien wel 40 smaken. 's-Avonds verschijnen er tafeltjes en stoeltjes in het centrum van Nerja en wordt Nerja één grote eetboulevard. Het eten is tot op heden niet slecht. Een 'Menu del Dia' is vrijwel in ieder restaurant verkrijgbaar en kost niet veel meer dan zo'n 1000 peseta's (€ 5 à 6) en dat is dan voor een voor-, hoofd- en nagerecht.


Maandag 18 september 2000

Stranddag


Dinsdag 19 september 2000

Na het ontbijt liepen we naar de supermarkt. Enkele dagen geleden hadden we daar een stokbrood, brie en wijn gekocht en hadden we die meester gemaakt in een parkje. Vanochtend hebben we weer een vers, knapperig stok- brood (hij was nog warm!), brie en melk gehaald en zijn vervolgens naar ons vaste plekje op het strand gelopen. Daar hebben we heerlijk ontbeten. Tot een uur of drie was het goed vertoeven op het strand. Er stond een zeer stevige wind en de zee was wild. Om ongeveer drie uur gingen we weg en binnen een half uur werd het zwaar bewolkt. We liepen naar een terrasje bij het strand en namen plaats onder de luifel. Daar lazen we, onder het genot van een biertje, verder in onze boeken. 's-Avonds aten we in een groot openluchtrestaurant een Menu del Dia.

Klik op foto voor vergroting

Het was hetzelfde restaurant als waar we gisteravond hadden gegeten, maar het Menu del Dia kent zoveel variaties, dat je hier wel een 7 dagen kunt eten en iedere dag iets anders nemen.


Woensdag 20 september 2000

Het bleef de hele nacht flink waaien, maar 's-ochtends was de wind gaan liggen. De hemel was weer stralend blauw, maar het was wel wat koeler dan de voorgaande dagen. Vanochtend zijn we weer naar ons vaste strekkie opp het strand geweest en 's-middags hebben we heerlijke enkele biertjes op een terrasje naast een makelaarskantoor gedronken. Nu is zo'n terrasje niet eenvoudig gevonden, want het stikt in Nerja van de makelaars, net zoals van de ijsboeren. Als alle makelaars andere huizen zouden aanbieden, dan kun je rustig zeggen dat de hele Costa del Sol te koop staat. 's-Avonds hebben we een auto gehuurd.


Donderdag 21 september 2000

Vanochtend stonden we vroeg op. Om 7.30 uur ging de wekker. Het was nog donker buiten en dus besloten we om nog maar een half uurtje te blijven liggen. Om 8.30 uur haalde ik de auto bij het verhuurbedrijf en reed ik naar het hostal om de rugzakken en Marjolijn op te halen. Vandaag gingen we de 'Ruta de Sol y vino' rijden. De routes hadden we opgehaald bij het toeristenbureau nabij het 'Balkon van Europa' We reden via Frigilane, waar we ontbeten in een café (terwijl wij aan het ontbijt zaten, dronken enkele mannen al een neut), Competa en Torrox terug naar Nerja. De genoemde dorpjes zijn alle 'witte'dorpjes. Erg leuk en lief'lijk, maar na drie dorpjes heb je het wel gehad. De omgeving was mooi, maar een beetje aan de dorre kant. Tsja, dat heb je in het najaar. In Competa liepen we door het dorpje. Smalle en heel steile straatjes en geen sterveling op straat!. Vanuit de heuvels had je af en toe wel een spectaculair gezicht op zee. In Nerja stopten we bij de supermakrtom vervolgens langs de kust in de richtinng van Almeria te gaan. Na Motril, bij het plaatsje La Rabita, gingen we de bergen in. Via een 'route pittoresque' reden we via Albunol, Orgiva en Lanjaron naar Granada. Het was een behoorlijk smal weggetje (één auto breed). Na een uurtje rijden zaten we op 1280 meter boven zeespiegel We hadden een mooi uitzicht op zee en op een zee van plastic meer landinwaarts. Die zee van plastic waren kassen, waaronder met name tomaten worden verbouwd. We moesten stoppen, omdat een tweetal toeristen waren geslipt met de brommer en er nogal bloederig uitzagen. We stopten onderweg alleen nog maar om te genieten van het mooie uitzicht. Om ongeveer 17.30 uur kwamen we aan in Granada en dat was duidelijk te merken aan de drukte op de weg. Het was de hele tijd extreem rustig geweest op de weg, maar eenmaal op de ringweg rond Granada werd het druk. Maar nog lang niet zo druk als in de spits op de A10 rond Amsterdam. We namen ergens een afrit van de snelweg en orienteerden ons vervolgens op de kaart en na een half uurtje rijden kwamen we (bij toeval) uit op de Plaza de la Trinidad, precies waar we heen wilden. We parkeerden de auto in een parkeergarage (Pte 1.200 voor 24 uur) en gingen vervolgens op zoek naar een hostal. We vonden een niet al te luxe (eigenlijk waardeloos) hostal en namen onze intree. We legden de rugzakken in de kamer en liepen toen Granada in. Allereerst kochten we bij een Librería een Lonely Planet van Andalucië, want alhoewel we kopieën van een Let's Go en van een Rough Guide hadden gemaakt, misten we de overzichtelijkheid van de Lonely Planet. Vervolgens liepen we nog wat door de winkelstraatjes van Granada. Op zoek naar een restaurantje, kwamen we in de Arabische wijk, in de buurt van het Plaza Nueva, uit. De kleine winkeltjes verkochten inderdaad allemaal arabische spulletjes en de café-bars / restaurants verkochten kebab, felafel, humus etc. En dat sprak ons niet zo aan. Dat hadden we wel genoeg gegeten in Syrië en Jordanië. Uiteindelijk kwamen we uit op een terrasje op het Plaza Nueva. Het eten was erg matig en zeer duur. Na het eten liepen we terug naar het hostal om te gaan slapen.


Vrijdag 22 september 2000

Vandaag stond een bezoek aan het Alhambra op het programma. We stonden vroeg op en gingen daarna lopend naar het Alhambra. Onderweg kochten we bij een café enkele broodjes en dronken we, staande aan de bar, een piepklein kopje koffie. Vanaf het Plaza Nueva gaat een weg behoorlijk bergopwaarts naar het Alhambra, dat boven Granada uitsteekt. Het eerste deel van de weg ging langs woonhuizen en winkels. In enkele winkels waren traditionele flamencogitaarbouwers aan het werk. Het tweede deel van de weg ging door bos.

Klik op foto voor vergroting

Om ongeveer 9.15 uur waren we bij de kassa van het Alhambra. De reisgidsen hadden gewaarschuwd dat het enorm druk kan zijn bij de kassa's, maar wij hadden geluk. De rij voor de kassa was 'slechts' vijf personen lang. Toen we ons ticket kregen, stond erop dat we pas tussen 14.30 en 15.00 uur het Palacio Nazarles mochten betreden. Dat is pas over 5 uur!
We liepen het park in en als eerste naar het paleis van Carlos V. Het was een indrukwekkend gebouw, maar kon ons niet echt bekoren, omdat de materialen die gebruikt waren zeker niet eeuwenoud waren. Ik kreeg de indruk dat alles zwaar gerestaureerd was. Het Alcazaba zag er heel wat authentieker uit, maar toch…
de materialen waren zeker niet hetzelfde als dat we in Syrië en Jordanië hebben gezien en dat terwijl de bouwwerken toch uit dezelfde periode stammen. Het Generalife en het zomerpaleis waren erg mooi en voorzien van mooie details. De tuin eromheen was prachtig onderhouden en het was heerlijk om er doorheen te lopen.
Het Palacio Nazarle hielden we maar voor gezien, toen we rond 12.00 uur het terrein verlieten.. We liepen terug naar het hostal om vervolgens met de auto naar de Sierra Nevada te rijden. Aan het einde van de weg, de weg loopt wel verder maar is voor al het gemotoriseerde verkeer afgesloten, parkeerden we de auto en genoten we van het uitzicht. De skipistes en de skiliften waren goed te zien, alleen ontbrak het aan sneeuw.
We maakten een korte wandeling en genoten van de vergezichten. Met de verrekijker keken we naar de enorme roof- vogels die hoog in de lucht vlogen. Op de terugweg namen we een alternatieve route. De weg was 'peligroso' (= gevaar- lijk), maar erg mooi.
Zo af en toe moest ik een stukje achteruit rijden om een tegemoetkomende auto te kunnen laten passeren. De weg was slechts één auto breed. Terug in Granada liepen we door de Arabische wijk. Vanaf een uitzichtspunt hadden we een mooi zicht op het Alhambra. We liepen verder naar een klein pleintje waar buurtkindertjes druk aan het spelen waren. We namen plaats op één van de terrasjes en bestelden een biertje. De ober bracht de biertjes samen met enkele tapas; olijven en garnalen. 's-Avonds aten we bij restaurant Boadil en dat was niet bijzonder. Na het eten liepen we terug naar het hostal. Onderweg bleek op een pleintje een groot openlucht concert van klassieke muziek aan de gang te zijn, waar we nog een behoorlijke tijd hebben geluisterd. Erg leuk!

Klik op foto voor vergroting




Zaterdag 23 september 2000

Om 9 uur werden we wakker en nadat we waren aangekleed liepen we naar een pleintje nabij de Plaza de la Trinidad. Daar was een 'Churreria' gevestigd en kochten we Churros. Ik wilde graag Churros con chocolate en de eigenaresse van de winkel maakte duidelijk dat ik bij haar de churros kon kopen en in het tegenover gelegen restaurant de chocolate. Zo gezegd zo gedaan en zaten we later op een bankje op het pleintje met churros en stroperige, warme chocolade in een koffiekopje en twee koffie. De koffie was voor het eerst echt lekker. Na het ontbijt haalden we de rugzakken op in het hostal en de auto in de parkeergarage (pte 1.200 per 24 uur). We reden over de snelweg richting Jaen en ergens halverwege sloegen we rechtsaf . Via een zeer rustige weg reden we door een heuvelachtig landschap met alleen maar olijfbomen.
Volgens de Lonely Planet staan alleen al in de provincie Jaen 150 miljoen olijfbomen, die slechts van een handvol eigenaars zijn. Onderweg stopten we in een klein plaatsje, waar we bij een supermarkt brood, kaas en frisdrank kochten, dat we later op de dag zouden nuttigen, natuurlijk onder één van de 150 miljoen olijfbomen.

Klik op foto voor vergroting

Tegen 15.00 uur kwamen we aan in Cazorla. We reden door de zeer nauwe straatjes en checkten in bij Hostal Betis, een nogal oud hostal. Eerst kregen we een kamer aan de voorkant te zien, aan het plein. Daarna op ons verzoek een kamer aan de achterkant. Lekker rustig en een prachtig weids uitzicht over… olijfbomen. We reden door het natuurpark naar het stuwmeer aldaar. Bij een uitzichtpunt stopten we en liepen we naar het meer dat in een mooie vallei ligt. De waterstand was erg laag en zodoende hadden we zicht op de fundamenten van een woning die normaalgesproken onder water staat. Ook waren talloze voetafdrukken van beesten in de (nu keiharde) kleigrond te zien.
Via Villanueva reden we terug. Het was een hele mooie route, deels door bossen en deels door de olijfboomgaarden. 's-Avonds gingen we eten bij een restaurant waarvan de Lonely Planet zei dat 'de menukaart aan de muur hing'. Het werd duidelijk wat de Lonely Planet bedoelde toen we het restaurant binnenliepen; allemaal koppen van herten,
wilde zwijnen etc hingen aan de muren.
We bestelden hert en het was echt verrukkelijk, alhoewel Marjolijn er toch wel wat moeite mee had. Na het eten dronken we nog twee biertjes op het terrasje van Café Bar Las Vegas, dat zich naast het hostal bevond. De tapas waren gratis. Pas rond 24.00 uur naar bed.


Zondag 24 september 2000

We werden pas tegen 12 uur wakker en we lunchten op het terrasje tegenover het hostal. Het was het enige dat open was, op de ernaast gelegen kerk na. Na de brunch reden we met de auto door het natuurpark naar de Río Borosa om daar te gaan wandelen.
Onderweg hield ik midden op de rijweg halt, want in de greppel langs de weg, ongeveer vijf meter voor de auto stond een joekel van een hert. Het beest was niet echt schuw. Bij de Río Borosa parkeerden we de auto en lie- pen we gedurende ruim 3,5 uur langs dit riviertje. Het was behoorlijk warm, maar de tocht was erg mooi. We liepen niet helemaal door tot het meer,

Klik op foto voor vergroting

want die tocht zou heen- en terug ongeveer zeven uur in beslag nemen en die tijd ontbrak domweg. Op een bepaald moment liepen we over vlonders boven het riviertje. Op de terugweg rustten we door de schoenen uit te trekken, de broekspijpen zo ver mogelijk op te stropen en heerlijk door het koele water te lopen. Waarom hebben we geen zwemkleding bij ons?
's-Avonds aten we op Plaza de la Santa Maria. Ik nam konijn, maar vond het nogal dubieus smaken. M'n hertje van gisteravond werd keurig in plakjes geserveerd, maar wat ik nu kreeg was ondefinieerbaar. Iets vroeger dan gisteravond naar bed (ongeveer 22.30 uur).


Maandag 25 september 2000

Na het ontbijt van 'bocadillo con queso' en koffie gingen we op weg naar Cordoba. De eerste plaats die we aandeden was Úbeda.
Het oude s`tadcentrum stond vol met mooie gebouwen. We parkeerden de auto en maakten een rondwandeling door het centrum. We dronken frisdrank en aten churros op een terrasje en daarna liepen we terug naar de auto. Nadat we weer in de auto zaten en nog een rondje (éénrichtingsverkeer) over het plein reden, zagen we dat we geluk hadden want een de politie begon net met het bekeuren van de auto's die achter de plek stonden waar wij hadden gestaan. Het volgende plaatsje was Baeza. Wederom een mooi plaatsje met mooie gebouwen, maar helaas konden we er niet optimaal van genieten omdat alles gesloten was. We liepen weer naar een terrasje en dronken wat frisdrank om vervolgens aan de laatste 130 kilometer over de snelweg naar Córdoba te beginnen.

Klik op foto voor vergroting

Bij de provinciegrens moesten de alarmlichten aan als teken van abrupte snelheidsvermindering. Naarmate we dichterbij kwamen, zagen we dat het een wegversperring van de Guarda Civil was. Gewapend met automatische geweren werden automobilisten gemaand aan de kant te gaan. Wij zagen er natuurlijk erg betrouwbaar uit en we mochten zonder controle doorrijden. We stopten onderweg nog één keer, in Montoro. Een klein, doods plaatsje aan de Río Quadalquivir. We dronken cola in een plaatselijke kroeg, waar een vijftal dorpsbewoners aanwezig was. De rest van het dorp was uitgestorven. Om 17.30 uur waren we in Córdoba. We bekeken, na eerst een half uur door de diverse éénrichtingsstraten te zijn gereden, een kamer in Hostal La Fuente. Parkeren was echter een ramp. Na nog een half uur door Córdoba te hebben gereden op zoek naar een parkeerplaats, kwamen we weer terug voor het hostal en besloten we maar om dubbel te parkeren. In de tussentijd was onze kamer vergeven en konden we dus weer op zoek. We belandden bij Hostal San Francisco in dezelfde straat. De kamer was minder mooi, maar de uitbater sprak Nederlands. Dat liet hij ook duidelijk merken, want het staat groot op z'n uithangbord aan de muur. Hij had bij de Hoogovens gewerkt als kraanmachinist. Op de kamer gingen we direct douchen en daarna hebben we iets gegeten bij een restaurantje in de buurt.


Dinsdag 26 september 2000

Klik op foto voor vergroting

Vanochtend ging om 8.00 uur de wekker, maar we bleven lekker liggen. Buiten regende het keihard en het onweerde. Gelukkig, want de regenbui zou de temperatuur terugbrengen tot normale waarde. Vandaag stonde het Mezquita op het programma, maar voordat we daarheen gingen, winkelden we wat in het centrum van Córdoba. Onder andere brachten we een bezoek aan het warenhuis El Corte Inglès. Het was een behoorlijk groot warenhuis, waar van alles te koop was. Toen de winkels gingen sluiten vanwege de siësta, liepen we naar het Mezquita en dat was behoorlijk indrukwekkend. Via een poort in de muur kwamen we in de binnentuin die keurig aangelegd was. Er stonden allemaal sinaasappelboompjes en er waren enkele fontijntjes. De voormalige minaret, thans een
kerktoren was prachtig. We kochten tickets (900 Pte per persoon) en betraden de Mezquita. De ontelbare pilaren en bogen van wit steen, afge-wisseld met rode bakstenen waren erg indrukwekkend, evenals de afmeting van het gebouw. Langs de muren waren allemaal enorme nissen, met daarin religieuze beelden. De meest indrukwekkend was de 'Malisura', de Islamitische altaren. In het midden van de Mezquita was de kathedraal. De plafonds waren erg hoog, maar verder kon de kathedraal ons niet zo bekoren. Na het bezoek aan de Mezquita liepen we over de oude, Romeinse brug naar de overkant van de rivier, om vervolgens langs de rivier naar de moderne brug te lopen. De Quadalquivirrivier was nu niet zo indrukwekkend. Het was 'slechts' een stroompje en dat terwijl je aan de rivierbedding af kon leiden dat het periodiek een forse rivier moet zijn.
De temperatuur was inmiddels weer terug op het oude niveau. We zagen enkele borden een temperatuur melden van tussen de 35 en 38 graden. We liepen door de Judería (de jodenwijk) en dronken een biertje op een terrasje. Het was inmiddels al weer tegen het eind van de middag en we liepen terug naar het hostal om te gaan douchen. Opgefrist konden we daarna weer gaan winkelen, want de winkels waren weer geopend. In een boekwinkel kochten we een viertal Spaanstalige boekjes, nadat we eerst hadden gevraagd of de boekjes 'simpel' waren. 's-Avonds rond 21.00 uur aten we in een bar-restaurant een goed diner om vervolgens terug te keren naar het hostal.

Klik op foto voor vergroting




Woensdag 27 september 2000

We ontbeten in een Panadería in de buurt van het hostal en daarna pakten we de rugzakken in op de kamer. We stapten in de auto om naar Sevilla te rijden. Voeg in de ochtend (10.00 uur) is het aangenaam rijden in Córdoba. Heel anders dan bijvoorbeeld rond 17.00 uur wanneer alles erg druk en hectisch is. Als eerste reden we naar de opgravingen van Medina Azahara. Parkeren kostte 75 pesetas, maar de toegang tot de opgravingen was gratis. De opgravingen vielen een beetje tegen, wat vooral komt doordat we in Syrië en Jordanië veel mooiere en indrukwekkende opgravingen hadden gezien. Een tegenvaller was ook dat er met de verkeerde materialen werd gerestaureerd. Twintigste eeuwse materialen werden gebruikt om een bouwwerk van 1000 jaar oud te restaureren. Dat gaat niet zonder dat het overduidelijk opvalt.

Klik op foto voor vergroting

We reden verder naar Almodovar del Río, waar een oude ridderburcht pronkt op een heuvel boven de stad. We brachten een bezoek aan de burcht. De bewaker liet ons binnen en sloot de massief houten deur af met een sleutel van wel 40 centimeter lang. Hij legde ons uit welke route we mochten lopen, want het kasteel was in particulier eigendom en werd gewoon bewoond. We mochten dus niet op de privéterreinen komen. Vanaf de torens hadden we een prachtig uitzicht over de omgeving, het dorpje, de rivier en de TGV-hogesnelheidstrein die langszoefde. Verder was de burcht erg leuk om te bezoeken. De bewaker sloot de deur achter ons toen we de burcht verlieten. Als dank gaven we hem 300 pesetas.
We vervolgden onze weg naar La Carlota, waar we de snelweg opgingen naar Sevilla. Het landschap in de provincie Córdoba is saai en oninteressant. Reden genoeg om een flinke dot gas te geven. In Carmona stopten we en haalden we in het plaatsje bij een Dia (supermarkt) stokbrood, kaas en wat te drinken en lunchten we op het centrale pleintje. Hoewel het een leuk plaatsje was om in rond te lopen, hadden we daar weinig zin in. Alles zat potdicht vanwege de siësta. De laatste 40 kilometer naar Sevilla leverden geen probleem op. In Sevilla zelf was het natuurlijk weer even zoeken naar de juiste weg. Aanvankelijk reden we vanaf de snelweg direct in de juiste richting, maar in het centrum hoef je maar één verkeerde straat in te slaan en je belandt in een doolhof van kleine (één auto breed!) éénrichtingsstraatjes. Dus weer op zoek naar een brede straat die ook op de plattegrond staat. We parkeerden de auto in de buurt van de 'Plaza Santa Cruz' en gingen op zoek naar Hostal Santa Maria la Blanca, maar dat hostal zat vol. Maar de eigenaar wist nog wel een adresje en een kamermeisje wees ons de weg naar een hostalletje. De kamers en met name de bedden waren echt waardeloos. Maar ook daar wisten ze nog wel een adresje, om de hoek. De kamers daar zagen er wel wat beter uit, maar bestonden ook nog alleen maar uit twee bedden. En dat voor 4000 pesetas per nacht! Nadat we de rugzakken naar de kamer hadden gebracht en ik de auto had verplaatst (in de Lonely Planet stond zoiets als: de parkeerpolitie is niet echt streng, maar parkeren op Plaza Santa Cruz betekent met zekerheid dat je wordt weggesleept) liepen door het centrum van Sevilla. We bezochten El Corte Inglès en enkele schoenenwinkels. Na sluitingstijd liepen we door het doolhof van kleine straatjes naar Calle Santa Maria la Blanca om daar op een terrasje iets te gaan eten. We bestelden allebei een ander soort Paella. Mijn Paella bestond voornamelijk uit spagetti, maar was niet onaardig. Voor het eerst hadden we een vriendelijke bediening in Andalucia. Na het eten liepen we terug naar het hostal om te douchen en te slapen.


Donderdag 28 september 2000

Vanochtend ontbeten we met Churros op het Plaza Santa Cruz en vervolgens checkten we onze e-mail bij een internetcafé aan de Calle de Menendez Pelayo. We hadden een mailtje van Friso en Manuela uit Lhasa (Tibet) ontvangen en beantwoorden deze. Vervolgens gingen we winkelen in het centrum. Ik kocht een paar schoenen, waar ik de rest van de dag mee moest sjouwen. Ik moest wel van de gelegenheid gebruik maken om schoenen te kopen, want schoenen zijn niet duur en door de uitverkoop die gaande was, werden ze nog voordeliger. Toen de winkels sloten, gingen we naar het Alcazar; entree 900 pesetas.
Het is een indrukwekkend gebouw met prachtig versierde kamers en mooie tuinen. Na er een behoorlijke tijd te hebben rondgelopen, dronken we twee belachelijk dure mineraalwatertjes (2 x 20 centiliter voor 900 pesetas) op het Plaza de los Venerables. Het stikte er ook nog eens van de Nederlanders, dus dubbel balen! We liepen naar het Antiqua Fábrica de Tabacos, een oude tabaksfabriek dat tegenwoordig dienst doet als Universiteit van Sevilla. Schitterend gebouw! Indrukwekkend van afmeting en met een rijkversierde hoofdingang. We kwamen tot de con- clusie dat Sevilla ons eigenlijk wel erg goed beviel, alhoewel we met 'angst en beven' naar Sevilla waren gekomen. Die 'angst' werd met name gevoed door het autoverhuurbedrijf, waar we werden gewaarschuwd voor Sevilla.

Klik op foto voor vergroting

"Door Sevilla moet je rijden met de ramen gesloten en de deuren op slot. Laat zelfs tijdens het rijden door de straten geen waardevolle spullen in het zicht liggen, want het wordt gejat", zei de dame van het verhuurbedrijf. Ook de Lonely Planet maakt melding van 'de twijfelachtige eer die Sevilla heeft om de stad te zijn waarin met name toeristen het slachtoffer worden van straatroof. Nu zijn we in Sevilla en kunnen we enkele dingen concluderen, zoals dat Sevilla een erg aangename stad is en dat we geen problemen hebben ondervonden met criminaliteit. We hebben door Sevilla gewoon met geopende raampjes gereden en de deuren zaten niet op slot. En we hebben geen problemen gehad. Nadat we door de gangen van de Universiteit hadden gelopen, liepen we via de Jardines de Murillo, met een drietal oer-oude bomen waarvan de stammen een behoorlijke omvang hadden, terug naar het hostal voor een sanitaire stop en om eindelijk verlost te worden van m'n gekochte schoenen.

Klik op foto voor vergroting

Het hostal was om een patio heen gebouwd (of… in het midden van het hostal was een patio). Dit is niet echt uniek in Sevilla. Veel huizen hebben een patio en sommigen zijn werkelijk prachtig. Vrijwel alle huizen zijn beveiligd met een smeedijzeren hek. Het toegangshek van ons hostal werd iedere keer na aanbellen door een meisje geopend. Na de sanitaire stop liepen we naar de Casa de Pilatos, een particulier gebouw met wederom prachtige kamers. Het was allemaal in de stijl van het Alcazar en daarom een beetje dubbelop. Neemt niet weg dat het huis een bezoek waard was. Het was al weer zo laat in de middag, dat de winkels weer open gingen.
Maar voordat we gingen winkelen, dronken we eerst een lekker biertje en aten we tapas op een terrasje aan de Plaza de la Alfalfa. Daarna dus winkelen, want het was de laatste dag in Sevilla en de laatste dag in een grote plaats die we zouden aandoen en dus wellicht onze laatste kans.
Ik kocht twee paar handgemaakte (dat is geen uitzondering in Spanje, waar nog vele schoenfabrieken zijn) schoenen voor ƒ 75,- per paar. Marjolijn kocht bij Amichi een colbert en bijpassende broek. En daarna was ik weer aan de beurt om bij Springfield twee overhemden te kopen voor ƒ 50,- per stuk. Daarna begon ons maagje te rammelen en we liepen terug naar de kathedraal waar we een (niet bijzondere) maaltijd nuttigden in een restaurantje.


Vrijdag 29 september 2000

Het idee was om nog een dagje aan zee door te brengen en daarom vertrokken we vanochtend richting Matalascañas aan de Costa de la Luz. We reden via de plaatsjes Pilas, Almonte en El Riocío naar Matalascañas. Vooral El Rocío was een erg leuk plaatsje. Het leek wel op een wild-west stadje. De straten van het dorpje waren niet verhard maar het waren zandwegen en de huisjes waren van hout en hadden van die veranda's die je in wild-westfilms ziet. In Matalascañas lunchten we op het strand. We hadden onderweg bij een supermarkt brood en smeerkaas gehaald, alsmede jus d'orange en melk (!). Het weer zat niet echt mee om er eens een lekkere stranddag van te maken. Er stond een hoop wind en grote grijze wolken wisselden af met zon. Echter na een half uurtje was er bijna geen zon meer te zien. We besloten verder te rijden naar Mazagón, dat ook aan de kust ligt en volgens de Lonely Planet wat lief'lijker is dat Matalascañas. Maar ook hier was het niet echt leuk en om 14.30 uur besloten we om het strandbezoek over te slaan en door te rijden naar Jerez de la Frontera.
Via de snelweg reden we in eerste instantie terug richting Sevilla, maar ongeveer 15 kilometer voor Sevilla namen we een afslag om naar Corío del Río te rijden. In dat plaatsje staken we met een pontje de Quadal-quivir over en na nog twintig minuten rijden zaten we weer op de snelweg. Voordat we de snelweg opreden, was een t-splitsing. Naar links ging je de snelweg op naar Jerez en naar rechts ging je via de secundaire weg naar Jerez. Naar rechts was het behoorlijk druk en naar links ging niemand. Eenmaal op de verlaten snelweg kwamen we erachter. Het was een tolweg en voor een stukje van 40 kilometer moesten we 675 pesetas betalen! Tegen het einde van de middag kwamen we aan in Jerez de la Frontera en bekeken we een kamer bij Hostal las Palomas, maar dat zag er

Klik op foto voor vergroting

niet zo best uit. De receptioniste was ook niet al te vriendelijk. We zochten verder naar Hostal San Miquel (niet eenvoudig met alleen maar éénrichtingsstraten). De kamer daar zag er al heel wat beter uit. De kamers waren gebouwd rondom een leuke patio. We namen een kamer met gedeelde badkamer voor 3.600 pesetas per nacht. We liepen naar het centrum van Jerez. Erg gezellig met een leuke, autovrije winkelboulevard. Het was een feestweek in Jerez en overal was muziek en veel straattheater. We aten erg lekker bij een restaurantje in een klein steegje tussen de Plaza del Arenal en de Plaza Varjas. Het was een café-restaurant en in het cafégedeelte hingen allemaal hammen aan het plafond. Leuk gezicht.


Zaterdag 30 september 2000

We werden wakker van de herrie in de patio van het hostal. Toen we op ons horloge keken, bleek het al kwart voor elf te zijn. De kamer had ramen die afgesloten konden worden door houten luiken. Daardoor was het pikkedonker in de kamer en hadden we niet doorgehad dat we door de ochtend heen sliepen. We douchten en brachten vervolgens de rugzakken naar de auto. Daar bleek dat de rechterbuitenspiegel van de auto was gereden, maar gelukkig kon ik 'm weer terugklikken in de houder.

Klik op foto voor vergroting

We liepen naar café La Rotonde aan het begin van de Kalle Largo (winkelboulevard), waar we een cappuccino bestelden. Eindelijk een lekker kopje koffie en we bestelden er nog een keer en vroegen daarna om de rekening; 4 koppen cappuccino voor 880 pesetas. We hadden nog niet ontbeten, maar we hadden ook nog niet echt honger. We winkelden een beetje in de Calle Larga. Daar was ook de kledingwinkel Celop, waar ik mooie kleding vond. Na een uur passen, verliet ik de winkel met: één driedelig pak, twee nette broeken en twee keurige overhemden en de schade bij elkaar bedroeg ƒ 425,-. Wel contant te betalen, want het pinapparaat was defect. Marjolijn scoorde een broek bij Mango. De Mango-winkel is schijnbaar razend populair in Andalucië, want je ziet heel veel jonge meiden met een tasje van Mango rondlopen. We lunchten op de Plaza del Arenal. Ik had een goed broodje zalm voor 400 pesetas en Marjolijn nam een warme maaltijd. Na de lunch liepen we via de Calle Larga terug richting de auto. Omdat de feestweek in het
kader stond van de sherry-oogst, stond de firma Domecq op vele plaatsen in het centrum sherry uit te delen. En zo kwamen we voor het eerst in aanraking met sherry…. En het viel reuze mee.
Rond half drie vertrokken we uit Jerez en gingen we op weg naar Arcos de la Frontera. Onderweg, in 'Jerez-noord' stopten we bij een mega-winkel van Carrefour. We kochten een wijntje, wat frisdrank, sherry natuurlijk, Baileys, een nieuw fototasje voor mijn toestel en twee (over)hemden voor Marjolijn. Kleding en schoenen zijn fors goedkoper dan in Nederland, dus we maken gebruik van deze kans. Daarna vervolgden we onze weg naar Arcos de la Frontera en dat bleek een hele juiste beslissing; er was namelijk feest in Arcos. Toen we het dorpje binnenreden, werden we al door politie in een bepaalde richting geloodst. We reden naar een hotelletje, maar daar aan de balie bleek dat alleen de dure suite nog vrij was voor Pte 13.900 per nacht. Dat was iets te veel van het goede, maar de receptionist wist nog wel een adresje om de hoek. We liepen naar het opgegeven adres en belden aan… en belden nog een keer aan en hoorden toen een geïrriteerde stem Sí! zeggen, dat uit een openstaand raam kwam. Toen de deur werd geopend en we naar een kamer vroegen, verontschuldigde de man zich direct. Hij was nachtportier in een hotel en lag lekker te slapen op de bank. We hadden hem wakker gemaakt. Op weg naar de kamers vertelde hij over de muurplaten die waren aangebracht in de muren. Hij had ze aangetroffen bij de verbouwing. Na de verbouwing waren twee kamers gerealiseerd en we hadden keuze tussen beide. En die keus was niet eenvoudig. De ene kamer was prachtig en de andere kamer schitterend! Keurig verzorgd ingericht: goed bed, nachtkastjes, grote kledingkast, tafeltje, twee stoelen en in de badkamer: zeep, handzeep, shampoo, lekkere zachte handdoeken, schoenpoets en boven alles… een bloemetje op de kamer. De prijs: 5.500 peseta's en het ontbijt 600 peseta's. We namen een kamer waarvan het raam uitzicht bood op de omgeving en parkeerden vervolgens de auto. Niet eenvoudig, want de straatjes zijn erg smal en erg steil en er was niet echt veel parkeerruimte.
Nadat de rugzakken naar de kamer waren gebracht, liepen we naar het feestterrein. Onderweg, in de auto, haar het hostal zagen we al allemaal meisjes in mooie flamencojurken en op het feestterrein waren nog veel meer vrolijk geklede meisjes en jongens, dames en heren. We verbleven van 19.00 uur tot 24.00 uur in het feestgedruis. Erg leuk. Er was kermis en daarnaast waren er vele tenten met daarin live muziek of anderszins. Alles tegen elkaar in. Soms wel een beetje om gek van te worden. We hadden aanspraak met een Spaans stel, dat ons op een drankje trakteerde en waarmee we zo goed en zo kwaad als we konden een gesprek mee voerden in het Spaans. We moesten dansen enzovoort. Allemaal erg leuk en erg gezellig. Alleen de terugweg naar het hotel was wat minder. Slingerend (van de biertjes) bergopwaarts en het was behoorlijk afgekoeld.


Zondag 1 oktober 2000

Vanochtend ontbeten we in de keuken van het pension. Toen we (om 12.00 uur) aan de eigenaresse (de daadwer- kelijke kamerverhuurster) vroegen of ze ontbijt kon maken, begon ze direct met het dekken van de tafel. We kregen een zeer verzorgd ontbijt, bestaande uit toast, lekkere koffie en jus d'orange. De eigenaresse verontschuldigde zich voor het karige ontbijt, maar dat kwam vanwege het feestweekend. Dan zijn alle winkels gesloten en kan ze geen echt vers ontbijt maken. Nadat ze een muziekje voor ons had opgezet, verliet ze zelf de eetkeuken en konden wij ontbijten. Na de lunch reden we een route door de omgeving om weer rond 17.00 uur terug te keren in Arcos.
We dronken een wijntje in het zonnetje op het terras voor onze kamer en begaven ons rond 19.30 uur naar het

Klik op foto voor vergroting

feestterrein. We aten een snelle hap bij een bar-cafetaria onderweg. Het feest was minder uitbundig dan gisteravond, maar wel weer heel leuk.


Maandag 2 oktober 2000

Toen we naar de keuken liepen voor het ontbijt, bleek de tafel al te zijn gedekt. De eigenaresse had als extra-tje rijstepap voor ons gemaakt. Erg lekker. Na het ontbijt pakten we de rugzakken in en rekenden we af. Ons werd wel tien keer een goede reis gewenst en daarna vertrokken we, op weg naar Ronda. Hoewel Ronda slechts op 55 kilometer van Arcos de la Frontera ligt, deden we er toch de hele dag over. Dat kwam omdat we via Gibraltar reden. We namen de weg naar de kust en reden langs de kust naar Gibraltar. Onderweg reden we langs plaatsjes met mooie zandstranden en langs een enorm windmolenpark op een bergrug. De grens met Gibraltar passeren was geen probleem. Vanuit de verte zag Gibraltar er erg indrukwekkend uit; een enorme rots die uit het water omhoog steekt, maar in Gibraltar zelf zag het er heel westers uit. Nadat we de grens waren gepasseerd, reden we over de startbaan (inderdaad.. de startbaan van de luchthaven) en zochten we naar een parkeerplaatsje. We liepen naar de 'Main Street'. De talrijke winkeltjes boden voornamelijk sigaretten en drank aan. Veel winkels werden gerund door Indiërs Dat viel direct op. Wat ook direct opviel was, dat het niet uitmaakte of je een kilo-tje (of twintig) teveel woog. Veel mensen waren tamelijk gezet, zo niet vet. Een school ging net uit en kinderen in schooluniform bevolkten de Main Street. Ook hier viel weer één ding overduidelijk op, namelijk dat je wel witte sportschoenen onder je uniform moest dragen. Zowel de (te dikke) meisjes als de jongens. Onder de witte blouse en bordeauxrode plooirok staan witte sportschoenen niet! Op een terrasje aten we een spinach pie en een tuna pie, vergezeld van een kopje koffie en een aqua mineral. Schade: 500 peseta's. Achterlijk duur dus. Verder kon Gibraltar me niet echt bekoren. We hebben niet de kabelbaan naar de apen genomen, want daar hebben we echt niets mee. Gibraltar verlaten is een groter probleem dan Gibraltar binnenkomen. We stonden ruim een half uur in de rij te wachten voordat we de grens met Spanje mochten passeren. Zoveel mensen gingen naar Spanje. Gelukkig werden de paspoorten van ons niet gecontroleerd. De laatste kilometers naar Ronda waren zwaar. Het was namelijk nog een behoorlijk eind rijden en het liep al tegen het einde van de dag. Over de drukke kustweg reden we in de richting van Torremolinos en namen een afslag naar links, naar Ronda. Nadat we een hostalletje hadden gevonden, liepen we naar het centrum (Ronda is een klein stadje) en kwamen we bij een chique restaurant, waar we uitstekend hebben gegeten. Na het eten dronken we nog een biertje op een terrasje en daarna terug naar het hostalletje.


Dinsdag 3 oktober 2000

Na het ontbijt begonnen we aan de rondwandeling door Ronda, zoals beschreven in één van de reisgidsen. Daar deden we een aantal uurtjes over. Ronda is een erg leuk stadje met mooie gebouwen(gebouwtjes), leuke pleintjes en natuurlijk de megahoge brug. De rest van de dag vermaakten we ons met rustig aan doen en wat winkelen. 's-Avonds aten we op het centrale plein van Ronda.


Woensdag 4 oktober 2000

Klik op foto voor vergroting

Na het ontbijt reden we verder naar Nerja, waar we direct naar Hostal Mena reden en geluk hadden dat er nog een kamer beschikbaar was. De rest van de dag deden we lekker rustig aan. We gingen terug naar 'ons oude' stekkie op het strand en lazen wat in onze boeken. Marjolijn, de held, wilde de zee nog wel in. Deze was echter in een aantal dagen behoorlijk afgekoeld en ze rende net zo snel weer uit het water als dat ze er in rende. Aan het eind van de middag zijn we naar Malaga gereden en zijn we gaan winkelen. Ook Malaga is best een aardige stad en een bezoekje waard.



Donderdag 5 oktober 2000

Met de auto naar de luchthaven. Met het verhuurbedrijf waren we overeengekomen dat we de auto in de parkeergarage achter zouden laten en de sleutels op de afgesproken plek zouden leggen. Daarna was het gewoon de normale procedure van inchecken, wachten, vliegen, wachten en weer de bus naar huis nemen. Leuke en lekkere vakantie gehad



=============================================================================================
Genoten van ons reisverhaal? Laat ons weten wat je ervan vond. Stuur een mailtje naar Marrem's reispagina of schrijf een berichtje in ons gastenboek. Je reactie wordt zeer op prijs gesteld!

Of geniet je liever van nog meer foto's van Andalusië? Onze diavoorstelling speelt 20 foto's automatisch af.



Indonesië | Thailand | Mexico | Vietnam | Syrië | Jordanië | Maleisië | Egypte | Andalusië | Zuid Afrika